◷ 7 min leestijd
Er is een moment in het jaar dat je het ineens merkt. Je loopt om vijf uur naar buiten en het is al donker, en als je dan een paar dagen later eens goed kijkt waar de zon eigenlijk staat, zie je dat hij de hele dag laag langs de horizon schuift. Dat is geen gevoel, dat is meetbaar. En het verandert iets heel concreets in je huid, want je huid is de plek waar vitamine D wordt gemaakt.
Vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI vind ik vitamine D een van de interessantste stoffen die er zijn, en dat komt vooral doordat het strikt genomen geen gewone vitamine is. Een vitamine haal je uit je voeding. Vitamine D maakt je lichaam zelf aan, en het gedraagt zich in het lichaam meer als een hormoon dan als een voedingsstof. Dat verschil is precies de reden waarom het seizoen hier zo veel invloed op heeft.
Waar vitamine D vandaan komt: de route door je huid
Laten we beginnen bij het begin, want als je deze route één keer goed voor je ziet, begrijp je ook meteen waarom de winter anders is dan de zomer.
In je huid zit een stof die afstamt van cholesterol, 7-dehydrocholesterol heet die. Zodra er UV-B-licht op je huid valt, wordt die stof omgebouwd naar provitamine D, en daaruit ontstaat vervolgens cholecalciferol, wat we vitamine D3 noemen. Dat is dus echt een reactie die licht nodig heeft. Geen licht, geen reactie.
Daarna is vitamine D3 nog niet werkzaam. Het wordt opgeslagen in je vetweefsel en het gaat via de lymfe en het bloed, verpakt in kleine vettransporters, naar je lever. Daar vindt de eerste bewerking plaats en ontstaat 25-hydroxyvitamine D, ook wel calcidiol, en dat is de voorraadvorm. Dat is ook de vorm die je huisarts meet als er bloed wordt geprikt. Pas in je nieren volgt de tweede bewerking, en dan ontstaat 1,25-dihydroxyvitamine D, oftewel calcitriol. Dat is de vorm die in je cellen daadwerkelijk het werk doet.
Je ziet dus dat er na het zonlicht nog twee omzettingen nodig zijn voordat er iets actief is. En wat ik daar graag bij vertel: voor beide omzettingen is magnesium nodig. Magnesium is in dit verhaal de meewerkende stof, de cofactor. Daarom zeg ik altijd dat je vitamine D niet los van magnesium kunt bekijken.
Waarom november tot maart anders is
En dan de kern van dit artikel. In de zomer, grofweg van mei tot september, staat de zon op onze breedtegraad hoog genoeg en is het UV-B-licht sterk genoeg om die reactie in je huid op gang te brengen. In de maanden november tot maart staat de zon zo laag dat het UV-B-licht de atmosfeer nauwelijks doorkomt, en dan maakt je huid dus geen vitamine D aan. Hoe lang je ook buiten loopt, en hoe helder die winterdag ook is.
Dat is een van de weinige dingen in de voedingsleer die echt zwart-wit zijn. De hoeveelheid daglicht die je ziet, zegt niets over de hoeveelheid UV-B die je huid bereikt. Een stralende vorstdag in januari voelt aan als veel zon en levert in de huid niets op. Dat is geen pech, dat is gewoon natuurkunde: hoe lager de zon staat, hoe langer de weg die het licht door de atmosfeer aflegt, en hoe meer UV-B er onderweg wordt tegengehouden.
Wat ik hier meteen aan toevoeg, omdat het vaak vergeten wordt: ook in de zomer is het minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Als je overdag binnen werkt, en je gaat naar buiten met lange mouwen, een zonnebril en zonnebrand op, dan is er in de uren dat de zon wél goed staat weinig huid beschikbaar voor die reactie. Alles wat tussen UV-B en je huid in zit, doet mee. Dus het is zinvol om ook in juni eens bij jezelf na te gaan hoeveel onbedekte huid er op een gemiddelde dag echt in de zon komt.
Waarom de ene huid sneller is dan de andere
Er zijn grote verschillen tussen mensen, en die zijn goed te begrijpen als je weet wat er gebeurt. Pigment in de huid werkt als een natuurlijk filter voor UV-licht, en dat is precies waar het voor bedoeld is. Het gevolg is wel dat iemand met een donkere huid er ongeveer tien keer zo lang over doet om dezelfde hoeveelheid vitamine D aan te maken als iemand met een lichte huid. In een land als Nederland, waar de lichtsterkte toch al bescheiden is, telt dat behoorlijk aan.
Leeftijd speelt ook mee. Met de jaren wordt de huid dunner en neemt het vermogen om die omzetting te doen af. En dan zijn er nog praktische dingen: iemand die veel binnen is, iemand die zich vanuit gewoonte of overtuiging bedekt kleedt, iemand met een flinke hoeveelheid vetweefsel waar vitamine D in wordt vastgehouden zodat de afgifte aan het bloed langzamer gaat. Het zijn allemaal variaties op dezelfde route.
Wat vitamine D in je lichaam doet
Dan de vraag waarom het de moeite waard is om hier aandacht aan te geven. De bekendste rol van vitamine D is de regie over de calcium- en fosforhuishouding, en dat is een grotere rol dan het klinkt. Met voldoende vitamine D neemt je darm zo'n dertig tot veertig procent van het calcium uit je eten op. Zit er weinig vitamine D in het systeem, dan zakt dat naar ongeveer tien tot vijftien procent. Voor fosfor is het verschil er ook: van zo'n tachtig procent naar rond de zestig.
Je kunt dus heel netjes eten en toch maar een deel binnenhouden van wat erin zat. Dat vind ik een van de mooiste illustraties van hoe het lichaam werkt: het gaat niet alleen om wat je eet, maar ook om of de poort openstaat.
En calcium en fosfor doen zelf weer veel meer dan botten alleen. Ze zijn betrokken bij het samentrekken van spieren, bij de geleiding van zenuwprikkels en bij het gewone functioneren van alle cellen. Dat verklaart waarom vitamine D op zo veel plekken in het lichaam opduikt. Inmiddels zijn er receptoren voor vitamine D gevonden in meer dan dertig verschillende soorten cellen en weefsels, en er worden nog steeds nieuwe plekken bijgevonden. We weten dus nog niet alles.
De sleutel en het slot
Er is nog een laag die ik graag uitleg, want die verklaart iets wat mensen vaak verrast. Vitamine D werkt via een receptor, de vitamine-D-receptor. Je kunt dat zien als een sleutel en een slot: vitamine D is de sleutel, de receptor is het slot, en samen zetten ze in de cel iets in gang.
Wat we zien is dat langdurige spanning hier invloed op heeft. Cortisol, het hormoon dat bij spanning hoort, verandert de vorm van dat slot, en dan past de sleutel minder goed. Het gevolg is dat er wel vitamine D aanwezig kan zijn, terwijl er in de cel minder gebeurt dan je op basis van dat getal zou verwachten. Daarnaast raakt magnesium juist in drukke periodes sneller op, en magnesium had je nodig voor die twee omzettingen in lever en nier.
Dat is precies waarom ik in de praktijk nooit alleen naar een getal kijk. Een bloedwaarde vertelt je hoeveel voorraadvorm er rondgaat. Het vertelt je niet hoe soepel de rest van de route verloopt.
Wat dit betekent voor de komende maanden
Als je één ding meeneemt uit dit artikel, laat het dit zijn: de aanmaak via je huid is een seizoensverhaal en de behoefte van je lichaam is dat niet. Je botten, je spieren, je afweer en je celdeling werken in januari net zo hard als in juli.
In het volgende artikel kijken we naar wat je bord hieraan bijdraagt, want er zijn wel degelijk voedingsmiddelen waar vitamine D in zit, en het is goed om te weten hoe die verhoudingen liggen. Daarna gaan we naar het praktische deel.
Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine D in de winter: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen.




