◷ 6 min leestijd
In het vorige artikel keken we naar wat energie eigenlijk is, en waarom moe-zijn dieper zit dan alleen een korte nacht. Nu wordt het praktisch, want daar heb je het meest aan. Hieronder loop ik langs de dingen die in mijn ervaring het meeste verschil maken voor hoeveel energie je overhoudt. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk te doen. Kies er twee of drie uit en houd die een paar weken vast, dat werkt beter dan alles in één keer omgooien.
1. Houd je bloedsuiker rustig
Dit is misschien wel de belangrijkste, en de meeste mensen zijn zich er niet van bewust. Als je ontbijt vooral uit snelle koolhydraten bestaat, denk aan een boterham met jam, een croissant of alleen fruit, dan schiet je bloedsuiker omhoog en daarna weer omlaag. Die dip voel je als een moment waarop je even helemaal leeg bent en trek krijgt in iets zoets. En dan begint het patroon opnieuw. De hele dag piek en dal, en elke dip kost je energie en focus.
De oplossing is eenvoudig: combineer je koolhydraten steeds met wat eiwit en vet. Yoghurt met noten, volkorenbrood met ei of avocado, havermout met wat zaden. Je bloedsuiker blijft dan veel gelijkmatiger, en dat merk je aan een rustiger, stabieler energieniveau zonder die scherpe inzinkingen.
2. Begin je dag met eiwit
In het verlengde daarvan: veel vrouwen eten 's ochtends weinig eiwit, terwijl juist dat je een stabiele basis geeft voor de rest van de dag. Een ei, wat kwark of skyr, een handje noten. Het houdt je langer verzadigd en voorkomt dat je rond half elf alweer omvalt. Zie het als het fundament onder je dag.
3. Eet gevarieerd en kleurrijk
Je energiefabriekjes hebben, zoals we vorige keer zagen, meewerkers nodig in de vorm van vitamines en mineralen. Die haal je uit je voeding, en hoe gevarieerder je eet, hoe breder dat aanbod is. Een praktische truc: let bij je groente eens bewust op kleur. Groen, rood, oranje, paars. Zo krijg je vanzelf meer verschillende voedingsstoffen binnen, zonder dat je met lijstjes hoeft te werken.
Groene bladgroenten, noten, pitten en peulvruchten leveren onder andere magnesium, dat meedoet in de energiestofwisseling. De B-vitamines zitten verspreid over volkoren producten, ei, vlees en groente. Juist doordat ze zo verspreid zitten, is variatie zo belangrijk.
4. Let op waar B12 vandaan komt
Eén ding wil ik er apart uitlichten, omdat het zo vaak over het hoofd wordt gezien. Vitamine B12 komt vrijwel alleen uit dierlijke producten: vlees, vis, eieren en zuivel. Plantaardige bronnen leveren het nauwelijks in een vorm die je lichaam kan gebruiken. Eet je grotendeels plantaardig, dan is het dus goed om daar bewust aandacht aan te geven. B12 speelt een rol in je energiestofwisseling en je zenuwstelsel, en daar kom ik in het volgende artikel uitgebreid op terug.
5. Wees slim met cafeïne
Koffie geeft geen energie, het leent energie. Het maskeert even dat je moe bent, maar de energie zelf komt er niet bij. En drink je het laat op de dag, dan zit het je 's avonds in de weg bij het inslapen, waardoor je de volgende dag weer met een achterstand begint. Mijn tip: geniet van je koffie in de ochtend, en stop er na een uur of twee, drie 's middags mee. Vervang die middagbak eens door een glas water of een korte wandeling, en let op wat dat doet.
6. Drink genoeg, verspreid over de dag
Zelfs een beetje uitdroging maakt je al futloos en wazig in je hoofd. Toch drinken veel mensen pas als ze echt dorst hebben, en dan loop je eigenlijk al achter de feiten aan. Zet een fles water op je bureau en neem bij elke maaltijd een glas. Zo'n simpele gewoonte, en het scheelt merkbaar in hoe helder je je voelt. Merk je dat je het vergeet, koppel het dan aan iets wat je toch al doet, bijvoorbeeld een glas water elke keer als je opstaat van je bureau.
7. Bewaak je prikkels
Dit onderschatten we enorm. Een dag vol schermen, meldingen, gesprekken en dingen die je aandacht vragen, is voor je zenuwstelsel hard werken. Aan het einde van zo'n dag ben je moe zonder dat je fysiek iets zwaars hebt gedaan. Dat is prikkelmoeheid. Bouw daarom bewust momenten in waarop je even niks doet: een korte wandeling zonder telefoon, tien minuten met je koffie bij het raam, gewoon even niks. Regelmaat werkt daarbij beter dan één lang moment.
8. Kom overdag in beweging en buitenlicht
Het klinkt tegenstrijdig als je moe bent, maar juist zitten maakt vermoeidheid vaak erger. Een korte wandeling, liefst in daglicht, zet je lichaam aan en helpt je energiehuishouding op gang. Ochtendlicht helpt bovendien je dag-en-nachtritme, waardoor je 's avonds makkelijker tot rust komt. Je hoeft niet te sporten, alleen te bewegen.
9. Geef je nachtrust een vast ritme
Niet zozeer hoe laat je naar bed gaat, maar de regelmaat is wat telt. Rond dezelfde tijd naar bed en opstaan, ook in het weekend, geeft je lichaam een voorspelbaar ritme om op te herstellen. Een uur voor het slapen de schermen wat dimmen helpt daar flink bij, want fel licht houdt je hoofd nog in de actiestand.
10. Bouw een moment van rust in overdag
Ik zet deze bewust als laatste, want hij wordt het vaakst overgeslagen. Een paar minuten rustig ademhalen, even liggen, of gewoon een kwartier niks moeten. Het geeft je zenuwstelsel de kans om terug te schakelen. Dat is geen luxe, het is onderhoud.
Hoe je dit volhoudt
Kies twee of drie punten uit dit rijtje en houd die een paar weken vast voordat je iets nieuws toevoegt. Energie bouw je op in weken, niet in dagen. Ga je alles tegelijk veranderen, dan weet je achteraf niet wat het verschil maakte, en dat maakt volhouden juist lastiger.
In het volgende artikel duik ik dieper de biologie in: welke stoffen precies meedoen in je energiestofwisseling en je zenuwstelsel, en waarom je lichaam ze zo hard nodig heeft. Want als je begrijpt waarom iets meespeelt, wordt het een stuk makkelijker om er iets mee te doen.




