◷ 6 min leestijd
Zodra de dagen korter worden, hoor je het overal: vitamine D-tekort. En niet zonder reden, want in Nederland komt een laag vitamine D-niveau bij veel mensen voor, vaak zonder dat ze het doorhebben. Maar hoe zit dat nu precies, waarom ontstaat het zo makkelijk, en wat betekent het voor jou? In dit artikel gaan we de diepte in.
Hoe je lichaam aan vitamine D komt
Vitamine D is een bijzondere voedingsstof, want je haalt het maar voor een klein deel uit voeding. Het grootste deel maakt je huid zelf aan, en wel onder invloed van UVB-straling uit zonlicht. Zodra die straling je blote huid raakt, zet je lichaam een stofje dat verwant is aan cholesterol om in vitamine D. Klinkt als een slim systeem, en dat is het ook, maar het heeft één grote voorwaarde: er moet genoeg krachtig zonlicht op voldoende blote huid vallen. En juist daar loopt het in de praktijk vaak spaak.
Belangrijk om te weten: UVB-straling komt niet door glas heen. Achter het autoraam of het kantoorraam in de zon zitten levert je dus geen vitamine D op, hoe fijn het ook voelt. Ook zonnebrandcrème en kleding houden de straling tegen. Dat is voor je huid vaak verstandig, maar het betekent wel dat de aanmaak van vitamine D er lager door uitvalt.
Waarom een laag niveau zo vaak voorkomt
Als je alle factoren op een rij zet, wordt het eigenlijk logisch dat zoveel mensen aan de lage kant zitten:
- De winter. Van ongeveer oktober tot april staat de zon in Nederland simpelweg te laag aan de hemel. De UVB-straling haalt het aardoppervlak nauwelijks, waardoor je huid die maanden vrijwel geen vitamine D aanmaakt. Je teert dan volledig op je reserves.
- Zelfs de zomer is vaak niet genoeg. Veel mensen denken dat ze in de zomer wel binnenkrijgen wat ze nodig hebben, maar met alleen je gezicht en handen in de zon maak je te weinig aan om je niveau echt op peil te brengen. Daarvoor heb je grotere stukken blote huid nodig, en dan ook nog rond het middaguur, wanneer de zon hoog genoeg staat.
- Binnen werken en leven. Werk je overdag binnen, dan mis je juist de uren waarop de zon op z'n hoogst is. Veel mensen komen pas na werktijd naar buiten, als de kracht er alweer uit is.
- Bedekte kleding. Hoe meer huid er bedekt is, hoe minder oppervlak er overblijft om vitamine D aan te maken.
- Een donkere huid. Meer pigment (melanine) in de huid werkt als een natuurlijke filter tegen UV-straling. Fijn tegen verbranden, maar het betekent ook dat je meer zon nodig hebt voor dezelfde hoeveelheid vitamine D.
- Leeftijd. Hoe ouder je wordt, hoe minder efficiënt je huid vitamine D aanmaakt. Ouderen hebben er daardoor sneller mee te maken.
Tel die factoren bij elkaar op, en je snapt waarom een laag niveau eerder regel dan uitzondering is, zeker in een land als Nederland.
Hoeveel zon heb je eigenlijk nodig?
Onderzoekers houden ruwweg aan dat je in de zomer een kwartier tot een halfuur rond het middaguur nodig hebt, met onbedekte armen en benen, een paar keer per week. Op papier klinkt dat haalbaar. Maar tel daar de bewolking, het kantoorleven, de zonnebrand tegen huidschade en een drukke agenda bij op, en je begrijpt waarom de meeste mensen dat in de praktijk niet structureel halen. Het is geen kwestie van onwil, maar van een moderne leefstijl die zich slecht verhoudt tot de manier waarop ons lichaam vitamine D wil aanmaken. En in de winter maakt het hoe dan ook niet uit hoe vaak je naar buiten gaat, want de zon staat dan gewoon te laag.
De rol van je reserves
Vitamine D is vetoplosbaar, wat betekent dat je lichaam er een voorraad van kan aanleggen in je vetweefsel. In een zonnige zomer bouw je zo een buffer op waar je in het najaar nog even van teert. Maar die voorraad is niet oneindig: naarmate de winter vordert, raakt hij langzaam op. Precies daarom voelen veel mensen zich richting het einde van de winter platter en minder weerbaar. De buffer die in de zomer werd opgebouwd, is dan grotendeels verbruikt.
Wie loopt er extra kans op?
Iedereen kan in de wintermaanden een laag niveau hebben, maar sommige groepen lopen structureel meer kans: ouderen, mensen met een donkere huid, mensen die weinig buiten komen of overdag binnen werken, mensen die om welke reden dan ook bedekt gaan, en zwangere vrouwen en jonge kinderen. Ook bij overgewicht kan meer vitamine D in het vetweefsel worden vastgehouden, waardoor er minder beschikbaar is voor de rest van je lichaam. Voor precies deze groepen wordt in Nederland extra vitamine D geadviseerd.
Signalen die vaak met een laag niveau samengaan
Een laag vitamine D-niveau geeft zelden een duidelijk alarm. De signalen zijn vaak vaag en makkelijk aan iets anders toe te schrijven, zoals aanhoudende vermoeidheid, een mindere weerstand of je minder fit voelen dan normaal. Juist omdat het zo onopvallend is, weten veel mensen niet dat hun niveau laag staat. Zekerheid krijg je alleen via een bloedtest, dus twijfel je, laat het dan even meten bij je huisarts. Die kan ook beoordelen of en hoeveel aanvulling voor jou verstandig is.
Wat vitamine D voor je doet
Vitamine D speelt op meerdere plekken in je lichaam een rol. Het draagt bij aan een normale werking van het immuunsysteem, aan de instandhouding van normale botten en een normale spierwerking, en het helpt je lichaam calcium goed op te nemen en te benutten. Vitamine D en calcium werken daarin samen: zonder voldoende vitamine D kan je lichaam het calcium uit je voeding minder goed gebruiken. Genoeg redenen om je niveau niet ongemerkt te laten wegzakken.
Wat je eraan kunt doen
Via voeding alleen kom je er meestal niet: vitamine D zit maar in een paar producten, zoals vette vis, eierdooier en aan sommige producten toegevoegde vitamine D. Voor de meeste mensen levert dat te weinig op om het verschil te maken. De simpelste en meest betrouwbare route is daarom je inname op peil houden met een dagelijkse aanvulling, en dan het hele jaar door in plaats van alleen in de winter. Omdat je in de zomer met een normaal leefpatroon vaak al te weinig aanmaakt, is een vaste dagelijkse gewoonte voor veel mensen prettiger dan gokken op de zon.
Wil je weten hoe wij dat bij ScKIN aanpakken? Lees dan alles over onze Vitamin D+. En heb je een aangetoond tekort, overleg dan altijd met je huisarts over de juiste dosering, want dan luistert het net wat nauwer.




