Skip to content

Back to School- doe de gratis Quiz

Door klanten als 'Uitstekend' beoordeeld ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

The ScKIN Club: Join now + 25 punten

Voor 12:00 besteld = volgende werkdag in huis*

Gratis verzending vanaf 50 EUR (NL)

Vitamine C groente en fruit

Waar zit vitamine C in? De beste bronnen op je bord

◷ 6 min leestijd

In het vorige artikel las je waarom je lichaam vitamine C elke dag opnieuw nodig heeft: we maken het zelf niet aan en we slaan het niet op. De volgende vraag is dan logisch. Waar zit het in, hoeveel levert dat, en hoe zorg je dat het niet onderweg verdwijnt? Daar gaat dit artikel over.

De sinaasappel is niet de winnaar

Laat ik meteen met de grootste misvatting beginnen. Als ik vraag waar vitamine C in zit, noemt vrijwel iedereen de sinaasappel. Terwijl een sinaasappel rond de vijftig milligram per honderd gram levert, en een rode paprika ongeveer het drievoudige. Zwarte bessen zitten daar nog ruim boven. De sinaasappel is prima, hij is alleen niet de kampioen waarvoor we hem houden.

De bronnen op een rij

Zeer rijk (ruim boven de 100 mg per 100 gram)

  • Rozenbottel en duindoornbes, van oudsher de rijkste bronnen die hier groeien
  • Zwarte bessen, rond de 180 mg
  • Verse peterselie, rond de 130 mg
  • Rode paprika, rond de 140 mg
  • Boerenkool, rond de 120 mg
  • Acerola, een tropische kers die veel in poedervorm wordt gebruikt

Rijk (50 tot 100 mg per 100 gram)

  • Gele en groene paprika
  • Broccoli, rond de 90 mg
  • Spruitjes, rond de 85 mg
  • Kiwi, rond de 90 mg
  • Aardbeien, rond de 60 mg
  • Bloemkool en witte kool
  • Papaja en mango

Goede aanvulling (20 tot 50 mg per 100 gram)

  • Sinaasappel, mandarijn, citroen en grapefruit
  • Ananas, meloen en framboos
  • Tomaat, doperwt, spinazie en rode kool
  • Aardappel, en dan vooral in de schil. Omdat we er veel van eten, telt de aardappel in Nederland verrassend zwaar mee in de dagelijkse aanvoer

Wat kool zo interessant maakt

Ik wil hier graag even bij stilstaan, want koolsoorten zijn in ons klimaat de meest onderschatte bron. Boerenkool, spruitjes, broccoli, rode kool, bloemkool en spitskool zijn stuk voor stuk rijk aan vitamine C, ze groeien hier gewoon, ze zijn er juist in het seizoen waarin je er het meeste aan hebt, en ze zijn goedkoop. Het probleem is alleen dat we ze doorgaans doodkoken. Daar kom ik zo op terug.

Zuurkool verdient een aparte vermelding. Gefermenteerde kool bevat vitamine C en werd vroeger op schepen meegenomen om de bemanning gezond te houden op lange reizen. Een paar lepels rauwe zuurkool bij de warme maaltijd is een prima gewoonte.

Waar vitamine C onderweg verdwijnt

Dit is minstens zo belangrijk als de vraag waar het in zit. Vitamine C is namelijk een kwetsbare stof, en er zijn vier dingen die eraan knagen.

Hitte. Vitamine C breekt af bij verhitting, en hoe langer en heter, hoe meer. Twintig minuten doorkoken kost een fors deel.

Water. Omdat vitamine C wateroplosbaar is, lekt het tijdens het koken je kookvocht in. Giet je dat weg, dan giet je je vitamine C weg.

Licht en lucht. Een gesneden paprika of een uitgeperst sinaasappelsap dat een dag in de koelkast staat, levert minder dan hetzelfde product vers.

Tijd. Hoe langer geleden geoogst, hoe minder. Groente die weken onderweg is geweest, is minder rijk dan groente van dichtbij.

Praktisch: hoe je het meeste overhoudt

Stoom of roerbak in plaats van koken. Stomen houdt aanzienlijk meer vitamine C in de groente dan koken in ruim water. Roerbakken werkt ook goed, mits kort en op hoog vuur.

Kook je toch, gebruik dan het vocht. Maak er een saus, een soep of een jus mee. Zo pak je terug wat in het water is beland.

Snijd vlak voor gebruik. Hoe langer een snijvlak aan de lucht ligt, hoe meer er verloren gaat. Snijd dus vlak voordat je gaat eten.

Zet dagelijks iets rauws op tafel. Reepjes paprika, komkommer, een handvol bessen, wat verse peterselie of bieslook over je gerecht. Dit is de simpelste manier om je aanvoer op peil te houden.

Diepvriesgroente is prima. Groente wordt kort na de oogst ingevroren, waardoor er verrassend veel behouden blijft. Een zak diepvriesspinazie of doperwten is dus geen noodoplossing maar een prima keuze, ook doordeweeks.

Eet met de seizoenen. In de winter zijn kool, boerenkool, spruitjes en winterpeen op hun best, en dat komt goed uit. In de zomer zijn het de bessen, aardbeien, tomaten en paprika's.

Denk aan de schil. Bij aardappelen en veel fruit zit een flink deel van de vitamine C in of vlak onder de schil. Goed wassen en de schil laten zitten scheelt echt.

Wat een portie in de praktijk betekent

Getallen per honderd gram zeggen niet zoveel als je niet weet hoe groot een portie is. Even praktisch dus. Een halve rode paprika weegt ongeveer honderd gram en levert dus in zijn eentje al ruim boven de referentie-inname. Een kiwi is goed voor zo'n zeventig milligram, een flinke portie broccoli voor rond de honderd, en een handvol aardbeien voor vijftig. Zoveel is het dus niet, mits je er dagelijks aan denkt en het niet doodkookt.

Wat mij daarbij opvalt: mensen richten zich vaak op fruit, terwijl in ons klimaat juist de groenten de grootste leveranciers zijn. Paprika, kool en bladgroen doen samen meer dan de fruitschaal.

De seizoenen als vanzelfsprekende leidraad

Ik ben er een groot voorstander van om met de seizoenen mee te eten, en bij vitamine C komt dat toevallig prachtig uit. Precies in de maanden waarin je afweer het meest te verduren krijgt, staan de koolsoorten op hun best: boerenkool, spruitjes, rode kool, witlof en winterpeen. In het voorjaar komen spinazie, radijs en jonge bladgroenten. In de zomer bessen, aardbeien, tomaten en paprika. En in het najaar pompoen, appels en peren met daarnaast de eerste kolen weer.

Volg je die lijn, dan varieer je vanzelf en hoef je nergens een lijstje voor bij te houden. Dat is het soort advies waar ik van houd, want het houdt zichzelf in stand.

Een dag die vanzelf goed uitpakt

Om het concreet te maken, zo ziet een gewone dag eruit die ruim voldoende levert.

Bij het ontbijt yoghurt met een handvol bevroren blauwe bessen en een kiwi erdoor. Tussen de middag een salade met rauwe paprika, verse peterselie en een dressing met citroensap, en daarnaast een boterham. In de middag een mandarijn. Bij het avondeten kort gestoomde broccoli of een portie rode kool, met het kookvocht verwerkt in de saus. Meer is het niet, en je zit ruim goed.

Wat mij hierbij opvalt in de praktijk: mensen denken vaak dat ze veel groente eten, terwijl het bij nader inzien vooral gekookte groente is uit één of twee vaste soorten. Variatie en bereidingswijze doen hier net zoveel als hoeveelheid.

In het volgende artikel

Nu je de bronnen kent, komt de vraag hoeveel je er eigenlijk van nodig hebt. De officiële referentiewaarde, wat er in de praktijk gebruikt wordt en wat er gebeurt als je meer neemt dan je lichaam op dat moment kwijt kan. Dat is het derde artikel.

Lees ook

Previous Post Next Post