ScKIN Journal
Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking
◷ 6 min leestijdIn de eerste drie delen van deze reeks keken we naar wat gua sha is en waar het vandaan komt, hoe je zo'n steen gebruikt, en hoe je er een vast moment van maakt dat je ook echt volhoudt. Blijft één vraag over, en die krijg ik in de praktijk het vaakst: welke steen moet ik dan hebben? Terechte vraag, want het aanbod loopt enorm uiteen. Je vindt ze voor een paar euro en je vindt ze voor vijftig. Ze zien er op een foto allemaal ongeveer hetzelfde uit, en toch voel je het verschil binnen tien seconden zodra je er een in je hand hebt. In dit artikel loop ik langs de dingen waar je op let. Het materiaal De steen bepaalt hoe je tool aanvoelt, hoe lang hij koel blijft en hoe glad de rand over je huid glijdt. De meest voorkomende soorten op een rij. Jade. De klassieke keuze, en niet voor niets degene die het langst meegaat in deze traditie. Jade is een stevige, dichte steen die zich goed laat polijsten en die koel blijft aanvoelen tegen je huid. Hij heeft een natuurlijke tekening in de kleur, waardoor geen twee stenen precies hetzelfde zijn. Rozenkwarts. Zachter van kleur en wat poreuzer van structuur. Prettig in gebruik, alleen is de kwaliteit wisselender: bij goedkope exemplaren zie je vaker kleine beschadigingen aan de rand, en die voel je meteen. Roestvrij staal. Blijft het langst koel, is hygiënisch en gaat eindeloos mee. Het voelt alleen wat harder en klinischer aan, en dat vindt niet iedereen prettig op het gezicht. Glas, hars of kunststof. De goedkope hoek. Ze warmen snel op tot lichaamstemperatuur, waardoor het koele gevoel wegvalt, en bij gegoten exemplaren loopt er vaak een naad langs de rand. Die naad is precies waar je huid op reageert. De afwerking van de rand Als je maar op één ding let, laat het dit dan zijn. De rand van je steen gaat over je huid, dus die moet volkomen glad zijn. Strijk er met je vingertop overheen: voel je een randje, een ribbel of een naad, leg hem terug. Wat je op je vingertop voelt, voelt je gezicht tien keer zo sterk. Bij gegoten materiaal loopt er vaak een lijn precies over de plek waar de twee helften van de mal elkaar raken. Bij slecht gepolijste natuursteen voel je kleine oneffenheden of een scherpe hoek. Beide trekken aan je huid in plaats van dat ze eroverheen glijden, en dat is precies wat je bij gua sha wilt voorkomen. De vorm Er is niet één juiste vorm, maar er is wel een vorm die het meest bruikbaar is. Waar je op let: Een diepe golf die om je kaaklijn past. Dit is de haal die je het vaakst gaat doen, dus die golf moet echt om je kaak vallen en niet er maar half omheen. Een lange vlakke zijde voor je wang, je hals en je voorhoofd. Hoe meer oppervlak, hoe gelijkmatiger de druk. Een smalle punt of een klein rond uiteinde voor je oogomgeving, je neusvleugels en je wenkbrauwboog. Zonder zo'n kant kun je de fijnere zones niet fatsoenlijk bereiken. Een kamrand met tanden als je hem ook op je hoofdhuid en in je haar wilt gebruiken. Dat is in de praktijk het deel dat mensen het lekkerst vinden, en dat hebben lang niet alle stenen. Gewicht en formaat Een steen mag stevig aanvoelen, want dat gewicht doet een deel van het werk voor je. Te licht en je gaat vanzelf harder duwen, wat precies de verkeerde kant op is. Te groot en je komt niet meer bij je oogomgeving of je neus. De handzame maat, zo ongeveer je handpalm, werkt voor de meeste gezichten het prettigst. Pak hem in gedachten even vast: ligt hij vanzelf goed tussen je duim en je vingers, of moet je ervoor gaan knijpen? Een tool waar je in moet knijpen, gebruik je op den duur niet meer. Hoe je herkent of je natuursteen koopt Er wordt nogal wat geverfd glas verkocht als jade. Een paar dingen die je helpen: Kleurverloop. Echte steen heeft een onregelmatige tekening met lichtere en donkerdere plekken. Een volkomen egale, felgroene kleur is verdacht. Temperatuur. Natuursteen voelt koel aan en blijft dat even, ook als je hem een minuut vasthoudt. Gegoten materiaal is binnen een paar tellen lauw. Gewicht. Steen is zwaarder dan je op basis van het formaat verwacht. Naad. Geen enkele gepolijste natuursteen heeft een naad. Voel je er een, dan is het gegoten. De olie erbij, geen bijzaak Ik noem het in elk deel van deze reeks en ik noem het hier nog een keer, omdat het de meest gemaakte fout blijft: een gua sha gebruik je nooit op een droge huid. Je hebt dus altijd een glijmiddel nodig. Een pure plantaardige olie werkt daar het prettigst voor, omdat die lang genoeg blijft liggen om je hele ronde te doen. Welke olie je kiest, hangt van je huid af. Een lichte olie die snel intrekt is fijn voor wie snel een vol gevoel op de huid heeft, een rijkere olie is prettiger voor een droge huid. De Argan Oil van ScKIN is er een die je zowel op je gezicht als in je haar kunt gebruiken, wat handig is als je ook je hoofdhuid meeneemt. De Jade Guasha van ScKIN Dan concreet, want daar begon deze vraag mee. Wij hebben bij ScKIN de Jade Guasha: een beautytool van 100% pure jade, met precies de vorm die hierboven staat beschreven. Een diepe golf die om je kaaklijn valt, een lange vlakke zijde voor je wang en je hals, een smallere punt voor de fijnere zones, en aan de andere kant een kamrand met tanden voor je hoofdhuid en je haar. De steen is volledig gepolijst, dus er zit geen naad of ribbel in de rand die aan je huid trekt. Hij ligt zwaar genoeg in de hand om het werk voor je te doen, en jade blijft koel aanvoelen tegen je gezicht. Bewaar hem op een koele plek of in de koelkast, dan is dat ochtendmoment nog verfrissender. Onderhoud is verder niet ingewikkeld: na gebruik afspoelen met lauw water en milde zeep, afdrogen en op een schone plek leggen. Behandel hem als steen, want dat is het ook. Op een tegelvloer laten vallen overleeft hij niet. Bekijk de Jade Guasha Tot slot Als je één ding meeneemt uit deze reeks, laat het dan zijn dat de steen zelf het minst spannende deel is. Wat telt, is dat je hem vaak genoeg oppakt, dat je licht genoeg werkt en dat je die paar minuten echt voor jezelf houdt. Een goede steen maakt dat alleen makkelijker, omdat hij prettig in de hand ligt en soepel over je huid gaat. Kies er dus een die je fijn vindt om vast te houden, leg hem op een plek waar je hem ziet, en begin gewoon. De rest volgt vanzelf. Een gua sha is een cosmetisch verzorgingsproduct en geen medische behandeling. Gebruik hem niet op een geïrriteerde, beschadigde of net behandelde huid. Twijfel je over je huid, raadpleeg dan een huidprofessional. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak
Learn moreGua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak
◷ 7 min leestijdDe techniek ken je nu. Dan komt het deel waar het in de praktijk meestal op stukloopt: het volhouden. Ik zie het steeds opnieuw gebeuren. Iemand koopt iets, doet het drie dagen met veel enthousiasme, en daarna ligt het in een la. Niet omdat het niet prettig was, maar omdat het geen vaste plek in de dag had gekregen. Daarom gaat dit artikel over ritme. Hoe vaak je gua sha zinvol is, wat het verschil is tussen ochtend en avond, waar je het precies in je routine zet, en wat je in de loop van weken wel en niet mag verwachten. Hoe vaak is genoeg Dagelijks kan prima, en drie tot vijf minuten is echt genoeg. Als je kiest tussen vaak en kort of zelden en lang, kies dan altijd vaak en kort. Vijf keer drie minuten in een week doet meer voor je dan één keer een kwartier op zondag. Dat heeft een simpele reden. De effecten die je voelt na een paar minuten strijken zijn tijdelijk: warmte in de huid, een fris gevoel, weefsel dat soepeler aanvoelt. Zulke effecten stapelen niet op als je ze één keer per week opzoekt. Ze worden interessant als ze onderdeel worden van hoe je dag eruitziet. Een dag overslaan is niet erg. Een week overslaan ook niet. Je hoeft hier niets mee te presteren. Ochtend of avond Allebei goed, en ze voelen anders. Ik leg het vaak zo uit. 's Ochtends is het een manier om wakker te worden. Je gezicht voelt na een nacht liggen vaak wat vol aan, en een paar minuten strijken maakt je huid warm en laat je gezicht wakkerder ogen. Bewaar je steen op een koele plek of in de koelkast, dan is dat ochtendmoment extra verkwikkend. Zet hem daarna weer terug, dan staat hij klaar voor morgen. 's Avonds is het een manier om af te schakelen. Je hebt dan een hele dag spanning opgebouwd in je kaken, je slapen en je voorhoofd, zeker als je veel hebt gepraat, veel achter een scherm hebt gezeten of je kaken onbewust op elkaar hebt geklemd. Dat is het moment waarop het gebaar het fijnst voelt. Moet je kiezen? Nee. Veel vrouwen doen 's ochtends een korte ronde van twee minuten en 's avonds een langere. Maar als je er één kiest, kies dan het moment waarop je het zeker gaat doen, niet het moment dat theoretisch het beste klinkt. Waar het in je routine past De volgorde is simpel: reinigen, olie of een glijdend serum, gua sha, en daarna pas je crème. De olie is je glijmiddel, dus die moet eronder zitten. Werk nooit over een zonnefilter heen, want die smeer je er dan gewoon weer af. Ga je 's ochtends naar buiten, doe je gua sha dan vóór je zonnefilter en breng die daarna aan. Wat bij veel mensen werkt: koppel het aan iets wat je toch al doet. Terwijl je thee staat te trekken. Meteen na het tandenpoetsen. In de vijf minuten voordat je een serie aanzet. Een gewoonte die aan een bestaande gewoonte hangt, houdt het veel langer vol dan een gewoonte die ergens los in je dag zweeft. En leg je steen op een plek waar je hem ziet. Niet achterin een la. Dat klinkt te simpel om uit te maken, maar het maakt in de praktijk het grootste verschil. Waarom die paar minuten meer zijn dan verzorging Hier wordt het interessant vanuit mijn vak. Als je langere tijd onder spanning staat, maakt je lichaam meer stresshormoon aan. Dat hormoon is er niet voor niets, want het maakt snel energie vrij als je die nodig hebt. Het haalt die energie alleen deels uit je eigen eiwitten, ook uit bindweefsel. En herstel van weefsel gebeurt juist vooral als je systeem rustig is. Ik zeg dat in mijn werk vaak zo: je kunt niet tegelijk in de hoogste versnelling staan en aan het herstellen zijn. Wat een paar minuten gua sha dan doet, is niet magisch. Het is gewoon een van de weinige momenten op een dag waarop je even niets anders doet. Je handen zijn bezig, je gezicht wordt warm, je ademhaling zakt vanzelf. Voor veel vrouwen is dat het eerste rustmoment sinds ze 's ochtends hun ogen opendeden. Je kunt dat effect zelfs een beetje sturen. Adem drie keer rustig uit voordat je begint, wat langer uit dan in. Doe je halen langzamer dan je geneigd bent. Dan wordt het echt een omschakelmoment en niet nog een taak op je lijst. Wat je in de loop van weken merkt Eerlijk verhaal, want daar heb je het meest aan. De directe dingen voel je meteen: warmte, een fris gevoel, een gezicht dat lichter aanvoelt, weefsel dat soepeler beweegt. Die effecten zijn tijdelijk en komen elke keer terug als je het doet. Wat er over weken bij komt, is subtieler. Je leert je eigen gezicht kennen. Je merkt op welke plekken je spanning vasthoudt, je voelt het verschil tussen een rustige week en een drukke week, en je krijgt een vast moment voor jezelf dat er anders niet zou zijn. Dat is het eerlijke antwoord. Wat je er niet van mag verwachten: een andere gezichtsvorm, blijvende veranderingen in je huidstructuur, of een oplossing voor iets waar je je zorgen over maakt. Je huid vernieuwt zich bovendien in maanden en niet in dagen, dus alles wat met verzorging te maken heeft vraagt sowieso geduld. En meet het alsjeblieft niet in foto's. Meet het in hoe je gezicht aanvoelt na afloop, en in of je het over drie weken nog steeds doet. Wanneer je het overslaat Er zijn dagen waarop je de steen gewoon laat liggen. Als je huid geïrriteerd of beschadigd is. Als je zonnebrand hebt. Als je koorts hebt of je ziek voelt. Als je net een behandeling hebt gehad bij een huidprofessional, tenzij die iets anders zegt. Als een plek pijn doet bij aanraking. Twijfel je, sla hem over. Een dag niet doen kost je niets. Wat er verder meespeelt Ik zou mijn werk niet goed doen als ik dit alleen als een losstaand ritueel neerzette. Wat je van buiten doet en wat je van binnen doet, werken samen. Een paar dingen die daarbij horen en die ik in de praktijk steeds terugzie: Beweging. Je lymfevocht heeft geen eigen pomp en komt in beweging door je spieren en je ademhaling. Een stevige wandeling doet daar meer voor dan welke tool ook. Slaap. De nacht is het moment waarop je lichaam opruimt en aan herstel toekomt. Structureel kort slapen voel je uiteindelijk overal, ook in je huid. Drinken en gevarieerd eten. Je huid wordt continu opnieuw opgebouwd, en de bouwstoffen daarvoor komen uit wat er op je bord ligt. Hoe kleurrijker je eet, hoe breder het aanbod. Bindweefsel wil belasting. Het past zich aan aan wat je ermee doet. Use it or lose it, in mijn vak zeggen we dat met reden. Zie de gua sha dus als een prettig vast moment binnen een groter geheel. Niet als het geheel zelf. Samengevat Drie tot vijf minuten, zo vaak als je het volhoudt. Na het reinigen, op een olie, vóór je crème. Vast gekoppeld aan iets wat je toch al doet, en op een plek waar je hem ziet liggen. Rustiger dan je geneigd bent, met aandacht voor je ademhaling. En overslaan op de dagen dat je huid erom vraagt. In het laatste deel van deze reeks kijken we naar de steen zelf. Want er is nogal verschil tussen wat er te koop is, en dat verschil voel je meteen in je hand. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking
Learn moreGua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten
◷ 7 min leestijdIn het vorige deel keken we naar wat een gua sha is en waar die vandaan komt. Nu het praktische stuk, want daar heb je uiteindelijk het meeste aan. Ik loop met je langs de voorbereiding, de druk, de richting en de volgorde, en daarna langs de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen. Lees het een keer rustig door, leg het dan weg en doe het gewoon. Je hoeft dit niet perfect te doen om er iets aan te hebben. Eerst dit: altijd met olie, nooit op een droge huid Dit is de regel waar alles op staat of valt. Een steen op een droge huid glijdt niet, die trekt. En trekken aan je huid is precies wat je niet wilt. Breng dus altijd eerst een paar druppels olie of een glijdend serum aan, zodat de steen soepel over je huid schuift zonder dat je vel meebeweegt. Een pure plantaardige olie werkt hiervoor prima. Wat wel belangrijk is: kies er een die bij jouw huid past en die je goed verdraagt. Voelt je huid na een paar dagen zwaarder of anders aan, ga dan terug naar een lichtere olie. En gebruik zonnebloemolie liever niet als draagolie, daar ben ik in mijn vak altijd terughoudend in geweest vanwege de vetzuursamenstelling. Werk op een schoon gezicht. Dus eerst reinigen, dan olie, dan de steen. Je huid mag licht vochtig zijn, dat glijdt nog fijner. De juiste druk: lichter dan je denkt Bijna iedereen begint te stevig. De juiste druk is die waarbij je de steen voelt liggen en je huid meegeeft, maar waarbij je het vel niet voor je uit duwt. Een goede test: leg de steen op je onderarm en strijk. Voel je een prettige, warme streek, dan zit je goed. Zie je een witte streep of blijft je huid rood, dan druk je te hard. Houd de steen bijna plat tegen je huid, ongeveer onder een hoek van vijftien tot dertig graden. Zet je de rand rechtop, dan wordt het schrapen in plaats van strijken, en dat is niet de bedoeling. Werk langzaam. Ik zie mensen vaak in een tempo alsof ze hun keuken poetsen, terwijl rustig en traag veel prettiger voelt en veel makkelijker vol te houden is. De richting: van binnen naar buiten, en altijd één kant op Twee vuistregels, meer heb je niet nodig. De eerste: je werkt van het midden van je gezicht naar buiten toe, richting je oren. De tweede: je strijkt in één richting, je gaat niet heen en weer poetsen. Til de steen aan het eind van elke haal op en zet hem weer neer waar je begon. En dan nog iets wat vaak wordt overgeslagen: begin en eindig bij je hals. In het vorige deel schreef ik al dat je lymfevocht geen eigen pomp heeft en in beweging komt door beweging van buitenaf. De grote doorvoerroutes lopen langs je hals naar beneden. Werk je alleen op je wangen en sla je je hals over, dan mis je het deel dat de rest logisch maakt. Stap voor stap over je gezicht Doe per zone drie tot vijf halen aan elke kant. De hele ronde duurt zo drie tot vijf minuten. 1. Hals. Begin hier. Zet de vlakke kant onder je kaak en strijk rustig naar beneden langs de zijkant van je hals, richting je sleutelbeen. Licht, langzaam, drie tot vijf keer per kant. 2. Kaaklijn. Leg de diepe golf om je kaaklijn heen, zet hem in het midden van je kin en strijk naar je oor toe. Aan het eind van de haal even doorgaan tot net onder je oorlel, en dan naar beneden langs je hals afsluiten. 3. Onderste deel van je wang. Van je mondhoek naar buiten, richting het midden van je oor. Hier zit bij veel mensen spanning, dus neem je tijd. 4. Jukbeen. Van de zijkant van je neus naar buiten, over je jukbeen, richting je slaap. Dit is de haal die je gezicht het snelst wakker laat ogen. 5. Oogomgeving. Gebruik de kleine, ronde kant en werk hier het allerlichtst. Van je binnenooghoek over je onderste oogkas naar buiten. De huid is hier dun en kwetsbaar, dus bijna geen druk, alleen het gewicht van de steen. 6. Voorhoofd. Van het midden van je wenkbrauwen omhoog naar je haarlijn, en daarna van het midden naar buiten toe richting je slapen. Als je veel tuurt of veel achter een scherm zit, voel je hier vaak het verschil het duidelijkst. 7. Slapen en afsluiten. Strijk van je slapen naar beneden, langs je oren, en werk dan nog een paar keer je hals af. Zo eindig je waar je begon. En je hoofdhuid, niet vergeten Heeft je steen een kamrand met tanden, dan is die bedoeld voor je hoofdhuid. Je kunt dit droog doen of met een olie in je haar. Zet de tanden op je haarlijn en trek in rustige halen naar achteren, over je hele hoofd, met lichte druk. Twee minuten is genoeg. Wat vrouwen me hierover vaak vertellen: dit is het deel dat ze het lekkerst vinden. Logisch ook. Je hoofdhuid krijgt normaal gesproken nooit aandacht, terwijl er de hele dag spanning op staat. Doe het een keer aan het eind van een drukke dag en je snapt meteen waarom ik het noem. De zeven fouten die ik het vaakst zie 1. Zonder olie werken. De belangrijkste. Zonder glijmiddel trek je aan je huid in plaats van dat je eroverheen glijdt. 2. Te veel druk. Op je gezicht hoort geen rode of blauwige verkleuring te ontstaan. Zie je die, dan werk je veel te hard. 3. Heen en weer schuiven. Eén richting per haal, steeds opnieuw beginnen bij het startpunt. 4. De hals overslaan. Het deel dat de rest logisch maakt, en juist het deel dat iedereen vergeet. 5. Over een geïrriteerde of beschadigde huid gaan. Over een ontstoken plek, een wondje, een zonnebrand of een net behandelde huid ga je niet heen. Werk eromheen of sla die dag over. 6. De steen niet schoonmaken. Er blijft olie en huidvet op achter. Was hem na gebruik met lauw water en milde zeep, droog hem af en leg hem op een schone plek. Niet los in je toilettas tussen je make-up. 7. Te lang doorgaan. Meer is hier niet beter. Drie tot vijf minuten voor je gezicht is genoeg. Een half uur boenen levert niets extra's op en irriteert je huid alleen maar. Wanneer je voorzichtig moet zijn Heb je een huid die snel rood aanloopt of zichtbare verwijde bloedvaatjes op je wangen, houd het dan heel licht, sla die zones over of overleg eerst met je huidprofessional. Warmte en wrijving zijn voor zo'n huid nu eenmaal prikkels. Datzelfde geldt als je net een behandeling hebt gehad, als je injectables hebt laten zetten, of als je huid op dit moment iets laat zien waar je je zorgen over maakt. Ga dan eerst langs iemand die ernaar kan kijken. Nog even dit Je hoeft de volgorde hierboven niet uit je hoofd te leren. De kern is simpel: olie eerst, lichte druk, één richting, van binnen naar buiten, hals aan het begin en aan het eind. De rest komt vanzelf zodra je het een paar keer hebt gedaan en merkt waar jouw gezicht om vraagt. In het volgende deel gaan we het over ritme hebben. Hoe vaak, op welk moment van de dag, en hoe je zorgt dat je het ook echt volhoudt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking
Learn moreWat is gua sha en waar komt het vandaan?
◷ 7 min leestijdJe kent dat gevoel vast. Je hebt een lange dag achter een scherm gezeten, en tegen de avond voelt je gezicht vol en gespannen aan. Je kaken staan strak, je voorhoofd voelt zwaar, en in de spiegel zie je vooral vermoeidheid terug. Heel veel vrouwen die ik spreek herkennen dat meteen. En bijna altijd komt daarna dezelfde vraag: is er iets wat ik daar zelf, in een paar minuten, aan kan doen? Gua sha is een van de dingen die dan ter sprake komen. Je ziet die platte, gladde stenen inmiddels overal voorbijkomen, en er wordt van alles over beweerd. Daarom neem ik je in dit artikel eerst mee in wat het is, waar het vandaan komt en wat er precies gebeurt als je met een steen over je huid strijkt. Daarna, in de volgende delen, wordt het praktisch. Wat een gua sha precies is Een gua sha is een plat stuk steen, meestal zo groot als je handpalm, met golvende randen en gladde vlakken. Je houdt hem bijna plat tegen je huid en strijkt ermee, altijd in één richting, met een dun laagje olie ertussen zodat hij soepel glijdt. Meer is het niet. Geen batterijen, geen stroom, geen instellingen. Wat de vorm zo slim maakt: die golvingen vallen precies om de contouren van je gezicht. De diepe golf past om je kaaklijn, de vlakke zijde ligt mooi op je wang, een smalle punt komt bij je neus en je wenkbrauwboog. Sommige stenen hebben aan één kant een kamrand met tanden, en die is bedoeld voor je hoofdhuid en je haar. In de kern is een gua sha dus gewoon een handmassagetool. Alles wat je ermee doet, zou je ook met je vingers kunnen doen. De steen doet het net iets anders: hij is koeler dan je handen, hij verdeelt de druk over een groter oppervlak, en hij dwingt je om rustiger en gerichter te werken dan je met je vingertoppen zou doen. Waar de naam vandaan komt Gua sha is Chinees en betekent letterlijk iets als schrapen tot er sha verschijnt. Gua is de beweging, het strijken of schrapen. Sha is de rode of paarsige verkleuring die op de huid kan opkomen als je stevig genoeg over een plek werkt. In de traditionele Oost-Aziatische volksgeneeskunde wordt die verkleuring gezien als een teken dat er iets in beweging is gekomen, en die techniek wordt al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven, vaak thuis, aan de keukentafel, met een lepel of een muntstuk als het moest. Belangrijk om te weten: die traditionele vorm gebeurt op het lichaam. Op de rug, de schouders, de nek, de bovenarmen. Met stevige druk, door iemand die weet wat die doet, en met die verkleuring als bedoeld gevolg. Dat is een heel andere praktijk dan wat je nu in de beautywereld ziet. Van het lichaam naar het gezicht De versie die je op Instagram voorbij ziet komen, is de zachte gezichtsvariant. Die werkt met lichte druk, met olie, in rustige halen. En daar hoort nadrukkelijk geen rode of blauwige verkleuring bij. Zie je die op je gezicht, dan werk je te hard. Dat is meteen de belangrijkste veiligheidsregel van dit hele onderwerp, en die wil ik hier vroeg neerzetten, omdat er online filmpjes rondgaan waarin mensen werkelijk met volle kracht over hun wangen boenen. De huid op je gezicht is dunner en kwetsbaarder dan die op je rug. Ze is gevoeliger voor wrijving, en de bloedvaatjes eronder liggen dichter bij het oppervlak. Wat op een schouder prettig aanvoelt, is op een wang te veel. Ik zeg altijd: als het pijn doet, doe je het verkeerd. Prettig en licht is de norm, niet de uitzondering. Wat er gebeurt als je over je huid strijkt Vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI kijk ik altijd naar hoe systemen samenwerken. Dus niet naar de huid als losse laag, maar naar wat eronder zit en wat eromheen gebeurt. Er zijn vier dingen die het de moeite waard maken om een paar minuten per dag met je gezicht bezig te zijn. Je huid werkt langzaam en is matig doorbloed Weefsels in je lichaam vernieuwen zich in heel verschillende tempo's. Je darmwand doet dat in een paar dagen, je lever in ongeveer honderd dagen, en je huid heeft er een paar honderd dagen voor nodig. Dat komt onder andere doordat de huid vergeleken met andere organen matig doorbloed is. Bloed brengt zuurstof en bouwstoffen, en waar minder bloed langskomt, gaan processen nu eenmaal rustiger. Aanraking en massage maken de huid in dat gebied warm en brengen de doorbloeding ter plekke op gang. Je ziet het meteen: de huid kleurt licht op en voelt warmer aan. Dat is een tijdelijk effect, niet iets blijvends, maar het is precies waarom je gezicht er na een paar minuten frisser uitziet. Bindweefsel past zich aan aan wat je ermee doet Onder je huid ligt bindweefsel, het laagje dat je spieren, vaten en organen omhult en met elkaar verbindt. Ik leg dat vaak zo uit: bindweefsel past zich aan aan de belasting die het krijgt. Doe je er niks mee, dan verandert het van kwaliteit. Use it or lose it, zeggen ze in mijn vak, en dat geldt net zo goed voor het weefsel onder je gezicht als voor dat in je benen. Veel vrouwen houden in hun kaken, hun slapen en hun voorhoofd de hele dag spanning vast zonder het te merken. Zeker als je veel praat, veel achter een scherm zit of 's nachts je kaken op elkaar klemt. Dat weefsel wat losser en beweeglijker maken voelt niet voor niets zo prettig. Je lymfevocht heeft geen eigen pomp Dit vind ik zelf een van de mooiste stukken fysiologie. Je bloed wordt rondgepompt door je hart. Je lymfevocht niet. Dat systeem heeft geen eigen motor en komt in beweging door iets anders: door je spieren die samentrekken, door je ademhaling, door beweging van buitenaf. Daarom zeg ik in de praktijk zo vaak: beweeg. Niet omdat bewegen een trucje is, maar omdat je vochthuishouding er letterlijk op draait. Rustig strijken over je huid is een vorm van beweging van buitenaf. Je hoeft daar geen grote beloftes aan te hangen, en ik doe dat ook niet. Maar het verklaart wel waarom mensen na een paar minuten zeggen dat hun gezicht lichter aanvoelt. En dan het stuk dat vaak wordt overgeslagen Spanning. Als je langere tijd in de hoogste versnelling staat, heeft dat overal in je lichaam invloed, ook op je huid en je bindweefsel. Je lichaam maakt in zo'n periode meer stresshormoon aan, en dat hormoon breekt onder andere eiwitten uit bindweefsel af om er snel energie van te maken. Tegelijk is herstel juist iets wat vooral gebeurt als je systeem rustig is. Een paar minuten waarin je niks anders doet dan langzaam over je gezicht strijken en rustig ademhalen, is daarom meer dan een verzorgingsmoment. Het is een van de weinige momenten op een dag waarop je bewust omschakelt. Dat effect wordt in mijn ogen onderschat. Wat gua sha niet is Even net zo duidelijk de andere kant. Een gua sha is een verzorgend beautytool, geen behandeling. Het is geen vervanging van een huidprofessional, het is geen oplossing voor een huid die al langer iets laat zien wat je niet vertrouwt, en het verandert de structuur van je gezicht niet. Beloftes over blijvende veranderingen in je gezichtsvorm kun je rustig naast je neerleggen. En let op: op een geïrriteerde, beschadigde of net behandelde huid laat je hem gewoon liggen. Over een plek die pijn doet, ga je niet heen. Wat je er wel van mag verwachten Een paar minuten aandacht voor jezelf. Een huid die warm en verzorgd aanvoelt. Een gezicht dat er na afloop frisser uitziet. Gezichtsspieren en weefsel die soepeler aanvoelen dan ervoor. En vooral: een klein vast moment op een dag die verder vol zit. Daar hoef je geen groter verhaal van te maken, want dat is het al. In het volgende deel laat ik je precies zien hoe je zo'n steen gebruikt, welke richting je aanhoudt en welke fouten ik het vaakst voorbij zie komen. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking
Learn moreWaar zit zink in? De bronnen op je bord
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat zink in je lichaam doet: meewerken bij het aflezen van je DNA, bij celdeling, bij je huid en slijmvliezen, bij je afweer en bij het regelen van je bloedsuiker. Nu de praktische vraag die daar logisch op volgt. Waar haal je zink vandaan, en wat levert een gewone dag je eigenlijk op? Ik loop de bronnen met je langs, van de rijkste naar de meer alledaagse. En ik vertel er meteen bij waar het venijn zit, want bij zink gaat het niet alleen om hoeveel er in zit, maar ook om hoe makkelijk je lichaam het eruit haalt. De onbetwiste nummer één: schelpdieren Oesters staan met afstand bovenaan. Een paar oesters leveren al ruim wat een volwassene op een dag gebruikt. Ook mosselen, garnalen en krab zitten er goed in. Nu weet ik ook wel dat oesters niet bij iedereen wekelijks op tafel staan, dus laten we vooral doorlopen naar wat praktischer is. Vlees, en dan vooral rood vlees Rundvlees, lamsvlees en orgaanvlees zijn stevige zinkbronnen. Een portie rundvlees van zo'n honderd gram levert een flink deel van wat je op een dag gebruikt. Kip en varkensvlees zitten er ook in, maar wat lager. Wat hier belangrijk is: zink uit dierlijke bronnen wordt over het algemeen makkelijker opgenomen dan zink uit plantaardige bronnen. Dat komt door stoffen in planten die zich aan mineralen binden, en daar ga ik in het volgende artikel uitgebreid op in. Onthoud voor nu dat de hoeveelheid op papier en de hoeveelheid die je lichaam er daadwerkelijk uit haalt twee verschillende dingen zijn. Zuivel en ei Kaas is een prettige, onopvallende bron. Vooral de wat oudere, harde kazen. Een paar plakken belegen kaas tikken aardig aan. Ook eieren leveren zink, vooral in de dooier. Yoghurt en kwark dragen bij, wat minder uitgesproken maar wel elke dag. Noten en zaden: hier wordt het interessant Voor wie minder of geen vlees eet, zijn dit de bronnen om te kennen. Pompoenpitten zijn de sterkste plantaardige zinkbron die ik ken. Een handje door je yoghurt, over je salade of gewoon als tussendoortje werkt echt. Cashewnoten zitten er goed in, net als amandelen en walnoten. Hennepzaad en sesamzaad zijn stille kampioenen. Tahini, dus sesampasta, is een makkelijke manier om sesam dagelijks binnen te krijgen. Roer het door een dressing of smeer het op een cracker. Zonnebloempitten zijn een goedkope en toegankelijke optie. Peulvruchten en granen Linzen, kikkererwten, zwarte bonen en kidneybonen bevatten zink, en ze zijn bovendien een goede bron van eiwit en vezels. Volkoren producten dragen ook bij: havermout, volkorenbrood, quinoa, boekweit. Bij granen zit het meeste in de buitenste laag van de korrel, dus in de zemel. Dat is precies het deel dat bij wit meel wordt weggehaald. Wit brood, witte rijst en witte pasta leveren daardoor een stuk minder dan hun volkoren tegenhangers. Dit is een van die punten waar ik in de praktijk veel aan heb: iemand eet best netjes, maar bijna alles is van wit meel. Dan verandert er al iets wezenlijks als je de helft daarvan vervangt door volkoren. En nog een paar leuke Pure chocolade met een hoog cacaopercentage levert zink, net als shiitake en andere paddenstoelen. Ook tempeh en tofu tellen mee, zeker tempeh omdat die gefermenteerd is. Waarom dat laatste uitmaakt, lees je in het volgende artikel. Hoe ziet een dag met voldoende zink eruit? Laat ik het concreet maken, want daar heb je het meest aan. Zo zou een dag eruit kunnen zien waarin zink vanzelf goed meekomt. Ontbijt: havermout met een flinke lepel pompoenpitten, een handje walnoten en wat yoghurt. Meteen een goede start, en het houdt je bovendien langer verzadigd dan een snee wit brood met jam. Lunch: volkorenbrood met belegen kaas en een ei, met daarnaast een salade waar je een lepel hennepzaad of zonnebloempitten overheen strooit. Tussendoor: een paar cashewnoten, of een blokje pure chocolade als je daar zin in hebt. Avondeten: een portie rundvlees, of voor de plantaardige variant een linzenschotel of tempeh uit de pan, met daarbij ruim groente en eventueel quinoa. Als je dit naast een dag legt met wit brood, een pakje vla, pasta met saus en weinig noten of zaden, dan zie je het verschil meteen. Het gaat zelden om één ingrediënt. Het gaat om het patroon van de hele dag. Voor wie er iets meer op mag letten Er zijn een paar groepen bij wie de zinkbehoefte hoger ligt of bij wie de inname makkelijker achterblijft, en het is goed om te weten of je daarbij hoort. Mensen die vegetarisch of plantaardig eten. Niet omdat er geen zink in planten zit, maar omdat de opname uit plantaardige bronnen lager ligt. Wie geen vlees eet, heeft daardoor in de praktijk meer zink op het bord nodig om hetzelfde binnen te krijgen. Dat is heel goed te doen met pompoenpitten, peulvruchten, volkoren producten en noten, maar je moet het wel bewust doen. Mensen die veel sporten. Bij inspanning verlies je mineralen via zweet, en tegelijk vraagt herstel om bouwmateriaal. Mensen die roken. Cadmium uit sigarettenrook bindt zink, waardoor er minder beschikbaar blijft voor al dat werk in je cellen. Mensen in een drukke periode. Daar komt in het volgende artikel een mooi mechanisme bij kijken dat met je stresshormonen te maken heeft. Mensen die veel frisdrank drinken. Fosfaten uit frisdrank binden zich aan mineralen, waaronder zink. Dat is naast de suiker nog een reden om er zuinig mee te zijn. Drie dingen die je vanaf morgen kunt doen Ik houd het bewust klein, want kleine dingen die je volhoudt doen meer dan grote plannen die na een week stranden. Eén: zet een pot pompoenpitten op het aanrecht en strooi er elke dag een lepel van over iets. Yoghurt, salade, soep, roerbak. Dat is de makkelijkste winst die er is. Twee: vervang de helft van je witte meelproducten door volkoren. Niet alles in één keer, gewoon de helft. Drie: zorg dat er bij elke warme maaltijd een eiwitbron op je bord ligt, of dat nu vlees, vis, ei, peulvruchten of tempeh is. Eiwit en zink lopen in voeding vaak samen op. In het volgende artikel gaan we een laag dieper: wat er precies gebeurt tussen je bord en je cellen, en welke gewoontes de opname van zink helpen of juist tegenwerken. Want daar valt vaak meer te winnen dan met nog een extra handje noten. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat zink in je lichaam doet Wat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn moreWat zink in je lichaam doet
◷ 7 min leestijd Zink is zo'n mineraal waar je maar heel weinig van nodig hebt, en dat tegelijk op ontzettend veel plekken in je lichaam meedoet. We hebben het over milligrammen per dag. Als je dat naast calcium of magnesium legt, stelt het bijna niks voor. En toch kom ik zink in mijn werk steeds weer tegen: in gesprekken over de huid, over weerstand, over hormonen en over hoe iemand zich door de dag heen voelt. Ik wil je in dit artikel meenemen in wat zink nu precies doet. Niet als lijstje om te onthouden, maar als verhaal. Want als je een keer snapt waar een stof haar werk doet, ga je er anders naar kijken. En dan begrijp je ook waarom zink in zoveel verschillende onderwerpen terugkomt. Een spoorelement: weinig nodig, overal aanwezig Zink hoort bij wat we spoorelementen noemen. De naam zegt het al: je lichaam heeft er sporen van nodig, kleine hoeveelheden. Dat betekent alleen niet dat het een kleine rol speelt. Eerder het tegenovergestelde. Zink levert zelf geen energie, zoals vetten en koolhydraten dat doen. Zink is een meewerker. In mijn vak noemen we dat een cofactor: een stof die een proces mogelijk maakt zonder er zelf in op te gaan. Je moet je voorstellen dat je lichaam een enorme werkplaats is waarin de hele dag door dingen worden gemaakt, afgebroken en weer opgebouwd. Dat werk gebeurt door enzymen. En heel veel van die enzymen hebben een zinkatoom in zich zitten waar ze simpelweg niet zonder kunnen. Haal dat ene schakeltje weg en de machine staat stil, hoe goed de rest ook in orde is. Dat is meteen het antwoord op de vraag waarom zink in zoveel verschillende verhalen opduikt. Het zit niet in één orgaan of één systeem. Het zit in het gereedschap zelf. Zink houdt je DNA leesbaar Dit vind ik zelf het mooiste stuk, en het is ook het stuk dat het minst bekend is. In de kern van elke cel ligt je DNA. Daar staat alles in wat je lichaam moet kunnen maken: eiwitten voor je huid, voor je haar, voor je afweer, voor je hormonen. Alleen is DNA een bibliotheek en geen fabriek. Er moet iets zijn dat de juiste bladzijde opzoekt en openhoudt. Dat gebeurt met kleine eiwitstructuren die aan het DNA koppelen. En precies in het hart van zo'n structuur zit een zinkatoom dat het geheel in vorm houdt. Vakgenoten noemen ze daarom zinkvingers. Je moet je dat voorstellen als vingers die de bladzijde op de goede plek vasthouden, zodat er netjes gelezen kan worden. Zolang er genoeg zink beschikbaar is, gaat dat lezen soepel. Zijn er stoffen die de plek van zink innemen, zoals cadmium uit sigarettenrook of lood uit de omgeving, dan verloopt dat lezen minder nauwkeurig. Dat is ook de reden dat rokers meer zink van hun lichaam vragen: cadmium bindt zink, waardoor er minder van overblijft voor dit soort werk. En er is nog iets bijzonders aan die zinkvingers. Ze zijn ook de plek waar hormonen hun boodschap afleveren. Cortisol, oestrogeen en testosteron werken via receptoren die met zo'n zinkstructuur aan het DNA aankoppelen. Zink zit dus letterlijk op het punt waar een hormoon zijn bericht doorgeeft. Als je je ooit hebt afgevraagd waarom zink zo vaak in hormoonverhalen langskomt, dan is dit het antwoord. Je huid: opbouw en herstel Als ik kijk naar voeding en de huid, dan zijn er twee stoffen die er voor mij met kop en schouders bovenuit steken: vitamine A en zink. Allebei omdat ze met opbouw en herstel te maken hebben. Je huid is namelijk geen vaststaand geheel. Ze wordt voortdurend vernieuwd, en zo'n hele cyclus duurt al gauw vier tot zes weken. Al die tijd worden er nieuwe cellen gemaakt, en cellen maken betekent celdeling. Celdeling vraagt zink. Ook die buitenste beschermlaag, dat muurtje van huidcellen met vetten ertussen, wordt de hele tijd onderhouden en dat kost bouwmateriaal. Datzelfde geldt voor je slijmvliezen: je mond, je neus, je darmwand. Dat zijn allemaal plekken waar cellen zich snel vernieuwen, en dus plekken waar zink hard meewerkt. Je afweer werkt op hoog tempo Je afweersysteem heeft een bijzondere eigenschap: als er iets te doen is, moet het in korte tijd heel veel nieuwe cellen kunnen maken. Daar heb je die celdeling weer, en dus opnieuw zink. Dat is de reden dat zink zo vaak samen met vitamine C en vitamine D in het weerstandsverhaal wordt genoemd. Wat ik daarbij altijd benadruk: je afweer is niet alleen bezig als je ziek bent. Dat systeem draait de hele dag, elke dag. Het ruimt op, herstelt en beoordeelt wat er langskomt. Die dagelijkse basis heeft gewoon materiaal nodig. Zink, je bloedsuiker en je energie Hier wordt het praktisch, want dit raakt bijna iedereen. Insuline, het hormoon dat je bloedsuiker regelt, heeft zink nodig. Zink speelt een rol bij de opslag en de werking van dat hormoon. En dan volgt er een simpele redenering die ik graag uitleg: hoe vaker je bloedsuiker op en neer gaat, hoe meer insuline er wordt gevraagd. En hoe meer insuline er wordt gevraagd, hoe vaker er een beroep op zink wordt gedaan. Een dag met een wit broodje, tussendoor iets zoets, halverwege de middag een koek en een frisdrank erbij is dus niet alleen een dag met veel pieken en dalen in hoe je je voelt. Het is ook een dag waarop je lichaam flink wat zink door dat systeem heen duwt. Dat is een van de redenen dat ik bij mensen die de hele dag op snelle koolhydraten draaien altijd ook naar hun mineralen kijk. Van serotonine naar je nachtrust Nog zo'n plek waar zink meedoet en die weinig mensen kennen: bij de omzetting van serotonine naar melatonine is zink nodig. Serotonine is de stof die overdag met je stemming te maken heeft, melatonine hoort bij je dag- en nachtritme. Dat er een mineraal tussen die twee in staat, laat mooi zien hoe verweven dit allemaal is. Je kunt de systemen in je lichaam niet los van elkaar zien, en dat is precies waar mijn vak over gaat. En dan nog je smaak en je reuk Een klein maar leuk detail om mee af te sluiten: zink speelt een rol bij hoe je proeft en ruikt. Ik noem het hier vooral omdat het zo goed illustreert hoe breed dit mineraal meedraait. Van het aflezen van je genen tot of je die kruiden in je soep terugproeft. Wat ik hiervan meeneem Zink is geen wondermiddel en zo wil ik het ook niet neerzetten. Het is een meewerker die op heel veel plekken tegelijk nodig is: bij het aflezen van je DNA, bij celdeling, bij je huid en je slijmvliezen, bij je afweer, bij het regelen van je bloedsuiker en bij de manier waarop hormonen hun boodschap doorgeven. Juist omdat het zo breed meedraait, is het fijn als je er dagelijks genoeg van binnenkrijgt via je eten. En dat is minder vanzelfsprekend dan het klinkt, want de ene bron geeft zink veel makkelijker af dan de andere. In het volgende artikel loop ik met je langs waar zink in zit, en wat een gewone dag je eigenlijk oplevert. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar zit zink in? De bronnen op je bord Wat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn moreBiotine aanvullen: waarom de verhouding meer zegt dan het getal
◷ 6 min leestijd In deze reeks liepen we langs wat biotine doet, waar het in zit en hoeveel je er nu eigenlijk van nodig hebt. In dit laatste artikel maak ik de brug naar het product, en ik doe dat graag, want hier komt precies terug wat ik in het derde artikel schreef. Dat biotine waar deze reeks over ging, zit in ScKIN Collagen+. Per dagdosering van één maatschep van 17,9 gram levert het 50 mcg biotine, oftewel 100 procent van de dagelijkse referentie-inname. Waarom 50 en niet 10.000 Ik weet dat dit getal er bescheiden uitziet naast de potten waar ik het in het vorige artikel over had. En dat is een bewuste keuze, dus ik leg hem graag uit. Je lichaam draagt in totaal ongeveer duizend microgram biotine bij zich en hergebruikt die voorraad steeds opnieuw. Het enzymsysteem dat biotine inzet heeft een begrensde capaciteit. Honderd keer de referentiewaarde geven laat die koerier niet harder lopen; het levert vooral een indrukwekkend getal op de voorkant op en een duurdere urine. Daar komt het punt uit het vorige artikel bij: hoge doseringen biotine kunnen bepaalde bloedtesten verstoren. Dat is een reëel ongemak waar laboratoria actief voor waarschuwen, en dat wilden we onze klanten niet aandoen. Wat in mijn ogen wél werkt, is biotine op een nette hoeveelheid zetten en er vervolgens voor zorgen dat de stoffen eromheen kloppen. Want zoals ik in deze hele reeks heb laten zien: biotine werkt nooit alleen. De stoffen die er in Collagen+ omheen staan Dit is waar de formule zijn werk doet. Naast biotine levert één maatschep: Zink, 25 mg. Zink houdt het haar sterk en helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.2 Selenium, 40 mcg. Selenium houdt het haar sterk en is goed voor nagels.3 Koper, 2 mg. Koper draagt bij aan de normale haarkleur en tot de instandhouding van normaal bindweefsel.4 Vitamine C, 500 mg. Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid, en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.5 Leg dat rijtje eens naast de claims uit het vorige artikel. Je ziet vier stoffen die alle vier op hetzelfde terrein meewerken, elk vanuit een eigen hoek. Dat is het idee: niet één stof heel hard, maar een groepje in verhouding. Wat biotine volgens de goedgekeurde claims doet Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar.1 Biotine draagt bij aan normale haargroei.1 Biotine houdt het haar sterk.1 Biotine draagt bij aan het behoud van normale nagels.1 Biotine helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.1 Biotine helpt een normale huid in stand houden.1 En de rest van de formule Collagen+ is opgebouwd rond collageenpeptiden uit vis, 6000 mg per dagdosering, aangevuld met onder meer hyaluronzuur, aminozuren als L-lysine en L-glutamine, MSM, phytoceramiden en een aantal spijsverteringsenzymen. Die ingrediënten beschouwen we als onderdeel van de formule; de erkende bijdragen komen van de vitaminen en mineralen die ik hierboven noemde, en die heb ik daarom letterlijk opgeschreven. Omdat er viscollageen in zit, is dit product niet geschikt voor wie plantaardig eet. Dat zeg ik er liever meteen bij. Voor wie dit vooral interessant is Ik zeg er liever eerlijk bij voor wie dit past en voor wie niet, want dat vind ik belangrijker dan zo breed mogelijk aanprijzen. Dit is interessant als je bezig bent met je huid, je haar en je nagels en je daarbij van binnenuit wilt werken in plaats van alleen met wat je erop smeert. De stoffen die ik hierboven noemde werken precies op dat terrein. Daarnaast is de leeftijdsfactor reëel. Vanaf een jaar of veertig verloopt de eigen aanmaak van bindweefsel trager, en zoals ik in het collageenverhaal vaker heb uitgelegd: zonder voldoende meewerkers, zoals zink, koper en vitamine C, kan je lichaam dat materiaal ook minder goed verwerken. Dat is de reden dat die cofactoren in deze formule zitten en niet als losse gedachte. Voor wie is het niet bedoeld? Voor wie plantaardig eet, om de reden die ik hierboven noemde. En het is geen oplossing voor een voedingspatroon dat verder niet klopt. Een maatschep naast een dag vol snelle happen doet minder dan diezelfde dag met noten, zaden, een ei, groente en voldoende eiwit. Hoe je het inneemt Eén maatschep per dag, geroerd door water, sap of een smoothie. Collagen+ heeft een tropicalsmaak, dus het laat zich makkelijk drinken. Mijn belangrijkste advies gaat niet over het moment van de dag, maar over geduld. Je huid vernieuwt zichzelf in ongeveer achtentwintig tot veertig dagen, en een haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Wat je nu opbouwt zie je dus pas een aantal maanden later terug. Ik adviseer mensen dan ook om er minimaal drie maanden de tijd voor te nemen voordat ze terugkijken, en op wat oudere leeftijd gerust zes. Dat is minder spannend dan een snelle belofte, maar het is wel hoe je lichaam werkt. Bekijk Collagen+ Tot slot Wat ik je na deze vier artikelen vooral wil meegeven: laat je niet imponeren door het grootste getal op een verpakking. Biotine zit in heel gewone voeding, je lichaam gaat er zuinig mee om, en wat telt is of de stoffen eromheen kloppen. Zorg dus eerst voor je bord, met noten, zaden, een ei, volkoren producten en groente. En kies je aan te vullen, kijk dan naar het geheel. 1 Biotine (50 mcg, 100% RI) draagt bij aan het behoud van normaal haar, aan normale haargroei en aan het behoud van normale nagels, houdt het haar sterk, helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en helpt een normale huid in stand houden. 2 Zink (25 mg, 250% RI) houdt het haar sterk en helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. 3 Selenium (40 mcg, 73% RI) houdt het haar sterk en is goed voor nagels. 4 Koper (2 mg, 200% RI) draagt bij aan de normale haarkleur en tot de instandhouding van normaal bindweefsel. 5 Vitamine C (500 mg, 625% RI) draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte, zwangerschap of medicijngebruik altijd een deskundige. Gebruik je een biotinesupplement, meld dat dan als je bloed laat prikken. Lees ook Wat biotine in je lichaam doet Waar zit biotine in? De bronnen op je bord Biotine per dag: hoeveel is gebruikelijk en waar je op let
Learn moreBiotine per dag: hoeveel is gebruikelijk en waar je op let
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat biotine doet en waar het in zit. Nu de vraag die me het vaakst wordt gesteld, en waar in de winkel ook de meeste verwarring over bestaat. Hoeveel biotine heb je per dag nodig, en wat moet je denken van die potten met 10.000 microgram erop? Ik geef je hier een eerlijk antwoord, ook al is dat misschien minder spannend dan je had gehoopt. Er is geen officiële Nederlandse aanbeveling Dat is het eerste dat je moet weten en het verrast veel mensen. De Gezondheidsraad heeft voor biotine geen adequate inname vastgesteld. De reden daarvoor is eenvoudig: er zijn te weinig gegevens om precies vast te stellen hoeveel een mens per dag nodig heeft. Wat er wel is, zijn richtwaarden. In Europa wordt gewerkt met een referentiewaarde in de orde van 15 tot 100 microgram per dag voor volwassenen. In de Verenigde Staten hanteert men een adequate inname van rond de 30 microgram per dag. Op etiketten in Nederland zie je 50 microgram als de dagelijkse referentie-inname staan; dat is de waarde waar het percentage op de verpakking tegen wordt afgezet. We praten dus over enkele tientallen microgrammen. Onthoud dat getal even, want het is zo relevant voor de rest van dit artikel. En dan zie je 10.000 microgram op een pot staan Want dat is wat er in de schappen gebeurt. Producten voor haar en nagels bevatten regelmatig 5.000 of 10.000 microgram biotine per dagdosering. Dat is honderd tot enkele honderden keren de referentiewaarde. Als ik daar eerlijk over ben: die hoeveelheden zijn vooral een marketingverhaal. Een groter getal op de voorkant voelt als een beter product, en biotine is goedkoop, dus het is een makkelijke manier om indruk te maken. Maar herinner je wat ik in het eerste artikel schreef. Je lichaam draagt in totaal ongeveer één milligram biotine bij zich, dus zo'n duizend microgram, en het hergebruikt die voorraad steeds opnieuw. Het enzymsysteem dat biotine inzet heeft een beperkte capaciteit; het is niet zo dat de koerier harder gaat lopen als je er honderd extra naast zet. Wat je niet gebruikt, is wateroplosbaar en verlaat je lichaam gewoon weer. Meer is hier dus niet automatisch beter. Ik zeg altijd: het gaat niet om het getal op de voorkant, het gaat om of het systeem waar de stof in meedraait compleet is. Waar je bij hoge doseringen wél op moet letten En nu het punt dat ik het belangrijkst vind van dit hele artikel, omdat het praktisch is en omdat veel mensen het niet weten. Hoge doseringen biotine kunnen de uitslag van bepaalde bloedtesten verstoren. Dat komt doordat veel laboratoriumtesten gebruikmaken van een techniek waarin biotine een rol speelt als hulpstof. Zit er veel biotine in je bloed, dan kan die techniek uit balans raken en komt er een waarde uit die niet klopt. Dat speelt onder meer bij schildklierwaarden en bij een aantal hartmarkers. Het gevolg kan zijn dat er conclusies worden getrokken die nergens op slaan, in de ene of de andere richting. Dat is geen theoretisch risico; laboratoria en toezichthouders waarschuwen hier actief voor. Wat je daaraan doet is simpel: meld het altijd als je bloed laat prikken en je een biotinesupplement gebruikt. Zeker als het om een hoge dosering gaat. Vaak wordt dan geadviseerd om het een paar dagen ervoor te laten staan. Overleg dat met je arts of met het laboratorium; zij weten welke test ze gebruiken. Ik vind dit echt iets wat je moet weten voordat je zo'n pot koopt. Drie dingen die de biotinehuishouding beïnvloeden Rauw eiwit. Dat behandelde ik in het vorige artikel: avidine in rauw kippeneiwit bindt biotine. Gekookt of gebakken ei is geen punt. Hoge doseringen vitamine B5. Pantotheenzuur en biotine gebruiken dezelfde opnameroute in de darm. Neem je langdurig een hoge dosering B5 apart, dan kan dat ten koste gaan van de opname van biotine. In gewone voeding speelt dit niet; daar komen ze in verhoudingen langs die je lichaam prima aankan. Het is weer een voorbeeld van waarom ik liever werk met een formule waarin stoffen in verhouding tot elkaar staan dan met losse hoge doseringen. Langdurig gebruik van alfaliponzuur. Van deze antioxidant is bekend dat langdurig gebruik in therapeutische dosering de activiteit van een aantal biotine-afhankelijke enzymen omlaag brengt. Gebruik je dat, dan is het goed om te weten dat biotine daar logisch naast hoort. Daarnaast zijn er medicijnen die de biotinehuishouding beïnvloeden. Gebruik je medicatie, vraag dat dan na bij je arts of apotheek. Zij kennen jouw situatie en ik niet. Wat ik mensen in de praktijk adviseer Begin bij je bord. Uit het vorige artikel weet je dat biotine in heel gewone producten zit en dat het vooral uit de optelsom komt. Een dag met noten, zaden, een ei, volkoren producten en groente levert je gewoon wat je nodig hebt. Wil je aanvullen, kijk dan niet naar het grootste getal maar naar de context. Zit biotine in een formule samen met de andere stoffen die op dezelfde plek meewerken? Staat er een redelijke hoeveelheid op, in de buurt van de referentiewaarde in plaats van honderd keer zoveel? Dat zijn in mijn ogen de betere vragen. En als je toch voor een hoge dosering kiest, onthoud dan het punt over de bloedtesten. Dat is geen detail. De voedingsstoffen die hierbij horen Voor biotine zijn een paar gezondheidsclaims officieel vastgesteld. Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar en aan normale haargroei, en houdt het haar sterk.1 Biotine draagt bij aan het behoud van normale nagels.1 En biotine helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en helpt een normale huid in stand houden.1 Biotine staat daarbij niet alleen. Zink houdt het haar sterk en helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.2 Selenium houdt het haar sterk en is goed voor nagels.3 Koper draagt bij aan de normale haarkleur en tot de instandhouding van normaal bindweefsel.4 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid.5 Dat rijtje laat precies zien wat ik hierboven bedoelde met context. Het zijn meerdere stoffen die op hetzelfde terrein meewerken. Samengevat De referentiewaarde ligt in de orde van tientallen microgrammen per dag, niet duizenden. Je lichaam hergebruikt biotine en haalt het makkelijk uit gewone voeding. Kies je toch voor een aanvulling, kijk dan naar het geheel van de formule en naar de verhoudingen. En meld het bij je arts als je bloed laat prikken. In het laatste artikel laat ik zien welke keuze wij daarin hebben gemaakt. 1 Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar, aan normale haargroei en aan het behoud van normale nagels, houdt het haar sterk, helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en helpt een normale huid in stand houden. 2 Zink houdt het haar sterk en helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. 3 Selenium houdt het haar sterk en is goed voor nagels. 4 Koper draagt bij aan de normale haarkleur en tot de instandhouding van normaal bindweefsel. 5 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Biotine aanvullen: waarom de verhouding meer zegt dan het getal, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat biotine in je lichaam doet Waar zit biotine in? De bronnen op je bord Biotine aanvullen: waarom de verhouding meer zegt dan het getal
Learn moreWaar zit biotine in? De bronnen op je bord
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat biotine doet: koerier spelen voor vijf enzymen die op kruispunten in je stofwisseling zitten. Nu de vraag waar je het vandaan haalt. Het goede nieuws vooraf: biotine zit in heel veel voedingsmiddelen, alleen meestal in kleine hoeveelheden. Er zijn weinig producten die er uitgesproken rijk aan zijn. Het komt dus vooral uit de optelsom van je hele dag, en niet uit één superbron. De rijkste bronnen Eidooier is de klassieker. Er zit een verhaal aan vast over het eiwit van het ei waar ik zo op terugkom, maar de dooier zelf is een uitstekende bron. Lever is van oudsher de allerrijkste bron. Niet ieders favoriet, maar goed om te weten. Biergist en voedingsgist zitten er zeer goed in. Voedingsgistvlokken zijn bovendien makkelijk te gebruiken: strooi ze over pasta, door een saus of over popcorn. Sojabonen en producten daarvan, zoals tempeh en tofu, dragen stevig bij. Noten en zaden Amandelen, walnoten, pecannoten, pinda's en zonnebloempitten leveren allemaal biotine. Dit is denk ik de makkelijkste categorie om dagelijks te laten terugkomen. Een handje noten als tussendoortje, of een lepel zonnebloempitten door je yoghurt of salade, en je hebt er verder geen omkijken naar. Granen, groenten en de rest Havermout en volkoren producten dragen bij. Bij granen zit het meeste in de buitenste laag, dus volkoren levert meer dan wit. Zoete aardappel is een prettige bron en bovendien veelzijdig. Champignons en andere paddenstoelen leveren biotine. Tomaten staan van oudsher in de rijtjes en tellen mee omdat veel mensen ze dagelijks eten. Avocado, banaan en broccoli dragen op bescheiden schaal bij. Kaas en melk leveren kleine hoeveelheden die door de dag heen optellen. Zalm en andere vis dragen bij. Valt je iets op aan dit rijtje? Het zijn allemaal gewone, alledaagse producten. Dat is precies de reden dat biotine in een gevarieerd voedingspatroon vanzelf meekomt. Het verhaal van het rauwe eiwit En dan het stuk dat ik je beloofde, want dit is een van de mooiste voorbeelden uit de voedingsleer. In rauw kippeneiwit zit een stof die avidine heet. Avidine heeft de eigenschap dat het zich extreem stevig aan biotine bindt. Zodra dat gebeurt, kan je darm de biotine niet meer opnemen en verlaat het geheel je lichaam weer. Je moet je voorstellen dat avidine een slot is dat om je koerier heen klikt. De koerier is er nog wel, maar hij komt nergens meer. Dit is geen theorie: het is precies zo ontdekt, bij mensen en dieren die grote hoeveelheden rauw eiwit aten. Daar is de bijnaam eiwitziekte uit voortgekomen. Nu het geruststellende deel. Avidine wordt door verhitting onschadelijk gemaakt. Een gekookt, gebakken of gepocheerd ei levert dus geen enkel probleem, en het ei blijft gewoon een van de betere biotinebronnen. Het speelt alleen als je structureel grote hoeveelheden rauw eiwit binnenkrijgt, bijvoorbeeld als iemand rauwe eiwitten door een shake doet. Dat kom ik in de praktijk af en toe nog tegen, en dan leg ik dit verhaal uit. Eet je gewoon je eitje gekookt of gebakken? Dan is er niets aan de hand en haal je er juist een mooie hoeveelheid uit. Hoe biotine uit je eten vrijkomt Nog iets wat weinig bekend is. Biotine zit in je voeding meestal vastgemaakt aan eiwitten. Om het te kunnen opnemen moet het daar eerst van worden losgemaakt, en daar heb je een speciaal enzym voor dat onder meer door je alvleesklier wordt aangemaakt. De opname gebeurt vervolgens in je dunne darm. Waarom ik dat noem: het laat zien dat je vertering er gewoon bij hoort. Alles wat je vertering ondersteunt, helpt dus ook hier. Rustig eten, goed kauwen, en je maaltijd niet wegwerken tussen twee afspraken door. Ik weet dat het een open deur is. Het is ook de eerste stap. Bereiding en bewaren Biotine kan redelijk goed tegen hitte, dus normaal koken en bakken is geen probleem. Het is wel wateroplosbaar, dus er lekt wat weg in ruim kookwater. Gebruik je dat vocht in een soep of een saus, dan blijft het gewoon in je gerecht. Langdurige, hoge verhitting en sterk bewerkte producten doen de hoeveelheid wel afnemen. Ook hier geldt dus de vuistregel die ik bij bijna alles geef: hoe dichter bij het oorspronkelijke product, hoe meer erin blijft zitten. Wat je darmbacteriën zelf maken Er is nog een bron die niet op je boodschappenlijst staat: je eigen darmflora. De bacteriën in je dikke darm maken zelf biotine aan. Dat is bijzonder, want dat geldt maar voor een handvol vitamines. Tegelijk moet je die bijdrage niet overschatten. Uit onderzoek komt naar voren dat het om een klein deel van je dagelijkse hoeveelheid gaat, in de orde van een paar procent. Daar komt bij dat het grootste deel van die productie plaatsvindt in je dikke darm, terwijl de opname vooral in je dunne darm gebeurt, dus een stuk eerder in de route. Ik noem het vooral omdat het weer laat zien hoe verweven je vertering en je voedingsstatus zijn. Je darmflora is geen apart hoekje van je lichaam; ze draait mee in je stofwisseling. Alles wat die bacteriën goed doet, zoals voldoende vezels uit groente, fruit, peulvruchten en volkoren producten, werkt dus op meer plekken door dan je op het eerste gezicht zou denken. Een dag waarin biotine vanzelf meekomt Ontbijt: havermout met een handvol amandelen en een lepel zonnebloempitten. Of een gekookt ei op volkorenbrood. Lunch: volkorenbrood met kaas en avocado, of een salade met tempeh en een gekookt ei. Tussendoor: een handje walnoten of pecannoten. Avondeten: geroosterde zoete aardappel met champignons, of zalm met groente. Eventueel een lepel voedingsgistvlokken eroverheen. Je ziet dat dit geen bijzondere boodschappenlijst vraagt. Dat is precies het punt. Samengevat Biotine komt uit de optelsom van je dag: eidooier, noten, zaden, volkoren producten, zoete aardappel, champignons, peulvruchten en gist. Kook je ei gewoon zoals je gewend bent, want verhitting maakt avidine onschadelijk. En zorg dat je vertering de rust krijgt om het werk te doen. In het volgende artikel gaan we naar de vraag waar ik eigenlijk het vaakst naar gevraagd word: hoeveel biotine heb je nu echt nodig, en wat moet je denken van die verpakkingen met duizenden microgrammen? Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Biotine aanvullen: waarom de verhouding meer zegt dan het getal, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat biotine in je lichaam doet Biotine per dag: hoeveel is gebruikelijk en waar je op let Biotine aanvullen: waarom de verhouding meer zegt dan het getal
Learn more


