ScKIN Journal
Wat jodium in je lichaam doet
◷ 7 min leestijd Vandaag wil ik je meenemen in een stof met een bijzonder verhaal. Jodium is een van de oudste spelers in de biologie, het zit letterlijk ingebouwd in een van je hormonen, en je lichaam heeft er een actieve pomp voor gebouwd om het binnen te halen. Als een lichaam ergens energie aan besteedt om een stof naar binnen te krijgen, dan weet je: dit is geen bijzaak. Ik leg het je uit zoals ik het in mijn lessen doe, met de biologie erachter en in gewone taal. Jodium zit in het hormoon zelf Bij de meeste vitaminen en mineralen is de rol die van meewerker. Ze maken een proces mogelijk, maar ze zitten niet in het eindproduct. Bij jodium is dat anders, en dat maakt deze stof uitzonderlijk. Je schildklier maakt schildklierhormoon uit een aminozuur dat tyrosine heet, met jodium erbij. De voorraadvorm van dat hormoon heet T4 en heeft vier jodiumatomen in zich. De actieve vorm heet T3 en heeft er drie. De naam verraadt het al. Zonder jodium is er dus geen schildklierhormoon te maken, hoe hard je klier ook werkt en hoeveel signaal hij ook krijgt. In de klier zelf ligt een voorraad klaar: een groot eiwit met jodium eraan gebonden, opgeslagen in kleine kamers die follikels heten. Je moet je dat voorstellen als een voorraadschuur waar het materiaal al klaarstaat, zodat er geleverd kan worden op het moment dat er een order binnenkomt. Er zit een pomp op Hoe komt die stof in die klier terecht? Niet door naar binnen te sijpelen. Je schildkliercellen hebben een actief transportmechanisme dat we de jodiumpomp noemen, en dat pompt het mineraal uit je bloed de cel in, tegen de stroom op. Dat is biologisch gezien een dure constructie, want actief transport kost energie. Dat je lichaam dat voor deze ene stof heeft ingericht, zegt alles over hoe essentieel hij op die plek is. En het verklaart ook waarom je schildklier zo'n hoge concentratie van dit mineraal heeft in verhouding tot de rest van je lichaam. Het oudste beschermende mineraal dat we kennen En dan het stuk dat ik het mooiste vind. Jodium was in de evolutie de eerste anorganische antioxidant, aanwezig in alle cellen die dit mineraal concentreren, van primitieve zeealgen tot de gewervelde dieren van nu. Hoe doet het dat? Het geeft een elektron weg. In deel van je antioxidantennetwerk is dat precies wat nodig is: een deeltje dat een elektron mist, gaat op zoek en hapt het weg bij het eerste wat het tegenkomt. Ik noem dat Pac-Man. Zo'n deeltje gaat happend door je cel, en het eerste waar het bij aankomt zijn vaak de meervoudig onverzadigde vetzuren in je celmembranen. Die zijn kwetsbaar. Jodium geeft een elektron af en breekt daarmee die kettingreactie af, via enzymen die peroxidases heten. Daarmee is dit mineraal dus niet alleen bouwsteen van een hormoon, maar ook beschermer van de vetten waaruit je celwanden bestaan. Twee heel verschillende banen in één stof. Een verhaal van de zee naar het land Het evolutionaire verhaal erachter is prachtig, en ik vertel het altijd omdat het blijft hangen. Ongeveer vijfhonderd miljoen jaar geleden trokken de eerste zeevissen uit de jodiumrijke zee naar riviermondingen en zoet water. Daarna evolueerden die gewervelde dieren naar amfibieën en reptielen, en moesten ze zich aanpassen aan het leven op land, waar van deze stof veel minder te vinden was. En toen gebeurde er iets slims. Cellen die dit mineraal konden concentreren, verhuisden en specialiseerden zich in het opnemen en opslaan ervan, in een nieuwe structuur met follikels: de schildklier zoals wij hem kennen. Dus de klier in je hals is, biologisch gezien, een voorraadtank die is gebouwd om het leven op een jodiumarm continent mogelijk te maken. Nog mooier: een andere groep cellen die ditzelfde mineraal concentreerde, vormde het primitieve zenuwstelsel en de hersenen. Dat is geen toeval. Dat is de reden dat deze stof in alle lijstjes van hersenselectieve mineralen staat, samen met ijzer, zink, koper en selenium, en dat die mineralen allemaal rijk aanwezig zijn in voeding uit de zee. Wat dat betekent voor je hoofd en je energie De receptoren waar het actieve schildklierhormoon op aandokt, zitten onder andere op je mitochondriën, de energiefabriekjes in je cellen. Daarmee zit deze hele lijn, van jodium op je bord tot hormoon in je weefsels, aan je energiehuishouding vast en aan het onderhouden van je rustmetabolisme. Datzelfde hormoon speelt mee in de ontwikkeling en het onderhoud van je zenuwstelsel, inclusief je hersenen en je ogen. Het is betrokken bij de bekleding van je dunne darm, dus precies de plek waar je voedingsstoffen opneemt. Het stuurt mee bij je tanden en je tandglazuur, en bij je haarzakjes. En het coördineert de reactie van je andere hormoonklieren op wat er met je gebeurt. Eén stof, en je ziet hem via het hormoon overal terugkomen. Waarom dit wereldwijd aandacht krijgt Een lage jodiuminname is wereldwijd nog steeds de meest voorkomende reden dat de schildklier gaat opzwellen en dat de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij kinderen in de knel komt. Dat is precies waarom in heel veel landen jodium aan zout wordt toegevoegd. In Nederland gebeurt dat via bakkerszout in brood, en dat is een van de stillere succesverhalen van de volksgezondheid hier. Met dat zinnetje wil ik ook een grens aangeven: dit artikel gaat over de stof en over voeding, niet over een aandoening of over jou. Vragen over je eigen schildklier horen bij je arts. En dan de keerzijde Bij jodium geldt, net als bij selenium, dat meer niet beter is. Ook te veel van dit mineraal is voor de schildklier een belasting. Dat hoor je in de supplementenhoek niet vaak, en ik vind het belangrijk om het wel te zeggen. De ruimte tussen gebruikelijk en te veel is bij dit mineraal niet oneindig. In het derde deel van deze reeks ga ik daar concreet op in. Eerst gaan we in het volgende deel naar je bord, want zonder bronnen heeft dit hele verhaal geen begin. Waarom de hoeveelheid in je lichaam zo klein is Iets wat ik graag in verhouding zet: in je hele lichaam zit ongeveer vijftien tot twintig milligram van dit mineraal, en het grootste deel daarvan bevindt zich in die ene klier in je hals. Dat is minder dan het gewicht van een gewone paperclip, verdeeld over een heel mensenlichaam. Daar zit meteen een inzicht in. Een stof waarvan je zo weinig in huis hebt, en die je dagelijks in kleine hoeveelheden moet aanvullen, is kwetsbaar voor veranderingen in je eetpatroon. Schrap je zonder erbij na te denken een paar bronnen uit je week, dan merkt een systeem met zo'n kleine voorraad dat eerder dan een systeem dat op reserves kan teren. En dat is precies waarom de follikelstructuur van de schildklier in de evolutie ontstond: een voorraadplek bouwen was voor onze voorouders op het droge land de enige manier om de schommelingen in de aanvoer te overbruggen. Je lichaam heeft daar dus al een oplossing voor bedacht. Jij hoeft alleen te zorgen dat er iets te bewaren valt. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Jodium aanvullen: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar zit jodium in? De bronnen op je bord Jodium per dag: hoeveel is gebruikelijk en waar je op let Jodium aanvullen: waar je op let bij een brede basis
LEES MEER


