◷ 6 min leestijd
Je kent dat gevoel vast wel. Je bent eigenlijk best wel op tijd naar bed gegaan, je hebt geslapen, en toch sta je op alsof er nog een nacht ontbreekt. Rond een uur of drie 's middags zak je weg, je hoofd voelt wat wattig, en je grijpt naar koffie om de dag door te komen. En het gekke is: het ligt niet per se aan die ene drukke week. Bij veel vrouwen sleept dat moe-zijn gewoon mee, week in week uit, terwijl er van buiten niks bijzonders aan de hand lijkt.
Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde zo interessant vind aan vermoeidheid, is dat het bijna nooit een oppervlakkig verhaal is. We denken al snel: ik heb slecht geslapen, of ik heb te veel gedaan. En soms is dat ook precies wat er speelt. Maar als het langer aanhoudt, dan is moe-zijn eigenlijk een signaal van je lichaam dat er iets in de energiehuishouding niet lekker loopt. In dit artikel neem ik je mee in wat er onder dat moe-zijn kan zitten, zodat je er straks anders naar kijkt.
Energie is niet één ding
Laten we beginnen bij wat energie eigenlijk is, want daar gaat vaak al iets mis in hoe we erover denken. We praten over energie alsof het een soort voorraad in een tank is die je 's nachts weer bijvult. Maar zo simpel is het niet. Je lichaam maakt energie de hele dag door opnieuw aan, in elke cel apart, en het verdeelt die energie voortdurend over alles wat er moet gebeuren.
En er moet nogal wat gebeuren. Je hersenen vragen veel, je hart klopt onafgebroken, je spijsvertering draait, je afweer is bezig, je spieren doen hun werk. Al die systemen trekken aan diezelfde energie. Je moet het je voorstellen als een huishouden met een beperkt budget: als er ergens veel naartoe gaat, blijft er elders minder over. In een drukke periode, of als je lichaam ergens hard aan werkt, merk je dat dus als eerste aan de dingen die niet strikt noodzakelijk zijn. Je concentratie, je zin om iets te ondernemen, je veerkracht.
Je energiefabriekjes
Om te snappen waar die energie vandaan komt, moeten we heel even de cel in. In vrijwel al je cellen zitten kleine onderdelen die we de energiefabriekjes noemen, de mitochondriën. Dat zijn de plekken waar je lichaam de brandstof uit je voeding omzet in bruikbare energie. Wat je eet aan koolhydraten, vetten en eiwitten wordt daar als het ware verbrand, en de energie die daarbij vrijkomt wordt opgeslagen in een soort oplaadbare accu die je lichaam de hele dag aanspreekt.
Dat vind ik zo'n mooi beeld om vast te houden: het is niet zo dat de energie kant-en-klaar in je eten zit en er zomaar uit rolt. Er zit een heel productieproces tussen. Je voeding is de grondstof, je energiefabriekjes zijn de werkvloer, en pas aan het einde van die lopende band heb je bruikbare energie. Loopt er ergens op die band iets stroef, dan kun je genoeg eten en toch het gevoel houden dat je motor niet echt aanslaat.
Waarom slaap alleen niet het hele verhaal is
Slaap is belangrijk, laat daar geen misverstand over bestaan. In de nacht ruimt je lichaam op en herstelt het. Maar slaap is de rust-kant van het verhaal, en energie maken is de werk-kant. Je kunt prima uitgerust zijn en toch merken dat je lichaam de energie overdag niet goed vrijmaakt. Dan slaap je acht uur en voel je je nog steeds niet fit. Dat is precies het punt waarop veel vrouwen denken dat het aan henzelf ligt, aan discipline of aan doorzetten. Terwijl het vaak een kwestie is van hoe soepel die energieproductie in de cel verloopt.
Herken je dat je in een rustige vakantieweek eigenlijk net zo moe kunt zijn als in een drukke werkweek? Dat zegt iets. Als het puur aan drukte of slaap lag, zou dat verschil groter moeten zijn. Dat het ook in rustige periodes speelt, wijst erop dat er iets in de motor zelf meedoet.
En ik wil hier ook even iets rechtzetten, want ik hoor het vrouwen zo vaak tegen zichzelf zeggen. Dat aanhoudende moe-zijn is geen kwestie van niet genoeg wilskracht, of van je er maar overheen moeten zetten. Je lichaam geeft gewoon een seintje dat de energieproductie ergens stroever loopt dan zou moeten. Dat is informatie, geen falen. En het fijne aan informatie is dat je er iets mee kunt.
De meewerkers die je vaak vergeet
En dan komen we bij het deel waar het in mijn vak vaak over gaat. Die energiefabriekjes doen hun werk namelijk niet in hun eentje. Om brandstof om te zetten in energie heeft je lichaam een hele set hulpstoffen nodig die meewerken in het proces. We noemen die cofactoren, en dat zijn voor een groot deel vitamines en mineralen. Ze zijn zelf geen brandstof, maar zonder hen komt de brandstof niet vrij. Zie ze als de mannetjes langs de lopende band: als er eentje ontbreekt, hapert de hele band.
Een aantal B-vitamines speelt hierin een rol, net als mineralen zoals magnesium. Ze doen mee in de stapjes waarin je voeding wordt omgezet in energie. Dat is geen wondermiddel-verhaal, het is gewoon hoe je lichaam werkt: het heeft materiaal nodig om zijn werk te doen, en dat materiaal haal je in de eerste plaats uit gevarieerde voeding. In de volgende artikelen ga ik daar veel praktischer op in, en laat ik zien welke stoffen precies meedoen en waar je ze uit haalt.
Wat dit betekent voor jou
De belangrijkste boodschap van dit eerste artikel: als je langere tijd moe bent, kijk dan verder dan alleen je nachtrust. Slaap is een deel van het verhaal, en een belangrijk deel. Maar de andere helft zit in hoe goed je lichaam energie uit je voeding vrijmaakt, en of het daarvoor genoeg meewerkers tot zijn beschikking heeft. Juist die combinatie bepaalt hoe fit je je door de dag heen voelt.
Het fijne is dat je aan veel van die dingen zelf iets kunt doen, vaak met kleinere stappen dan je denkt. In het volgende artikel loop ik met je langs de praktische kant: hoe voeding, slaap en de hoeveelheid prikkels op een dag samen bepalen hoeveel energie je overhoudt.




