ScKIN Journal
DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd
◷ 7 min leestijd In deze reeks hebben we het hele plaatje langs zien komen. In het eerste artikel keken we naar wat focus in je lichaam eigenlijk is: een proces met energie, met prikkeloverdracht tussen zenuwcellen, en met een voorste hersendeel dat alleen de leiding neemt als de omstandigheden dat toelaten. In het tweede artikel zagen we waarom de middagdip logisch is, en in het derde hoe je je werkdag zo neerzet dat je meewerkt met je ritme. Wat door alle drie de artikelen heen liep, waren de stoffen. In dit laatste deel zet ik ze op een rij, en laat ik zien in welke producten van ScKIN je ze terugvindt. De drie stoffen die steeds terugkwamen DHA, het omega 3 vetzuur dat binnen de kPNI hét hersenvetzuur wordt genoemd. Het zit in de wanden van je zenuwcellen en heeft een duidelijke link met dopamine in het voorste deel van je hersenen. Je lichaam maakt het nauwelijks zelf, dus het komt uit je voeding, en vette vis is de rijkste bron. Vitamine B12, betrokken bij het werk van je zenuwstelsel. De stroomdraad met het rubberen omhulsel eromheen, waardoor het signaal netjes doorloopt. Magnesium, dat meedoet in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen en in het vrijmaken van energie uit je voeding. Het mineraal op de dimmer, zeg maar. Die drie hebben we bij ScKIN samengebracht in één set, en die heet de bundel Focus & Helder Hoofd. Daar zitten drie producten in. Omega+ voor de DHA Dat hersenvetzuur uit artikel één, dat is Omega+. Het is visolie, en de dagdosering van twee softgels levert 750 mg DHA en 1000 mg EPA. DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie.1 Daarnaast geldt: EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart.2 En: de inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen.3 Waar ik zelf trots op ben bij dit product is de kwaliteit van de olie. Visolie is namelijk een gevoelig product, en de mate waarin het geoxideerd is bepaalt hoe goed het is. Onze totoxwaarde ligt onder de 5, de vis is MSC gecertificeerd en wild gevangen Alaska Pollock, en we zijn Partner of GOED. Omega+ is een visproduct, dus het past niet in een plantaardig voedingspatroon. Vitamin B12+ voor de B12 De stroomdraad uit artikel één, dat is Vitamin B12+. Een zuigtablet die je onder je tong laat smelten, met twee actieve vormen van B12: methylcobalamine en adenosylcobalamine. Daarnaast zit er folaat in als 5-MTHF en vitamine B6 in de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat. Vitamine B12 draagt bij aan een heldere geest.4 Vitamine B12 is goed voor het concentratievermogen.4 Vitamine B12 draagt bij tot een normale psychologische functie en draagt bij tot de normale werking van het zenuwstelsel.4 En voor het stuk uit artikel twee: vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid.4 Ook de andere twee doen mee. Vitamine B6 draagt bij aan een normale psychologische functie en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.5 En: folaat helpt vermoeidheid te verminderen.6 Een praktische tip, want die krijg ik vaak: niet doorslikken. Sabbelen, sabbelen, sabbelen tot er niets meer van over is. Zo komt het via je mondslijmvlies binnen. Triple Magnesium+ voor het magnesium Het mineraal op de dimmer uit artikel één, dat is Triple Magnesium+. Een halve maatschep per dag levert 240 mg magnesium, in drie vormen: tauraat, malaat en bisglycinaat. Die drie samen geven een brede en goed opneembare basis. Er zit ook vitamine B6 in, opnieuw in de actieve vorm. Magnesium draagt bij aan een normale mentale performance.7 Magnesium draagt bij aan een heldere geest.7 Magnesium is goed voor het concentratievermogen.7 Magnesium ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel en speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen (zenuw)cellen.7 Voor het middagstuk: magnesium draagt bij aan het energieleverend metabolisme en helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen.7 Dit is het product dat wij op kantoor rond een uur of drie nemen in plaats van nog een koffie. En als ik een dag op cursus ga, gaat het mee. Dat scheelt me het plofhoofd waar ik het in het eerste artikel over had. Hoe je ze op een dag inneemt Wat ik in de praktijk merk, is dat mensen supplementen kopen en vervolgens niet weten waar ze die in hun dag moeten zetten. Dus even praktisch. Omega+ neem je bij een maaltijd, twee softgels per dag. Bij het eten omdat het om vetten gaat, en die worden in gezelschap van ander eten prettiger opgenomen. Het maakt niet uit welke maaltijd, kies er gewoon een die je nooit overslaat. Vitamin B12+ is er een voor de ochtend. Eén zuigtablet onder je tong, laten smelten, niet doorslikken. Triple Magnesium+ is een halve maatschep in water. Veel mensen nemen die in de avond, en dat kan prima, maar ik zou je willen uitnodigen om ook eens de middag te proberen, rond het moment waarop je normaal naar je derde koffie grijpt. Dat is precies waarvoor wij het op kantoor gebruiken. Kom je uit op een dag met heel veel prikkels en heb je het idee dat een halve maatschep niet genoeg is, dan is er een manier om uit te zoeken wat bij jou past. Je verdeelt kleine hoeveelheden over de dag, een kwart maatschep per keer, en je bouwt op tot je merkt dat je ontlasting wat dunner wordt. Dan weet je waar je grens ligt en zak je terug naar drie keer een halve maatschep, daarna twee keer, en zo naar je onderhoudsdosering. Doe dit alleen als je er de tijd voor hebt om er rustig naar te kijken. Waarom deze drie samen in één bundel zitten Omdat ze op verschillende plekken in hetzelfde verhaal meedoen. DHA zit in de wanden van je zenuwcellen, magnesium doet mee in de overdracht tussen die cellen, en B12 en B6 doen mee in het werk van je zenuwstelsel en in het vrijmaken van energie uit je voeding. Ze vervangen elkaar niet. Zo denken we binnen de kPNI ook: je lichaam werkt niet met losse stoffen maar met processen waarin veel dingen tegelijk meedraaien. Ontbreekt er ergens een schakel in de keten, dan stokt het proces, hoeveel je ook van dat ene neemt. Een brede basis werkt daarom doorgaans prettiger dan één stof heel gericht. Bekijk de bundel Focus & Helder Hoofd In deze bundel zitten Omega+, Vitamin B12+ en Triple Magnesium+. Je kunt ze ook los bekijken. Voor wie dit past Ik zeg altijd: kijk eerst naar je dag en dan pas naar een product. Wie veel achter een scherm zit, veel schakelt tussen taken en aan het eind van de middag merkt dat het denken stroperig wordt, herkent zich waarschijnlijk in alles wat in deze reeks langskwam. Voor die persoon is dit een logische basis. Eet je al vier keer per week vette vis, sta je elke ochtend in het daglicht en werk je in rustige blokken, dan heb je het grootste deel van het verhaal al te pakken en is een aanvulling minder urgent. Dat is ook prima, en dat zeg ik liever eerlijk dan dat ik je iets aanpraat. Tot slot Een supplement is een aanvulling en geen vervanging van goed eten. Blijf dus twee keer per week vette vis eten, blijf groene groenten, noten en zaden op je bord zetten, en houd vast aan de dagindeling uit het vorige artikel. De bundel is de basislaag eronder, voor de dagen waarop het met eten alleen niet helemaal lukt. Heb je twijfel over wat bij jou past, stuur ons gerust een bericht. We helpen je heel graag verder. En een hele fijne dag. 1 DHA (750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. 2 EPA en DHA (1750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg EPA en DHA. 3 DHA (750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 4 Vitamine B12 (20.000 mcg per dagdosering Vitamin B12+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 5 Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg per dagdosering Vitamin B12+ en 1,4 mg per dagdosering Triple Magnesium+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 6 Folaat als 5-MTHF (400 mcg per dagdosering Vitamin B12+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 7 Magnesium (240 mg per dagdosering Triple Magnesium+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat je hersenen nodig hebben om te kunnen focussen Waarom de middagdip niet over wilskracht gaat Zo richt je je werkdag in voor meer focus
LEES MEERWat er met je hart en je hoofd gebeurt als je ouder wordt
◷ 7 min leestijd Er komt een moment waarop je merkt dat je lichaam net even anders reageert dan je gewend bent. Je loopt de trap op en je ademhaling komt hoger dan vroeger. De titel van het boek dat je vorige maand nog uitlas ligt ineens twee tellen verder weg. En na een avond met vrienden ben je de volgende dag stiller dan je op je veertigste zou zijn geweest. Ik hoor dat in mijn werk ontzettend vaak, en meestal met een zweem van schrik erin. Alsof er iets begonnen is dat je niet meer kunt bijsturen. Vanuit de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI kijk ik daar heel anders naar. Ouder worden is geen aftakeling die je overkomt, het is een verschuiving in hoe je lichaam zijn middelen verdeelt en in wat het van je vraagt. En als je begrijpt wat er verschuift, kun je er ook iets mee. Daar wil ik je in dit artikel graag in meenemen. In je lichaam wordt de hele dag energie verdeeld Binnen de kPNI hebben we een uitspraak die je overal terugziet: it is all about energy. Alles wat je lichaam doet, kost energie, en er is nooit genoeg voor alles tegelijk. Dus er wordt verdeeld. En die verdeling gaat volgens een vaste rangorde, waarbij sommige organen altijd voorgaan op andere. Wat mij daarin steeds weer opvalt als ik het uitleg, is hoe ongelijk die verdeling is. In rust zijn je hersenen, je hart, je lever, je nieren en je darmen de grootverbruikers. Je vetweefsel is juist het goedkoopste weefsel dat je hebt om te onderhouden, en je skelet zit daar dicht bij in de buurt. Er zit dus een enorm verschil tussen wat een kilo hartspier je per dag kost en wat een kilo vetweefsel je kost. Dat is precies waarom die verdeling ertoe doet. Wanneer er ergens in je lichaam langere tijd veel energie wordt opgeëist, dan voelen juist de dure organen dat. Bij een flinke infectie kan je afweersysteem tijdelijk een heel groot deel van je energie opeisen, en dan merk je dat je nergens toe komt. Je ligt op de bank, je hoofd doet niet mee, en dat is geen zwakte maar een verdeelbesluit van je lichaam. Je hart is de motor die nooit pauze neemt Je hart klopt ergens rond de honderdduizend keer per dag, je hele leven lang, zonder dat er ook maar één keer een moment is waarop het even stilstaat om bij te komen. Er is geen ander orgaan dat zo onophoudelijk mechanisch werk levert. Precies daarom is de hartspier per kilo het duurste weefsel dat je bezit. Een motor die nooit uit gaat, heeft twee dingen nodig: een constante toevoer van brandstof en onderhoud dat gewoon doorloopt. Dat onderhoud gebeurt in de uren dat jij niets doet. In je slaap klopt je hart rustiger en krijgt het lichaam ruimte om te herstellen. Een nacht met echte rust is voor je hart dus geen luxe maar onderdeel van het werk. Wat ik mensen vaak meegeef: je hart vraagt niet om iets spectaculairs. Het vraagt om regelmaat, om beweging die past bij wat je aankunt, en om bouwstoffen die er dagelijks zijn. En je hoofd staat altijd vooraan in de rij Bij die energieverdeling staan je hersenen op de eerste plaats. In de kPNI noemen we dat de selfish brain, de zelfzuchtige hersenen. Wat er ook gebeurt, je brein eist zijn deel op, en pas daarna is de rest aan de beurt. Dat klinkt onaardig, maar het is precies hoe je het zou ontwerpen als je iets bouwt dat moet overleven. Er is nog iets aan de hand met je hoofd dat veel verklaart. Je hersenen zijn in lagen gegroeid door de evolutie heen. De hersenstam is er al honderden miljoenen jaren, de middenhersenen kwamen daarboven, en het voorste deel van je grote hersenen, de prefrontale cortex, is de nieuwkomer. Laat dat nou net het deel zijn dat je gebruikt voor overzicht, plannen, taal en rustig afwegen. Die volgorde is ook een rangorde. In rustige omstandigheden mag dat voorste deel de leiding nemen, en dan kun je nadenken, wikken en wegen en een besluit uitstellen tot je meer weet. Zodra je systeem iets als urgent of onzeker inschat, draait die rangorde om. De oudere, snellere delen nemen het over, want die reageren in een fractie van de tijd. Voor de langzame, doordachte route is dan geen ruimte. Daarom komt in een gejaagde periode het diepere denkwerk niet van de grond, ook al doe je van alles. En daarom kost onzekerheid zoveel. Zolang je systeem niet weet welke kant iets op gaat, blijft het informatie verzamelen om die onzekerheid op te lossen, en daar gaat brandstof in zitten. Een week met veel losse eindjes kost je hoofd meer dan een week met drie heldere taken, ook als je op papier evenveel gedaan hebt. Waar je hersenen letterlijk van gemaakt zijn Dan het materiaal. Je hersenen zijn na je vetweefsel het vetrijkste orgaan dat je hebt. De wanden van je zenuwcellen bestaan voor een groot deel uit vetten, en de samenstelling van die wand bepaalt mede hoe soepel een signaal van de ene cel naar de volgende gaat. Het vetzuur dat in dat verhaal steeds terugkomt is DHA, een van de omega 3 vetzuren. Binnen de kPNI wordt het niet voor niets het hersenvetzuur genoemd. Het zit in de wanden van je zenuwcellen en heeft daarnaast een duidelijke relatie met dopamine, de stof die je motivatie en je aandacht mede aanstuurt in juist dat voorste deel van je hersenen. Wat interessant is: dezelfde vetzuren spelen ook mee in de aansturing van je slaap en waakritme. Belangrijk detail: EPA en DHA heten essentiële vetzuren omdat je lichaam ze zelf nauwelijks aanmaakt. Je moet ze dus uit je voeding halen, elke week opnieuw. Vette vis is daarvan veruit de rijkste bron. Wat er met de jaren verandert in wat je binnenkrijgt Er verandert met de jaren niet alleen iets aan wat je lichaam vraagt, maar ook aan wat het uit je eten haalt. Twee daarvan noem ik altijd, omdat ze zo praktisch zijn. Het eerste is vitamine B12. Die zit in je eten gebonden aan eiwit, en om hem daaruit los te maken heb je maagzuur nodig. Daarna is er een hulpstof nodig die in de maagwand wordt gemaakt, en pas dan kan B12 verderop in je darm worden opgenomen. Het zijn dus meerdere schakels achter elkaar, en beide stappen kunnen met de jaren wat trager verlopen. Dat is een bekend gegeven en simpelweg iets om rekening mee te houden. Het tweede is vitamine D. Je huid maakt die zelf aan onder invloed van zonlicht, en dat proces verloopt met de jaren minder vlot dan op je twintigste. Daar komt bij dat we met het ouder worden vaak wat minder uren buiten doorbrengen en ons in de zon beter bedekken. Niet voor niets adviseert de Gezondheidsraad vrouwen vanaf vijftig jaar en iedereen vanaf zeventig jaar om dagelijks vitamine D te nemen. Je zenuwstelsel als stroomdraad Nog één beeld dat ik graag gebruik, omdat het zoveel duidelijk maakt. Denk aan een elektriciteitskabel: een koperdraad met een rubberen laag eromheen. Die laag zorgt ervoor dat de stroom netjes doorloopt en niet onderweg weglekt. Rond veel van je zenuwen zit precies zo'n soort laag. Vitamine B12 doet mee in het onderhoud daarvan, en dat is een van de redenen dat deze vitamine zo nadrukkelijk bij je zenuwstelsel hoort. Wat ik hier zelf uit meeneem Ouder worden betekent in mijn ogen vooral dat de marges smaller worden. Op je vijfentwintigste kwam je met een slechte week en een matig bord nog wel weg. Nu voel je het sneller, en dat is niet erg, dat is informatie. Je lichaam laat gewoon eerder weten wat het nodig heeft. En daar zit ook het goede nieuws in, want de drie knoppen waar je aan kunt draaien zijn dezelfde gebleven: wat er op je bord ligt, hoe je je dag inricht, en of de bouwstoffen waar je lichaam mee werkt er dagelijks zijn. In het volgende artikel begin ik bij het bord, en laat ik zien welke accenten na je vijftigste logisch zijn om te verleggen. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waarom je voeding na je vijftigste andere accenten mag krijgen Bewegen, ritme en contact: wat je dag doet met je hart en je hoofd EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie
LEES MEEREPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie
◷ 7 min leestijd In deze reeks hebben we het hele plaatje langs zien komen. In het eerste artikel keken we naar wat er met de jaren verschuift: je hart als motor die nooit pauze neemt, je hoofd dat vooraan staat bij het verdelen van energie, en het gegeven dat je lichaam sommige stoffen met de jaren wat minder vlot uit je eten haalt. In het tweede artikel ging het over het bord, in het derde over bewegen, ritme en contact. Wat door alle drie de artikelen heen liep, waren de stoffen. Steeds dezelfde drie kwamen terug. In dit laatste deel zet ik ze op een rij, en laat ik zien waar je ze bij ScKIN in terugvindt. De drie die steeds terugkwamen EPA en DHA, de essentiële vetzuren uit vette vis. DHA wordt binnen de kPNI het hersenvetzuur genoemd: het zit in de wanden van je zenuwcellen en heeft een duidelijke relatie met dopamine in het voorste deel van je hersenen. Je lichaam maakt deze vetzuren zelf nauwelijks aan, dus ze komen uit je voeding. Vitamine B12, het verhaal van de stroomdraad met de rubberen laag eromheen, waardoor het signaal netjes doorloopt. De opname vraagt meerdere stappen achter elkaar, en die verlopen met de jaren wat trager. Vitamine D, die je huid onder invloed van zonlicht zelf aanmaakt en die maar in een handvol producten zit. Het proces in je huid verloopt met de jaren minder vlot, en de Gezondheidsraad adviseert vrouwen vanaf vijftig jaar en iedereen vanaf zeventig jaar om deze vitamine dagelijks te gebruiken. Die drie hebben we bij ScKIN samengebracht in één set, en die heet Hart, Hoofd & Energie. Daar zitten drie producten in. Omega+ voor de EPA en DHA De essentiële vetzuren uit artikel één en twee, dat is Omega+. Het is visolie, en de dagdosering van twee softgels levert 1000 mg EPA en 750 mg DHA. EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart.1 En: DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie.2 Daarnaast geldt: de inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen.3 Waar ik bij dit product zelf trots op ben, is de kwaliteit van de olie. Visolie is namelijk een gevoelig product en de mate waarin de olie geoxideerd is bepaalt in hoge mate wat je in huis hebt. De totoxwaarde van Omega+ ligt onder de 5, de vis is MSC gecertificeerd en wild gevangen Alaska Pollock, en we zijn Partner of GOED. De softgel is van visgelatine. Omega+ is dus een visproduct en past niet in een plantaardig voedingspatroon. Vitamin B12+ voor de B12 De stroomdraad uit artikel één, dat is Vitamin B12+. Een zuigtablet die je onder je tong laat smelten, met twee actieve vormen van B12: methylcobalamine en adenosylcobalamine. Daarnaast zit er folaat in als 5-MTHF en vitamine B6 in de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat. Vitamine B12 draagt bij tot de normale werking van het zenuwstelsel.4 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid.4 Vitamine B12 draagt bij tot een normale psychologische functie en is goed voor het concentratievermogen.4 En, passend bij alles wat er in je bloed gebeurt: vitamine B12 draagt bij tot een normale vorming van rode bloedcellen.4 De andere twee doen mee. Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.5 En: folaat helpt vermoeidheid te verminderen.6 Een praktische tip, want die vraag krijg ik voortdurend: niet doorslikken. Sabbelen, sabbelen, sabbelen tot er niets meer van over is. Zo komt het via je mondslijmvlies binnen en sla je de weg via je maag over. Dat is precies waarom we voor deze vorm gekozen hebben. Vitamin D+ voor de vitamine D De vitamine uit artikel twee en drie, dat is Vitamin D+. Eén capsule per dag met 75 mcg vitamine D3, dat is 3000 IE, opgelost in olijfolie. Verder zit er niets in, want vitamine D is vetoplosbaar en heeft alleen een goed dragervet nodig. Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem.7 Vitamine D draagt bij aan een normale spierwerking.7 Vitamine D draagt bij aan de instandhouding van sterke botten.7 En: vitamine D draagt bij aan een normale celdeling.7 Die spierwerking sluit mooi aan op het krachtstuk uit het vorige artikel. Je bouwt je spieren op met wat je doet, en het materiaal en de meewerkers komen van binnenuit. Hoe je ze op een dag inneemt Wat ik in de praktijk merk is dat mensen supplementen in huis halen en vervolgens niet goed weten waar ze die in hun dag moeten zetten. Dus even praktisch. Vitamin B12+ is er een voor de ochtend. Eén zuigtablet onder je tong, laten smelten, niet doorslikken. Omega+ neem je bij een maaltijd, twee softgels per dag. Bij het eten omdat het om vetten gaat, en die worden in gezelschap van ander eten prettiger opgenomen. Welke maaltijd maakt niet uit, kies er gewoon een die je nooit overslaat. Vitamin D+ is één capsule, en die zet je bij diezelfde maaltijd. Vitamine D is vetoplosbaar, dus samen met iets vets is precies wat je wilt. Veel mensen doen Omega+ en Vitamin D+ daarom bij de warme maaltijd, dat is één moment en dan staat het. Zo houd je twee momenten op een dag over: de zuigtablet in de ochtend en de twee capsulesoorten bij het avondeten. Dat is te onthouden, en dat is de belangrijkste voorwaarde. Waarom juist deze drie samen Omdat ze op verschillende plekken in hetzelfde verhaal meedoen. EPA en DHA zitten in de wanden van je cellen en horen bij je hart en je hersenen. B12 hoort bij je zenuwstelsel en bij het vrijmaken van energie. Vitamine D doet mee bij je afweer, je spieren en je botten. Ze vervangen elkaar niet, ze vullen elkaar aan. Zo kijken we binnen de kPNI ook naar het lichaam. Je werkt niet met losse stoffen maar met processen waarin heel veel dingen tegelijk meedraaien. Ontbreekt er ergens een schakel in de keten, dan stokt het proces, hoeveel je ook van dat ene neemt. Een brede basis werkt daarom doorgaans prettiger dan één stof heel gericht. Bekijk Hart, Hoofd & Energie In deze bundel zitten Omega+, Vitamin B12+ en Vitamin D+. Je kunt ze ook los bekijken. Voor wie dit past Ik zeg altijd: kijk eerst naar je dag en dan pas naar een product. Wie de vijftig gepasseerd is, weinig vette vis eet en in het najaar en de winter weinig buiten komt, herkent zich waarschijnlijk in het grootste deel van deze reeks. Voor die persoon is dit een logische basis. Eet je al twee keer per week vette vis, sta je elke ochtend buiten in het licht en ligt er dagelijks iets groens op je bord, dan heb je een flink stuk van het verhaal al te pakken en is een aanvulling minder urgent. Dat zeg ik liever eerlijk dan dat ik je iets aanpraat. Tot slot Een supplement is een aanvulling en geen vervanging van goed eten. Blijf dus vis op je bord zetten, blijf wandelen na het avondeten en houd vast aan dat contactmoment in je week. De set is de basislaag eronder, voor de dagen waarop het met eten alleen niet helemaal lukt. Twijfel je over wat bij jou past, stuur ons gerust een bericht. We helpen je heel graag verder. En een hele fijne dag. 1 EPA en DHA (1750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg EPA en DHA. 2 DHA (750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. 3 DHA (750 mg per dagdosering Omega+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 4 Vitamine B12 (20.000 mcg per dagdosering Vitamin B12+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 5 Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg per dagdosering Vitamin B12+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 6 Folaat als 5-MTHF (400 mcg per dagdosering Vitamin B12+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. 7 Vitamine D3 (75 mcg oftewel 3000 IE per dagdosering Vitamin D+). Goedgekeurde gezondheidsclaim. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat er met je hart en je hoofd gebeurt als je ouder wordt Waarom je voeding na je vijftigste andere accenten mag krijgen Bewegen, ritme en contact: wat je dag doet met je hart en je hoofd
LEES MEERBewegen, ritme en contact: wat je dag doet met je hart en je hoofd
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen ging het over wat er met de jaren verschuift en over wat je op je bord legt. Nu de rest van je dag, want daar zit minstens zoveel in. Hoe je beweegt, hoe je ritme loopt en hoeveel echt contact je hebt: dat zijn drie dingen die je hart en je hoofd elke dag raken, en waar je zelf volledig over gaat. Bewegen: het gaat vooral om de kleine beweging Als we het over bewegen hebben, denken de meeste mensen meteen aan sporten. Aan een uur in de sportschool of aan hardlopen. Terwijl het interessantste deel van het verhaal ergens anders zit. Binnen de kPNI kijken we veel naar wat spontane beweging doet. Dat is alles wat je op een dag beweegt zonder dat je het sport noemt: opstaan om iets te pakken, de trap in plaats van de lift, staand bellen, naar de winkel lopen, in de tuin bezig zijn. Die beweging blijkt een verrassend groot deel van je dagelijkse energieverbruik te bepalen, en er is een duidelijke link met dopamine, dezelfde stof die je motivatie en je aandacht mede aanstuurt. Daar zit ook meteen een lus in die je kunt herkennen. Een lichaam dat weinig beweegt, gaat minder zin krijgen om te bewegen, en dan wordt bewegen letterlijk duurder om op te starten. In de kPNI wordt dat het luie fenotype genoemd. Het goede nieuws is dat die lus twee kanten op draait: meer kleine beweging maakt de volgende beweging makkelijker. Praktisch zou ik dit doen. Zet elk uur even je voeten op de grond en loop een rondje door het huis of het kantoor. Neem standaard de trap. Wandel na het avondeten twintig minuten, dat is het ene gewoonteding met het hoogste rendement dat ik ken. En parkeer gewoon iets verder weg dan nodig. En daarnaast: twee keer per week iets zwaars tillen Naast die kleine beweging heb je na je vijftigste echt kracht nodig. Spiermassa onderhoud je door je spieren een prikkel te geven die zwaar genoeg is, en dat gebeurt niet tijdens een wandeling. Twee keer per week een half uur is genoeg. Dat mag in een sportschool, maar het mag ook thuis: opstaan uit een stoel zonder je handen te gebruiken, tien keer achter elkaar. Op je tenen staan bij het aanrecht. Een boodschappentas in elke hand de trap op. Opdrukken tegen de keukenkast. Begin met wat lukt en doe er elke week een herhaling bij. Een tip die ik veel geef: koppel het aan iets wat je toch al doet. Bijvoorbeeld elke keer als het water kookt, een serie van tien. Die koppeling maakt dat je het niet hoeft te onthouden. Ritme: je lichaam heeft niet één klok maar tientallen Dit vind ik zelf een van de mooiste stukken uit de kPNI. In je hypothalamus zit een centrale klok, een klein kerngebied dat de dagelijkse cycli in je lichaam aanstuurt. Maar die klok staat er niet alleen voor. Vrijwel elk orgaan heeft daarnaast zijn eigen klok: je lever, je darm, je hart. Die perifere klokken lopen mee met de centrale klok, en samen zorgen ze ervoor dat de juiste processen op het juiste moment van de dag aanstaan. Wat zo'n klok gelijk zet, heet een zeitgeber, letterlijk een tijdgever. En de belangrijkste zeitgeber voor je centrale klok is licht, veel meer dan je wekker of je agenda. Daar volgt een heel praktisch advies uit. Ga binnen een uur na het opstaan naar buiten, ook als het grijs is. Tien tot vijftien minuten buitenlicht in de ochtend is voor je klok een veel duidelijker signaal dan een volle dag binnenverlichting. En doe 's avonds het omgekeerde: dim de lampen in het laatste uur en leg je telefoon weg. Je geeft je systeem dan de tegenhanger van dat ochtendsignaal. Het gaat overigens niet alleen om licht. Ook je maaltijden, je beweging en je slaap en waaktijden geven je klokken informatie. Vaste etenstijden zijn daarom meer waard dan mensen denken. En een zware maaltijd laat op de avond vraagt van je vertering dat hij aan de slag gaat op het moment dat de rest van je lichaam juist naar herstel toe wil. De nacht is de onderhoudsploeg In je slaap klopt je hart rustiger, daalt je ademhaling en krijgt je lichaam de ruimte om op te ruimen en te herstellen. Dat is geen pauze in je dag, dat is een dienst die draait. Wat daarbij helpt is vooral regelmaat: rond dezelfde tijd naar bed en rond dezelfde tijd op, ook in het weekend. Een koele, donkere kamer. Geen zware maaltijd en geen alcohol vlak voor het slapen, want allebei geven ze je systeem in de nacht werk dat het liever niet doet. En cafeïne, zoals ik in het vorige artikel al zei, na een uur of twee in de middag niet meer. Rust in je systeem: het gas en de rem Je autonome zenuwstelsel heeft twee kanten. Er is een deel dat aanzet, dat je klaarmaakt om te handelen, en er is een deel dat afremt en je naar herstel brengt. Ze zijn allebei nodig, en het gaat om de afwisseling. Wat je niet wilt is dat het gas de hele dag licht ingetrapt blijft. Wat daarvoor werkt is verrassend klein. Adem langzamer uit dan je inademt, een paar minuten achter elkaar. Vier tellen in, zes tellen uit. Je remsysteem reageert vooral op die lange uitademing. Doe dat een paar keer per dag op vaste momenten, bijvoorbeeld voor elke maaltijd. Regelmaat werkt hier beter dan lengte. En bedenk wat we in het eerste artikel zagen: onzekerheid kost je systeem energie. Losse eindjes, open vragen en dingen waarvan je niet weet hoe ze aflopen, vragen voortdurend om aandacht. Alles wat je van je hoofd naar papier verplaatst, scheelt dus echt iets. Een lijst maken is in die zin geen administratie maar rust. Contact: de meest onderschatte factor Hier wil ik met nadruk bij stilstaan, want dit wordt in gezondheidsadvies vrijwel altijd overgeslagen. De mens is een groepsdier, en je systeem meet voortdurend of je erbij hoort. Langdurige eenzaamheid is voor je lichaam geen gevoelskwestie maar een signaal dat om reactie vraagt, en dat kost energie op precies dezelfde manier als andere spanning. Wat er met de jaren gebeurt is dat contact minder vanzelf gaat. De kinderen zijn het huis uit, werk valt weg of wordt kleiner, en een deel van je kring verdwijnt. Wat vroeger langskwam, moet je nu organiseren. Mijn advies is om het net zo concreet te maken als je sportmoment. Zet één vast contactmoment per week in je agenda: koffie met dezelfde vriendin op donderdag, wandelen met een buurvrouw, eten met de kinderen op zondag. Vaste afspraken houden stand, losse voornemens niet. En zoek iets waar je samen aan meedoet, een koor, een wandelgroep, vrijwilligerswerk, want samen iets doen geeft makkelijker verbinding dan tegenover elkaar zitten. Je hoofd wil ook werk Tot slot iets voor dat voorste hersendeel uit het eerste artikel. Dat deel houdt van nieuw. Een taal leren, een instrument oppakken, een route lopen die je niet kent, een kaartspel waarbij je echt moet nadenken. Herhalen wat je al kunt is prettig, maar het vraagt weinig van je. Iets nieuws leren vraagt juist wel iets, en dat is precies de bedoeling. Een week die klopt Als ik dit alles zou samenvatten in één weekbeeld: elke dag een wandeling na het eten en tien minuten ochtendlicht, twee keer per week iets zwaars tillen, twee keer per week vette vis, elke dag iets groens, één vast contactmoment, en een bedtijd die door de week heen ongeveer gelijk blijft. Dat is het. Geen van die dingen is spectaculair, en juist daarom is het vol te houden. In het laatste artikel van deze reeks zet ik de voedingsstoffen op een rij die in alle drie de artikelen terugkwamen, en laat ik zien waar je ze in terugvindt. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat er met je hart en je hoofd gebeurt als je ouder wordt Waarom je voeding na je vijftigste andere accenten mag krijgen EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie
LEES MEERWaarom je voeding na je vijftigste andere accenten mag krijgen
◷ 7 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat er met de jaren verschuift: je hart als motor die nooit pauze neemt, je hoofd dat altijd vooraan in de rij staat bij het verdelen van energie, en het feit dat je lichaam sommige stoffen met de jaren wat minder vlot uit je eten haalt. Nu het bord, want daar begint het praktische deel. Wat ik vooraf graag wil zeggen: dit gaat niet over streng worden. Het gaat over accenten verleggen. Dezelfde maaltijden, iets anders samengesteld. Hieronder loop ik langs wat in mijn ervaring na je vijftigste het meeste verschil maakt, en telkens ook waarom. 1. Zet bij elke maaltijd eiwit op je bord Dit is het accent dat ik het vaakst noem en dat het vaakst wordt onderschat. Je spiermassa neemt met de jaren af als je er niets tegenover zet, en spieren zijn niet alleen voor kracht. Ze zijn ook je voorraadkast: een plek waar je lichaam bouwstenen kan halen wanneer het die nodig heeft. Het praktische punt is de verdeling. De meeste mensen eten weinig eiwit bij het ontbijt, iets meer bij de lunch en veruit het meeste bij het avondeten. Je lichaam kan daar maar beperkt mee werken, want het slaat eiwit niet op voor later. Mik daarom op ongeveer twintig tot dertig gram per maaltijd, drie keer per dag. Concreet: twee eieren, een royale portie kwark of Skyr, een blik tonijn of makreel, kip of vis bij de warme maaltijd, of voor plantaardige dagen linzen, kikkererwten, tofu, tempeh en noten. Een ontbijt van alleen brood met jam haalt die twintig gram bij lange na niet. Doe er een ei bij of ruil in voor volle kwark met noten en fruit, en je bent er. 2. Twee keer per week vette vis Hier komen de essentiële vetzuren uit het vorige artikel terug, EPA en DHA. Je lichaam maakt ze zelf nauwelijks aan, dus ze moeten uit je eten komen. Vette vis is de rijkste bron die er is. Denk aan zalm, makreel, haring, sardines en ansjovis. Twee porties per week is een prima richtlijn. Vind je vis klaarmaken een gedoe, dan is blikvis je beste vriend. Sardines op volkoren toast met citroen en peterselie, makreel door een salade, of haring bij de lunch op zaterdag. Dat kost je geen minuut extra en levert precies wat je zoekt. Plantaardige bronnen zoals walnoten, lijnzaad en chiazaad leveren een ander omega 3 vetzuur, ALA. Je lichaam kan daar een deel van omzetten naar EPA en DHA, maar die omzetting is beperkt en verloopt bij de een beter dan bij de ander. Ze zijn dus een prima aanvulling, en geen vervanging van vis. 3. Houd rekening met hoe je vitamine B12 binnenkrijgt Vitamine B12 komt uit dierlijke producten: vlees, vis, ei en zuivel. Voor de opname heb je maagzuur nodig om de vitamine uit het eiwit los te maken, plus een hulpstof uit je maagwand. Beide stappen verlopen met de jaren wat trager, en dat is gewoon iets om rekening mee te houden. Wat daarbij helpt is spreiden. Je lichaam neemt per keer maar een beperkte hoeveelheid op, dus drie momenten op een dag met een beetje B12 werken prettiger dan één keer een grote portie. Eet ook rustig en kauw goed, want je vertering begint in je mond en een gehaaste maaltijd doorloopt die eerste stappen slechter. Eet je weinig of geen dierlijke producten, dan is dit het punt waar je bewust een keuze maakt. Plantaardige voeding levert deze vitamine namelijk niet in bruikbare vorm. 4. Denk aan vitamine D, ook buiten de winter Vitamine D maak je aan in je huid onder invloed van zonlicht, en dat proces verloopt met de jaren minder vlot. In voeding zit hij maar in een handvol producten: vette vis, eigeel, paddenstoelen die in de zon hebben gestaan en verrijkte margarine. Twee praktische dingen. Vitamine D is vetoplosbaar, dus neem hem samen met iets vets, gewoon bij een maaltijd. En kijk of je er dagelijks een moment buiten in kunt bouwen, ook als het bewolkt is. De Gezondheidsraad adviseert vrouwen vanaf vijftig jaar en iedereen vanaf zeventig jaar om dagelijks vitamine D te gebruiken, en dat advies staat los van het seizoen. 5. Groen op je bord, elke dag Groene bladgroenten zijn een van de rijkste bronnen van magnesium die er zijn, en dat is geen toeval: magnesium zit letterlijk in het hart van het bladgroen. Daarnaast leveren ze folaat, kalium en vezels. Spinazie, boerenkool, snijbiet, rucola, broccoli, spruiten. Een handvol spinazie door een omelet, boerenkool door een soep, broccoli als standaard groente bij de warme maaltijd. Het hoeft niet ingewikkeld. Ik zeg altijd: als er elke dag iets groens op je bord ligt, heb je een groot deel al te pakken. 6. Let op de kleur van je groente en fruit Kleur is de makkelijkste manier om variatie te regelen zonder met lijsten te werken. Rood, oranje, paars, diepgroen: elke kleur staat voor een andere groep plantenstoffen. Mik op vier of vijf kleuren over een dag verdeeld. Een handvol bessen bij je ontbijt, wortel of paprika bij de lunch, rode kool of bieten bij het avondeten. 7. Combineer je koolhydraten altijd met eiwit, vet of vezels Een maaltijd van uitsluitend snelle koolhydraten geeft een piek en daarna een dip, en dat patroon herhaalt zich de hele dag. Je merkt het aan je energie en aan je concentratie. De oplossing is simpel: laat koolhydraten nooit alleen op je bord liggen. Dus geen cracker met jam maar een cracker met hummus en tomaat. Geen bord pasta alleen, maar pasta met een flinke portie groente en een eiwitbron. Fruit prima, maar liefst samen met een handvol noten. Je energie loopt dan veel gelijkmatiger door de dag, en dat voel je vooral in de namiddag. 8. Kook meer zelf en eet minder uit een pakket Hoe verder een product van zijn oorsprong af staat, hoe minder er meestal nog in zit van wat je zoekt. Sterk bewerkte producten leveren veel energie en weinig materiaal. Dat betekent niet dat er nooit iets uit een pakket mag komen, wel dat het de uitzondering hoort te zijn en niet de basis. Een praktische route: kook een paar keer per week dubbel en vries porties in. Dan is er op een drukke avond altijd iets goeds binnen handbereik en hoef je niet terug te vallen op wat er toevallig in de vriezer ligt. 9. Drink verspreid over de dag, en kijk naar je koffie Met de jaren wordt je dorstprikkel minder duidelijk, dus je merkt minder goed wanneer je te weinig hebt gedronken. Een fles water op je werkplek en een glas water bij elke maaltijd lost dat grotendeels op. Over koffie ben ik nuchter: geniet ervan, maar zet een grens in de tijd. Cafeïne werkt langer door dan de meeste mensen denken, en met de jaren wordt je systeem daar gevoeliger voor. Na een uur of twee in de middag nog een espresso kan je avond en je nacht echt beïnvloeden. Hoe je dit aanpakt zonder dat het een project wordt Kies twee punten uit dit artikel en houd die een maand vol. Voor de meeste mensen zijn eiwit bij het ontbijt en twee keer per week vette vis de twee met de meeste opbrengst per moeite. Als die eenmaal vanzelf gaan, pak je er een derde bij. In het volgende artikel gaat het over de rest van je dag: bewegen, je ritme en contact met anderen. Want wat je eet is één helft van het verhaal, en hoe je je dag inricht is de andere. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat er met je hart en je hoofd gebeurt als je ouder wordt Bewegen, ritme en contact: wat je dag doet met je hart en je hoofd EPA, DHA, B12 en vitamine D: de bundel Hart, Hoofd & Energie
LEES MEERZo richt je je werkdag in voor meer focus
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat focus eigenlijk is en waarom je aandacht door de dag heen golft. Nu maken we er iets praktisch van: hoe je een werkdag zo neerzet dat je meewerkt met je eigen ritme in plaats van er de hele dag tegenin te duwen. Ik loop de dag met je door. Kies er twee of drie dingen uit die in jouw dag passen, en houd die een paar weken vol. Alles tegelijk omgooien werkt bij niemand. Het eerste uur: zet je klok gelijk Je centrale klok laat zich vooral bijstellen door licht, en het licht van de vroege ochtend is daarvoor het sterkste signaal dat er is. Ga daarom binnen het eerste uur na het opstaan naar buiten, ook als het bewolkt is. Buitenlicht is op een grijze dag nog altijd vele malen sterker dan het licht in je woonkamer, en je ogen merken dat verschil wel degelijk op, ook als jij dat gevoelsmatig niet zo ervaart. Tien minuten buiten is genoeg. Loop een rondje, breng de kinderen weg, drink je koffie in de deuropening. Wat je hiermee doet is je hele dagritme scherper zetten, en dat werkt door tot in de avond. Sla in dat eerste uur je gordijnen open in plaats van je telefoon. De volgorde maakt uit: begin je met scrollen, dan begin je met schakelen, en dan is je hoofd al aan het werk voordat je bewust je dag hebt gekozen. Het ontbijt: waar het materiaal binnenkomt Bouw je ontbijt op rond eiwit, en niet rond snelle koolhydraten. Eieren, volle yoghurt of kwark met noten en zaden, of iets hartigs met vis. Doe er groente of fruit bij en een goede vetbron. Er zit nog een tweede reden achter. Uit de kPNI weten we dat het aminozuur tryptofaan, dat je uit eiwitrijke voeding haalt, in de loop van de dag de grondstof levert voor de stoffen die je 's avonds juist tot rust laten komen. Wat je 's ochtends eet, werkt zo door tot in je avond. Dat vind ik zelf een van de mooiste voorbeelden van hoe alles in je lichaam aan elkaar hangt. Doe er twee keer per week vette vis bij, ergens in je week. Zalm, makreel, haring of sardines. Dat is de rijkste bron van DHA die er is, en DHA zit in de wanden van je zenuwcellen. De ochtend: hier hoort je zwaarste werk Je opstahormoon staat kort na het wakker worden op zijn hoogst en zakt daarna geleidelijk. Dat betekent dat de eerste uren van je werkdag de uren zijn waarin overzicht, plannen en complex denkwerk je het makkelijkst afgaan. Doe daar dus je zwaarste taak. Niet je mail, niet je berichten, niet even snel wat kleine dingen wegwerken zodat je hoofd leeg is, want dat is precies de val. Die kleine dingen zijn kleine schakelmomenten, en elke schakeling kost je een nieuw beetje brandstof. Praktisch: blok in je agenda elke ochtend een blok van vijftig tot negentig minuten voor één ding. Meldingen uit, telefoon uit het zicht, één tabblad. Dan pauze. Dan eventueel een tweede blok. Die blokduur is niet willekeurig. Je stresshormoon komt in pulsen van ongeveer een uur, en je aandacht golft daarmee mee. Als je die golf volgt in plaats van hem te negeren, krijg je in twee blokken meer af dan in vier uur half opletten. Bewegen doe je liever vroeg dan laat Beweging zet je stresssysteem tijdelijk aan, en dat is precies de bedoeling. Alleen past dat aanzetten in de ochtend en veel minder goed vlak voor het slapengaan, want dan gaat het in tegen de kant die je lichaam op wil. Zet je sport dus liever in de ochtend of vroege middag. Lukt dat niet, dan is een stevige wandeling na het eten een prima alternatief. Ook dat helpt bij het opnemen van glucose in je spieren, wat de dip erna vlakker maakt. De lunch en de middag Eet je lunch weg van je scherm. Dat klinkt als een detail en het is er geen: doorwerken tijdens het eten betekent dat er geen enkel moment in je dag zit waarop je hoofd niet aan staat. Bouw je lunch net zo op als je ontbijt: eiwit en groente eerst, koolhydraten erbij en niet als hoofdmoot. Een kom met vis, kip, ei of peulvruchten, flink wat groente, wat volkoren of zoete aardappel, en olijfolie, noten of avocado erover. Plan daarna geen groot denkwerk. Zet in de middag de dingen die minder overzicht vragen: mail, bellen, afstemmen, opruimen, voorbereiden. En loop rond een uur of drie tien minuten naar buiten. Dat combineert licht en beweging op precies het moment dat je het nodig hebt. Merk je dat je in de middag naar koffie grijpt, probeer dan een paar dagen iets anders. Water met wat mineralen erin, of iets met magnesium. Wat je namelijk niet wilt, is dat de cafeïne van vier uur je avond in de weg gaat zitten, want dan begin je morgen met minder herstel en kom je die dip eerder tegen. De avond: het licht bepaalt hoe je morgen begint Dit is het stuk dat de meeste mensen overslaan, en het bepaalt behoorlijk hoe je volgende werkdag verloopt. Waar ochtendlicht je klok wakker zet, doet fel licht in de avond precies het tegenovergestelde: het houdt je systeem in de dagstand terwijl het naar de nachtstand toe wil. Praktisch betekent dat: dim je licht in de laatste twee uur. Grote plafondlampen uit, kleine lampen laag bij de grond aan. Zet de nachtstand op je telefoon en laptop aan, en leg je telefoon het laatste half uur weg. Drink geen alcohol vlak voor het slapen, want dat gaat rechtstreeks in tegen de stof die je avondritme regelt. Eet je laatste maaltijd niet te laat en maak hem niet te zwaar. Je lichaam schakelt in de avond naar opruimen en herstellen, en een grote maaltijd houdt het nog uren in de verteerstand. Een voorbeelddag op een rij Binnen een uur na opstaan: tien minuten naar buiten, gordijnen open, geen telefoon. Ontbijt: eiwit, groente of fruit, goede vetten. Koffie erbij mag, maar niet in plaats van eten. Eerste werkblok: vijftig tot negentig minuten, één taak, meldingen uit. Pauze: opstaan, bewegen, water. Geen scherm. Tweede werkblok: zelfde opzet, tweede zware taak. Lunch: weg van je scherm, eiwit en groente eerst. Middag: licht werk, overleg, afstemmen. Rond drie uur: tien minuten naar buiten. Laatste twee uur van de avond: licht dim, schermen zacht, telefoon weg. En de bouwstoffen dan Een dagindeling regelt de omstandigheden, en dat is de helft van het verhaal. De andere helft is het materiaal waar je lichaam mee werkt, en dat komt uit wat je eet. DHA uit vette vis, magnesium uit groene bladgroenten, noten, zaden en peulvruchten, vitamine B12 uit vlees, vis, ei en zuivel, en vitamine B6 uit vis, gevogelte, volkoren producten, banaan en aardappel. Zie het als twee lagen die elkaar nodig hebben. Je kunt je dag perfect indelen en toch weinig te werken hebben, en je kunt prima eten en het jezelf met je indeling alsnog onnodig lastig maken. In het laatste artikel van deze reeks zet ik die stoffen op een rij en laat ik zien waar je ze bij ons vindt. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat je hersenen nodig hebben om te kunnen focussen Waarom de middagdip niet over wilskracht gaat DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd
LEES MEERWaarom de middagdip niet over wilskracht gaat
◷ 6 min leestijd Rond een uur of drie zakt het weg. Je zit nog wel achter je bureau, maar het denken gaat stroperig, je leest trager, en de beslissing die je vanochtend in twee minuten nam ligt er nu al een half uur. Wat de meeste mensen dan doen is zichzelf toespreken. Even doorbijten. Nog een koffie. En wat de meeste mensen daarna doen, is zich er een beetje schuldig over voelen. In het vorige artikel keken we naar wat focus in je lichaam eigenlijk is. In dit artikel wil ik graag laten zien waarom die middagdip een heel logisch gevolg is van hoe je systeem in elkaar zit, en waar je wel en niet aan kunt draaien. Je hebt een klok, en die loopt gewoon door Diep in je hersenen zit een centrale klok. In de kPNI heet dat de suprachiasmatische kern, en die klok bepaalt het ritme van bijna alles in je lichaam: je hormonen, je temperatuur, je hartslag, je bloeddruk, en dus ook je waakzaamheid. Die klok laat zich vooral gelijkzetten door licht. Onder die klok hangt je stressas, en die geeft cortisol af in een vast dagpatroon. Cortisol heeft een slechte naam, maar het is in de eerste plaats je opstahormoon. Het piekt in de vroege ochtend, kort na het wakker worden, en zakt daarna geleidelijk door de dag heen. Dat is geen fout in het systeem, dat is het ontwerp. Je hebt het hoogst als je aan de dag begint en het laagst als je gaat rusten. Als je dat naast je agenda legt, dan zie je meteen iets. Het moment waarop de meeste mensen hun zwaarste denkwerk plannen, ergens tussen half drie en half vijf omdat de ochtend vol vergaderingen zat, is precies het moment waarop dat opstahormoon het verst gezakt is. Je vraagt op dat tijdstip iets van je systeem wat het op dat tijdstip het minst makkelijk geeft. Daar komt bij dat cortisol niet gelijkmatig druppelt maar in pulsen komt, ongeveer één per uur. Je aandacht golft dus door de dag heen, ook binnen een ochtend. Dat verklaart waarom je soms twintig minuten volledig in iets zit en het daarna even niet meer lukt. Dat is een golf, geen gebrek aan discipline. Je brein staat vooraan in de rij, maar wel bij wat er ligt In het vorige artikel schreef ik over de zelfzuchtige hersenen: je brein eist zijn energie op vóór de rest van je lichaam. Wat daarbij hoort, is dat je hersenen vrijwel volledig op glucose draaien en zelf nauwelijks voorraad hebben. Ze leven van wat er op dat moment binnenkomt. Dus wat er in de uren daarvoor op je bord lag, telt door. Een lunch van alleen snelle koolhydraten, een broodje wit met beleg en een glas sap erbij, geeft eerst een piek en daarna een diepe dip. En dat is niet iets abstracts: dat is precies het moment waarop het denken zwaarder gaat voelen. Ontbijt je met alleen een boterham en koffie, dan begint dat patroon al veel eerder op de dag, en de dip van drie uur is dan eigenlijk al de derde van die dag. Er is nog een reden dat je in de middag leeg kunt zijn. Zodra jouw systeem de hele ochtend onzekerheid heeft moeten oplossen, en dat is wat je doet bij een dag vol schakelen tussen taken, mail, berichten en overleg, dan is er de hele ochtend extra energie naar je hoofd getrokken. Elke keer dat je van taak wisselt moet je brein opnieuw uitzoeken waar het was, wat er nu telt en wat de bedoeling is. Dat kost telkens een nieuw beetje brandstof. Twintig keer schakelen is duurder dan twee uur aan één ding werken, ook al staat er aan het eind minder op je lijst. Waarom nog een koffie zelden het antwoord is Koffie dempt het signaal dat je moe bent. Het haalt de moeheid zelf niet weg en het levert geen brandstof. Wat je dus doet, is de melding uitzetten terwijl het onderliggende plaatje hetzelfde blijft. Bij één kop in de ochtend is dat prima. Bij de derde kop na twee uur 's middags gebeurt er iets anders: cafeïne blijft uren in je lichaam werken en gaat de avondkant van je ritme in de weg zitten. En dan begin je de volgende dag met minder herstel, waardoor je die dip weer eerder tegenkomt. Wij nemen op kantoor rond een uur of drie vaak juist geen koffie, maar iets met magnesium erin. Dat is een gewoonte die ik veel mensen aanraad, gewoon omdat je dan iets doet wat past bij het moment van de dag in plaats van er tegenin te gaan. Wat wél helpt op het moment zelf Praktisch, in volgorde van hoeveel het doorgaans oplevert. Ga naar buiten, tien minuten. Daglicht is de sterkste zetter van je klok, en een middagwandeling doet twee dingen tegelijk: je krijgt licht binnen en je komt in beweging. Beweging helpt bij het opnemen van glucose in je spieren, wat de dip vlakker maakt. Tien minuten is genoeg, en het werkt beter dan een kwartier op je telefoon op de bank. Zet je zware denkwerk in de ochtend. Dit is de grootste winst en het kost je niets. Blok het eerste deel van je dag voor het werk dat overzicht vraagt, en zet mail, overleg en administratie in de middag. Je doet hetzelfde werk, alleen op het tijdstip waarop je systeem het makkelijker geeft. Bouw je lunch anders op. Begin met eiwit en groente, dan pas de koolhydraten. Een kom met kip of vis of eieren, flink wat groente, wat volkoren of peulvruchten erbij, en een goede vetbron zoals olijfolie, noten of avocado. Je merkt het verschil dezelfde middag nog. Drink water. Simpel en saai, en toch is dit een van de eerste dingen waar je aandacht onder lijdt. Zet een fles op je bureau zodat je er niet over hoeft na te denken. Werk in blokken en accepteer de golf. Werk vijftig tot negentig minuten aan één ding, met je meldingen uit, en neem dan echt even pauze. Niet even scrollen, maar opstaan, bewegen, uit het raam kijken. Je gaat mee met het ritme dat er toch al is. En het deel dat over voeding gaat De stoffen uit het vorige artikel komen hier terug, want ze doen mee in precies dit stuk. Magnesium speelt een rol in het vrijmaken van energie uit je voeding, en zit tegelijk op die dimmer in de prikkeloverdracht. Vitamine B12 en vitamine B6 doen mee in het werk van je zenuwstelsel en in de omzetting van je eten naar bruikbare energie. En DHA zit in de wanden van je zenuwcellen en heeft een link met dopamine, de stof die je aandacht en je zin om ergens aan te beginnen mede aanstuurt. Wat ik daarmee wil zeggen: die middagdip is geen wilskrachtprobleem. Het is de optelsom van je klok, je bloedsuiker, hoeveel je hebt moeten schakelen en waar je lichaam mee heeft kunnen werken. Aan elk van die vier kun je iets doen. In het volgende artikel maak ik daar een concrete dagindeling van, van het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je je laptop dichtklapt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat je hersenen nodig hebben om te kunnen focussen Zo richt je je werkdag in voor meer focus DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd
LEES MEERWat je hersenen nodig hebben om te kunnen focussen
◷ 7 min leestijd Je zit achter je scherm, je leest dezelfde zin voor de derde keer, en er komt gewoon niets binnen. Je denkt: ik moet even beter mijn best doen. Dus je zet nog een koffie, je schuift je stoel wat aan, en tien minuten later zit je weer op je telefoon zonder dat je precies weet hoe je daar terecht bent gekomen. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI zo interessant vind aan focus, is dat we er bijna altijd over praten alsof het een karaktertrek is. Alsof de een nou eenmaal geconcentreerd is en de ander niet. Terwijl focus in je lichaam gewoon een proces is dat draait. Er is energie voor nodig, er zijn bouwstoffen voor nodig, en er zijn omstandigheden waarin dat proces makkelijker loopt dan in andere. Ik wil je in dit artikel graag meenemen in hoe dat werkt, want als je dat eenmaal ziet, ga je heel anders naar je eigen aandacht kijken. Je hersenen zijn zelfzuchtig, en dat is maar goed ook Binnen de kPNI werken we met een principe dat de selfish brain heet, de zelfzuchtige hersenen. Het komt erop neer dat je brein bij het verdelen van energie in je lichaam altijd vooraan in de rij staat. Wat er ook gebeurt, je hersenen eisen hun deel op, en pas daarna is de rest aan de beurt. Dat klinkt asociaal, maar het is precies hoe je het zou ontwerpen als je iets wilt bouwen dat moet overleven. Een lichaam zonder werkend brein redt het niet. Je moet je voorstellen dat er een soort pomp bestaat die energie naar je hoofd trekt. In de kPNI noemen we dat het brain pull systeem. Wordt het spannend, moet je snel beslissen, of is er iets onzekers aan de hand, dan gaat die pomp harder werken en gaat er meer energie naar je hoofd. Handig in een situatie waarin je een besluit moet nemen. Alleen: als dat systeem dag in dag uit op scherp staat, dan trekt je brein continu aan die energie. En dat voel je. Onzekerheid is daarbij een enorme energieslurper. Zodra jouw systeem niet weet welke kant iets op gaat, gaat het informatie verzamelen om die onzekerheid op te lossen, en daar is brandstof voor nodig. Een dag met veel losse eindjes, veel wisselende prioriteiten en veel dingen waarvan je niet weet hoe ze aflopen, kost je hoofd daarom veel meer dan een dag met drie duidelijke taken. Ook als je op papier evenveel gedaan hebt. Het denkende deel van je brein is het jongste deel Er is nog iets. Je hersenen zijn in laagjes gegroeid door de evolutie heen. De hersenstam is er al ontzettend lang, de middenhersenen kwamen daarboven, en het voorste deel van je grote hersenen, de prefrontale cortex, is evolutionair gezien de nieuwkomer. En laat dat nou net het deel zijn dat je gebruikt voor overzicht, plannen, taal en complex denkwerk. Alles wat wij focus noemen, zit daar. Wat je moet weten is dat die volgorde ook een rangorde is. In rustige omstandigheden mag dat voorste deel de leiding nemen. Je kunt dan nadenken, afwegen, een beslissing uitstellen tot je meer weet. Maar zodra jouw systeem iets als dreigend of urgent inschat, draait die rangorde om. De snelle, oudere delen nemen het over, want die reageren in een fractie van de tijd. Er is dan simpelweg geen ruimte voor de langzame, doordachte route. Dat verklaart iets wat veel mensen herkennen: dat je in een drukke, gejaagde week wel van alles doet, maar het diepe denkwerk niet van de grond komt. Je bent niet lui en je bent niet minder slim geworden. Je systeem heeft alleen tijdelijk voorrang gegeven aan snel reageren boven rustig nadenken. Pas als de druk eraf gaat, mag dat voorste deel weer meedoen. Hoe je zenuwcellen elkaar iets doorgeven Dan het niveau eronder, want daar wordt het pas echt praktisch. Aandacht en leren draaien in je hoofd op prikkeloverdracht: de ene zenuwcel geeft iets door aan de volgende. Wat we in de kPNI langetermijnpotentiatie noemen, is precies het mechanisme waarmee je opslaat wat je leert, waarmee je een beweging automatiseert en waarmee je oplet. Het is letterlijk het proces achter opletten. Bij die overdracht heb je twee kanten nodig. Er zijn stoffen die aanzetten, glutamaat is daar de bekendste van, en er zijn stoffen die weer dempen, zoals GABA en taurine. Zie het als een schakelaar met een dimmer erop. Zonder aanzetten gebeurt er niets, maar zonder dimmen gaat alles tegelijk aan en dan is er ook geen focus meer, alleen nog ruis. Een hoofd dat overprikkeld is, is niet een hoofd dat te weinig doet. Het is een hoofd waar de dimmer het zwaar heeft. Precies op die dimmer zit magnesium. Het mineraal speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen en helpt die schakelaar rustiger te laten reageren. En dat is nou net waarom mensen die veel achter een scherm zitten en veel prikkels verwerken, aan het eind van de dag zo'n vol hoofd hebben. Ik ken dat zelf ook heel goed van cursusdagen: acht uur luisteren en meedenken, en dan naar buiten lopen met een plofhoofd. De stoffen die in dit werk meedoen Als je dit zo op een rij ziet, dan wordt ook duidelijk welke voedingsstoffen hierin een rol spelen. Niet als wondermiddel, gewoon als materiaal waar je lichaam mee werkt. DHA is een omega 3 vetzuur en wordt binnen de kPNI hét hersenvetzuur genoemd. Dat is niet voor niets. Het zit in de wanden van je zenuwcellen en bepaalt mede hoe soepel die wanden zijn, en dus hoe goed het signaal doorkomt. Er is ook een duidelijke link met dopamine, de stof die je motivatie en je aandacht mede aanstuurt in juist dat voorste deel van je hersenen. Je lichaam maakt DHA nauwelijks zelf aan, dus je haalt het uit je voeding. Vette vis is veruit de rijkste bron: zalm, makreel, haring, sardines. Magnesium zit dus op die dimmer in de prikkeloverdracht, en doet daarnaast mee in het vrijmaken van energie uit je voeding. Je vindt het in groene bladgroenten, noten, zaden, peulvruchten en pure chocolade. Groene groenten zijn er rijk aan omdat magnesium letterlijk in het hart van het bladgroen zit. Vitamine B12 is betrokken bij je zenuwstelsel. Ik leg het altijd uit met een stroomdraad: om een draad heen zit een rubberen omhulsel, en dat zorgt ervoor dat de stroom netjes doorloopt en niet weglekt. Rond je zenuwen zit zo'n zelfde soort laag. B12 doet mee bij het onderhoud daarvan. Je haalt het uit dierlijke producten: vlees, vis, ei en zuivel. Vitamine B6 is wat we een cofactor noemen: een meewerker. Zonder B6 lopen allerlei omzettingen in je hoofd minder soepel, onder andere in de aanmaak van neurotransmitters. Die vind je in vis, gevogelte, banaan, aardappel en volkoren producten. En dan is er nog een interessant rijtje dat in de kPNI de hersenselectieve mineralen heet: ijzer, zink, koper en selenium. Wat opvalt is dat die alle vier ruim voorkomen in zeevoedsel, net als DHA. Dat is geen toeval. Er is een sterke aanwijzing dat de menselijke hersenen zich juist aan de kust hebben kunnen ontwikkelen, omdat daar alles bij elkaar lag wat een groeiend brein nodig had. Wat je hier vandaag al mee kunt Drie dingen om mee te beginnen. Eet twee keer per week vette vis, dat is de makkelijkste manier om aan DHA te komen. Zet elke dag iets groens en een handvol noten of zaden op je bord voor magnesium. En kijk eens eerlijk naar hoeveel losse eindjes er in je dag zitten, want onzekerheid over hoe iets afloopt kost je hoofd meer energie dan de taak zelf. In het volgende artikel ga ik in op iets waar bijna iedereen tegenaan loopt: die dip halverwege de middag. En waarom dat echt niet gaat over of je je best doet. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waarom de middagdip niet over wilskracht gaat Zo richt je je werkdag in voor meer focus DHA, B12 en magnesium: de bundel Focus & Helder Hoofd
LEES MEER


