Skip to content

Door klanten als 'Uitstekend' beoordeeld ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

The ScKIN Club: Join now + 25 punten

Voor 12:00 besteld = volgende werkdag in huis*

Gratis verzending vanaf 50 EUR (NL)

ScKIN Journal

ScKIN Jade Guasha van pure jade met golvende rand en kamzijde

Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking

◷ 6 min leestijdIn de eerste drie delen van deze reeks keken we naar wat gua sha is en waar het vandaan komt, hoe je zo'n steen gebruikt, en hoe je er een vast moment van maakt dat je ook echt volhoudt. Blijft één vraag over, en die krijg ik in de praktijk het vaakst: welke steen moet ik dan hebben? Terechte vraag, want het aanbod loopt enorm uiteen. Je vindt ze voor een paar euro en je vindt ze voor vijftig. Ze zien er op een foto allemaal ongeveer hetzelfde uit, en toch voel je het verschil binnen tien seconden zodra je er een in je hand hebt. In dit artikel loop ik langs de dingen waar je op let. Het materiaal De steen bepaalt hoe je tool aanvoelt, hoe lang hij koel blijft en hoe glad de rand over je huid glijdt. De meest voorkomende soorten op een rij. Jade. De klassieke keuze, en niet voor niets degene die het langst meegaat in deze traditie. Jade is een stevige, dichte steen die zich goed laat polijsten en die koel blijft aanvoelen tegen je huid. Hij heeft een natuurlijke tekening in de kleur, waardoor geen twee stenen precies hetzelfde zijn. Rozenkwarts. Zachter van kleur en wat poreuzer van structuur. Prettig in gebruik, alleen is de kwaliteit wisselender: bij goedkope exemplaren zie je vaker kleine beschadigingen aan de rand, en die voel je meteen. Roestvrij staal. Blijft het langst koel, is hygiënisch en gaat eindeloos mee. Het voelt alleen wat harder en klinischer aan, en dat vindt niet iedereen prettig op het gezicht. Glas, hars of kunststof. De goedkope hoek. Ze warmen snel op tot lichaamstemperatuur, waardoor het koele gevoel wegvalt, en bij gegoten exemplaren loopt er vaak een naad langs de rand. Die naad is precies waar je huid op reageert. De afwerking van de rand Als je maar op één ding let, laat het dit dan zijn. De rand van je steen gaat over je huid, dus die moet volkomen glad zijn. Strijk er met je vingertop overheen: voel je een randje, een ribbel of een naad, leg hem terug. Wat je op je vingertop voelt, voelt je gezicht tien keer zo sterk. Bij gegoten materiaal loopt er vaak een lijn precies over de plek waar de twee helften van de mal elkaar raken. Bij slecht gepolijste natuursteen voel je kleine oneffenheden of een scherpe hoek. Beide trekken aan je huid in plaats van dat ze eroverheen glijden, en dat is precies wat je bij gua sha wilt voorkomen. De vorm Er is niet één juiste vorm, maar er is wel een vorm die het meest bruikbaar is. Waar je op let: Een diepe golf die om je kaaklijn past. Dit is de haal die je het vaakst gaat doen, dus die golf moet echt om je kaak vallen en niet er maar half omheen. Een lange vlakke zijde voor je wang, je hals en je voorhoofd. Hoe meer oppervlak, hoe gelijkmatiger de druk. Een smalle punt of een klein rond uiteinde voor je oogomgeving, je neusvleugels en je wenkbrauwboog. Zonder zo'n kant kun je de fijnere zones niet fatsoenlijk bereiken. Een kamrand met tanden als je hem ook op je hoofdhuid en in je haar wilt gebruiken. Dat is in de praktijk het deel dat mensen het lekkerst vinden, en dat hebben lang niet alle stenen. Gewicht en formaat Een steen mag stevig aanvoelen, want dat gewicht doet een deel van het werk voor je. Te licht en je gaat vanzelf harder duwen, wat precies de verkeerde kant op is. Te groot en je komt niet meer bij je oogomgeving of je neus. De handzame maat, zo ongeveer je handpalm, werkt voor de meeste gezichten het prettigst. Pak hem in gedachten even vast: ligt hij vanzelf goed tussen je duim en je vingers, of moet je ervoor gaan knijpen? Een tool waar je in moet knijpen, gebruik je op den duur niet meer. Hoe je herkent of je natuursteen koopt Er wordt nogal wat geverfd glas verkocht als jade. Een paar dingen die je helpen: Kleurverloop. Echte steen heeft een onregelmatige tekening met lichtere en donkerdere plekken. Een volkomen egale, felgroene kleur is verdacht. Temperatuur. Natuursteen voelt koel aan en blijft dat even, ook als je hem een minuut vasthoudt. Gegoten materiaal is binnen een paar tellen lauw. Gewicht. Steen is zwaarder dan je op basis van het formaat verwacht. Naad. Geen enkele gepolijste natuursteen heeft een naad. Voel je er een, dan is het gegoten. De olie erbij, geen bijzaak Ik noem het in elk deel van deze reeks en ik noem het hier nog een keer, omdat het de meest gemaakte fout blijft: een gua sha gebruik je nooit op een droge huid. Je hebt dus altijd een glijmiddel nodig. Een pure plantaardige olie werkt daar het prettigst voor, omdat die lang genoeg blijft liggen om je hele ronde te doen. Welke olie je kiest, hangt van je huid af. Een lichte olie die snel intrekt is fijn voor wie snel een vol gevoel op de huid heeft, een rijkere olie is prettiger voor een droge huid. De Argan Oil van ScKIN is er een die je zowel op je gezicht als in je haar kunt gebruiken, wat handig is als je ook je hoofdhuid meeneemt. De Jade Guasha van ScKIN Dan concreet, want daar begon deze vraag mee. Wij hebben bij ScKIN de Jade Guasha: een beautytool van 100% pure jade, met precies de vorm die hierboven staat beschreven. Een diepe golf die om je kaaklijn valt, een lange vlakke zijde voor je wang en je hals, een smallere punt voor de fijnere zones, en aan de andere kant een kamrand met tanden voor je hoofdhuid en je haar. De steen is volledig gepolijst, dus er zit geen naad of ribbel in de rand die aan je huid trekt. Hij ligt zwaar genoeg in de hand om het werk voor je te doen, en jade blijft koel aanvoelen tegen je gezicht. Bewaar hem op een koele plek of in de koelkast, dan is dat ochtendmoment nog verfrissender. Onderhoud is verder niet ingewikkeld: na gebruik afspoelen met lauw water en milde zeep, afdrogen en op een schone plek leggen. Behandel hem als steen, want dat is het ook. Op een tegelvloer laten vallen overleeft hij niet. Bekijk de Jade Guasha Tot slot Als je één ding meeneemt uit deze reeks, laat het dan zijn dat de steen zelf het minst spannende deel is. Wat telt, is dat je hem vaak genoeg oppakt, dat je licht genoeg werkt en dat je die paar minuten echt voor jezelf houdt. Een goede steen maakt dat alleen makkelijker, omdat hij prettig in de hand ligt en soepel over je huid gaat. Kies er dus een die je fijn vindt om vast te houden, leg hem op een plek waar je hem ziet, en begin gewoon. De rest volgt vanzelf. Een gua sha is een cosmetisch verzorgingsproduct en geen medische behandeling. Gebruik hem niet op een geïrriteerde, beschadigde of net behandelde huid. Twijfel je over je huid, raadpleeg dan een huidprofessional. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak

Learn more
Minimalistische badkamerplank met een pipetfles en linnen doek in ochtendlicht

Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak

◷ 7 min leestijdDe techniek ken je nu. Dan komt het deel waar het in de praktijk meestal op stukloopt: het volhouden. Ik zie het steeds opnieuw gebeuren. Iemand koopt iets, doet het drie dagen met veel enthousiasme, en daarna ligt het in een la. Niet omdat het niet prettig was, maar omdat het geen vaste plek in de dag had gekregen. Daarom gaat dit artikel over ritme. Hoe vaak je gua sha zinvol is, wat het verschil is tussen ochtend en avond, waar je het precies in je routine zet, en wat je in de loop van weken wel en niet mag verwachten. Hoe vaak is genoeg Dagelijks kan prima, en drie tot vijf minuten is echt genoeg. Als je kiest tussen vaak en kort of zelden en lang, kies dan altijd vaak en kort. Vijf keer drie minuten in een week doet meer voor je dan één keer een kwartier op zondag. Dat heeft een simpele reden. De effecten die je voelt na een paar minuten strijken zijn tijdelijk: warmte in de huid, een fris gevoel, weefsel dat soepeler aanvoelt. Zulke effecten stapelen niet op als je ze één keer per week opzoekt. Ze worden interessant als ze onderdeel worden van hoe je dag eruitziet. Een dag overslaan is niet erg. Een week overslaan ook niet. Je hoeft hier niets mee te presteren. Ochtend of avond Allebei goed, en ze voelen anders. Ik leg het vaak zo uit. 's Ochtends is het een manier om wakker te worden. Je gezicht voelt na een nacht liggen vaak wat vol aan, en een paar minuten strijken maakt je huid warm en laat je gezicht wakkerder ogen. Bewaar je steen op een koele plek of in de koelkast, dan is dat ochtendmoment extra verkwikkend. Zet hem daarna weer terug, dan staat hij klaar voor morgen. 's Avonds is het een manier om af te schakelen. Je hebt dan een hele dag spanning opgebouwd in je kaken, je slapen en je voorhoofd, zeker als je veel hebt gepraat, veel achter een scherm hebt gezeten of je kaken onbewust op elkaar hebt geklemd. Dat is het moment waarop het gebaar het fijnst voelt. Moet je kiezen? Nee. Veel vrouwen doen 's ochtends een korte ronde van twee minuten en 's avonds een langere. Maar als je er één kiest, kies dan het moment waarop je het zeker gaat doen, niet het moment dat theoretisch het beste klinkt. Waar het in je routine past De volgorde is simpel: reinigen, olie of een glijdend serum, gua sha, en daarna pas je crème. De olie is je glijmiddel, dus die moet eronder zitten. Werk nooit over een zonnefilter heen, want die smeer je er dan gewoon weer af. Ga je 's ochtends naar buiten, doe je gua sha dan vóór je zonnefilter en breng die daarna aan. Wat bij veel mensen werkt: koppel het aan iets wat je toch al doet. Terwijl je thee staat te trekken. Meteen na het tandenpoetsen. In de vijf minuten voordat je een serie aanzet. Een gewoonte die aan een bestaande gewoonte hangt, houdt het veel langer vol dan een gewoonte die ergens los in je dag zweeft. En leg je steen op een plek waar je hem ziet. Niet achterin een la. Dat klinkt te simpel om uit te maken, maar het maakt in de praktijk het grootste verschil. Waarom die paar minuten meer zijn dan verzorging Hier wordt het interessant vanuit mijn vak. Als je langere tijd onder spanning staat, maakt je lichaam meer stresshormoon aan. Dat hormoon is er niet voor niets, want het maakt snel energie vrij als je die nodig hebt. Het haalt die energie alleen deels uit je eigen eiwitten, ook uit bindweefsel. En herstel van weefsel gebeurt juist vooral als je systeem rustig is. Ik zeg dat in mijn werk vaak zo: je kunt niet tegelijk in de hoogste versnelling staan en aan het herstellen zijn. Wat een paar minuten gua sha dan doet, is niet magisch. Het is gewoon een van de weinige momenten op een dag waarop je even niets anders doet. Je handen zijn bezig, je gezicht wordt warm, je ademhaling zakt vanzelf. Voor veel vrouwen is dat het eerste rustmoment sinds ze 's ochtends hun ogen opendeden. Je kunt dat effect zelfs een beetje sturen. Adem drie keer rustig uit voordat je begint, wat langer uit dan in. Doe je halen langzamer dan je geneigd bent. Dan wordt het echt een omschakelmoment en niet nog een taak op je lijst. Wat je in de loop van weken merkt Eerlijk verhaal, want daar heb je het meest aan. De directe dingen voel je meteen: warmte, een fris gevoel, een gezicht dat lichter aanvoelt, weefsel dat soepeler beweegt. Die effecten zijn tijdelijk en komen elke keer terug als je het doet. Wat er over weken bij komt, is subtieler. Je leert je eigen gezicht kennen. Je merkt op welke plekken je spanning vasthoudt, je voelt het verschil tussen een rustige week en een drukke week, en je krijgt een vast moment voor jezelf dat er anders niet zou zijn. Dat is het eerlijke antwoord. Wat je er niet van mag verwachten: een andere gezichtsvorm, blijvende veranderingen in je huidstructuur, of een oplossing voor iets waar je je zorgen over maakt. Je huid vernieuwt zich bovendien in maanden en niet in dagen, dus alles wat met verzorging te maken heeft vraagt sowieso geduld. En meet het alsjeblieft niet in foto's. Meet het in hoe je gezicht aanvoelt na afloop, en in of je het over drie weken nog steeds doet. Wanneer je het overslaat Er zijn dagen waarop je de steen gewoon laat liggen. Als je huid geïrriteerd of beschadigd is. Als je zonnebrand hebt. Als je koorts hebt of je ziek voelt. Als je net een behandeling hebt gehad bij een huidprofessional, tenzij die iets anders zegt. Als een plek pijn doet bij aanraking. Twijfel je, sla hem over. Een dag niet doen kost je niets. Wat er verder meespeelt Ik zou mijn werk niet goed doen als ik dit alleen als een losstaand ritueel neerzette. Wat je van buiten doet en wat je van binnen doet, werken samen. Een paar dingen die daarbij horen en die ik in de praktijk steeds terugzie: Beweging. Je lymfevocht heeft geen eigen pomp en komt in beweging door je spieren en je ademhaling. Een stevige wandeling doet daar meer voor dan welke tool ook. Slaap. De nacht is het moment waarop je lichaam opruimt en aan herstel toekomt. Structureel kort slapen voel je uiteindelijk overal, ook in je huid. Drinken en gevarieerd eten. Je huid wordt continu opnieuw opgebouwd, en de bouwstoffen daarvoor komen uit wat er op je bord ligt. Hoe kleurrijker je eet, hoe breder het aanbod. Bindweefsel wil belasting. Het past zich aan aan wat je ermee doet. Use it or lose it, in mijn vak zeggen we dat met reden. Zie de gua sha dus als een prettig vast moment binnen een groter geheel. Niet als het geheel zelf. Samengevat Drie tot vijf minuten, zo vaak als je het volhoudt. Na het reinigen, op een olie, vóór je crème. Vast gekoppeld aan iets wat je toch al doet, en op een plek waar je hem ziet liggen. Rustiger dan je geneigd bent, met aandacht voor je ademhaling. En overslaan op de dagen dat je huid erom vraagt. In het laatste deel van deze reeks kijken we naar de steen zelf. Want er is nogal verschil tussen wat er te koop is, en dat verschil voel je meteen in je hand. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking

Learn more
Close-up van een kaaklijn en een hand die langs de kaak strijkt

Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten

◷ 7 min leestijdIn het vorige deel keken we naar wat een gua sha is en waar die vandaan komt. Nu het praktische stuk, want daar heb je uiteindelijk het meeste aan. Ik loop met je langs de voorbereiding, de druk, de richting en de volgorde, en daarna langs de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen. Lees het een keer rustig door, leg het dan weg en doe het gewoon. Je hoeft dit niet perfect te doen om er iets aan te hebben. Eerst dit: altijd met olie, nooit op een droge huid Dit is de regel waar alles op staat of valt. Een steen op een droge huid glijdt niet, die trekt. En trekken aan je huid is precies wat je niet wilt. Breng dus altijd eerst een paar druppels olie of een glijdend serum aan, zodat de steen soepel over je huid schuift zonder dat je vel meebeweegt. Een pure plantaardige olie werkt hiervoor prima. Wat wel belangrijk is: kies er een die bij jouw huid past en die je goed verdraagt. Voelt je huid na een paar dagen zwaarder of anders aan, ga dan terug naar een lichtere olie. En gebruik zonnebloemolie liever niet als draagolie, daar ben ik in mijn vak altijd terughoudend in geweest vanwege de vetzuursamenstelling. Werk op een schoon gezicht. Dus eerst reinigen, dan olie, dan de steen. Je huid mag licht vochtig zijn, dat glijdt nog fijner. De juiste druk: lichter dan je denkt Bijna iedereen begint te stevig. De juiste druk is die waarbij je de steen voelt liggen en je huid meegeeft, maar waarbij je het vel niet voor je uit duwt. Een goede test: leg de steen op je onderarm en strijk. Voel je een prettige, warme streek, dan zit je goed. Zie je een witte streep of blijft je huid rood, dan druk je te hard. Houd de steen bijna plat tegen je huid, ongeveer onder een hoek van vijftien tot dertig graden. Zet je de rand rechtop, dan wordt het schrapen in plaats van strijken, en dat is niet de bedoeling. Werk langzaam. Ik zie mensen vaak in een tempo alsof ze hun keuken poetsen, terwijl rustig en traag veel prettiger voelt en veel makkelijker vol te houden is. De richting: van binnen naar buiten, en altijd één kant op Twee vuistregels, meer heb je niet nodig. De eerste: je werkt van het midden van je gezicht naar buiten toe, richting je oren. De tweede: je strijkt in één richting, je gaat niet heen en weer poetsen. Til de steen aan het eind van elke haal op en zet hem weer neer waar je begon. En dan nog iets wat vaak wordt overgeslagen: begin en eindig bij je hals. In het vorige deel schreef ik al dat je lymfevocht geen eigen pomp heeft en in beweging komt door beweging van buitenaf. De grote doorvoerroutes lopen langs je hals naar beneden. Werk je alleen op je wangen en sla je je hals over, dan mis je het deel dat de rest logisch maakt. Stap voor stap over je gezicht Doe per zone drie tot vijf halen aan elke kant. De hele ronde duurt zo drie tot vijf minuten. 1. Hals. Begin hier. Zet de vlakke kant onder je kaak en strijk rustig naar beneden langs de zijkant van je hals, richting je sleutelbeen. Licht, langzaam, drie tot vijf keer per kant. 2. Kaaklijn. Leg de diepe golf om je kaaklijn heen, zet hem in het midden van je kin en strijk naar je oor toe. Aan het eind van de haal even doorgaan tot net onder je oorlel, en dan naar beneden langs je hals afsluiten. 3. Onderste deel van je wang. Van je mondhoek naar buiten, richting het midden van je oor. Hier zit bij veel mensen spanning, dus neem je tijd. 4. Jukbeen. Van de zijkant van je neus naar buiten, over je jukbeen, richting je slaap. Dit is de haal die je gezicht het snelst wakker laat ogen. 5. Oogomgeving. Gebruik de kleine, ronde kant en werk hier het allerlichtst. Van je binnenooghoek over je onderste oogkas naar buiten. De huid is hier dun en kwetsbaar, dus bijna geen druk, alleen het gewicht van de steen. 6. Voorhoofd. Van het midden van je wenkbrauwen omhoog naar je haarlijn, en daarna van het midden naar buiten toe richting je slapen. Als je veel tuurt of veel achter een scherm zit, voel je hier vaak het verschil het duidelijkst. 7. Slapen en afsluiten. Strijk van je slapen naar beneden, langs je oren, en werk dan nog een paar keer je hals af. Zo eindig je waar je begon. En je hoofdhuid, niet vergeten Heeft je steen een kamrand met tanden, dan is die bedoeld voor je hoofdhuid. Je kunt dit droog doen of met een olie in je haar. Zet de tanden op je haarlijn en trek in rustige halen naar achteren, over je hele hoofd, met lichte druk. Twee minuten is genoeg. Wat vrouwen me hierover vaak vertellen: dit is het deel dat ze het lekkerst vinden. Logisch ook. Je hoofdhuid krijgt normaal gesproken nooit aandacht, terwijl er de hele dag spanning op staat. Doe het een keer aan het eind van een drukke dag en je snapt meteen waarom ik het noem. De zeven fouten die ik het vaakst zie 1. Zonder olie werken. De belangrijkste. Zonder glijmiddel trek je aan je huid in plaats van dat je eroverheen glijdt. 2. Te veel druk. Op je gezicht hoort geen rode of blauwige verkleuring te ontstaan. Zie je die, dan werk je veel te hard. 3. Heen en weer schuiven. Eén richting per haal, steeds opnieuw beginnen bij het startpunt. 4. De hals overslaan. Het deel dat de rest logisch maakt, en juist het deel dat iedereen vergeet. 5. Over een geïrriteerde of beschadigde huid gaan. Over een ontstoken plek, een wondje, een zonnebrand of een net behandelde huid ga je niet heen. Werk eromheen of sla die dag over. 6. De steen niet schoonmaken. Er blijft olie en huidvet op achter. Was hem na gebruik met lauw water en milde zeep, droog hem af en leg hem op een schone plek. Niet los in je toilettas tussen je make-up. 7. Te lang doorgaan. Meer is hier niet beter. Drie tot vijf minuten voor je gezicht is genoeg. Een half uur boenen levert niets extra's op en irriteert je huid alleen maar. Wanneer je voorzichtig moet zijn Heb je een huid die snel rood aanloopt of zichtbare verwijde bloedvaatjes op je wangen, houd het dan heel licht, sla die zones over of overleg eerst met je huidprofessional. Warmte en wrijving zijn voor zo'n huid nu eenmaal prikkels. Datzelfde geldt als je net een behandeling hebt gehad, als je injectables hebt laten zetten, of als je huid op dit moment iets laat zien waar je je zorgen over maakt. Ga dan eerst langs iemand die ernaar kan kijken. Nog even dit Je hoeft de volgorde hierboven niet uit je hoofd te leren. De kern is simpel: olie eerst, lichte druk, één richting, van binnen naar buiten, hals aan het begin en aan het eind. De rest komt vanzelf zodra je het een paar keer hebt gedaan en merkt waar jouw gezicht om vraagt. In het volgende deel gaan we het over ritme hebben. Hoe vaak, op welk moment van de dag, en hoe je zorgt dat je het ook echt volhoudt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat is gua sha en waar komt het vandaan? Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking

Learn more
Vrouw met rustige huid in strijklicht bij het raam

Wat is gua sha en waar komt het vandaan?

◷ 7 min leestijdJe kent dat gevoel vast. Je hebt een lange dag achter een scherm gezeten, en tegen de avond voelt je gezicht vol en gespannen aan. Je kaken staan strak, je voorhoofd voelt zwaar, en in de spiegel zie je vooral vermoeidheid terug. Heel veel vrouwen die ik spreek herkennen dat meteen. En bijna altijd komt daarna dezelfde vraag: is er iets wat ik daar zelf, in een paar minuten, aan kan doen? Gua sha is een van de dingen die dan ter sprake komen. Je ziet die platte, gladde stenen inmiddels overal voorbijkomen, en er wordt van alles over beweerd. Daarom neem ik je in dit artikel eerst mee in wat het is, waar het vandaan komt en wat er precies gebeurt als je met een steen over je huid strijkt. Daarna, in de volgende delen, wordt het praktisch. Wat een gua sha precies is Een gua sha is een plat stuk steen, meestal zo groot als je handpalm, met golvende randen en gladde vlakken. Je houdt hem bijna plat tegen je huid en strijkt ermee, altijd in één richting, met een dun laagje olie ertussen zodat hij soepel glijdt. Meer is het niet. Geen batterijen, geen stroom, geen instellingen. Wat de vorm zo slim maakt: die golvingen vallen precies om de contouren van je gezicht. De diepe golf past om je kaaklijn, de vlakke zijde ligt mooi op je wang, een smalle punt komt bij je neus en je wenkbrauwboog. Sommige stenen hebben aan één kant een kamrand met tanden, en die is bedoeld voor je hoofdhuid en je haar. In de kern is een gua sha dus gewoon een handmassagetool. Alles wat je ermee doet, zou je ook met je vingers kunnen doen. De steen doet het net iets anders: hij is koeler dan je handen, hij verdeelt de druk over een groter oppervlak, en hij dwingt je om rustiger en gerichter te werken dan je met je vingertoppen zou doen. Waar de naam vandaan komt Gua sha is Chinees en betekent letterlijk iets als schrapen tot er sha verschijnt. Gua is de beweging, het strijken of schrapen. Sha is de rode of paarsige verkleuring die op de huid kan opkomen als je stevig genoeg over een plek werkt. In de traditionele Oost-Aziatische volksgeneeskunde wordt die verkleuring gezien als een teken dat er iets in beweging is gekomen, en die techniek wordt al eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven, vaak thuis, aan de keukentafel, met een lepel of een muntstuk als het moest. Belangrijk om te weten: die traditionele vorm gebeurt op het lichaam. Op de rug, de schouders, de nek, de bovenarmen. Met stevige druk, door iemand die weet wat die doet, en met die verkleuring als bedoeld gevolg. Dat is een heel andere praktijk dan wat je nu in de beautywereld ziet. Van het lichaam naar het gezicht De versie die je op Instagram voorbij ziet komen, is de zachte gezichtsvariant. Die werkt met lichte druk, met olie, in rustige halen. En daar hoort nadrukkelijk geen rode of blauwige verkleuring bij. Zie je die op je gezicht, dan werk je te hard. Dat is meteen de belangrijkste veiligheidsregel van dit hele onderwerp, en die wil ik hier vroeg neerzetten, omdat er online filmpjes rondgaan waarin mensen werkelijk met volle kracht over hun wangen boenen. De huid op je gezicht is dunner en kwetsbaarder dan die op je rug. Ze is gevoeliger voor wrijving, en de bloedvaatjes eronder liggen dichter bij het oppervlak. Wat op een schouder prettig aanvoelt, is op een wang te veel. Ik zeg altijd: als het pijn doet, doe je het verkeerd. Prettig en licht is de norm, niet de uitzondering. Wat er gebeurt als je over je huid strijkt Vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI kijk ik altijd naar hoe systemen samenwerken. Dus niet naar de huid als losse laag, maar naar wat eronder zit en wat eromheen gebeurt. Er zijn vier dingen die het de moeite waard maken om een paar minuten per dag met je gezicht bezig te zijn. Je huid werkt langzaam en is matig doorbloed Weefsels in je lichaam vernieuwen zich in heel verschillende tempo's. Je darmwand doet dat in een paar dagen, je lever in ongeveer honderd dagen, en je huid heeft er een paar honderd dagen voor nodig. Dat komt onder andere doordat de huid vergeleken met andere organen matig doorbloed is. Bloed brengt zuurstof en bouwstoffen, en waar minder bloed langskomt, gaan processen nu eenmaal rustiger. Aanraking en massage maken de huid in dat gebied warm en brengen de doorbloeding ter plekke op gang. Je ziet het meteen: de huid kleurt licht op en voelt warmer aan. Dat is een tijdelijk effect, niet iets blijvends, maar het is precies waarom je gezicht er na een paar minuten frisser uitziet. Bindweefsel past zich aan aan wat je ermee doet Onder je huid ligt bindweefsel, het laagje dat je spieren, vaten en organen omhult en met elkaar verbindt. Ik leg dat vaak zo uit: bindweefsel past zich aan aan de belasting die het krijgt. Doe je er niks mee, dan verandert het van kwaliteit. Use it or lose it, zeggen ze in mijn vak, en dat geldt net zo goed voor het weefsel onder je gezicht als voor dat in je benen. Veel vrouwen houden in hun kaken, hun slapen en hun voorhoofd de hele dag spanning vast zonder het te merken. Zeker als je veel praat, veel achter een scherm zit of 's nachts je kaken op elkaar klemt. Dat weefsel wat losser en beweeglijker maken voelt niet voor niets zo prettig. Je lymfevocht heeft geen eigen pomp Dit vind ik zelf een van de mooiste stukken fysiologie. Je bloed wordt rondgepompt door je hart. Je lymfevocht niet. Dat systeem heeft geen eigen motor en komt in beweging door iets anders: door je spieren die samentrekken, door je ademhaling, door beweging van buitenaf. Daarom zeg ik in de praktijk zo vaak: beweeg. Niet omdat bewegen een trucje is, maar omdat je vochthuishouding er letterlijk op draait. Rustig strijken over je huid is een vorm van beweging van buitenaf. Je hoeft daar geen grote beloftes aan te hangen, en ik doe dat ook niet. Maar het verklaart wel waarom mensen na een paar minuten zeggen dat hun gezicht lichter aanvoelt. En dan het stuk dat vaak wordt overgeslagen Spanning. Als je langere tijd in de hoogste versnelling staat, heeft dat overal in je lichaam invloed, ook op je huid en je bindweefsel. Je lichaam maakt in zo'n periode meer stresshormoon aan, en dat hormoon breekt onder andere eiwitten uit bindweefsel af om er snel energie van te maken. Tegelijk is herstel juist iets wat vooral gebeurt als je systeem rustig is. Een paar minuten waarin je niks anders doet dan langzaam over je gezicht strijken en rustig ademhalen, is daarom meer dan een verzorgingsmoment. Het is een van de weinige momenten op een dag waarop je bewust omschakelt. Dat effect wordt in mijn ogen onderschat. Wat gua sha niet is Even net zo duidelijk de andere kant. Een gua sha is een verzorgend beautytool, geen behandeling. Het is geen vervanging van een huidprofessional, het is geen oplossing voor een huid die al langer iets laat zien wat je niet vertrouwt, en het verandert de structuur van je gezicht niet. Beloftes over blijvende veranderingen in je gezichtsvorm kun je rustig naast je neerleggen. En let op: op een geïrriteerde, beschadigde of net behandelde huid laat je hem gewoon liggen. Over een plek die pijn doet, ga je niet heen. Wat je er wel van mag verwachten Een paar minuten aandacht voor jezelf. Een huid die warm en verzorgd aanvoelt. Een gezicht dat er na afloop frisser uitziet. Gezichtsspieren en weefsel die soepeler aanvoelen dan ervoor. En vooral: een klein vast moment op een dag die verder vol zit. Daar hoef je geen groter verhaal van te maken, want dat is het al. In het volgende deel laat ik je precies zien hoe je zo'n steen gebruikt, welke richting je aanhoudt en welke fouten ik het vaakst voorbij zie komen. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Gua sha steen gebruiken: richting, druk en veelgemaakte fouten Gua sha in je dagelijkse routine: wanneer en hoe vaak Welke gua sha kies je? Materiaal, vorm en afwerking

Learn more
Castorbonen en een blad van de wonderboom naast een glazen schaal met olie

Wat is castorolie en waar komt het vandaan?

◷ 7 min leestijd Castorolie is zo'n product dat al jaren meegaat en toch steeds opnieuw opduikt. Je ziet het bij de drogist staan, je hoort erover in gesprekken over wenkbrauwen, en de kans is groot dat je moeder of je oma er ook al iets mee deed. Maar als ik vraag wat het eigenlijk is, blijft het vaak stil. Een olie, ja. Uit een plant, ergens. En verder? Ik vind dat eigenlijk jammer, want als je weet waar iets vandaan komt en hoe het is opgebouwd, snap je meteen veel beter waarom je het op de ene manier wel gebruikt en op de andere manier niet. Daarom begin ik deze reeks bij de basis: welke plant het is, hoe de olie gemaakt wordt, wat erin zit, en waarom castorolie zo anders aanvoelt dan bijna elke andere plantaardige olie die je kent. De plant: de wonderboom Castorolie komt uit de zaden van Ricinus communis, in het Nederlands de wonderboom genoemd. In warme streken groeit die uit tot een echte boom van een paar meter hoog. Bij ons haalt hij dat niet, want de eerste vorst is het einde van het verhaal, en daarom zie je hem hier vooral als sierplant in tuinen staan. Je herkent hem aan de grote handvormige bladeren en de roodachtige stengels. Best een indrukwekkende verschijning. Na de bloei komen er stekelige vruchten aan, en in elke vrucht zitten drie zaden. Die zaden lijken op gespikkelde bonen: glanzend, bruin gemarmerd, een paar millimeter groot. Daar zit de olie in, en dan meteen in flinke hoeveelheid, want zo'n zaad bestaat voor ongeveer de helft uit vet. India is veruit de grootste producent van de wereld, gevolgd door China en Brazilië. De naam wonderboom komt trouwens uit de bijbel, uit het verhaal van Jona die schaduw krijgt van een plant die in één nacht opschiet. Of dat exact deze plant was, daar zijn geleerden het niet over eens, maar de naam is blijven hangen. Van zaad naar olie De zaden worden geperst, en de manier waarop dat gebeurt bepaalt voor een groot deel wat je uiteindelijk in de fles hebt. Er zijn ruwweg twee routes. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch worden uitgeperst zonder dat er warmte aan te pas komt. Wat eruit komt is een licht goudgele, stroperige olie met een eigen, milde geur. De begeleidende stoffen uit het zaad, zoals vitamine E, blijven daarbij grotendeels bewaard. Voor cosmetisch gebruik is dit de versie waar je naar op zoek bent. Geraffineerd wil zeggen dat de olie na het persen nog een aantal bewerkingen ondergaat met warmte, waardoor ze vrijwel kleurloos en geurloos wordt en langer houdbaar is. Handig voor de industrie, en niets mis mee, alleen verdwijnt er onderweg wel wat van het karakter van de olie. Zie je een castorolie die volstrekt kleurloos en reukloos is, dan weet je dus welke route ze heeft afgelegd. En dan de vraag over ricine Deze krijg ik vaak, en terecht, dus laat ik er helder over zijn. In het zaad van de wonderboom zit ricine, een eiwit dat giftig is als je rauwe zaden zou eten. Dat is precies de reden dat je de plant en de zaden buiten bereik van kinderen en huisdieren houdt. Maar ricine is een eiwit, en eiwitten lossen niet op in vet. Bij het persen blijft het daarom achter in de perskoek, het vaste deel dat overblijft, en gaat het niet mee de olie in. Wat er eventueel nog van over is, wordt bij de verdere bewerking onwerkzaam gemaakt. De castorolie die je als verzorgingsproduct koopt, bevat het dus niet. Wat je in je handen hebt is gewoon een plantaardige olie voor uitwendig gebruik. Waarom castorolie zo dik is En dan het stuk dat castorolie echt bijzonder maakt. De meeste plantaardige oliën zijn een mengsel van allerlei vetzuren. Bij castorolie is dat anders: ongeveer 85 tot 90 procent bestaat uit één en hetzelfde vetzuur, ricinoleïnezuur. Dat kom je in de natuur nauwelijks ergens anders zo geconcentreerd tegen. Het aardige is dat je aan de vorm van dat vetzuur meteen kunt zien waarom de olie zo aanvoelt. Stel je een vetzuur voor als een lange gladde draad. In de meeste oliën liggen die draden los langs elkaar en glijden ze makkelijk langs elkaar heen, en dat merk je: de olie is dun en vloeit snel weg. Ricinoleïnezuur heeft halverwege de keten een extra groep zitten, een soort haak. Al die haken blijven onderling aan elkaar hangen, en daardoor glijden de draden veel minder makkelijk. Dat is precies wat je voelt als je castorolie tussen je vingers wrijft: stroperig, bijna als dunne honing, terwijl bijvoorbeeld arganolie meteen wegloopt. Daarnaast zitten er kleinere hoeveelheden oliezuur en linolzuur in, en van nature wat vitamine E. Maar het verhaal van castorolie is echt het verhaal van dat ene vetzuur. Die dikte heeft in de praktijk vier gevolgen, en die kun je maar beter weten voordat je begint. Je hebt heel weinig nodig. De olie trekt langzamer in dan je gewend bent. Ze blijft als een dunne film op de huid liggen in plaats van meteen te verdwijnen. En in je haar is ze puur soms lastig uit te wassen, waardoor veel mensen castorolie mengen met een lichtere olie. In het derde artikel van deze reeks laat ik precies zien hoe je dat doet. Waarom een olie die blijft liggen prettig is voor je huid Om te snappen waarom die film juist fijn is, helpt het om te weten hoe de buitenste laag van je huid in elkaar zit. Ik leg het altijd uit als een muurtje. De huidcellen zijn de stenen, en de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie netjes op zijn plek zit, houdt je huid haar vocht binnen en blijft er van buiten weinig ongewenst binnenkomen. Je huid is namelijk een grensgebied, dat is haar hele werk. Wordt de specie dunner, dan gebeuren er twee dingen tegelijk. Je huid verliest sneller vocht, waardoor ze trekkerig en droog aanvoelt. En prikkels van buitenaf komen makkelijker binnen, waardoor je huid gevoeliger reageert dan je van haar gewend bent. Wat die specie uitput is meestal heel alledaags: te heet douchen, te vaak en te stevig reinigen, droge binnenlucht van de verwarming, koude wind. Een olie die op de huid blijft liggen, remt dat vochtverlies af. Ze maakt de huid soepel en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Dat is cosmetische verzorging aan de buitenkant, en zo moet je het ook zien: het is de bescherming van dat muurtje, niet iets wat in je lichaam gebeurt. Een olie met een lange geschiedenis Castorolie wordt al duizenden jaren gebruikt. In het oude Egypte brandde ze in lampen en werd ze op huid en haar gebruikt. In de vorige eeuw was ze een gewild smeermiddel voor vliegtuig- en racemotoren, juist vanwege die stroperigheid die bij hoge temperaturen goed standhoudt. En vandaag kom je haar tegen in van alles, van cosmetica tot lakken en kunststoffen. In een fles op je badkamerplank zit dus een olie met een verrassend industrieel cv. Gele castorolie en black castor oil Je komt twee soorten tegen en het is handig het verschil te kennen. De gewone, koudgeperste castorolie is licht goudgeel met een milde geur. Bij Jamaican black castor oil worden de zaden eerst geroosterd en wordt de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. De ene is niet beter dan de andere, het zijn gewoon twee tradities. Wil je een pure, neutrale olie die je overal voor kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de logische keuze. Wat castorolie wel en niet is Tot slot iets waar ik graag eerlijk over ben, want rond deze olie hangt nogal wat verwachting. Castorolie is een cosmetische verzorgingsolie. Ze verzorgt je wimpers en wenkbrauwen, ze voedt het haar, ze maakt droog haar zachter en glanzender en ze maakt de huid soepel. Dat is wat een olie doet, en dat is best veel. Wat ze niet doet, is haar laten groeien. Dat wordt vaak beweerd en het mag ook niet zo gezegd worden, want daar is het geen middel voor. Wat mensen wel merken is dat goed verzorgde wenkbrauwen en wimpers er voller en verzorgder uitzien, en dat is iets anders. Ik zeg altijd: verwacht verzorging, geen toverstok. En geef het tijd, want je huid vernieuwt zich in weken en je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken is een eerlijke termijn om iets te merken. In het volgende artikel loop ik langs alles waar castorolie in de praktijk voor gebruikt wordt, en net zo belangrijk: waar ze minder geschikt voor is. Lees ook Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let

Learn more
castor olie

Waar is castorolie goed voor?

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar waar castorolie vandaan komt en waarom ze zo stroperig is. Nu de vraag die de meeste mensen eigenlijk als eerste stellen: waar is castorolie eigenlijk goed voor? Ik loop de toepassingen met je langs, en ik ben er ook eerlijk over waar deze olie minder handig is. Want dat hoort er net zo goed bij, en het scheelt je een fles die halfvol in de kast blijft staan. Eerst even: wat een olie eigenlijk doet Voordat we naar de toepassingen gaan, is het handig om te snappen wat er gebeurt als je een olie op je huid of haar aanbrengt. Anders blijft het bij "het voelt fijn" en weet je niet waarom. De buitenste laag van je huid is dat muurtje van stenen met specie ertussen: huidcellen met vetten daartussen. Die laag heeft één hoofdtaak, en dat is vocht binnenhouden. In diezelfde hoornlaag zit ook een eiwit dat water aan zich bindt, waardoor de laag soepel blijft in plaats van bros. Is er te weinig vet tussen de stenen, dan verdampt er meer vocht dan de bedoeling is, en dat voel je: strak, ruw, dof. Een olie vult niets aan in de diepte. Wat ze doet, is bovenop gaan liggen en het verdampen afremmen. En juist daar is castorolie sterk in, want door die dikte blijft ze liggen waar je haar neerlegt. Het gevolg is dat de huid soepel wordt en dat ze haar natuurlijke vochtbalans beter behoudt. Bij haar werkt het anders, en daar kom ik zo op terug. 1. Wimpers en wenkbrauwen Dit is waar castorolie het bekendst om is, en niet zonder reden. Wimpers en wenkbrauwen krijgen weinig verzorging en wel veel te verduren: make-up, afschminken, wrijven in je ogen, een föhn erlangs. Een olie die blijft zitten is dan prettig, want ze verzorgt de haren en houdt ze soepel, waardoor ze er voller en verzorgder uitzien. Wat ik hier belangrijk vind om te herhalen: dit is verzorging, geen groei. Wimpers hebben hun eigen levenscyclus en die verandert niet door een olie. Maar goed verzorgde wenkbrauwen liggen mooier, breken minder snel en zien er gewoon verzorgder uit. Dat is de winst, en dat is voor de meeste vrouwen precies wat ze zoeken. 2. Droog haar, en dan vooral de lengtes en punten Je haar is anders dan je huid: de haarschacht leeft niet meer. Wat je ziet is keratine, en de buitenkant daarvan bestaat uit een schubbenlaag die als dakpannen over elkaar ligt. Ligt die laag mooi glad, dan weerkaatst je haar het licht en glanst het. Staan de schubben omhoog door hitte, wrijving of droogte, dan grijpen de haren in elkaar, en dat is wat je als pluis en klit ervaart. Een olie legt zich langs die schubben en maakt de buitenkant gladder. Daardoor voedt ze het haar, maakt ze droog haar zachter en glanzender en kam je er makkelijker doorheen. Castorolie is voor dit doel bijna te dik om puur te gebruiken, zeker in fijn haar. Mengen met een lichtere olie werkt in de praktijk veel prettiger, en dat laat ik in het volgende artikel precies zien. 3. De hoofdhuid, met beleid Een hoofdhuidmassage met olie is heerlijk en veel mensen worden er rustig van. Je hoofdhuid is huid, dus dezelfde regels gelden: een olie op de huid maakt haar soepel. Wel twee kanttekeningen. Wie snel glanzend haar heeft, kan olie op de hoofdhuid als zwaar ervaren. En castorolie is zo dik dat je haar na een hoofdhuidmassage twee keer moet wassen. Doe het dus bewust, één keer per week, en verdund. 4. Droge plekken op je lichaam Ellebogen, knieën, hielen, knokkels: de plekken die altijd als eerste droog aanvoelen. Daar komt de dikte van castorolie juist goed van pas, want ze blijft liggen waar je haar aanbrengt en trekt niet meteen in de mouw van je trui. Breng haar aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen, dan sluit je het aanwezige vocht in. Dat maakt echt verschil, veel meer dan wanneer je wacht tot je helemaal droog bent. 5. Nagelriemen en lippen Twee plekken die weinig aandacht krijgen en er snel op vooruit gaan. Eén druppel per hand in je nagelriemen voor het slapen verzorgt de huid rondom je nagels en maakt die soepel. Op je lippen werkt een dunne laag ook, al is de smaak niet iedereen even lief. Doe het dan 's avonds. 6. Als draagolie Castorolie is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik. Dat betekent dat je haar kunt mengen: met een lichtere olie zoals jojoba of argan om haar makkelijker uitsmeerbaar te maken, of als basis in een zelfgemaakt mengsel. Voor veel mensen is dit trouwens de fijnste manier om castorolie überhaupt te gebruiken. Puur is ze aan de zware kant, verdund heeft ze alle voordelen en kun je haar overal op kwijt. 7. De rijpere huid Castorolie is geschikt voor de rijpere huid. Rond je dertigste verandert de huid geleidelijk: ze wordt wat droger, wat dunner, en het duurt langer voordat ze zich vernieuwt. Een rijke olie voelt dan vaak prettiger dan een lichte. Ze voedt de huid en houdt haar soepel, en daardoor helpt ze fijne lijntjes minder zichtbaar te maken. Belangrijk: dat is een cosmetisch effect, dus zolang je haar gebruikt. Een olie draait geen veroudering terug en dat beloof ik ook niet. Waar castorolie minder geschikt voor is En dan het eerlijke deel. Voor een aantal situaties is dit gewoon niet de handigste olie. Op het hele gezicht bij een huid die snel glanst. Castorolie is rijk en blijft liggen. Wie merkt dat een rijke olie op het gezicht te zwaar zit, gebruikt haar prettiger op het lichaam, in het haar of alleen op de droge zones. Overdag onder make-up. Ze trekt daar te langzaam voor in. Gebruik haar 's avonds, dan heeft ze de hele nacht. Puur in fijn haar. Dat wordt zwaar en plakkerig en het wast lastig uit. Verdunnen is hier het antwoord. Op de ooglijn zelf. Langs de wenkbrauw en over de wimpers: prima. In je oog: niet fijn. Houd afstand van de rand van je ooglid. Verder geldt voor elke nieuwe olie: doe eerst een test in je elleboogholte en wacht een dag. Reageert je huid rustig, dan kun je door. Merk je irritatie, dan stop je gewoon. Zwanger, of gebruik je verzorging op voorschrift, overleg het dan even met je huidprofessional. Van buiten en van binnen Ik zeg altijd dat verzorging twee kanten heeft. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich namelijk continu, en het materiaal daarvoor komt uit je voeding. Die twee kanten doen echt iets anders, en ze vervangen elkaar niet. Dat betekent praktisch: verwacht van een olie wat een olie kan. Ze verzorgt de buitenkant, en dat mag gewoon goed gedaan worden. Wat je eet, hoe je slaapt en hoeveel spanning je meedraagt, dat is een ander gesprek, met een eigen antwoord. Wat je mag verwachten en wanneer Het effect op je huid en haar merk je meteen: soepeler, gladder, glanzender. Dat komt doordat de olie er nog op ligt, en dat is precies de bedoeling. Voor het verzorgde beeld van je wenkbrauwen en je lengtes moet je verder kijken. Reken op vier tot zes weken van consequent gebruik, en oordeel daarvoor niet. In het volgende artikel wordt het praktisch: hoeveel je precies gebruikt, op welk moment, hoe je castorolie uit je haar krijgt en welke fouten ik het vaakst voorbij zie komen. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema Pure castorolie kiezen: waar je op let

Learn more
Castor oil hand

Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema

◷ 6 min leestijd We hebben gekeken waar castorolie vandaan komt en waar ze goed voor is. Nu het stuk waar je meteen iets aan hebt: hoe je haar precies gebruikt. Want olie is zo'n product waarbij de manier van aanbrengen echt uitmaakt. Dezelfde fles kan geweldig bevallen of juist tegenvallen, puur door de hoeveelheid en het moment. En bij castorolie geldt dat sterker dan bij welke olie ook, want ze is zo dik dat te veel meteen straft. Ik loop het met je door: eerst je wenkbrauwen en wimpers, dan je haar, dan je huid. En daarna de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen, plus een weekschema waarmee je gewoon kunt beginnen. De gouden regel: minder dan je denkt Als je één ding onthoudt, laat het dit zijn. Castorolie doseer je in druppels, niet in scheuten. Voor je wenkbrauwen en wimpers samen heb je aan wat er aan een borstel blijft hangen genoeg. Voor je lengtes is een halve theelepel voor de meeste haarlengtes al ruim. Gebruik je te veel, dan blijft er een laag liggen die niet meer wegtrekt, en dan is de conclusie al snel dat olie niets voor jou is. Terwijl de dosering het probleem was. Warm de olie trouwens altijd even op tussen je handen of tussen je vingers, dan wordt ze dunner en verdeelt ze veel makkelijker. Wenkbrauwen en wimpers Doe dit 's avonds, als laatste stap, op een schoon gezicht zonder oog-make-up. Neem een schone mascaraborstel, een schone wenkbrauwborstel of een wattenstaafje. Ik was zo'n borstel elke week even met wat shampoo en laat hem drogen. Doop de borstel in de olie en veeg het overtollige er aan de rand af. Hij mag absoluut niet druipen. Borstel je wenkbrauwen in de richting waarin ze groeien, van binnen naar buiten. Je verdeelt de olie over de haren en legt ze meteen mooi. Voor je wimpers: strijk voorzichtig over de lengte van je wimpers, van de basis naar de punten, en blijf weg van de rand van je ooglid. Je hoeft niet tot aan de aanzet te gaan. Laat het zitten tot de ochtend. Spoel je gezicht dan af met lauw water. Elke avond is prima. Bij verzorging is consequent zijn belangrijker dan veel gebruiken, en dat is ook meteen het lastigste eraan. Je haar: castorolie als masker voor het wassen Dit is de manier waarop castorolie in je haar het beste tot haar recht komt, en ook de manier die het minst misgaat. Meng haar eerst Puur is castorolie voor de meeste mensen te dik. Meng haar half om half met een lichtere olie, bijvoorbeeld jojoba of argan. Heb je fijn haar, ga dan naar één deel castorolie op twee delen lichte olie. Je houdt de voedende werking en je wast het er veel makkelijker uit. Zo breng je het aan Begin met droog of licht vochtig haar, niet drijfnat. Neem een halve theelepel van het mengsel in je handpalm en wrijf je handen tegen elkaar. Verdeel het door de lengtes en vooral de punten. Blijf van je hoofdhuid af, tenzij je die bewust masseert. Kam het rustig door met een grove kam, zodat het overal komt. Doe je haar in een knot en laat het minimaal een half uur zitten. Een nacht mag ook, leg dan een oude handdoek op je kussen. En zo krijg je het er weer uit Hier gaat het meestal mis, dus let even op. Doe de shampoo op je droge, olieachtige haar, dus vóórdat je het natmaakt. Masseer het goed door, en voeg dan pas water toe. Op die manier bindt de shampoo zich aan de olie in plaats van dat het water haar wegduwt. Was daarna nog een tweede keer met een kleine hoeveelheid shampoo. Klaar. Doe je het andersom, dan blijf je met plakkerige lengtes zitten en denk je onterecht dat de olie niet deugt. En na het wassen Op handdoekdroog haar kun je één druppel van het mengsel door je punten strijken. Dat maakt droog haar zachter en glanzender en helpt tegen pluis. Één druppel, echt niet meer. Hoofdhuidmassage Als je dit fijn vindt: neem het verdunde mengsel, breng het met je vingertoppen in kleine cirkels aan op je hoofdhuid en masseer vijf minuten. Doe dit één keer per week, altijd vóór het wassen, en houd bovenstaande wasvolgorde aan. Wie snel glanzend haar heeft, slaat de hoofdhuid gewoon over en houdt het bij de lengtes. Je huid Voor droge plekken op je lichaam is het simpel: breng de olie aan op een licht vochtige huid, meteen na het douchen. Dat is de belangrijkste tip van dit hele artikel voor je lichaam, want je sluit dan het vocht in dat er nog op zit. Wacht je tot je helemaal droog bent, dan is een deel al verdampt en werkt dezelfde hoeveelheid olie merkbaar minder goed. Voor je nagelriemen: één druppel per hand voor het slapen, even inmasseren. Voor je gezicht: gebruik castorolie 's avonds, verdund met een lichtere olie, en houd het bij de droge zones als je huid overdag snel glanst. De zes fouten die ik het vaakst zie Te veel gebruiken. Verreweg nummer één. Halveer wat je nu gebruikt en kijk of het genoeg is. Meestal wel. Puur gebruiken in het haar. Mengen met een lichtere olie is geen zuinigheid, het is gewoon prettiger en het wast beter uit. Water vóór shampoo bij het uitwassen. Shampoo eerst, op droog haar. Dit lost negen van de tien klaagverhalen over olie in het haar op. Op een kurkdroge huid aanbrengen. Licht vochtig is het moment, meteen na het wassen of douchen. Alles tegelijk veranderen. Voeg één nieuw product per keer toe en geef het een paar weken, anders weet je nooit wat wat deed. Te snel oordelen. Je huid vernieuwt zich in weken, je haar groeit ongeveer een centimeter per maand. Vier tot zes weken, en dan pas terugkijken. Bewaren en houdbaarheid Zet de fles koel en donker weg, dus niet op de vensterbank en niet naast de verwarming. Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Draai de dop of de pipet goed dicht, dan komt er minder zuurstof bij. Kijk op de verpakking naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M erin, bijvoorbeeld 12M: zo lang kun je de olie na openen gebruiken. Ruikt ze scherp of muf, gooi haar dan weg. Een goede castorolie ruikt mild en een beetje aards. Een simpel weekschema om mee te beginnen Als je niet weet waar je moet starten, houd dan dit aan. Elke avond: wenkbrauwen en wimpers met een schone borstel, en één druppel in je nagelriemen. Eén keer per week: een half uur tot een nacht castorolie verdund in je lengtes, vóór het wassen. Shampoo op droog haar, twee keer wassen. Na elke douche: een dunne laag op de droge plekken van je lichaam, op de nog vochtige huid. Twee of drie keer per week: verdund op de droge zones van je gezicht, 's avonds als laatste stap. Meer heb je niet nodig om te merken of castorolie bij je past. Houd dit vier tot zes weken vol en kijk dan pas terug, want eerder zegt het weinig. In het laatste artikel van deze reeks kijken we naar het kopen zelf: waar je op let als je een pure castorolie zoekt, en hoe je aan de fles en het etiket al een hoop kunt zien. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Pure castorolie kiezen: waar je op let

Learn more
Gouden castorolie die uit een amberkleurige fles in een glazen schaal wordt geschonken

Pure castorolie kiezen: waar je op let

◷ 6 min leestijd Castorolie is een van de simpelste producten die je kunt kopen. Eén plant, één perssnede, één ingrediënt. En juist daarom valt het zo op hoe groot de verschillen zijn tussen de flessen die je tegenkomt. De ene olie is licht goudgeel en ruikt mild, de andere is waterhelder en ruikt nergens naar. De ene kost een paar euro, de andere het vijfvoudige. Wat koop je dan eigenlijk? In dit laatste artikel van de reeks loop ik langs de punten waar ik zelf op let. Neem het gerust mee naar de winkel of houd het ernaast als je online zoekt. 1. Draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst Dit is de belangrijkste stap en hij kost je vijf seconden. Op het etiket hoort één ingrediënt te staan: Ricinus Communis Seed Oil. Dat is de internationale naam voor castorolie, en die naam is overal ter wereld hetzelfde, dus je kunt er altijd op terugvallen. Staan er meer ingrediënten, kijk dan goed wat het zijn. Parfum of fragrance is toegevoegde geur, en die heeft een pure olie niet nodig. Paraffinum liquidum of mineral oil is minerale olie, een goedkopere basis die vaak wordt bijgemengd. En een lijst met vijf andere plantaardige oliën is prima als je een mengsel zoekt, maar dan koop je geen castorolie. 2. Koudgeperst en ongeraffineerd Zoals we in het eerste artikel zagen, bepaalt de manier van persen wat er in de fles zit. Koudgeperst betekent dat de zaden mechanisch zijn uitgeperst zonder warmte, waardoor de begeleidende stoffen uit het zaad grotendeels bewaard blijven. Zoek dus naar de woorden koudgeperst of cold pressed op het etiket. Je ziet en ruikt het trouwens ook. Een koudgeperste castorolie is licht goudgeel en heeft een milde, licht aardse geur. Is een olie volkomen kleurloos en ruikt ze naar helemaal niets, dan is ze geraffineerd. Dat is geen ramp, maar het is wel een andere olie dan waar je naar op zoek was. 3. Donker glas, geen doorzichtig plastic Licht en warmte laten elke plantaardige olie sneller ranzig worden. Amberkleurig of donker glas houdt licht tegen en geeft niets af aan de olie. Een doorzichtige plastic fles op een verlichte schap is dus geen best begin, hoe mooi de olie er ook uitziet. Let ook op de sluiting. Een pipet of een druppeldop helpt je enorm bij het doseren, en dat is bij castorolie belangrijker dan bij welke olie ook, want je hebt er zo weinig van nodig. Een wijde schenkopening maakt overdoseren juist heel makkelijk. 4. Reken even de prijs per milliliter uit Flessen komen in allerlei formaten en dat maakt vergelijken lastig. Deel gewoon de prijs door het aantal milliliters, dan zie je in één keer wat je werkelijk betaalt. En trap niet in de val van de grote fles. Bij castorolie gebruik je een paar druppels per keer, dus een fles van 50 ml gaat maanden mee. Koop je 250 ml omdat het per milliliter voordeliger lijkt, dan is de kans groot dat de laatste helft over datum gaat voordat je haar opmaakt. Dan is het uiteindelijk duurder. 5. Houdbaarheid en herkomst Kijk naar het symbool van de geopende verpakking met een getal en een M, bijvoorbeeld 12M. Dat is de periode waarin je de olie na openen kunt gebruiken. Een goede leverancier vermeldt daarnaast waar de zaden vandaan komen en of het product vegan is. Bij castorolie is dat laatste vanzelfsprekend, want het is een plantaardige olie, maar het zegt wel iets over hoe zorgvuldig een merk zijn etiket opstelt. 6. Gele castorolie of black castor oil Kom je Jamaican black castor oil tegen: daarbij zijn de zaden geroosterd en is de as meegeperst, waardoor de olie donkerbruin is en rokerig ruikt. Het is een eigen traditie met een eigen aanhang. Zoek je een pure, neutrale olie die je op je huid, je haar en je wenkbrauwen kunt gebruiken, dan is de koudgeperste gele de veiligste keuze qua geur en kleur. 7. Wat je niet hoeft te betalen Grote woorden op een etiket zeggen weinig. Wat wél iets zegt, staat in kleine letters: het ingrediënt, de perswijze, de verpakking en de houdbaarheid. Een goede castorolie hoeft geen ingewikkeld verhaal te hebben, want het is juist een heel simpel product. Twee tests die je thuis kunt doen Heb je twee flessen naast elkaar staan, dan weet je binnen een minuut welke je prettiger vindt. De geurtest. Ruik aan beide, met een korte pauze ertussen, want je neus went sneller dan je denkt. Een goede castorolie ruikt mild en licht aards, nooit scherp of muf. Ruikt ze naar oude olie, dan is ze over. De handrugtest. Wrijf van elke olie één druppel op de rug van je hand. Castorolie hoort merkbaar stroperig te zijn en blijft even liggen voordat ze intrekt, want dat is precies waar ze het van moet hebben. Voelt een olie dun en waterig aan, dan is er hoogstwaarschijnlijk iets bijgemengd. Onze castorolie Op basis van precies deze punten hebben we onze eigen olie samengesteld. ScKIN Castor Oil is pure, koudgeperste castorolie uit de zaden van Ricinus communis, vegan, in een fles van 50 ml met pipet. Wat ze doet, in gewone taal: castorolie verzorgt wimpers en wenkbrauwen en voedt het haar. Ze maakt droog haar zachter en glanzender. Op je huid maakt ze de huid soepel en helpt ze de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Ze is geschikt voor de rijpere huid en helpt fijne lijntjes minder zichtbaar te maken door de huid te voeden en soepel te houden. En ze is geschikt als draagolie voor cosmetisch gebruik, dus je kunt haar prima mengen met een lichtere olie. Wat ze niet doet, hebben we in deze reeks ook eerlijk benoemd: ze laat geen haar groeien. Wat je wel merkt, zijn verzorgde wenkbrauwen en wimpers en zachtere, glanzendere lengtes. Voor mij is dat precies genoeg reden om zo'n fles op je badkamerplank te hebben staan. Bekijk ScKIN Castor Oil Van buiten en van binnen Ik zeg het in elke reeks over oliën, en ik blijf het zeggen. Verzorging heeft twee kanten. Wat je op je huid aanbrengt, werkt van buiten naar binnen. Wat je eet en drinkt, werkt van binnen naar buiten. Je huid vernieuwt zich continu en het materiaal daarvoor komt uit je voeding, dus een olie is nooit een vervanging voor gevarieerd eten, genoeg drinken en fatsoenlijk slapen. Maar het stuk dat je aan de buitenkant doet, mag gewoon goed zijn. En daar heb je eigenlijk verrassend weinig voor nodig: één eerlijke olie, de juiste hoeveelheid en een beetje geduld. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst. Staat daar één ingrediënt, is de olie koudgeperst, zit ze in donker glas en ruikt ze mild, dan zit je goed. Gebruik daarna minder dan je denkt, doe het 's avonds, en geef het vier tot zes weken. Kom je er niet uit welke olie bij jouw huid past, stel je vraag dan gerust. We denken graag met je mee. Lees ook Wat is castorolie en waar komt het vandaan? Waar is castorolie goed voor? Castorolie gebruiken: hoeveelheid, moment en een simpel weekschema

Learn more
Jojobazaden en een tak van de jojobastruik op een travertijnen ondergrond

Wat is jojoba olie en wat maakt haar bijzonder?

◷ 7 min leestijd Als ik vrouwen vraag welke olie er in hun badkamer staat, hoor ik meestal kokos, amandel of argan. Jojoba komt daar zelden bij, terwijl dat misschien wel de eigenzinnigste van het rijtje is. En dan om een reden die niets met marketing te maken heeft, maar met scheikunde. Jojoba is namelijk helemaal geen olie. Vandaag wil ik je meenemen in wat jojoba precies is, waar het vandaan komt en waarom de opbouw ervan zo afwijkt van alle andere plantaardige oliën die je kent. Als je dat eenmaal ziet, snap je ook meteen waarom het zo veelzijdig in gebruik is. Een struik die in de woestijn staat Jojoba komt van Simmondsia chinensis, een struik die van nature groeit in de Sonora-woestijn: het gebied dat zich uitstrekt over het zuiden van Arizona, een stuk van Californië en het noorden van Mexico. Dat is geen vriendelijke plek om te wonen. Overdag ver boven de dertig graden, 's nachts koud, en maandenlang geen druppel regen. De struik heeft zich daar helemaal op ingericht. De wortels gaan meters de grond in op zoek naar water, de bladeren staan schuin omhoog zodat ze zo min mogelijk felle zon opvangen, en zo'n plant kan honderd jaar of ouder worden. De zaden zijn donkerbruin en ongeveer zo groot als een koffieboon. Daarin zit de reserve waar de plant het mee moet doen. En daar zit het interessante. In vrijwel de hele plantenwereld slaan zaden hun reserve op als vet. Jojoba doet dat als een vloeibare was. Voor zover we weten is dat in het plantenrijk vrijwel uniek. Waarom jojoba technisch gezien geen olie is Om het verschil te zien moet je even naar de bouw kijken, en dat valt reuze mee. Je moet je een gewone plantaardige olie voorstellen als een kapstok met drie haken: een ruggengraat van glycerol met daaraan drie vetzuren. Zo zijn olijfolie, zonnebloemolie, amandelolie en avocado-olie allemaal opgebouwd. In het vak heten die triglyceriden, en dat woord zegt precies wat het is: drie vetzuren aan één kapstok. Jojoba is anders gebouwd. Daar zit één lang vetzuur vastgeknoopt aan één lange vetalcohol, en verder niets. Geen glycerol, geen kapstok, geen drie haken. Dat heet een wax-ester, en daarom zeggen scheikundigen dat jojoba een vloeibare was is en geen olie. Op kamertemperatuur is hij vloeibaar, in de koelkast wordt hij troebel en wat dikker. Wax-esters zijn geen vreemde stof voor je huid. Het talg dat je huid zelf aanmaakt bestaat voor een deel ook uit wax-esters. Dat is geen verkoopverhaal, dat is gewoon hoe de biochemie in elkaar zit. Wat die bouw betekent voor de houdbaarheid Die opbouw heeft een praktisch gevolg waar je in de badkamer echt iets aan hebt. Vetten met veel meervoudig onverzadigde vetzuren zijn gevoelig voor zuurstof, licht en warmte. Op precies die dubbele bindingen grijpt de oxidatie aan. Je kent het effect wel van een fles olie die te lang open in de kast staat en dan ineens scherp en muf ruikt. Ik gebruik in mijn uitleg vaak het beeld van Pac-Man: vrije radicalen die happend door je cellen heen gaan. Geoxideerd vet is precies wat dat spel voedt, en dat is niet wat je op je huid wilt smeren. Jojoba heeft dat probleem nauwelijks. Door de wax-ester-bouw en doordat er vrijwel geen meervoudig onverzadigde vetzuren in zitten, is jojoba ongewoon stabiel. Een fles blijft daardoor lang goed, ook zonder dat er van alles aan toegevoegd hoeft te worden. Dat is meteen de reden dat je jojoba zo vaak als basis in cosmetica tegenkomt. Het is een olie die zichzelf goed houdt. Wat je huid zelf al doet Om te begrijpen wat een olie op je huid toevoegt, helpt het om eerst te weten wat je huid zelf al regelt. Ik leg dat altijd uit als een muurtje. Je bovenste huidlaag is een muurtje van bakstenen met specie ertussen: de huidcellen zijn de stenen, de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie compleet is, houdt je huid haar vocht binnen en blijft er van buitenaf weinig ongewenst binnenkomen. Daar zit nog een laag bovenop die veel mensen niet kennen. Je huid maakt zelf melkzuur aan en houdt daarmee een licht zure zuurgraad aan, ergens rond de 5,6. Die lichte zuurheid hoort bij je bescherming. Zeep die te alkalisch is en te heet water halen daar tijdelijk doorheen, en dat is een van de redenen dat je gezicht na een lange hete douche zo trekkerig aanvoelt. En dan is er iets wat me altijd is bijgebleven uit de lesstof: die bovenste huidlaag krijgt bijna geen zuurstof via je bloed. De epidermis is zo goed als zuurstofloos, en ook de laag daaronder heeft van zichzelf een matige doorbloeding. Wat er bovenop ligt doet er dus toe. Je huid regelt die buitenste laag niet even helemaal vanuit je bloedvaten. Tot slot maakt je huid haar eigen vochtvasthouders aan, wat in het vak de natural moisturizing factors heet. Die worden gevormd uit een eiwit met de naam filaggrine, en ze zorgen ervoor dat je hoornlaag vocht vasthoudt en die juiste zuurgraad aanhoudt. Bij de een gaat dat van nature makkelijker dan bij de ander, en dat verklaart een hoop van waarom de ene huid zoveel sneller droog aanvoelt dan de andere. Hoe jojoba aanvoelt op de huid Dan het praktische, want dat is waar je het uiteindelijk aan merkt. Jojoba voelt licht aan en trekt snel in, en dat is voor veel mensen het verschil met een zwaardere olie zoals avocado of olijf. Je houdt er geen laag van op je gezicht die uren blijft liggen. Het maakt de huid soepel en helpt de natuurlijke vochtbalans van de huid te ondersteunen. Daarbij is jojoba geschikt voor alle huidtypen, ook de gevoelige huid. Dat is precies waarom je het zo vaak als basis ziet terugkomen: neutraal van geur, neutraal in gebruik, en het verdraagt zich met vrijwel alles wat je er verder mee combineert. Koudgeperst of geraffineerd, en wat je aan de kleur ziet Je komt jojoba in twee vormen tegen. Koudgeperst en ongeraffineerd is goudgeel en heeft een lichte, nootachtige geur. Geraffineerd is vrijwel kleurloos en reukloos, omdat er tijdens dat proces kleur- en geurstoffen uit gehaald zijn. Voor cosmetisch gebruik zie je ze allebei. Wil je zo dicht mogelijk bij het zaad blijven, dan kies je koudgeperst. Bij koud persen wordt er geen hitte gebruikt om meer rendement uit hetzelfde zaad te halen, en dat scheelt in wat er behouden blijft. Een goudgele kleur en een zachte geur zijn dus geen fout; dat hoort er gewoon bij. Een olie met een bijzondere geschiedenis Een weetje dat ik zelf leuk vind om te vertellen: jojoba brak wereldwijd door om een reden die niets met huidverzorging te maken had. Tot in de jaren zeventig werd olie van de potvis op grote schaal gebruikt in cosmetica en als smeermiddel. Toen de Verenigde Staten in 1971 de handel in producten van potvissen verboden, ging de industrie op zoek naar een vervanger. Jojoba bleek chemisch verrassend dicht in de buurt te komen, en de teelt kwam in een stroomversnelling. Sindsdien is het uitgegroeid tot een van de vaste basisgrondstoffen in de cosmetica, en dat is het nog steeds. Wat je hieruit meeneemt Jojoba is dus geen olie maar een vloeibare was, komt van een struik die in de woestijn overleeft, is door die bouw ongewoon stabiel, en voelt licht aan op de huid. Dat maakt het een van de weinige ingrediënten die je van je gezicht tot je haarpunten kunt gebruiken zonder dat je het idee hebt dat je iets zwaars aanbrengt. In het volgende artikel loop ik langs alle manieren waarop jojoba gebruikt wordt, en waar het juist minder geschikt voor is. Want veelzijdig betekent niet dat het overal het antwoord op is. Lees ook Waar wordt jojoba olie voor gebruikt? Jojoba olie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het Pure jojoba olie kiezen: waar je op let

Learn more