ScKIN Journal
Wat is castorolie en waar komt het vandaan?
◷ 7 min leestijd Castorolie is zo'n product dat al jaren meegaat en toch steeds opnieuw opduikt. Je ziet het bij de drogist staan, je hoort erover in gesprekken over wenkbrauwen, en de kans is groot dat je moeder of je oma er ook al iets mee deed. Maar als ik vraag wat het eigenlijk is, blijft het vaak stil. Een olie, ja. Uit een plant, ergens. En verder? Ik vind dat eigenlijk jammer, want als je weet waar iets vandaan komt en hoe het is opgebouwd, snap je meteen veel beter waarom je het op de ene manier wel gebruikt en op de andere manier niet. Daarom begin ik deze reeks bij de basis: welke plant het is, hoe de olie gemaakt wordt, wat erin zit, en waarom castorolie zo anders aanvoelt dan bijna elke andere plantaardige olie die je kent. De plant: de wonderboom Castorolie komt uit de zaden van Ricinus communis, in het Nederlands de wonderboom genoemd. In warme streken groeit die uit tot een echte boom van een paar meter hoog. Bij ons haalt hij dat niet, want de eerste vorst is het einde van het verhaal, en daarom zie je hem hier vooral als sierplant in tuinen staan. Je herkent hem aan de grote handvormige bladeren en de roodachtige stengels. Best een indrukwekkende verschijning. Na de bloei komen er stekelige vruchten aan, en in elke vrucht zitten drie zaden. Die zaden lijken op gespikkelde bonen: glanzend, bruin gemarmerd, een paar millimeter groot. Daar zit de olie in, en dan meteen in flinke hoeveelheid, want zo'n zaad bestaat voor ongeveer de helft uit vet. India is veruit de grootste producent van de wereld, gevolgd door China en Brazilië. De naam wonderboom komt trouwens uit de bijbel, uit het verhaal van Jona die schaduw krijgt van een plant die in één nacht opschiet. Of dat exact deze plant was, daar zijn geleerden het niet over eens, maar de naam is blijven hangen. Van zaad naar olie De zaden worden geperst, en de manier waarop dat gebeurt bepaalt voor een groot deel wat je uiteindelijk in de fles hebt. Er zijn ruwweg twee routes. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch worden uitgeperst zonder dat er warmte aan te pas komt. Wat eruit komt is een licht goudgele, stroperige olie met een eigen, milde geur. De begeleidende stoffen uit het zaad, zoals vitamine E, blijven daarbij grotendeels bewaard. Voor cosmetisch gebruik is dit de versie waar je naar op zoek bent. Geraffineerd wil zeggen dat de olie na het persen nog een aantal bewerkingen ondergaat met warmte, waardoor ze vrijwel kleurloos en geurloos wordt en langer houdbaar is. Handig voor de industrie, en niets mis mee, alleen verdwijnt er onderweg wel wat van het karakter van de olie. Zie je een castorolie die volstrekt kleurloos en reukloos is, dan weet je dus welke route ze heeft afgelegd. En dan de vraag over ricine Deze krijg ik vaak, en terecht, dus laat ik er helder over zijn. In het zaad van de wonderboom zit ricine, een eiwit dat giftig is als je rauwe zaden zou eten. Dat is precies de reden dat je de plant en de zaden buiten bereik van kinderen en huisdieren houdt. Maar ricine is een eiwit, en eiwitten lossen niet op in vet. Bij het persen blijft het daarom achter in de perskoek, het vaste deel dat overblijft, en gaat het niet mee de olie in. Wat er eventueel nog van over is, wordt bij de verdere bewerking onwerkzaam gemaakt. De castorolie die je als verzorgingsproduct koopt, bevat het dus niet. Wat je in je handen hebt is gewoon een plantaardige olie voor uitwendig gebruik. Waarom castorolie zo dik is En dan het stuk dat castorolie echt bijzonder maakt. De meeste plantaardige oliën zijn een mengsel van allerlei vetzuren. Bij castorolie is dat anders: ongeveer 85 tot 90 procent bestaat uit één en hetzelfde vetzuur, ricinoleïnezuur. Dat kom je in de natuur nauwelijks ergens anders zo geconcentreerd tegen. Het aardige is dat je aan de vorm van dat vetzuur meteen kunt zien waarom de olie zo aanvoelt. Stel je een vetzuur voor als een lange gladde draad. In de meeste oliën liggen die draden los langs elkaar en glijden ze makkelijk langs elkaar heen, en dat merk je: de olie is dun en vloeit snel weg. Ricinoleïnezuur heeft halverwege de keten een extra groep zitten, een soort haak. Al die haken blijven onderling aan elkaar hangen, en daardoor glijden de draden veel minder makkelijk. Dat is precies wat je voelt als je castorolie tussen je vingers wrijft: stroperig, bijna als dunne honing, terwijl bijvoorbeeld arganolie meteen wegloopt. Daarnaast zitten er kleinere hoeveelheden oliezuur en linolzuur in, en van nature wat vitamine E. Maar het verhaal van castorolie is echt het verhaal van dat ene vetzuur. Die dikte heeft in de praktijk vier gevolgen, en die kun je maar beter weten voordat je begint. Je hebt heel weinig nodig. De olie trekt langzamer in dan je gewend bent. Ze blijft als een dunne film op de huid liggen in plaats van meteen te verdwijnen. En in je haar is ze puur soms lastig uit te wassen, waardoor veel mensen castorolie mengen met een lichtere olie. In het derde artikel van deze reeks laat ik precies zien hoe je dat doet. Waarom een olie die blijft liggen prettig is voor je huid Om te snappen waarom die film juist fijn is, helpt het om te weten hoe de buitenste laag van je huid in elkaar zit. Ik leg het altijd uit als een muurtje. De huidcellen zijn de stenen, en de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie netjes op zijn plek zit, houdt je huid haar vocht binnen en blijft er van buiten weinig ongewenst binnenkomen. Je huid is namelijk een grensgebied, dat is haar hele werk. Wordt de specie dunner, dan gebeuren er twee dingen tegelijk. Je huid verliest sneller vocht, waardoor ze trekkerig en droog aanvoelt. En prikkels van buitenaf komen makkelijker binnen, waardoor je huid gevoeliger reageert dan je van haar gewend bent. Wat die specie uitput is meestal heel alledaags: te heet douchen, te vaak en te stevig reinigen, droge binnenlucht van de verwarming, koude wind. Een olie die op de huid blijft liggen, remt dat vochtverlies af. Ze maakt de huid soepel en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Dat is cosmetische verzorging aan de buitenkant, en zo moet je het ook zien: het is de bescherming van dat muurtje, niet iets wat in je lichaam gebeurt. Een olie met een lange geschiedenis Castorolie wordt al duizenden jaren gebruikt. In het oude Egypte brandde ze in lampen en werd ze op huid en haar gebruikt. In de vorige eeuw was ze een gewild smeermiddel voor vliegtuig- en racemotoren, juist vanwege die stroperigheid die bij hoge temperaturen goed standhoudt. En vandaag kom je haar tegen in van alles, van cosmetica tot lakken en kunststoffen. In een fles op je badkamerplank zit dus een olie met een verrassend industrieel cv. Gele castorolie en black castor oil Je komt twee soorten tegen en het is handig het verschil te kennen. De gewone, koudgeperste castorolie is licht goudgeel met een milde geur. Bij Jamaican black castor oil worden de zaden eerst geroosterd en wordt de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. De ene is niet beter dan de andere, het zijn gewoon twee tradities. Wil je een pure, neutrale olie die je overal voor kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de logische keuze. Wat castorolie wel en niet is Tot slot iets waar ik graag eerlijk over ben, want rond deze olie hangt nogal wat verwachting. Castorolie is een cosmetische verzorgingsolie. Ze verzorgt je wimpers en wenkbrauwen, ze voedt het haar, ze maakt droog haar zachter en glanzender en ze maakt de huid soepel. Dat is wat een olie doet, en dat is best veel. Wat ze niet doet, is haar laten groeien. Dat wordt vaak beweerd en het mag ook niet zo gezegd worden, want daar is het geen middel voor. Wat mensen wel merken is dat goed verzorgde wenkbrauwen en wimpers er voller en verzorgder uitzien, en dat is iets anders. Ik zeg altijd: verwacht verzorging, geen toverstok. En geef het tijd, want je huid vernieuwt zich in weken en je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken is een eerlijke termijn om iets te merken. In het volgende artikel loop ik langs alles waar castorolie in de praktijk voor gebruikt wordt, en net zo belangrijk: waar ze minder geschikt voor is. Lees ook Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let
LEES MEERWaar is castorolie goed voor?
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar waar castorolie vandaan komt en waarom ze zo stroperig is. Nu de vraag die de meeste mensen eigenlijk als eerste stellen: waar is castorolie eigenlijk goed voor? Ik loop de toepassingen met je langs, en ik ben er ook eerlijk over waar deze olie minder handig is. Want dat hoort er net zo goed bij, en het scheelt je een fles die halfvol in de kast blijft staan. Eerst even: wat een olie eigenlijk doet Voordat we naar de toepassingen gaan, is het handig om te snappen wat er gebeurt als je een olie op je huid of haar aanbrengt. Anders blijft het bij "het voelt fijn" en weet je niet waarom. De buitenste laag van je huid is dat muurtje van stenen met specie ertussen: huidcellen met vetten daartussen. Die laag heeft één hoofdtaak, en dat is vocht binnenhouden. In diezelfde hoornlaag zit ook een eiwit dat water aan zich bindt, waardoor de laag soepel blijft in plaats van bros. Is er te weinig vet tussen de stenen, dan verdampt er meer vocht dan de bedoeling is, en dat voel je: strak, ruw, dof. Een olie vult niets aan in de diepte. Wat ze doet, is bovenop gaan liggen en het verdampen afremmen. En juist daar is castorolie sterk in, want door die dikte blijft ze liggen waar je haar neerlegt. Het gevolg is dat de huid soepel wordt en dat ze haar natuurlijke vochtbalans beter behoudt. Bij haar werkt het anders, en daar kom ik zo op terug. 1. Wimpers en wenkbrauwen Dit is waar castorolie het bekendst om is, en niet zonder reden. Wimpers en wenkbrauwen krijgen weinig verzorging en wel veel te verduren: make-up, afschminken, wrijven in je ogen, een föhn erlangs. Een olie die blijft zitten is dan prettig, want ze verzorgt de haren en houdt ze soepel, waardoor ze er voller en verzorgder uitzien. Wat ik hier belangrijk vind om te herhalen: dit is verzorging, geen groei. Wimpers hebben hun eigen levenscyclus en die verandert niet door een olie. Maar goed verzorgde wenkbrauwen liggen mooier, breken minder snel en zien er gewoon verzorgder uit. Dat is de winst, en dat is voor de meeste vrouwen precies wat ze zoeken. 2. Droog haar, en dan vooral de lengtes en punten Je haar is anders dan je huid: de haarschacht leeft niet meer. Wat je ziet is keratine, en de buitenkant daarvan bestaat uit een schubbenlaag die als dakpannen over elkaar ligt. Ligt die laag mooi glad, dan weerkaatst je haar het licht en glanst het. Staan de schubben omhoog door hitte, wrijving of droogte, dan grijpen de haren in elkaar, en dat is wat je als pluis en klit ervaart. Een olie legt zich langs die schubben en maakt de buitenkant gladder. Daardoor voedt ze het haar, maakt ze droog haar zachter en glanzender en kam je er makkelijker doorheen. Castorolie is voor dit doel bijna te dik om puur te gebruiken, zeker in fijn haar. Mengen met een lichtere olie werkt in de praktijk veel prettiger, en dat laat ik in het volgende artikel precies zien. 3. De hoofdhuid, met beleid Een hoofdhuidmassage met olie is heerlijk en veel mensen worden er rustig van. Je hoofdhuid is huid, dus dezelfde regels gelden: een olie op de huid maakt haar soepel. Wel twee kanttekeningen. Wie snel glanzend haar heeft, kan olie op de hoofdhuid als zwaar ervaren. En castorolie is zo dik dat je haar na een hoofdhuidmassage twee keer moet wassen. Doe het dus bewust, één keer per week, en verdund. 4. Droge plekken op je lichaam Ellebogen, knieën, hielen, knokkels: de plekken die altijd als eerste droog aanvoelen. Daar komt de dikte van castorolie juist goed van pas, want ze blijft liggen waar je haar aanbrengt en trekt niet meteen in de mouw van je trui. Breng haar aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen, dan sluit je het aanwezige vocht in. Dat maakt echt verschil, veel meer dan wanneer je wacht tot je helemaal droog bent. 5. Nagelriemen en lippen Twee plekken die weinig aandacht krijgen en er snel op vooruit gaan. Eén druppel per hand in je nagelriemen voor het slapen verzorgt de huid rondom je nagels en maakt die soepel. Op je lippen werkt een dunne laag ook, al is de smaak niet iedereen even lief. Doe het dan 's avonds. 6. Als draagolie Castorolie is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik. Dat betekent dat je haar kunt mengen: met een lichtere olie zoals jojoba of argan om haar makkelijker uitsmeerbaar te maken, of als basis in een zelfgemaakt mengsel. Voor veel mensen is dit trouwens de fijnste manier om castorolie überhaupt te gebruiken. Puur is ze aan de zware kant, verdund heeft ze alle voordelen en kun je haar overal op kwijt. 7. De rijpere huid Castorolie is geschikt voor de rijpere huid. Rond je dertigste verandert de huid geleidelijk: ze wordt wat droger, wat dunner, en het duurt langer voordat ze zich vernieuwt. Een rijke olie voelt dan vaak prettiger dan een lichte. Ze voedt de huid en houdt haar soepel, en daardoor helpt ze fijne lijntjes minder zichtbaar te maken. Belangrijk: dat is een cosmetisch effect, dus zolang je haar gebruikt. Een olie draait geen veroudering terug en dat beloof ik ook niet. Waar castorolie minder geschikt voor is En dan het eerlijke deel. Voor een aantal situaties is dit gewoon niet de handigste olie. Op het hele gezicht bij een huid die snel glanst. Castorolie is rijk en blijft liggen. Wie merkt dat een rijke olie op het gezicht te zwaar zit, gebruikt haar prettiger op het lichaam, in het haar of alleen op de droge zones. Overdag onder make-up. Ze trekt daar te langzaam voor in. Gebruik haar 's avonds, dan heeft ze de hele nacht. Puur in fijn haar. Dat wordt zwaar en plakkerig en het wast lastig uit. Verdunnen is hier het antwoord. Op de ooglijn zelf. Langs de wenkbrauw en over de wimpers: prima. In je oog: niet fijn. Houd afstand van de rand van je ooglid. Verder geldt voor elke nieuwe olie: doe eerst een test in je elleboogholte en wacht een dag. Reageert je huid rustig, dan kun je door. Merk je irritatie, dan stop je gewoon. Zwanger, of gebruik je verzorging op voorschrift, overleg het dan even met je huidprofessional. Van buiten en van binnen Ik zeg altijd dat verzorging twee kanten heeft. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich namelijk continu, en het materiaal daarvoor komt uit je voeding. Die twee kanten doen echt iets anders, en ze vervangen elkaar niet. Dat betekent praktisch: verwacht van een olie wat een olie kan. Ze verzorgt de buitenkant, en dat mag gewoon goed gedaan worden. Wat je eet, hoe je slaapt en hoeveel spanning je meedraagt, dat is een ander gesprek, met een eigen antwoord. Wat je mag verwachten en wanneer Het effect op je huid en haar merk je meteen: soepeler, gladder, glanzender. Dat komt doordat de olie er nog op ligt, en dat is precies de bedoeling. Voor het verzorgde beeld van je wenkbrauwen en je lengtes moet je verder kijken. Reken op vier tot zes weken van consequent gebruik, en oordeel daarvoor niet. In het volgende artikel wordt het praktisch: hoeveel je precies gebruikt, op welk moment, hoe je castorolie uit je haar krijgt en welke fouten ik het vaakst voorbij zie komen. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let
LEES MEERCastorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema
◷ 6 min leestijd We hebben gekeken waar castorolie vandaan komt en waar ze goed voor is. Nu het stuk waar je meteen iets aan hebt: hoe je haar precies gebruikt. Want olie is zo'n product waarbij de manier van aanbrengen echt uitmaakt. Dezelfde fles kan geweldig bevallen of juist tegenvallen, puur door de hoeveelheid en het moment. En bij castorolie geldt dat sterker dan bij welke olie ook, want ze is zo dik dat te veel meteen straft. Ik loop het met je door: eerst je wenkbrauwen en wimpers, dan je haar, dan je huid. En daarna de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen, plus een weekschema waarmee je gewoon kunt beginnen. De gouden regel: minder dan je denkt Als je één ding onthoudt, laat het dit zijn. Castorolie doseer je in druppels, niet in scheuten. Voor je wenkbrauwen en wimpers samen heb je aan wat er aan een borstel blijft hangen genoeg. Voor je lengtes is een halve theelepel voor de meeste haarlengtes al ruim. Gebruik je te veel, dan blijft er een laag liggen die niet meer wegtrekt, en dan is de conclusie al snel dat olie niets voor jou is. Terwijl de dosering het probleem was. Warm de olie trouwens altijd even op tussen je handen of tussen je vingers, dan wordt ze dunner en verdeelt ze veel makkelijker. Wenkbrauwen en wimpers Doe dit 's avonds, als laatste stap, op een schoon gezicht zonder oog-make-up. Neem een schone mascaraborstel, een schone wenkbrauwborstel of een wattenstaafje. Ik was zo'n borstel elke week even met wat shampoo en laat hem drogen. Doop de borstel in de olie en veeg het overtollige er aan de rand af. Hij mag absoluut niet druipen. Borstel je wenkbrauwen in de richting waarin ze groeien, van binnen naar buiten. Je verdeelt de olie over de haren en legt ze meteen mooi. Voor je wimpers: strijk voorzichtig over de lengte van je wimpers, van de basis naar de punten, en blijf weg van de rand van je ooglid. Je hoeft niet tot aan de aanzet te gaan. Laat het zitten tot de ochtend. Spoel je gezicht dan af met lauw water. Elke avond is prima. Bij verzorging is consequent zijn belangrijker dan veel gebruiken, en dat is ook meteen het lastigste eraan. Je haar: castorolie als masker voor het wassen Dit is de manier waarop castorolie in je haar het beste tot haar recht komt, en ook de manier die het minst misgaat. Meng haar eerst Puur is castorolie voor de meeste mensen te dik. Meng haar half om half met een lichtere olie, bijvoorbeeld jojoba of argan. Heb je fijn haar, ga dan naar één deel castorolie op twee delen lichte olie. Je houdt de voedende werking en je wast het er veel makkelijker uit. Zo breng je het aan Begin met droog of licht vochtig haar, niet drijfnat. Neem een halve theelepel van het mengsel in je handpalm en wrijf je handen tegen elkaar. Verdeel het door de lengtes en vooral de punten. Blijf van je hoofdhuid af, tenzij je die bewust masseert. Kam het rustig door met een grove kam, zodat het overal komt. Doe je haar in een knot en laat het minimaal een half uur zitten. Een nacht mag ook, leg dan een oude handdoek op je kussen. En zo krijg je het er weer uit Hier gaat het meestal mis, dus let even op. Doe de shampoo op je droge, olieachtige haar, dus vóórdat je het natmaakt. Masseer het goed door, en voeg dan pas water toe. Op die manier bindt de shampoo zich aan de olie in plaats van dat het water haar wegduwt. Was daarna nog een tweede keer met een kleine hoeveelheid shampoo. Klaar. Doe je het andersom, dan blijf je met plakkerige lengtes zitten en denk je onterecht dat de olie niet deugt. En na het wassen Op handdoekdroog haar kun je één druppel van het mengsel door je punten strijken. Dat maakt droog haar zachter en glanzender en helpt tegen pluis. Één druppel, echt niet meer. Hoofdhuidmassage Als je dit fijn vindt: neem het verdunde mengsel, breng het met je vingertoppen in kleine cirkels aan op je hoofdhuid en masseer vijf minuten. Doe dit één keer per week, altijd vóór het wassen, en houd bovenstaande wasvolgorde aan. Wie snel glanzend haar heeft, slaat de hoofdhuid gewoon over en houdt het bij de lengtes. Je huid Voor droge plekken op je lichaam is het simpel: breng de olie aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen. Dat is de belangrijkste tip van dit hele artikel voor je lichaam, want je sluit dan het vocht in dat er nog op zit. Wacht je tot je helemaal droog bent, dan is een deel al verdampt en werkt dezelfde hoeveelheid olie merkbaar minder goed. Voor je nagelriemen: één druppel per hand voor het slapen, even inmasseren. Voor je gezicht: gebruik castorolie 's avonds, verdund met een lichtere olie, en houd het bij de droge zones als je huid overdag snel glanst. De zes fouten die ik het vaakst zie Te veel gebruiken. Verreweg nummer één. Halveer wat je nu gebruikt en kijk of het genoeg is. Meestal wel. Puur gebruiken in het haar. Mengen met een lichtere olie is geen zuinigheid, het is gewoon prettiger en het wast beter uit. Water vóór shampoo bij het uitwassen. Shampoo eerst, op droog haar. Dit lost negen van de tien klaagverhalen over olie in het haar op. Op een kurkdroge huid aanbrengen. Licht vochtig is het moment, meteen na het wassen of douchen. Alles tegelijk veranderen. Voeg één nieuw product per keer toe en geef het een paar weken, anders weet je nooit wat wat deed. Te snel oordelen. Je huid vernieuwt zich in weken, je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken, en dan pas terugkijken. Bewaren en houdbaarheid Zet de fles koel en donker weg, dus niet op de vensterbank en niet naast de verwarming. Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Draai de dop of de pipet goed dicht, dan komt er minder zuurstof bij. Kijk op de verpakking naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M erin, bijvoorbeeld 12M: zo lang kun je de olie na openen gebruiken. Ruikt ze scherp of muf, gooi haar dan weg. Een goede castorolie ruikt mild en een beetje aards. Een simpel weekschema om mee te beginnen Als je niet weet waar je moet starten, houd dan dit aan. Elke avond: wenkbrauwen en wimpers met een schone borstel, en één druppel in je nagelriemen. Eén keer per week: een half uur tot een nacht castorolie verdund in je lengtes, vóór het wassen. Shampoo op droog haar, twee keer wassen. Na elke douche: een dunne laag op de droge plekken van je lichaam, op de nog vochtige huid. Twee of drie keer per week: verdund op de droge zones van je gezicht, 's avonds als laatste stap. Meer heb je niet nodig om te merken of castorolie bij je past. Houd dit vier tot zes weken vol en kijk dan pas terug, want eerder zegt het weinig. In het laatste artikel van deze reeks kijken we naar het kopen zelf: waar je op let als je een pure castorolie zoekt, en hoe je aan de fles en het etiket al een hoop kunt zien. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Pure castorolie kiezen: waar je op let
LEES MEERPure castorolie kiezen: waar je op let
◷ 6 min leestijd Castorolie is een van de simpelste producten die je kunt kopen. Eén plant, één perssnede, één ingrediënt. En juist daarom valt het zo op hoe groot de verschillen zijn tussen de flessen die je tegenkomt. De ene olie is licht goudgeel en ruikt mild, de andere is waterhelder en ruikt nergens naar. De ene kost een paar euro, de andere het vijfvoudige. Wat koop je dan eigenlijk? In dit laatste artikel van de reeks loop ik langs de punten waar ik zelf op let. Neem het gerust mee naar de winkel of houd het ernaast als je online zoekt. 1. Draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst Dit is de belangrijkste stap en hij kost je vijf seconden. Op het etiket hoort één ingrediënt te staan: Ricinus Communis Seed Oil. Dat is de internationale naam voor castorolie, en die naam is overal ter wereld hetzelfde, dus je kunt er altijd op terugvallen. Staan er meer ingrediënten, kijk dan goed wat het zijn. Parfum of fragrance is toegevoegde geur, en die heeft een pure olie niet nodig. Paraffinum liquidum of mineral oil is minerale olie, een goedkopere basis die vaak wordt bijgemengd. En een lijst met vijf andere plantaardige oliën is prima als je een mengsel zoekt, maar dan koop je geen castorolie. 2. Koudgeperst en ongeraffineerd Zoals we in het eerste artikel zagen, bepaalt de manier van persen wat er in de fles zit. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch zijn uitgeperst zonder warmte, waardoor de begeleidende stoffen uit het zaad grotendeels bewaard blijven. Zoek dus naar de woorden koudgeperst of cold pressed op het etiket. Je ziet en ruikt het trouwens ook. Een koudgeperste castorolie is licht goudgeel en heeft een milde, licht aardse geur. Is een olie volkomen kleurloos en ruikt ze naar helemaal niets, dan is ze geraffineerd. Dat is geen ramp, maar het is wel een andere olie dan waar je naar op zoek was. 3. Donker glas, geen doorzichtig plastic Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Amberkleurig of donker glas houdt licht tegen en geeft niets af aan de olie. Een doorzichtige plastic fles op een verlichte schap is dus geen best begin, hoe mooi de olie er ook uitziet. Let ook op de sluiting. Een pipet of een druppeldop helpt je enorm bij het doseren, en dat is bij castorolie belangrijker dan bij welke olie ook, want je hebt er zo weinig van nodig. Een wijde schenkopening maakt overdoseren juist heel makkelijk. 4. Reken even de prijs per milliliter uit Flessen komen in allerlei formaten en dat maakt vergelijken lastig. Deel gewoon de prijs door het aantal milliliters, dan zie je in één keer wat je werkelijk betaalt. En trap niet in de val van de grote fles. Bij castorolie gebruik je een paar druppels per keer, dus een fles van 50 ml gaat maanden mee. Koop je 250 ml omdat het per milliliter voordeliger lijkt, dan is de kans groot dat de laatste helft over datum gaat voordat je haar opmaakt. Dan is het uiteindelijk duurder. 5. Houdbaarheid en herkomst Kijk naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M, bijvoorbeeld 12M. Dat is de periode waarin je de olie na openen kunt gebruiken. Een goede leverancier vermeldt daarnaast waar de zaden vandaan komen en of het product vegan is. Bij castorolie is dat laatste vanzelfsprekend, want het is een plantaardige olie, maar het zegt wel iets over hoe zorgvuldig een merk zijn etiket opstelt. 6. Gele castorolie of black castor oil Kom je Jamaican black castor oil tegen: daarbij zijn de zaden geroosterd en is de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. Het is een eigen traditie met een eigen aanhang. Zoek je een pure, neutrale olie die je op je huid, je haar en je wenkbrauwen kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de veiligste keuze qua geur en kleur. 7. Wat je niet hoeft te betalen Grote woorden op een etiket zeggen weinig. Wat wél iets zegt, staat in kleine letters: het ingrediënt, de perswijze, de verpakking en de houdbaarheid. Een goede castorolie hoeft geen ingewikkeld verhaal te hebben, want het is juist een heel simpel product. Twee tests die je thuis kunt doen Heb je twee flessen naast elkaar staan, dan weet je binnen een minuut welke je prettiger vindt. De geurtest. Ruik aan beide, met een korte pauze ertussen, want je neus went sneller dan je denkt. Een goede castorolie ruikt mild en licht aards, nooit scherp of muf. Ruikt ze naar oude olie, dan is ze over. De handrugtest. Wrijf van elke olie één druppel op de rug van je hand. Castorolie hoort merkbaar stroperig te zijn en blijft even liggen voordat ze intrekt, want dat is precies waar ze het van moet hebben. Voelt een olie dun en waterig aan, dan is er hoogstwaarschijnlijk iets bijgemengd. Onze castorolie Op basis van precies deze punten hebben we onze eigen olie samengesteld. ScKIN Castor Oil is pure, koudgeperste castorolie uit de zaden van Ricinus communis, vegan, in een fles van 50 ml met pipet. Wat ze doet, in gewone taal: castorolie verzorgt wimpers en wenkbrauwen en voedt het haar. Ze maakt droog haar zachter en glanzender. Op je huid maakt ze de huid soepel en helpt ze de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Ze is geschikt voor de rijpere huid en helpt fijne lijntjes minder zichtbaar te maken door de huid te voeden en soepel te houden. En ze is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik, dus je kunt haar prima mengen met een lichtere olie. Wat ze niet doet, hebben we in deze reeks ook eerlijk benoemd: ze laat geen haar groeien. Wat je wel merkt, zijn verzorgde wenkbrauwen en wimpers en zachtere, glanzendere lengtes. Voor mij is dat precies genoeg reden om zo'n fles op je badkamerplank te hebben staan. Bekijk ScKIN Castor Oil Van buiten en van binnen Ik zeg het in elke reeks over oliën, en ik blijf het zeggen. Verzorging heeft twee kanten. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich continu en het materiaal daarvoor komt uit je voeding, dus een olie is nooit een vervanging voor gevarieerd eten, genoeg drinken en fatsoenlijk slapen. Maar het stuk dat je aan de buitenkant doet, mag gewoon goed zijn. En daar heb je eigenlijk verrassend weinig voor nodig: één eerlijke olie, de juiste hoeveelheid en een beetje geduld. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst. Staat daar één ingrediënt, is de olie koudgeperst, zit ze in donker glas en ruikt ze mild, dan zit je goed. Gebruik daarna minder dan je denkt, doe het 's avonds, en geef het vier tot zes weken. Kom je er niet uit welke olie bij jouw huid past, stel je vraag dan gerust. We denken graag met je mee. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema
LEES MEERWat is jojoba olie en wat maakt haar bijzonder?
Als ik vrouwen vraag welke olie er in hun badkamer staat, hoor ik meestal kokos, amandel of argan. Jojoba komt daar zelden bij, terwijl dat misschien wel de eigenzinnigste van het rijtje is. En dan om een reden die niets met marketing te maken heeft, maar met scheikunde. Jojoba is namelijk helemaal geen olie. Vandaag wil ik je meenemen in wat jojoba precies is, waar het vandaan komt en waarom de opbouw ervan zo afwijkt van alle andere plantaardige oliën die je kent. Als je dat eenmaal ziet, snap je ook meteen waarom het zo veelzijdig in gebruik is. Een struik die in de woestijn staat Jojoba komt van Simmondsia chinensis, een struik die van nature groeit in de Sonora-woestijn: het gebied dat zich uitstrekt over het zuiden van Arizona, een stuk van Californië en het noorden van Mexico. Dat is geen vriendelijke plek om te wonen. Overdag ver boven de dertig graden, 's nachts koud, en maandenlang geen druppel regen. De struik heeft zich daar helemaal op ingericht. De wortels gaan meters de grond in op zoek naar water, de bladeren staan schuin omhoog zodat ze zo min mogelijk felle zon opvangen, en zo'n plant kan honderd jaar of ouder worden. De zaden zijn donkerbruin en ongeveer zo groot als een koffieboon. Daarin zit de reserve waar de plant het mee moet doen. En daar zit het interessante. In vrijwel de hele plantenwereld slaan zaden hun reserve op als vet. Jojoba doet dat als een vloeibare was. Voor zover we weten is dat in het plantenrijk vrijwel uniek. Waarom jojoba technisch gezien geen olie is Om het verschil te zien moet je even naar de bouw kijken, en dat valt reuze mee. Je moet je een gewone plantaardige olie voorstellen als een kapstok met drie haken: een ruggengraat van glycerol met daaraan drie vetzuren. Zo zijn olijfolie, zonnebloemolie, amandelolie en avocado-olie allemaal opgebouwd. In het vak heten die triglyceriden, en dat woord zegt precies wat het is: drie vetzuren aan één kapstok. Jojoba is anders gebouwd. Daar zit één lang vetzuur vastgeknoopt aan één lange vetalcohol, en verder niets. Geen glycerol, geen kapstok, geen drie haken. Dat heet een wax-ester, en daarom zeggen scheikundigen dat jojoba een vloeibare was is en geen olie. Op kamertemperatuur is hij vloeibaar, in de koelkast wordt hij troebel en wat dikker. Wax-esters zijn geen vreemde stof voor je huid. Het talg dat je huid zelf aanmaakt bestaat voor een deel ook uit wax-esters. Dat is geen verkoopverhaal, dat is gewoon hoe de biochemie in elkaar zit. Wat die bouw betekent voor de houdbaarheid Die opbouw heeft een praktisch gevolg waar je in de badkamer echt iets aan hebt. Vetten met veel meervoudig onverzadigde vetzuren zijn gevoelig voor zuurstof, licht en warmte. Op precies die dubbele bindingen grijpt de oxidatie aan. Je kent het effect wel van een fles olie die te lang open in de kast staat en dan ineens scherp en muf ruikt. Ik gebruik in mijn uitleg vaak het beeld van Pac-Man: vrije radicalen die happend door je cellen heen gaan. Geoxideerd vet is precies wat dat spel voedt, en dat is niet wat je op je huid wilt smeren. Jojoba heeft dat probleem nauwelijks. Door de wax-ester-bouw en doordat er vrijwel geen meervoudig onverzadigde vetzuren in zitten, is jojoba ongewoon stabiel. Een fles blijft daardoor lang goed, ook zonder dat er van alles aan toegevoegd hoeft te worden. Dat is meteen de reden dat je jojoba zo vaak als basis in cosmetica tegenkomt. Het is een olie die zichzelf goed houdt. Wat je huid zelf al doet Om te begrijpen wat een olie op je huid toevoegt, helpt het om eerst te weten wat je huid zelf al regelt. Ik leg dat altijd uit als een muurtje. Je bovenste huidlaag is een muurtje van bakstenen met specie ertussen: de huidcellen zijn de stenen, de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie compleet is, houdt je huid haar vocht binnen en blijft er van buitenaf weinig ongewenst binnenkomen. Daar zit nog een laag bovenop die veel mensen niet kennen. Je huid maakt zelf melkzuur aan en houdt daarmee een licht zure zuurgraad aan, ergens rond de 5,6. Die lichte zuurheid hoort bij je bescherming. Zeep die te alkalisch is en te heet water halen daar tijdelijk doorheen, en dat is een van de redenen dat je gezicht na een lange hete douche zo trekkerig aanvoelt. En dan is er iets wat me altijd is bijgebleven uit de lesstof: die bovenste huidlaag krijgt bijna geen zuurstof via je bloed. De epidermis is zo goed als zuurstofloos, en ook de laag daaronder heeft van zichzelf een matige doorbloeding. Wat er bovenop ligt doet er dus toe. Je huid regelt die buitenste laag niet even helemaal vanuit je bloedvaten. Tot slot maakt je huid haar eigen vochtvasthouders aan, wat in het vak de natural moisturizing factors heet. Die worden gevormd uit een eiwit met de naam filaggrine, en ze zorgen ervoor dat je hoornlaag vocht vasthoudt en die juiste zuurgraad aanhoudt. Bij de een gaat dat van nature makkelijker dan bij de ander, en dat verklaart een hoop van waarom de ene huid zoveel sneller droog aanvoelt dan de andere. Hoe jojoba aanvoelt op de huid Dan het praktische, want dat is waar je het uiteindelijk aan merkt. Jojoba voelt licht aan en trekt snel in, en dat is voor veel mensen het verschil met een zwaardere olie zoals avocado of olijf. Je houdt er geen laag van op je gezicht die uren blijft liggen. Het maakt de huid soepel en helpt de natuurlijke vochtbalans van de huid te ondersteunen. Daarbij is jojoba geschikt voor alle huidtypen, ook de gevoelige huid. Dat is precies waarom je het zo vaak als basis ziet terugkomen: neutraal van geur, neutraal in gebruik, en het verdraagt zich met vrijwel alles wat je er verder mee combineert. Koudgeperst of geraffineerd, en wat je aan de kleur ziet Je komt jojoba in twee vormen tegen. Koudgeperst en ongeraffineerd is goudgeel en heeft een lichte, nootachtige geur. Geraffineerd is vrijwel kleurloos en reukloos, omdat er tijdens dat proces kleur- en geurstoffen uit gehaald zijn. Voor cosmetisch gebruik zie je ze allebei. Wil je zo dicht mogelijk bij het zaad blijven, dan kies je koudgeperst. Bij koud persen wordt er geen hitte gebruikt om meer rendement uit hetzelfde zaad te halen, en dat scheelt in wat er behouden blijft. Een goudgele kleur en een zachte geur zijn dus geen fout; dat hoort er gewoon bij. Een olie met een bijzondere geschiedenis Een weetje dat ik zelf leuk vind om te vertellen: jojoba brak wereldwijd door om een reden die niets met huidverzorging te maken had. Tot in de jaren zeventig werd olie van de potvis op grote schaal gebruikt in cosmetica en als smeermiddel. Toen de Verenigde Staten in 1971 de handel in producten van potvissen verboden, ging de industrie op zoek naar een vervanger. Jojoba bleek chemisch verrassend dicht in de buurt te komen, en de teelt kwam in een stroomversnelling. Sindsdien is het uitgegroeid tot een van de vaste basisgrondstoffen in de cosmetica, en dat is het nog steeds. Wat je hieruit meeneemt Jojoba is dus geen olie maar een vloeibare was, komt van een struik die in de woestijn overleeft, is door die bouw ongewoon stabiel, en voelt licht aan op de huid. Dat maakt het een van de weinige ingrediënten die je van je gezicht tot je haarpunten kunt gebruiken zonder dat je het idee hebt dat je iets zwaars aanbrengt. In het volgende artikel loop ik langs alle manieren waarop jojoba gebruikt wordt, en waar het juist minder geschikt voor is. Want veelzijdig betekent niet dat het overal het antwoord op is. Lees ook Waar wordt jojoba olie voor gebruikt? Jojoba olie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het Pure jojoba olie kiezen: waar je op let
LEES MEERWaar wordt jojoba olie voor gebruikt?
In het vorige artikel keken we naar wat jojoba precies is: geen olie maar een vloeibare was, met een bouw die hem ongewoon stabiel maakt. Nu de vraag die de meeste mensen als eerste stellen. Waar gebruik je het dan voor? Het antwoord is: voor behoorlijk veel, en dat komt door twee eigenschappen. Jojoba voelt licht aan en trekt snel in, en het is geschikt voor alle huidtypen, ook de gevoelige huid. Daardoor kun je het gebruiken op plekken waar een zwaardere olie te veel zou zijn. Ik loop hieronder de toepassingen langs die er in de praktijk het meest toe doen. Op je gezicht, na het reinigen De meest gebruikte toepassing, en meteen de belangrijkste. Je brengt een paar druppels aan op een licht vochtige huid, dus meteen nadat je je gezicht hebt gewassen en drooggedept. Dat vochtige is niet onbelangrijk. Er zit dan nog water op je huid, en de olie legt zich daaroverheen zodat dat water er minder snel af verdampt. Breng je het aan op een kurkdroog gezicht, dan mis je dat effect voor een groot deel. Jojoba maakt de huid soepel en helpt de natuurlijke vochtbalans van de huid te ondersteunen. Voor de een is dat genoeg als enige verzorging, voor de ander werkt het prettiger als laatste stap over een crème heen. Daar kom ik in het volgende artikel uitgebreid op terug, inclusief de volgorde. Als reiniging Reinigen met olie klinkt tegenstrijdig, en toch is het een van de mildste manieren om je gezicht schoon te maken. Vet lost vet op: make-up, zonnebrandcrème en het talg van de dag laten los in olie, terwijl je je huid niet hoeft te boenen met een stevig schuimende reiniger die ook je eigen vetlaag meeneemt. Jojoba is daar geschikt voor omdat hij licht is en makkelijk uitspoelt. Veel mensen gebruiken hem als eerste stap en wassen daarna nog met een milde reiniger. Ook rond de ogen werkt het prettig, waar de huid dun is en een stevige reiniger snel te veel wordt. Wel rustig aan doen en niet in je ogen wrijven. Op droge lippen en nagelriemen Dit zijn de plekken waar jojoba het best tot zijn recht komt, en waar mensen het vaakst vergeten dat ze het in huis hebben. Jojoba verzorgt droge lippen en nagelriemen. Eén druppel op je nagelriemen voor je gaat slapen, en een dunne laag op je lippen als ze schraal aanvoelen na een dag in de wind of in een verwarmd kantoor. Bij je nagels is het ook praktisch omdat het randje van je nagel in droge periodes snel gaat scheuren. Regelmatig een druppel maakt daar meer verschil dan af en toe een flinke hoeveelheid. In je haar Jojoba kan gebruikt worden als lichte haarolie. Dat woord licht is hier de sleutel: anders dan bij bijvoorbeeld kokosolie blijft er geen zware laag op je haar liggen. Je gebruikt hem in de lengtes en op de punten, en niet vlak op je hoofdhuid als je haar snel vet aanvoelt. Er zijn twee manieren die goed werken. Je kunt de olie voor het wassen in droog haar doen, een halfuur laten zitten en daarna uitwassen. Of je gebruikt een heel kleine hoeveelheid op handdoekdroog haar, alleen op de onderste helft. In het volgende artikel geef ik de precieze hoeveelheden, want daar gaat het meestal mis. Op je lichaam Na het douchen op een nog vochtige huid, vooral op de plekken die snel droog aanvoelen: onderbenen, ellebogen, knieën, handen. Jojoba trekt snel in, dus je kunt je kleren vrij snel weer aan. Dat klinkt als een detail en is in de praktijk vaak doorslaggevend, want een olie die twintig minuten blijft plakken gebruik je op een gewone doordeweekse ochtend gewoon niet. Als draagolie Wie met essentiële oliën werkt heeft altijd een draagolie nodig, want essentiële oliën gaan onverdund niet op de huid. Jojoba is daar geschikt voor: neutraal van geur, stabiel, en hij overheerst niet wat je erin mengt. Wat ik daarbij altijd meegeef: kies als draagolie geen zonnebloemolie. Die is rijk aan omega 6 en daar ben ik in mijn werk terughoudend mee. Jojoba, argan of avocado zijn logischer keuzes, waarbij jojoba de lichtste van die drie is. Na het scheren en bij schrale plekken Na het scheren van je benen voelt de huid vaak gespannen. Een dunne laag jojoba op de nog vochtige huid is dan prettig, juist omdat hij licht aanvoelt en geen brandend gevoel geeft zoals producten met alcohol erin. Datzelfde geldt voor schrale plekken door wind of door veel handen wassen. Verzorgt en beschermt de huid, dat is waar je hem dan voor inzet. Bij je handen werkt het goed om de olie naast je bed te leggen en er 's avonds een druppel van te gebruiken, want overdag was je het toch steeds weer af. Waar jojoba niet voor bedoeld is Minstens zo belangrijk, want veelzijdig is iets anders dan geschikt voor alles. Het is geen zonbescherming. Een plantaardige olie beschermt niet tegen UV, hoe vaak dat online ook wordt beweerd. Blijf je zonnebrandcrème gewoon gebruiken. Het is geen vervanging voor de zorg van een arts. Ben je onder behandeling voor je huid, overleg dan met je arts of huidtherapeut voordat je iets nieuws toevoegt. Het is geen vervanging voor een crème bij een heel droge huid. Een olie legt zich over je huid heen. Een crème brengt daarnaast ook water mee. In een droge winter werkt de combinatie meestal prettiger dan olie alleen. Het is niet bedoeld om in te nemen. Jojoba is een cosmetisch product voor uitwendig gebruik. Eerst even testen Ook bij een olie die geschikt is voor de gevoelige huid geldt: test hem eerst. Breng een druppel aan in de plooi van je elleboog of achter je oor en wacht een dag. Reageert je huid niet, dan kun je verder. Dat kost je vierentwintig uur en het scheelt je een hoop gedoe als je huid toch gevoelig blijkt voor iets. Gebruik daarnaast niet te veel tegelijk. Bij oliën is meer echt niet beter. Een paar druppels voor je hele gezicht is genoeg, en wie te veel gebruikt houdt een glimmende laag over die niet intrekt en wel op je kussensloop komt. Tot slot Jojoba is een van de weinige verzorgingsproducten die je van je gezicht tot je haarpunten kunt gebruiken. Dat maakt het praktisch, zeker als je liever met een paar goede basisproducten werkt dan met een kast vol flessen waarvan je de helft nooit opmaakt. In het volgende artikel wordt het concreet: hoeveel druppels, in welke volgorde, en de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen. Lees ook Wat is jojoba olie en wat maakt haar bijzonder? Jojoba olie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het Pure jojoba olie kiezen: waar je op let
LEES MEERJojoba olie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het
In de eerste twee artikelen keken we naar wat jojoba is en waar het voor gebruikt wordt. Nu het praktische deel, want daar heb je uiteindelijk het meest aan. Hoeveel druppels, op welk moment, in welke volgorde, en wat je beter kunt laten. Eerst dit: altijd op een vochtige huid Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dit zijn. Breng je olie aan op een licht vochtige huid, dus binnen een minuut na het wassen of na een gezichtsspray. Er zit dan nog water op je huid, en de olie legt zich daaroverheen zodat dat water er minder snel af verdampt. Op een kurkdroge huid gebruik je de olie alleen als olie, en dan mis je de helft van wat je ermee kunt doen. Dat geldt voor je gezicht, je lichaam en je haar. Vochtig eerst, dan pas de olie. Je gezicht 's avonds Reinig je gezicht met lauw water en een milde reiniger. Heet water haalt je eigen vetlaag weg, en juist die wil je behouden. Dep je gezicht droog. Deppen, niet wrijven. Laat het licht vochtig. Doe drie tot vijf druppels in je handpalm en wrijf je handen even tegen elkaar, zodat de olie op temperatuur komt. Druk de olie op je gezicht in plaats van hem uit te smeren. Met je handpalmen op je wangen, je voorhoofd, je kaaklijn en je hals. Dat drukken werkt netter dan wrijven en je gebruikt er vanzelf minder mee. Wat er overblijft veeg je af aan de rug van je handen. Zonde om weg te wassen. Drie tot vijf druppels lijkt weinig. Dat is het niet. Wie tien druppels gebruikt houdt een glimmend gezicht en een vette kussensloop over, en trekt daar dan de conclusie uit dat olie niks voor haar is. Je gezicht overdag Overdag werkt een andere aanpak vaak prettiger. Doe één of twee druppels in je dagcrème in je handpalm, meng ze even en breng dat samen aan. Je krijgt de olie dan mee zonder een aparte glanzende laag, en het zit je make-up minder in de weg. Gebruik je make-up, geef de olie dan twee minuten voor je verder gaat. Ga je er meteen overheen met foundation, dan gaat die schuiven en zie je dat de hele dag. De volgorde als je meer producten gebruikt De regel is simpel: van dun naar dik, en de olie gaat als laatste. Dus eerst je waterige producten zoals een serum, dan je crème, en de olie sluit af. Andersom werkt niet, want een olielaag onderop houdt de rest tegen. Wil je het simpeler houden, meng de olie dan gewoon door je crème in je handpalm. Dat scheelt een stap en werkt voor de meeste mensen net zo prettig. Ik ben zelf geen fan van routines met zeven stappen; wat je 's avonds om elf uur nog volhoudt is wat telt. Reinigen met olie, stap voor stap Begin met een droog gezicht en droge handen. Neem ongeveer een halve theelepel jojoba en masseer die een minuut over je droge gezicht, ook over je make-up en je oogmake-up heen. Rustig, zonder kracht. Maak je handen nat en masseer nog een halve minuut door. De olie wordt dan melkachtig, en dat is precies wat je wilt zien. Spoel af met lauw water en dep droog. Wil je daarna nog een milde reiniger gebruiken, dan kan dat prima. Voor veel mensen is die tweede stap niet nodig. Loopt er olie in je ogen, spoel dan met lauw water. Het prikt niet, maar je ziet een paar minuten wazig, dus doe dit niet vlak voor je de deur uit moet. Je haar: drie manieren 1. Voor het wassen, in droog haar De grondigste manier. Verdeel afhankelijk van je haarlengte een halve tot een hele theelepel over de lengtes en de punten, laat het twintig tot dertig minuten zitten en was het daarna uit. Belangrijk: doe de shampoo op je droge, ingeoliede haar en schuim die eerst op voordat je water toevoegt. Doe je het andersom, dan glijdt de shampoo eroverheen en moet je twee of drie keer wassen. 2. Na het wassen, in handdoekdroog haar De dagelijkse manier. Twee of drie druppels in je handpalmen, uitwrijven en door de onderste helft van je haar halen. Niet meer, want dan wordt het snel te veel. Dit is ook het moment om je punten mee te nemen als die pluizen. 3. Op droog haar, tussendoor Eén druppel over je handpalmen verdeeld en daarmee licht over je haar strijken om vliegende haren te temmen. Dit is echt een minimale hoeveelheid; twee druppels is hier al te veel. Jojoba verzorgt droog haar en voelt licht aan, en dat is precies waarom hij als haarolie zo makkelijk werkt. Heb je fijn haar, blijf dan bij manier drie en houd afstand van je hoofdhuid. De kleine plekken Nagelriemen: één druppel per hand voor het slapengaan, even inmasseren tot het is ingetrokken. Lippen: een dunne laag als ze schraal zijn, gerust een paar keer per dag. Wenkbrauwen: één druppel op je vinger en licht doorstrijken, wat ze verzorgt en netter laat liggen. Ellebogen, knieën en hielen: op een vochtige huid meteen na het douchen, want daar is de huid dikker en droger dan de rest. De fouten die ik het vaakst zie Te veel gebruiken. Verreweg de meest gemaakte. Begin met minder dan je denkt nodig te hebben en bouw pas op als het echt te weinig blijkt. Aanbrengen op een droge huid. Zie het begin van dit artikel. Dit is de tweede klassieker. Alles tegelijk veranderen. Voeg één ding toe en houd dat een paar weken vol. Anders weet je achteraf niet waar iets aan lag. De fles in het licht laten staan. Jojoba is stabiel, maar warmte en licht doen geen enkele olie goed. Zet hem in een kast, niet op de vensterbank en niet naast de radiator. Te snel oordelen. Je huid vernieuwt zich in weken, niet in dagen. Geef het een week of vier voor je conclusies trekt. Hoe je dit volhoudt Kies één plek waar je begint. Je gezicht 's avonds, of je nagelriemen, of je haarpunten. Koppel het aan iets wat je toch al elke dag doet, zoals je tanden poetsen, want dan onthoud je het zonder erover na te denken. Loopt dat een paar weken, dan breid je uit. In het laatste artikel van deze reeks kijk ik naar de aankoop: waar je op let als je pure jojoba kiest, en waarom dat verschil maakt voor wat er uiteindelijk in je hand ligt. Lees ook Wat is jojoba olie en wat maakt haar bijzonder? Waar wordt jojoba olie voor gebruikt? Pure jojoba olie kiezen: waar je op let
LEES MEERPure jojoba olie kiezen: waar je op let
In deze reeks keken we naar wat jojoba is (een vloeibare was, geen olie), waar het voor gebruikt wordt en hoe je het toepast. Blijft over: welke fles je koopt. Want tussen twee flessen met hetzelfde woord op het etiket kan een behoorlijk verschil zitten, en dat zie je aan de voorkant zelden. 1. Kijk naar de ingrediëntenlijst, niet naar de voorkant De voorkant van een verpakking is marketing, de achterkant is de waarheid. Zoek de INCI-lijst op, dat is de internationale ingrediëntenlijst die op elk cosmetisch product verplicht vermeld staat. Bij pure jojoba staat daar één regel: Simmondsia Chinensis Seed Oil. Meer niet. Staat er een tweede olie bij, dan koop je een mengsel. Dat hoeft op zichzelf niet erg te zijn, maar je betaalt dan mogelijk de prijs van jojoba voor een fles die voor de helft uit iets goedkopers bestaat. En omdat de ingrediënten op volgorde van hoeveelheid staan, weet je meteen wat er het meest in zit: wat bovenaan staat. 2. Liever zonder parfum Zie je Parfum of Fragrance in de lijst staan, dan is er geur toegevoegd. Voor een verzorgingsolie die je op je gezicht en rond je ogen gebruikt is dat een van de eerste dingen die ik zou weglaten, zeker als je huid gevoelig is. Pure jojoba heeft zelf een heel lichte, nootachtige geur en heeft daar niets bij nodig. 3. Koudgeperst Bij koud persen wordt het zaad zonder toegevoegde hitte uitgeperst. Er zijn methodes die met warmte of oplosmiddelen meer rendement uit hetzelfde zaad halen, en dat gaat ten koste van wat er in de olie overblijft. Koudgeperst staat er meestal met zoveel woorden bij. Staat het er niet, dan is dat op zichzelf ook informatie. 4. Donker glas en een pipet Licht en warmte zijn de vijanden van elke olie. Een fles van donker glas houdt licht tegen, plastic doet dat niet en kan bovendien in de loop van de tijd stoffen afgeven aan wat erin zit. Een pipet is prettig in gebruik, want dan doseer je per druppel in plaats van dat je in één keer een plas olie in je hand hebt en de helft weer afspoelt. 5. Ruik en kijk Ongeraffineerde jojoba is goudgeel en ruikt licht nootachtig. Ruikt een olie scherp, muf of naar oud frituurvet, dan is hij geoxideerd en gebruik je hem niet meer op je gezicht. Geraffineerde jojoba is bijna kleurloos en reukloos; dat is geen mindere olie, daar zijn alleen kleur en geur uit gehaald. 6. Wat 'puur' en 'natuurlijk' op een etiket zeggen Eerlijk is eerlijk: die woorden zijn niet beschermd. Iedereen mag ze op een fles zetten. Wat wél iets betekent is een keurmerk voor biologische cosmetica zoals COSMOS of Ecocert, want daar zit een controle achter. En de INCI-lijst blijft het eerlijkste stuk van de verpakking. Eén regel is één ingrediënt, hoe de voorkant er verder ook uitziet. 7. Bewaren en houdbaarheid Jojoba is door zijn bouw ongewoon stabiel en gaat daardoor lang mee. Toch geldt ook hier: koel en donker bewaren, de dop er goed op, en niet op de vensterbank. Wordt de olie in de koelkast troebel, dan is dat normaal en hoort het bij een vloeibare was. Op kamertemperatuur wordt hij vanzelf weer helder. 8. Denk aan de hoeveelheid die je echt gebruikt Een fles van 50 ml lijkt weinig als je gewend bent aan potten crème. Bij drie tot vijf druppels per keer doe je er alleen op je gezicht al maanden mee. Een grotere fles is dus zelden nodig, en heeft het nadeel dat hij langer open staat voor je hem opmaakt. 9. Herkomst en prijs Het overgrote deel van de jojoba die je in Europa koopt komt uit Argentinië, Israël, Peru of de Verenigde Staten, want jojoba wil warmte en weinig water. De teelt duurt jaren voordat een struik goed draagt, en dat zie je terug in de prijs. Jojoba zit daardoor in het duurdere segment van de plantaardige oliën. Kom je een fles tegen die opvallend goedkoop is, kijk dan extra goed naar die ingrediëntenlijst. Versnijden met een goedkopere olie is de makkelijkste manier om de prijs omlaag te krijgen, en op de voorkant zie je daar niets van terug. Reken andersom ook niet dat duur automatisch beter is: je betaalt bij sommige merken vooral voor de verpakking en de naam, terwijl er precies dezelfde ene regel op de achterkant staat. Het lijstje op een rij Voor als je zo de vergelijking in gaat, hier staat het bij elkaar. Eén ingrediënt op de INCI-lijst: Simmondsia Chinensis Seed Oil. Geen parfum. Koudgeperst. Donker glas met een pipet. Een kleur en geur die kloppen bij wat er op staat. Koel en donker te bewaren. En een formaat dat past bij hoeveel je werkelijk gebruikt. Met die zeven punten kom je er in vrijwel elke winkel uit, ook als je nog nooit eerder een olie hebt gekocht. Die pure jojoba, dat is ScKIN Jojoba Oil Daarvoor hebben we bij ScKIN Jojoba Oil: pure jojoba, één ingrediënt, zonder toevoegingen. ScKIN Jojoba Oil verzorgt en beschermt de huid. De olie helpt de natuurlijke vochtbalans van de huid te ondersteunen en maakt de huid soepel, en ze is geschikt voor alle huidtypen, ook de gevoelige huid. Ze voelt licht aan en trekt snel in. Daarnaast verzorgt ze droge lippen en nagelriemen, en ze kan gebruikt worden als lichte haarolie. Dat is precies waar deze hele reeks over ging: één fles die je van je gezicht tot je haarpunten inzet, en waarvan je op de achterkant precies kunt zien wat erin zit. Bekijk Jojoba Oil Van buitenaf, en van binnenuit Nog één ding dat ik graag meegeef, want het is het uitgangspunt van hoe ik naar de huid kijk. Wat je op je huid smeert werkt van buiten naar binnen, op die buitenste laag waar we het in het eerste artikel over hadden. Hoe je eet, slaapt en met spanning omgaat werkt van binnen naar buiten. Die twee doen echt iets anders, en je hebt ze allebei nodig. Een goede olie neemt de ene helft niet over, en andersom net zo min. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt: kijk op de achterkant van de fles en houd het simpel. Eén ingrediënt, koudgeperst, donker glas, en dan een paar druppels op een vochtige huid. Meer is het niet, en dat is precies de charme ervan. Jojoba Oil is een cosmetisch product voor uitwendig gebruik. Test een nieuwe olie eerst op een klein stuk huid, bijvoorbeeld in de elleboogplooi. Vermijd contact met de ogen en gebruik de olie niet op beschadigde huid. Ben je onder behandeling voor je huid, overleg dan met je arts of huidtherapeut. Lees ook Wat is jojoba olie en wat maakt haar bijzonder? Waar wordt jojoba olie voor gebruikt? Jojoba olie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het
LEES MEERWat is avocado olie en waar komt het vandaan?
De avocado ligt bij de meeste mensen in de fruitschaal of op de toast, en veel verder komt hij niet. Terwijl er in de badkamer een fles staat die van precies diezelfde vrucht is gemaakt. Ik merk dat weinig vrouwen weten hoe die olie eigenlijk tot stand komt, en dat is jammer, want juist daar zit het antwoord op de vraag waarom deze olie zo anders aanvoelt dan de meeste andere. Vandaag wil ik je meenemen in wat avocado olie precies is, waar de vrucht vandaan komt, hoe de olie gewonnen wordt en waarom de opbouw ervan bepaalt hoe zwaar of licht een olie op je huid ligt. Als je dat eenmaal ziet, kies je voortaan veel gerichter. Een vrucht met een lange geschiedenis Avocado olie komt van Persea americana, een boom uit de laurierfamilie die van oorsprong groeit in het zuiden van Mexico en in Midden-Amerika. Daar wordt de vrucht al duizenden jaren gegeten, en dat is geen slag in de lucht: archeologen hebben in Mexicaanse grotten avocadopitten gevonden die vele duizenden jaren oud zijn. Ook de naam komt daarvandaan. In het Nahuatl, de taal van de Azteken, heette de vrucht ahuacatl. Via het Spaanse aguacate is dat in het Nederlands avocado geworden. Tegenwoordig wordt de boom geteeld in Mexico, Peru, Chili, Zuid-Afrika, Kenia, Israël, Spanje en Nieuw-Zeeland, en de vraag naar de vrucht is de afgelopen twintig jaar enorm gegroeid. Voor de teelt betekent dat wel iets. Een avocadoboom wil warmte en vraagt behoorlijk wat water, en in sommige teeltgebieden legt dat druk op de watervoorraad. Ik vind dat je dat mag weten als je iets koopt, ook al gaat het bij een fles van 50 ml om een heel andere hoeveelheid dan bij een kist vruchten. Uit het vruchtvlees, niet uit de pit Dit is het punt waar avocado olie zich onderscheidt van bijna alle oliën in je badkamer. Kijk maar eens mee. Argan komt uit de pit van de arganvrucht, jojoba uit het zaad van een woestijnstruik, castor uit de zaden van de wonderboom, zonnebloem uit zonnebloempitten, amandel uit amandelen. Allemaal zaden en pitten. Avocado olie komt uit het vruchtvlees. Dat is zeldzaam. In de hele plantenwereld zijn er maar een paar oliën die uit het vlees van een vrucht geperst worden, en de bekendste andere is olijfolie. En dat is geen toeval, want die twee lijken in hun opbouw ook opvallend veel op elkaar. Wie weleens een rijpe avocado heeft geprakt weet trouwens meteen waarom er olie uit te halen valt: dat vruchtvlees is bijzonder vet voor een vrucht, en dat voel je aan alles. De pit gaat er dus niet in. Die is hard, houtig en levert nauwelijks bruikbare olie op. Hoe de olie gemaakt wordt Het maken van avocado olie is bewerkelijker dan het persen van een zaad, en dat verklaart een deel van de prijs. Het gaat in grote lijnen zo. De avocado's moeten écht rijp zijn. Uit een harde vrucht komt weinig olie, en het vetgehalte in het vruchtvlees loopt tijdens het rijpen nog op. De schil en de pit gaan eraf, en het vruchtvlees wordt tot moes gemalen. Die moes wordt langzaam geroerd, soms licht verwarmd, zodat de vetdruppels samenklonteren en makkelijker vrijkomen. Daarna volgt persen of centrifugeren, waarbij de olie van het water en de vaste delen wordt gescheiden. Tot slot wordt de olie gefilterd en afgevuld. Bij de meest ambachtelijke methode gebeurt dat zonder toegevoegde hitte, en dan spreken we van koudgeperst. Er bestaan ook methodes met hogere temperaturen of met oplosmiddelen, die meer rendement uit dezelfde hoeveelheid vruchtvlees halen. Dat gaat ten koste van de stoffen die alleen bij lagere temperaturen intact blijven. Waarom de ene fles diepgroen is en de andere lichtgeel Zet twee flessen avocado olie naast elkaar en de kans is groot dat ze niet dezelfde kleur hebben. De ene is diep groen, bijna smaragd. De andere is bleekgeel of vrijwel kleurloos. Dat verschil zegt iets. Ongeraffineerde, koudgeperste avocado olie is groen. Die kleur komt van chlorofyl, het bladgroen uit het vruchtvlees, en van carotenoïden, de gele en oranje kleurstoffen die je ook in wortels en pompoen tegenkomt. Zo'n olie heeft ook een lichte, vegetale geur die een beetje aan de vrucht doet denken. Wordt de olie geraffineerd, dan worden kleur- en geurstoffen eruit gehaald en houd je een bleke, vrijwel reukloze olie over. Dat is niet per se slecht: voor sommige toepassingen is een neutrale olie juist prettig. Maar wil je zo dicht mogelijk bij de vrucht blijven, dan kies je de ongeraffineerde variant. Kleur en geur zijn dan geen fout in het product, ze horen erbij. Wat er in de olie zit Dan de samenstelling, want daar draait het uiteindelijk om als je wilt begrijpen hoe een olie zich gedraagt op je huid. Je moet je een plantaardige olie voorstellen als een kapstok met drie haken: een ruggengraat van glycerol met daaraan drie vetzuren. In het vak heten die triglyceriden, en dat woord zegt precies wat het is. Welke vetzuren er aan die kapstok hangen, bepaalt vrijwel alles: hoe dik de olie is, hoe snel hij intrekt, en hoe lang hij goed blijft. Bij avocado olie hangt daar voor het overgrote deel oliezuur aan, een enkelvoudig onverzadigd vetzuur dat je ook uit olijfolie kent. Afhankelijk van herkomst en ras is dat grofweg zestig tot zeventig procent. Daarnaast zit er palmitinezuur in, een verzadigd vetzuur, en een kleiner deel linolzuur, dat meervoudig onverzadigd is. Verder vind je in ongeraffineerde avocado olie vitamine E in de vorm van tocoferolen, plantensterolen en die carotenoïden van hierboven. Dat vetzuurprofiel maakt avocado olie tot een rijke olie. Ze is dikker en voelt voller aan dan jojoba of argan, en ze blijft wat langer op je huid liggen voor ze is ingetrokken. Voor een huid die snel droog aanvoelt is dat precies de reden om er juist deze te kiezen. Heb je een huid die van zichzelf al vet aanvoelt, dan is een lichtere olie logischer. Daar kom ik in het tweede artikel op terug. Waarom die vetzuren ook over houdbaarheid gaan Er zit nog een kant aan die samenstelling waar je in de badkamer echt iets aan hebt. Vetzuren met veel dubbele bindingen zijn gevoelig voor zuurstof, licht en warmte. Precies op die dubbele bindingen grijpt oxidatie aan. Je kent het effect wel van een fles olie die te lang open in de kast staat en dan ineens scherp en muf ruikt. Ik gebruik in mijn uitleg vaak het beeld van Pac-Man: vrije radicalen die happend door je cellen heen gaan. Geoxideerd vet is precies wat dat spel voedt, en dat is niet wat je op je huid wilt smeren. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren hebben één zo'n dubbele binding, meervoudig onverzadigde hebben er meerdere. Omdat avocado olie het vooral van dat enkelvoudig onverzadigde oliezuur moet hebben, is ze aanmerkelijk stabieler dan bijvoorbeeld zonnebloem- of druivenpitolie, die veel linolzuur bevatten. De vitamine E die van nature in de olie zit doet daar nog wat bij, want die is zelf gevoelig voor zuurstof en vangt zo als eerste de klappen op. Toch is avocado olie geen eeuwigheidsproduct. Ze is stabieler dan de lichte, meervoudig onverzadigde oliën en minder stabiel dan jojoba. In het laatste artikel van deze reeks vertel ik precies hoe je haar bewaart en waaraan je ruikt dat een olie over de datum is. Een weetje voor als je een hond hebt In de avocado zit een stof die persine heet. Voor mensen is dat geen enkel probleem, we eten de vrucht al duizenden jaren. Maar voor honden, katten, konijnen, knaagdieren en vooral vogels ligt dat anders: die kunnen er behoorlijk ziek van worden. Laat een halve avocado dus niet op het aanrecht liggen als er een nieuwsgierige hond rondloopt, en geef ze ook geen restjes. Wat je hieruit meeneemt Avocado olie komt dus uit het vruchtvlees en niet uit een pit, is daarmee familie van olijfolie, is rijk aan enkelvoudig onverzadigd oliezuur, bevat van nature vitamine E en carotenoïden, en is door dat alles een van de vollere plantaardige oliën die je kunt kopen. Groen betekent ongeraffineerd, bleek betekent geraffineerd. In het volgende artikel loop ik langs alle manieren waarop avocado olie gebruikt wordt, en net zo belangrijk: waar ze juist minder geschikt voor is. Want rijk is fijn als je huid daarom vraagt, en te veel van het goede als dat niet zo is. Lees ook Waar wordt avocado olie voor gebruikt? Avocado olie bij een droge of rijpere huid: zo gebruik je het Pure avocado olie kiezen: waar je op let
LEES MEER


