ScKIN Journal
Waar zit zink in? De bronnen op je bord
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat zink in je lichaam doet: meewerken bij het aflezen van je DNA, bij celdeling, bij je huid en slijmvliezen, bij je afweer en bij het regelen van je bloedsuiker. Nu de praktische vraag die daar logisch op volgt. Waar haal je zink vandaan, en wat levert een gewone dag je eigenlijk op? Ik loop de bronnen met je langs, van de rijkste naar de meer alledaagse. En ik vertel er meteen bij waar het venijn zit, want bij zink gaat het niet alleen om hoeveel er in zit, maar ook om hoe makkelijk je lichaam het eruit haalt. De onbetwiste nummer één: schelpdieren Oesters staan met afstand bovenaan. Een paar oesters leveren al ruim wat een volwassene op een dag gebruikt. Ook mosselen, garnalen en krab zitten er goed in. Nu weet ik ook wel dat oesters niet bij iedereen wekelijks op tafel staan, dus laten we vooral doorlopen naar wat praktischer is. Vlees, en dan vooral rood vlees Rundvlees, lamsvlees en orgaanvlees zijn stevige zinkbronnen. Een portie rundvlees van zo'n honderd gram levert een flink deel van wat je op een dag gebruikt. Kip en varkensvlees zitten er ook in, maar wat lager. Wat hier belangrijk is: zink uit dierlijke bronnen wordt over het algemeen makkelijker opgenomen dan zink uit plantaardige bronnen. Dat komt door stoffen in planten die zich aan mineralen binden, en daar ga ik in het volgende artikel uitgebreid op in. Onthoud voor nu dat de hoeveelheid op papier en de hoeveelheid die je lichaam er daadwerkelijk uit haalt twee verschillende dingen zijn. Zuivel en ei Kaas is een prettige, onopvallende bron. Vooral de wat oudere, harde kazen. Een paar plakken belegen kaas tikken aardig aan. Ook eieren leveren zink, vooral in de dooier. Yoghurt en kwark dragen bij, wat minder uitgesproken maar wel elke dag. Noten en zaden: hier wordt het interessant Voor wie minder of geen vlees eet, zijn dit de bronnen om te kennen. Pompoenpitten zijn de sterkste plantaardige zinkbron die ik ken. Een handje door je yoghurt, over je salade of gewoon als tussendoortje werkt echt. Cashewnoten zitten er goed in, net als amandelen en walnoten. Hennepzaad en sesamzaad zijn stille kampioenen. Tahini, dus sesampasta, is een makkelijke manier om sesam dagelijks binnen te krijgen. Roer het door een dressing of smeer het op een cracker. Zonnebloempitten zijn een goedkope en toegankelijke optie. Peulvruchten en granen Linzen, kikkererwten, zwarte bonen en kidneybonen bevatten zink, en ze zijn bovendien een goede bron van eiwit en vezels. Volkoren producten dragen ook bij: havermout, volkorenbrood, quinoa, boekweit. Bij granen zit het meeste in de buitenste laag van de korrel, dus in de zemel. Dat is precies het deel dat bij wit meel wordt weggehaald. Wit brood, witte rijst en witte pasta leveren daardoor een stuk minder dan hun volkoren tegenhangers. Dit is een van die punten waar ik in de praktijk veel aan heb: iemand eet best netjes, maar bijna alles is van wit meel. Dan verandert er al iets wezenlijks als je de helft daarvan vervangt door volkoren. En nog een paar leuke Pure chocolade met een hoog cacaopercentage levert zink, net als shiitake en andere paddenstoelen. Ook tempeh en tofu tellen mee, zeker tempeh omdat die gefermenteerd is. Waarom dat laatste uitmaakt, lees je in het volgende artikel. Hoe ziet een dag met voldoende zink eruit? Laat ik het concreet maken, want daar heb je het meest aan. Zo zou een dag eruit kunnen zien waarin zink vanzelf goed meekomt. Ontbijt: havermout met een flinke lepel pompoenpitten, een handje walnoten en wat yoghurt. Meteen een goede start, en het houdt je bovendien langer verzadigd dan een snee wit brood met jam. Lunch: volkorenbrood met belegen kaas en een ei, met daarnaast een salade waar je een lepel hennepzaad of zonnebloempitten overheen strooit. Tussendoor: een paar cashewnoten, of een blokje pure chocolade als je daar zin in hebt. Avondeten: een portie rundvlees, of voor de plantaardige variant een linzenschotel of tempeh uit de pan, met daarbij ruim groente en eventueel quinoa. Als je dit naast een dag legt met wit brood, een pakje vla, pasta met saus en weinig noten of zaden, dan zie je het verschil meteen. Het gaat zelden om één ingrediënt. Het gaat om het patroon van de hele dag. Voor wie er iets meer op mag letten Er zijn een paar groepen bij wie de zinkbehoefte hoger ligt of bij wie de inname makkelijker achterblijft, en het is goed om te weten of je daarbij hoort. Mensen die vegetarisch of plantaardig eten. Niet omdat er geen zink in planten zit, maar omdat de opname uit plantaardige bronnen lager ligt. Wie geen vlees eet, heeft daardoor in de praktijk meer zink op het bord nodig om hetzelfde binnen te krijgen. Dat is heel goed te doen met pompoenpitten, peulvruchten, volkoren producten en noten, maar je moet het wel bewust doen. Mensen die veel sporten. Bij inspanning verlies je mineralen via zweet, en tegelijk vraagt herstel om bouwmateriaal. Mensen die roken. Cadmium uit sigarettenrook bindt zink, waardoor er minder beschikbaar blijft voor al dat werk in je cellen. Mensen in een drukke periode. Daar komt in het volgende artikel een mooi mechanisme bij kijken dat met je stresshormonen te maken heeft. Mensen die veel frisdrank drinken. Fosfaten uit frisdrank binden zich aan mineralen, waaronder zink. Dat is naast de suiker nog een reden om er zuinig mee te zijn. Drie dingen die je vanaf morgen kunt doen Ik houd het bewust klein, want kleine dingen die je volhoudt doen meer dan grote plannen die na een week stranden. Eén: zet een pot pompoenpitten op het aanrecht en strooi er elke dag een lepel van over iets. Yoghurt, salade, soep, roerbak. Dat is de makkelijkste winst die er is. Twee: vervang de helft van je witte meelproducten door volkoren. Niet alles in één keer, gewoon de helft. Drie: zorg dat er bij elke warme maaltijd een eiwitbron op je bord ligt, of dat nu vlees, vis, ei, peulvruchten of tempeh is. Eiwit en zink lopen in voeding vaak samen op. In het volgende artikel gaan we een laag dieper: wat er precies gebeurt tussen je bord en je cellen, en welke gewoontes de opname van zink helpen of juist tegenwerken. Want daar valt vaak meer te winnen dan met nog een extra handje noten. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat zink in je lichaam doet Wat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn moreWat zink in je lichaam doet
◷ 7 min leestijd Zink is zo'n mineraal waar je maar heel weinig van nodig hebt, en dat tegelijk op ontzettend veel plekken in je lichaam meedoet. We hebben het over milligrammen per dag. Als je dat naast calcium of magnesium legt, stelt het bijna niks voor. En toch kom ik zink in mijn werk steeds weer tegen: in gesprekken over de huid, over weerstand, over hormonen en over hoe iemand zich door de dag heen voelt. Ik wil je in dit artikel meenemen in wat zink nu precies doet. Niet als lijstje om te onthouden, maar als verhaal. Want als je een keer snapt waar een stof haar werk doet, ga je er anders naar kijken. En dan begrijp je ook waarom zink in zoveel verschillende onderwerpen terugkomt. Een spoorelement: weinig nodig, overal aanwezig Zink hoort bij wat we spoorelementen noemen. De naam zegt het al: je lichaam heeft er sporen van nodig, kleine hoeveelheden. Dat betekent alleen niet dat het een kleine rol speelt. Eerder het tegenovergestelde. Zink levert zelf geen energie, zoals vetten en koolhydraten dat doen. Zink is een meewerker. In mijn vak noemen we dat een cofactor: een stof die een proces mogelijk maakt zonder er zelf in op te gaan. Je moet je voorstellen dat je lichaam een enorme werkplaats is waarin de hele dag door dingen worden gemaakt, afgebroken en weer opgebouwd. Dat werk gebeurt door enzymen. En heel veel van die enzymen hebben een zinkatoom in zich zitten waar ze simpelweg niet zonder kunnen. Haal dat ene schakeltje weg en de machine staat stil, hoe goed de rest ook in orde is. Dat is meteen het antwoord op de vraag waarom zink in zoveel verschillende verhalen opduikt. Het zit niet in één orgaan of één systeem. Het zit in het gereedschap zelf. Zink houdt je DNA leesbaar Dit vind ik zelf het mooiste stuk, en het is ook het stuk dat het minst bekend is. In de kern van elke cel ligt je DNA. Daar staat alles in wat je lichaam moet kunnen maken: eiwitten voor je huid, voor je haar, voor je afweer, voor je hormonen. Alleen is DNA een bibliotheek en geen fabriek. Er moet iets zijn dat de juiste bladzijde opzoekt en openhoudt. Dat gebeurt met kleine eiwitstructuren die aan het DNA koppelen. En precies in het hart van zo'n structuur zit een zinkatoom dat het geheel in vorm houdt. Vakgenoten noemen ze daarom zinkvingers. Je moet je dat voorstellen als vingers die de bladzijde op de goede plek vasthouden, zodat er netjes gelezen kan worden. Zolang er genoeg zink beschikbaar is, gaat dat lezen soepel. Zijn er stoffen die de plek van zink innemen, zoals cadmium uit sigarettenrook of lood uit de omgeving, dan verloopt dat lezen minder nauwkeurig. Dat is ook de reden dat rokers meer zink van hun lichaam vragen: cadmium bindt zink, waardoor er minder van overblijft voor dit soort werk. En er is nog iets bijzonders aan die zinkvingers. Ze zijn ook de plek waar hormonen hun boodschap afleveren. Cortisol, oestrogeen en testosteron werken via receptoren die met zo'n zinkstructuur aan het DNA aankoppelen. Zink zit dus letterlijk op het punt waar een hormoon zijn bericht doorgeeft. Als je je ooit hebt afgevraagd waarom zink zo vaak in hormoonverhalen langskomt, dan is dit het antwoord. Je huid: opbouw en herstel Als ik kijk naar voeding en de huid, dan zijn er twee stoffen die er voor mij met kop en schouders bovenuit steken: vitamine A en zink. Allebei omdat ze met opbouw en herstel te maken hebben. Je huid is namelijk geen vaststaand geheel. Ze wordt voortdurend vernieuwd, en zo'n hele cyclus duurt al gauw vier tot zes weken. Al die tijd worden er nieuwe cellen gemaakt, en cellen maken betekent celdeling. Celdeling vraagt zink. Ook die buitenste beschermlaag, dat muurtje van huidcellen met vetten ertussen, wordt de hele tijd onderhouden en dat kost bouwmateriaal. Datzelfde geldt voor je slijmvliezen: je mond, je neus, je darmwand. Dat zijn allemaal plekken waar cellen zich snel vernieuwen, en dus plekken waar zink hard meewerkt. Je afweer werkt op hoog tempo Je afweersysteem heeft een bijzondere eigenschap: als er iets te doen is, moet het in korte tijd heel veel nieuwe cellen kunnen maken. Daar heb je die celdeling weer, en dus opnieuw zink. Dat is de reden dat zink zo vaak samen met vitamine C en vitamine D in het weerstandsverhaal wordt genoemd. Wat ik daarbij altijd benadruk: je afweer is niet alleen bezig als je ziek bent. Dat systeem draait de hele dag, elke dag. Het ruimt op, herstelt en beoordeelt wat er langskomt. Die dagelijkse basis heeft gewoon materiaal nodig. Zink, je bloedsuiker en je energie Hier wordt het praktisch, want dit raakt bijna iedereen. Insuline, het hormoon dat je bloedsuiker regelt, heeft zink nodig. Zink speelt een rol bij de opslag en de werking van dat hormoon. En dan volgt er een simpele redenering die ik graag uitleg: hoe vaker je bloedsuiker op en neer gaat, hoe meer insuline er wordt gevraagd. En hoe meer insuline er wordt gevraagd, hoe vaker er een beroep op zink wordt gedaan. Een dag met een wit broodje, tussendoor iets zoets, halverwege de middag een koek en een frisdrank erbij is dus niet alleen een dag met veel pieken en dalen in hoe je je voelt. Het is ook een dag waarop je lichaam flink wat zink door dat systeem heen duwt. Dat is een van de redenen dat ik bij mensen die de hele dag op snelle koolhydraten draaien altijd ook naar hun mineralen kijk. Van serotonine naar je nachtrust Nog zo'n plek waar zink meedoet en die weinig mensen kennen: bij de omzetting van serotonine naar melatonine is zink nodig. Serotonine is de stof die overdag met je stemming te maken heeft, melatonine hoort bij je dag- en nachtritme. Dat er een mineraal tussen die twee in staat, laat mooi zien hoe verweven dit allemaal is. Je kunt de systemen in je lichaam niet los van elkaar zien, en dat is precies waar mijn vak over gaat. En dan nog je smaak en je reuk Een klein maar leuk detail om mee af te sluiten: zink speelt een rol bij hoe je proeft en ruikt. Ik noem het hier vooral omdat het zo goed illustreert hoe breed dit mineraal meedraait. Van het aflezen van je genen tot of je die kruiden in je soep terugproeft. Wat ik hiervan meeneem Zink is geen wondermiddel en zo wil ik het ook niet neerzetten. Het is een meewerker die op heel veel plekken tegelijk nodig is: bij het aflezen van je DNA, bij celdeling, bij je huid en je slijmvliezen, bij je afweer, bij het regelen van je bloedsuiker en bij de manier waarop hormonen hun boodschap doorgeven. Juist omdat het zo breed meedraait, is het fijn als je er dagelijks genoeg van binnenkrijgt via je eten. En dat is minder vanzelfsprekend dan het klinkt, want de ene bron geeft zink veel makkelijker af dan de andere. In het volgende artikel loop ik met je langs waar zink in zit, en wat een gewone dag je eigenlijk oplevert. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar zit zink in? De bronnen op je bord Wat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn moreVitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis
◷ 6 min leestijd In deze reeks liepen we langs wat vitamine K doet, waar het in zit en waarin K1 en K2 van elkaar verschillen. In dit laatste artikel maak ik de brug naar het product. Die vitamine K2 waar het derde artikel over ging, zit in ScKIN Super Greens+. Per dagdosering van één maatschep van tien gram krijg je 70 mcg vitamine K2, wat neerkomt op 93 procent van de dagelijkse referentie-inname. Waarom K2 in een brede formule thuishoort Ik wil hier eerlijk over zijn: als je alleen maar vitamine K2 zoekt, kun je daar een los product voor nemen. Dat wij het in Super Greens+ hebben gezet, komt voort uit precies de gedachte die door deze hele reeks liep. Vitamine K activeert de eiwitten die calcium in je botweefsel inbouwen. Maar zonder calcium valt er niets in te bouwen. Zonder vitamine D wordt dat calcium minder goed opgenomen. Zonder magnesium mist de bouwploeg een belangrijke meewerker. Het heeft dus weinig zin om die ene schakel te versterken en de rest te laten liggen. In Super Greens+ zitten ze alle vier bij elkaar. Naast de 70 mcg vitamine K2 levert een maatschep 165 mg calcium uit zeewier plus nog eens 76 mg uit calcium-L-ascorbaat, 100 mg magnesium, 10 mcg vitamine D3 in een plantaardige vorm en 1,5 mg mangaan. Dat is het complete rijtje uit het vorige artikel, in één keer. Wat deze stoffen volgens de goedgekeurde claims doen Vitamine K draagt bij aan de instandhouding van sterke botten.1 Vitamine K speelt een rol bij de opname van mineralen en calcium in de botten.1 Vitamine K helpt bij de normale bloedstolling.1 Calcium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten.2 Magnesium draagt bij aan het behoud van sterke botten.3 Mangaan draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en is van belang voor de normale vorming van bindweefsel in kraakbeen en botten.4 Vitamine D is er voor het behoud van sterke botten en helpt bij de normale werking van het immuunsysteem.5 En dan de rest van de formule Super Greens+ is opgezet als brede dagelijkse basis met 89 ingrediënten. Naast het botrijtje hierboven levert een maatschep het volledige vitaminespectrum, van vitamine A tot en met K2, aangevuld met mineralen zoals zink, koper, jodium, chroom en kalium, en een uitgebreide mix van groenten, algen en planten. Over die plantenmix ben ik altijd helder: die beschouwen we als onderdeel van de formule. De erkende bijdragen komen van de vitaminen en mineralen, en dat is ook precies wat ik hierboven heb opgeschreven. Voor wie dit vooral interessant is Laat ik eerlijk zijn over wie hier het meeste aan heeft, want dat vind ik belangrijker dan zo breed mogelijk verkopen. In de eerste plaats mensen die weinig donkergroene groente eten. Als komkommer, tomaat en paprika je vaste groenten zijn, dan komt vitamine K er in je week bekaaid vanaf, hoe netjes je verder ook eet. Daarnaast mensen die overwegend mager en bewerkt eten. Magere kaas, halvarine, weinig gefermenteerde producten: dat zijn precies de keuzes waardoor K2 uit beeld verdwijnt. En verder iedereen die plantaardig eet en natto niet ziet zitten. Vitamine K1 is dan geen enkel probleem, maar K2 vraagt om een oplossing. Super Greens+ is geschikt voor een plantaardig voedingspatroon; ook de vitamine D3 erin is van plantaardige herkomst. Ten slotte is er de groep die het botverhaal om andere redenen belangrijk vindt, bijvoorbeeld door leeftijd of levensfase. Dan geldt wat ik hierboven schreef: het gaat om het hele rijtje bij elkaar, niet om één stof. Wat dit niet vervangt Ik zeg het in elke reeks en ik zeg het hier weer, want bij botten geldt het misschien nog wel sterker dan ergens anders. Een aanvulling vervangt je bord niet, en het vervangt je beweging al helemaal niet. Botweefsel past zich aan aan de belasting die het krijgt. Dat is een van de mooiste principes uit mijn vak: gebruik je het, dan houd je het. Wandelen, traplopen, tillen, springen, krachttraining. Dat prikkelt je bouwploeg op een manier die geen enkel supplement kan nabootsen. Voeding levert het materiaal, beweging geeft de opdracht om het te gebruiken. Zie de voedingskant dus als de aanvoerlijn, en zorg dat er ook iemand is die de opdracht geeft. Belangrijk als je bloedverdunners gebruikt Dit heb ik in elk artikel van deze reeks genoemd en ik herhaal het hier met nadruk, omdat het hier om een product met vitamine K2 gaat. Gebruik je antistollingsmiddelen van het type cumarinederivaten, overleg dan met je arts voordat je Super Greens+ gaat gebruiken. Vitamine K grijpt aan op hetzelfde systeem als die medicatie. Je arts of trombosedienst kan beoordelen wat in jouw situatie verstandig is. Ga daar niet zelf mee experimenteren, in welke richting dan ook. Hoe je het inneemt Eén maatschep van tien gram per dag, geroerd door water, plantaardige melk of een smoothie. En dan mijn belangrijkste tip, die rechtstreeks voortkomt uit het eerste artikel: neem het bij een maaltijd waar vet in zit. Vitamine K2 is vetoplosbaar, net als de vitamines A, D en E die er ook in zitten. Neem je het op een lege maag met alleen water, dan laat je opname liggen. Roer het door een smoothie met wat noten, avocado of volle yoghurt, of neem het bij je ontbijt. Dat is een klein verschil in handeling en een groot verschil in wat er aankomt. Verder geldt wat ik bij botten altijd zeg: denk in jaren, niet in weken. Je skelet wordt langzaam vernieuwd, en dat is een proces dat zich niet laat opjagen. Beweging en belasting horen daar net zo goed bij als voeding. Bekijk Super Greens+ Tot slot Wat ik je na deze vier artikelen vooral meegeef: blijf donkergroene groente eten en zorg voor gefermenteerde producten op je menu. Dat is waar vitamine K vandaan komt en dat blijft de basis. En doe er wat vet bij, want anders is het half werk. 1 Vitamine K2 (70 mcg, 93% RI) draagt bij aan de instandhouding van sterke botten, speelt een rol bij de opname van mineralen en calcium in de botten en helpt bij de normale bloedstolling. 2 Calcium (ca. 241 mg totaal) draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 3 Magnesium (100 mg, 27% RI) draagt bij aan het behoud van sterke botten. 4 Mangaan (1,5 mg, 75% RI) draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en is van belang voor de normale vorming van bindweefsel in kraakbeen en botten. 5 Vitamine D3 (10 mcg, 200% RI) is er voor het behoud van sterke botten en helpt bij de normale werking van het immuunsysteem. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte, zwangerschap of medicijngebruik altijd een deskundige. Gebruik je antistollingsmiddelen, overleg dan eerst met je arts. Lees ook Wat vitamine K in je lichaam doet Waar zit vitamine K in? De bronnen op je bord Vitamine K1 en K2: waar het verschil zit
Learn moreVitamine K1 en K2: waar het verschil zit
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat vitamine K doet en waar het in zit. Daarbij kwam steeds dat onderscheid tussen K1 en K2 langs. Nu leg ik uit waarom dat verschil ertoe doet, want het is meer dan een naamkwestie. Twee vormen met een andere herkomst Vitamine K1, met de officiële naam fyllochinon, komt uit planten. Het woord phyllo betekent blad, net als bij folaat. Planten maken het aan voor hun fotosynthese, en daarom zit het in alles wat donkergroen is. Vitamine K2, met de naam menachinon, wordt gemaakt door bacteriën. Daarom vind je het in gefermenteerde producten en in dierlijke producten, en niet in sla. Chemisch lijken ze op elkaar, maar ze hebben een verschillende staart. En juist die staart bepaalt hoe ze zich in je lichaam gedragen. Waar ze naartoe gaan Dit is het kernverschil, en als je dit begrijpt heb je het hele verhaal te pakken. K1 gaat vooral naar je lever. Daar worden de stollingsfactoren gemaakt, en K1 wordt daar grotendeels voor gebruikt. Je lever pakt het als eerste op, en wat overblijft voor de rest van je lichaam is beperkt. K2 verspreidt zich veel breder. Het komt ook terecht in andere weefsels, waaronder je botten. En dat is precies waar die calciumbindende eiwitten uit het eerste artikel zitten te wachten op hun handschoenen. Je kunt het zo zien: K1 wordt bij het eerste station van de trein al grotendeels uitgeladen, terwijl K2 doorrijdt naar de verdere haltes. Hoe lang ze blijven Het tweede grote verschil zit in de tijd. K1 verdwijnt snel weer uit je bloed, binnen een paar uur. Je moet het dus echt dagelijks aanvullen, en dat is precies wat er gebeurt als je elke dag groente eet. Bij K2 ligt het genuanceerder, want K2 bestaat zelf ook weer in verschillende varianten. De twee die je in de praktijk tegenkomt zijn MK-4 en MK-7. MK-4 komt vooral uit dierlijke producten. Deze variant blijft kort in je bloed, net als K1. MK-7 komt uit fermentatie, met natto als bekendste bron. Deze variant heeft een veel langere staart, en dat maakt dat hij aanzienlijk langer in je bloed circuleert. We hebben het dan over dagen in plaats van uren. Dat verschil is belangrijker dan het klinkt. Een stof die dagen in je bloed blijft, is veel langer beschikbaar voor de weefsels die hem nodig hebben. Dat is de reden dat MK-7 in mijn vakgebied de voorkeur heeft als het om botten gaat, en dat je die vorm op steeds meer etiketten ziet staan. Kan je lichaam de een in de ander omzetten? Een terechte vraag, en het antwoord is: een beetje. Je lichaam kan een deel van de K1 uit je voeding omzetten naar MK-4. Maar die omzetting is beperkt, en je kunt er dus niet van uitgaan dat een bord boerenkool automatisch ook je K2 dekt. Praktisch betekent dat: eet je groen voor K1 en zorg daarnaast voor gefermenteerde producten of volle zuivel voor K2. De twee vullen elkaar aan, ze vervangen elkaar niet. Waarom vitamine D hier vaak bij genoemd wordt Je hebt vast wel eens gezien dat vitamine D en K2 samen in één product zitten. Kort gezegd: vitamine D zorgt ervoor dat je calcium opneemt uit je voeding, en vitamine K helpt de eiwitten activeren die dat calcium in je botweefsel inbouwen. De een regelt de aanvoer, de ander de verwerking. Ik houd het hier bewust kort, omdat ik daar eerder al een apart artikel aan heb gewijd. Voor dit verhaal is vooral van belang dat K2 zijn eigen, onderscheiden taak heeft. Waarom K2 pas laat in beeld kwam Iets wat ik zelf interessant vind aan dit onderwerp: vitamine K2 heeft decennialang in de schaduw gestaan. Toen vitamine K werd ontdekt, ging alle aandacht naar de stolling, want dat was het effect dat men zag en kon meten. Vitamine K werd daarmee in het hokje van de bloedstolling gezet en daar bleef het lang zitten. Dat er daarnaast eiwitten in je botweefsel zitten die ook op vitamine K wachten, is pas veel later goed in kaart gebracht. En dat het onderscheid tussen K1 en K2 daarbij uitmaakt, is nog recenter. Daarom zie je K2 wel op moderne etiketten staan, maar staat het in oudere voedingsadviezen nauwelijks genoemd. Ik vertel dit omdat het iets laat zien over hoe kennis groeit. Er wordt nog volop onderzoek gedaan naar calciumbindende eiwitten in andere weefsels dan bot. Daar wil ik niet op vooruitlopen, want ik houd me aan wat officieel is vastgesteld. Maar het is wel een vakgebied waar de komende jaren nog het een en ander te verwachten valt. Waar je op mag letten bij een etiket Pak eens een verpakking en kijk wat er staat. Staat er alleen vitamine K zonder meer, dan gaat het meestal om K1. Staat er K2, kijk dan of de variant erbij staat. MK-7 is de vorm die het langst beschikbaar blijft. Let op de hoeveelheid, uitgedrukt in microgrammen, en op het percentage van de dagelijkse referentie-inname. En nogmaals, want dit is de belangrijkste: gebruik je bloedverdunners van het type cumarinederivaten, overleg dan altijd eerst met je arts. Vitamine K grijpt in op precies datgene waar die medicatie voor bedoeld is. Dat is geen reden voor paniek, wel een reden om het niet zelf te doen. De voedingsstoffen die hierbij horen Voor vitamine K zijn een paar gezondheidsclaims officieel vastgesteld. Vitamine K draagt bij aan de instandhouding van sterke botten, en speelt een rol bij de opname van mineralen en calcium in de botten.1 Daarnaast helpt vitamine K bij de normale bloedstolling.1 En zoals gezegd staat vitamine K daarbij niet alleen. Calcium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten, net als magnesium en mangaan.2,3,4 Vitamine D is er voor het behoud van sterke botten.5 Dat rijtje samen vormt het botverhaal, en dat is precies waarom ik zelden naar één stof wijs. Samengevat K1 komt uit groen blad, gaat vooral naar je lever en verdwijnt snel. K2 komt uit fermentatie, verspreidt zich breder naar onder meer je botten, en in de MK-7-vorm blijft het dagenlang beschikbaar. Je hebt ze allebei nodig en ze vervangen elkaar niet. In het laatste artikel kijken we naar waar je bij een aanvulling op let. 1 Vitamine K draagt bij aan de instandhouding van sterke botten, speelt een rol bij de opname van mineralen en calcium in de botten en helpt bij de normale bloedstolling. 2 Calcium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 3 Magnesium draagt bij aan het behoud van sterke botten. 4 Mangaan draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. 5 Vitamine D is er voor het behoud van sterke botten. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat vitamine K in je lichaam doet Waar zit vitamine K in? De bronnen op je bord Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis
Learn moreWaar zit vitamine K in? De bronnen op je bord
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat vitamine K doet: calciumbindende eiwitten activeren zodat calcium in je botweefsel terechtkomt, en meedoen bij de normale bloedstolling. Nu de praktische vraag. Waar zit het in? Het antwoord is leuker dan bij de meeste vitamines, want er zijn twee heel verschillende hoeken waar je vitamine K vandaan haalt. De ene is groen, de andere is gefermenteerd. In het volgende artikel leg ik uit waarom dat onderscheid zoveel uitmaakt, hier houd ik het bij waar je ze vindt. De groene hoek De vorm die in planten zit, heet vitamine K1. Planten maken die zelf aan, want ze gebruiken het bij de fotosynthese. En daar zit meteen een handig ezelsbruggetje in: hoe donkerder groen het blad, hoe meer vitamine K1 erin zit. Boerenkool staat met afstand bovenaan. Eén portie levert al ruimschoots wat je op een dag gebruikt. Spinazie, snijbiet en andijvie zitten er stevig in. Broccoli en spruiten zijn uitstekende bronnen, en ze zijn het hele jaar door te krijgen. Peterselie is een stille kampioen. Een flinke hand gehakte peterselie over je gerecht telt echt mee, terwijl de meeste mensen het als decoratie zien. Sla, rucola en veldsla dragen dagelijks bij. Wat hier telkens naast hoort, en ik blijf het herhalen omdat het zo vaak misgaat: zonder vet neem je het niet goed op. Een salade met een dressing van olijfolie levert je aanzienlijk meer op dan dezelfde salade zonder. Boerenkool gestoofd met een klont roomboter is in dit opzicht slimmer dan boerenkool uit water. De gefermenteerde hoek De tweede vorm heet vitamine K2, en die komt uit een heel andere hoek: van bacteriën. Dat betekent dat je K2 vooral vindt in gefermenteerde producten en in producten van dieren die zelf goed gevoerd zijn. Natto, gefermenteerde sojabonen uit de Japanse keuken, is verreweg de rijkste bron die er bestaat. Het is alleen een uitgesproken product met een sterke geur en een draderige structuur, dus het is niet voor iedereen weggelegd. Wil je het proberen, dan vind je het in de diepvries bij de toko. Oude en gefermenteerde kazen. Gouda is hierin een goede naam, net als Edammer en Brie. Hoe langer gerijpt, hoe meer de bacteriën hebben kunnen werken. Kwark en yoghurt dragen op bescheiden schaal bij. Eidooier. Nog een reden om het geel niet weg te gooien. Roomboter, en dan vooral van koeien die gras hebben gegeten. Zuurkool en andere gefermenteerde groenten leveren een bijdrage. Lever is van oudsher een rijke bron. Valt het je op dat dit rijtje bijna volledig bestaat uit traditionele producten? Gefermenteerde zuivel, gerijpte kaas, zuurkool. Dat is geen toeval. In een voedingspatroon met veel verse, gefermenteerde en volwaardige producten komt K2 vanzelf mee. In een patroon van magere, bewerkte en gepasteuriseerde producten een stuk minder. Voor wie plantaardig eet Hier wil ik even apart bij stilstaan, want dit rijtje K2-bronnen is voor een groot deel dierlijk. Eet je plantaardig, dan zijn natto en gefermenteerde plantaardige producten je route. Vitamine K1 uit bladgroente krijg je ruimschoots binnen, daar zit het probleem niet. Het is vooral K2 waar je bewuster mee om mag gaan. Bereiding: hier zit goed nieuws Bij veel vitamines moet ik waarschuwen voor hitte en kookwater. Bij vitamine K valt dat mee. Ze is redelijk hittebestendig en ze lost niet op in water, want ze is immers vetoplosbaar. Je kunt je boerenkool dus gewoon stoven zonder dat het meeste verdwijnt. Waar je wel op mag letten, is licht. Bewaar bladgroente donker en niet te lang, dat is de belangrijkste. En zoals gezegd: zorg voor vet in dezelfde maaltijd, anders blijft de vitamine in je darm achter zonder dat je er iets mee doet. Een dag waarin vitamine K vanzelf meekomt Ontbijt: volkoren brood met roomboter en een gekookt ei, dooier en al. Lunch: een salade van veldsla en rucola met een dressing van olijfolie, een plak belegen kaas erbij. Avondeten: gestoomde broccoli met een klont roomboter, en een flinke hand verse peterselie over het geheel. En in het seizoen: een stamppot boerenkool. Dat is qua vitamine K bijna niet te verslaan, en het is bovendien gewoon lekker. Een paar keer per week een portie donkergroene groente met wat vet erbij, en regelmatig iets gefermenteerds, dekt het grotendeels. Zo ingewikkeld is het niet. Hoeveel heb je er eigenlijk van nodig? Voor vitamine K wordt gerekend met microgrammen per dag, en voor een volwassene ligt de dagelijkse referentie-inname op 75 microgram. Dat klinkt abstract, dus laat ik het vertalen naar je bord. Een portie boerenkool gaat daar met gemak overheen, en fors ook. Een portie spruiten of broccoli levert al een flink deel. Een stevige hand rauwe spinazie door een salade doet mee. Met andere woorden: als je een paar keer per week donkergroene groente eet, zit je qua K1 gewoon goed. Daar hoef je niet ingewikkeld over te doen. Bij K2 ligt het anders, want die bronnen staan bij veel mensen minder vaak op tafel. Een paar plakken oude kaas, wat roomboter, een ei met de dooier erbij en af en toe iets gefermenteerds: dat is waar het vandaan moet komen. En dat is precies de hoek die in een modern, mager en bewerkt eetpatroon het eerste wegvalt. Diepvries, seizoen en voorraad Nog een praktisch punt. Donkergroene groente is bij uitstek iets wat je uit de diepvries kunt halen zonder dat je veel inlevert. Diepvriesspinazie en diepvriesboerenkool worden vlak na de oogst ingevroren, en omdat vitamine K goed tegen hitte kan en niet in water oplost, blijft er veel van bewaard. Ik houd daarom altijd een zak spinazie of boerenkool in de vriezer. Op een avond dat het snel moet, gaat er een hand doorheen. Dat is een van die kleine voorzieningen die je hele week optillen zonder dat je erover na hoeft te denken. Waar het in de praktijk misgaat Drie dingen zie ik het vaakst terugkomen. Eén: groente zonder vet. De magere salade met een dressing op waterbasis. Goed bedoeld, maar je loopt een deel van je vetoplosbare vitamines mis. Doe die olijfolie erbij. Twee: nauwelijks donkergroen. Veel mensen eten wel groente, maar vooral komkommer, tomaat, paprika en wortel. Prima groenten, alleen leveren die weinig vitamine K. Het zit juist in het donkere blad en in de koolsoorten. Drie: alles mager en bewerkt. Magere kwark, magere kaas, halvarine. Als je dat combineert met weinig gefermenteerde producten, dan komt K2 er bekaaid vanaf. Samengevat Donkergroen blad en koolsoorten voor K1, gefermenteerde producten en volle zuivel voor K2. En bij allebei: zorg dat er vet in dezelfde maaltijd zit. In het volgende artikel leg ik uit waarom die twee vormen zich zo verschillend gedragen in je lichaam, en waarom dat voor je botten uitmaakt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat vitamine K in je lichaam doet Vitamine K1 en K2: waar het verschil zit Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis
Learn moreWat vitamine K in je lichaam doet
◷ 6 min leestijd Van alle vitamines is vitamine K waarschijnlijk de minst bekende. Vitamine C kent iedereen, vitamine D is de laatste jaren niet uit het nieuws geweest, maar vitamine K blijft een beetje op de achtergrond. Terwijl die vitamine een taak heeft die je nergens anders krijgt, en die je eigenlijk best bijzonder mag noemen. Ik neem je in dit artikel mee in wat vitamine K precies doet. En zoals vaker begint het verhaal bij de naam. De K komt van stolling Vitamine K is ontdekt door een Deense onderzoeker die zag dat dieren met een bepaald voedingspatroon langer bleven bloeden. Hij noemde de stof die dat verhielp de koagulationsvitamine, naar het Duitse en Deense woord voor stolling. Vandaar de letter K. Die naam heeft vitamine K lang een beetje in een hokje geduwd, alsof stolling het enige is wat ze doet. Inmiddels weten we dat het veel breder ligt. Maar dat stollingsverhaal is wel meteen belangrijk om te noemen, en ik doe dat liever aan het begin dan achteraf: gebruik je bloedverdunners van het type cumarinederivaten, dan grijpen die juist op vitamine K aan. In dat geval is het belangrijk dat je niet zelf gaat schuiven met je inname, maar dat overlegt met je arts. Dat geldt voor je voeding en zeker voor supplementen. De eigenlijke taak: eiwitten hun handen geven Nu het mechanisme, want dat vind ik het mooiste stuk. Je lichaam maakt een aantal eiwitten die als taak hebben om calcium vast te pakken en het ergens neer te zetten. Maar die eiwitten worden gemaakt in een onafgewerkte staat. Ze hebben hun grijpers nog niet. Je moet je dat voorstellen als een werknemer die wel op de fabrieksvloer staat, maar nog geen handschoenen aan heeft. Hij kan niets oppakken. Wat vitamine K doet, is die handschoenen aantrekken. Het brengt een chemische verandering aan waardoor die eiwitten pas in staat zijn om calcium te binden. Vakgenoten noemen dat carboxylering, maar het beeld van handen krijgen dekt het prima. Zonder vitamine K zijn die eiwitten er dus wel, maar ze doen hun werk niet. Ze staan er werkloos bij. En dat is precies waarom vitamine K zo'n andere vitamine is dan de meeste: ze levert zelf geen bouwstof en geen energie, ze zet andere stoffen aan het werk. Waar dat calcium naartoe moet Dan de vraag waar het om draait: welke eiwitten zijn dat, en wat doen ze? De bekendste heet osteocalcine, en die wordt gemaakt door je botcellen. Als osteocalcine door vitamine K actief is gemaakt, kan het calcium binden en inbouwen in het botweefsel. Zo wordt calcium daadwerkelijk onderdeel van je bot in plaats van dat het alleen maar langskomt. Dit is denk ik het belangrijkste inzicht van dit hele artikel: calcium binnenkrijgen en calcium op de juiste plek krijgen zijn twee verschillende dingen. Veel mensen letten op hoeveel calcium ze eten, en dat is prima, maar de vraag wat er vervolgens mee gebeurt is minstens zo interessant. Vitamine K speelt bij die tweede vraag een rol. Ik vergelijk het graag met een bouwplaats. Calcium is het bouwmateriaal dat wordt afgeleverd bij het hek. Vitamine K zorgt dat er mensen met handschoenen klaarstaan om het naar binnen te dragen en op de juiste plek te metselen. Lever je alleen maar materiaal af zonder dat er iemand staat om het te verwerken, dan blijft het bij het hek liggen. Diezelfde soort calciumbindende eiwitten komt overigens ook elders in het lichaam voor, in andere weefsels dan bot. Daar lopen nog volop onderzoeken naar, en ik ga daar hier niet op vooruitlopen. Wat vaststaat en officieel is bevestigd, is de rol bij je botten en bij de normale bloedstolling. Je botten zijn geen dood materiaal Om te snappen waarom dit dagelijks speelt, helpt het om te weten dat je skelet veel levendiger is dan het lijkt. Bot wordt voortdurend afgebroken en weer opgebouwd. Er is een soort sloopploeg en een bouwploeg, en die zijn allebei je hele leven aan het werk. In de loop van een aantal jaren wordt je hele skelet vernieuwd. Die bouwploeg heeft materiaal nodig: calcium, maar ook magnesium, vitamine D om de opname te regelen, en dus vitamine K om het calcium op zijn plek te krijgen. Zie je weer dat er nooit één stof de held is? Het is altijd een samenspel. Vetoplosbaar, en wat dat voor je betekent Nog een eigenschap die praktisch heel belangrijk is: vitamine K is vetoplosbaar. Dat geldt ook voor vitamine A, D en E, en die vier worden daarom vaak in één adem genoemd. Vetoplosbaar betekent dat je lichaam vet nodig heeft om de vitamine op te nemen uit je eten. Eet je een salade van boerenkool en spinazie zonder ook maar een druppel olie of een stukje kaas erbij, dan neem je een flink deel van de vitamine K gewoon niet op. Dat is een van die dingen waar ik in mijn werk vaak op wijs, omdat het zo zonde is. Mijn vaste tip: neem vetoplosbare vitamines altijd samen met een maaltijd waar vet in zit. Een scheutje olijfolie over je groente, een klontje roomboter door je gestoomde broccoli, wat noten door je salade, een stukje kaas erbij. Dat is niet alleen lekkerder, het is functioneel. En je darmbacteriën doen mee Tot slot iets bijzonders: een deel van de vitamine K wordt gemaakt door de bacteriën in je dikke darm. Dat is een van de weinige vitamines waarvan dat geldt. Hoeveel daarvan je uiteindelijk zelf opneemt is nog niet helemaal uitgekristalliseerd, en je moet er dus niet volledig op leunen. Maar het is wel een mooi voorbeeld van hoe je samenwerkt met de bacteriën die je bij je draagt. Wat ik hiervan meeneem Vitamine K is een activeerder. Ze geeft calciumbindende eiwitten hun handen, zodat calcium daadwerkelijk in je botweefsel terechtkomt. Daarnaast hoort ze bij de normale bloedstolling, en daar komt die letter K vandaan. Ze is vetoplosbaar, dus neem haar samen met een beetje vet. En gebruik je bloedverdunners, overleg dan altijd met je arts voordat je iets verandert. In het volgende artikel gaan we naar je bord: waar zit vitamine K in, en waarom staan er twee heel verschillende soorten voeding in dat rijtje? Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar zit vitamine K in? De bronnen op je bord Vitamine K1 en K2: waar het verschil zit Vitamine K2 aanvullen: waar je op let bij een brede basis
Learn moreZink aanvullen naast je voeding: waar je op let
◷ 6 min leestijd In deze reeks liepen we langs wat zink in je lichaam doet, waar het in zit en wat de opname helpt of tegenwerkt. In dit laatste artikel maak ik de stap naar het product, want die vraag komt logisch: als zink zo breed meedraait, kun je het dan ook aanvullen? Laat ik beginnen met waar ik altijd begin. Je bord is de basis. Pompoenpitten, volkoren producten, peulvruchten, kaas, ei, vlees of vis, en de technieken uit het vorige artikel om de opname te helpen. Een aanvulling is nooit een vervanging van goed eten. Het is een manier om je basis breed te houden in periodes waarin dat lastiger lukt. Zink zit in ScKIN Control+ Dat zink waar deze hele reeks over ging, zit in Control+. Per dagdosering van drie tabletten krijg je 15 mg zink in de vorm van zinkcitraat, wat neerkomt op 150 procent van de dagelijkse referentie-inname. Zinkcitraat is een organisch gebonden vorm. Dat betekent dat het zink aan citroenzuur is gekoppeld, en die binding neemt je lichaam makkelijker op dan de anorganische vormen zoals zinkoxide. Ik zeg altijd: het gaat er niet om wat er op het etiket staat, het gaat erom wat er in je cel aankomt. De vorm waarin een mineraal is gebonden bepaalt voor een groot deel dat verschil. Wat zink volgens de goedgekeurde claims doet Voor zink is een aantal gezondheidsclaims officieel vastgesteld. Ik noem ze hier letterlijk, want dat is hoe het hoort. Zink helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.1 Zink ondersteunt het herstellend vermogen van de huid.1 Zink ondersteunt het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand.1 Zink draagt bij aan een normale celdeling.1 Zink draagt bij aan een normale hormoonhuishouding.1 Zink houdt je haar sterk.1 Zink draagt bij aan een normale concentratie en aan de normale weerstand tegen stress.1 Als je die lijst naast het eerste artikel van deze reeks legt, zie je de lijnen terugkomen: de huid, de afweer, de celdeling en de hormonen. Dat is geen toeval. Het zijn precies de plekken waar zink als meewerker nodig is. Waarom zink in Control+ niet alleen staat Control+ is opgebouwd rond de gedachte dat de huid, het immuunsysteem en de vertering met elkaar samenhangen. Daar hoort bij dat je niet één stof geeft, maar een combinatie die elkaar aanvult. Naast zink zit er onder meer vitamine A in, en dat is niet toevallig. Ik noemde in het eerste artikel al dat vitamine A en zink voor mij de twee belangrijkste voedingsfactoren voor de huid zijn, allebei omdat ze met opbouw en herstel te maken hebben. Vitamine A helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en draagt bij aan het behoud van normale slijmvliezen.2 Verder levert Control+ vitamine C, vitamine D3, vitamine E, vitamine B5, selenium, jodium, chroom en biotine. Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.3 Vitamine D draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem.4 Selenium helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade en draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem.5 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress.6 Daarnaast bevat de formule MSM, lactoferrine en een aantal planten zoals mariadistel, groene thee en gember. Die zijn onderdeel van de formule zoals we hem hebben opgebouwd. Waarom zink hier niet los en hooggedoseerd in zit Dit is een vraag die ik vaak krijg: als zink zo breed meedoet, waarom neem je er dan niet gewoon een flinke dosering van apart? Het antwoord zit in wat je in het vorige artikel las over die wachtrij in de darm. Zink, koper en ijzer delen voor een deel dezelfde opnameroute. Neem je langere tijd een hoge dosering zink los, dan gaat dat ten koste van de opname van koper. En koper heb je óók nodig, onder meer voor je bindweefsel en voor de normale haarkleur. Je lost dan het ene op en maakt het andere krapper. Daarom werk ik liever met verhoudingen die elkaar in balans houden dan met één stof in een heel hoge dosering. In je voeding zit het ook zo: daar komen mineralen nooit alleen langs, maar altijd in gezelschap. Vijftien milligram zink is een ruime dagelijkse hoeveelheid zonder dat het de rest verdringt. Voor wie dit vooral interessant is Ik zet het even op een rij, want het helpt om te weten of dit bij jou past. In het tweede artikel noemde ik de groepen bij wie de zinkbehoefte hoger ligt of de inname sneller achterblijft: mensen die vegetarisch of plantaardig eten, mensen die veel sporten, mensen die roken, en mensen die een langere drukke periode doormaken waarin de vertering en het eetpatroon het eerst inleveren. Herken je jezelf daarin, dan is het zinvol om eerst met je bord aan de slag te gaan en pas daarna te kijken of een aanvulling prettig is. Andersom werkt zelden. Een aanvulling naast een dag vol wit brood en frisdrank doet minder dan diezelfde dag met volkoren, pompoenpitten en een eiwitbron bij elke maaltijd. Hoe je het inneemt Drie tabletten per dag, en mijn advies is om ze bij een maaltijd te nemen. Dat is niet voor niets. Zoals je in het vorige artikel las, helpt eiwit bij de maaltijd de opname van zink, en een rustige maaltijd met goed kauwen doet de rest. Verdeel de tabletten gerust over de dag als dat prettiger zit, bijvoorbeeld bij je ontbijt en bij je avondeten. En geef het tijd. Je huid vernieuwt zich in vier tot zes weken, dus kijk niet na een week terug maar na een aantal maanden. Bekijk Control+ Tot slot Wat ik je vooral wil meegeven na deze vier artikelen: zink is een meewerker, geen hoofdrolspeler. Het maakt processen mogelijk die anders stroef verlopen. Zorg eerst dat je bord op orde is, gebruik de weektrucs en de eiwitregel uit het vorige artikel, en zie een aanvulling als een manier om je basis breed te houden in drukke tijden. 1 Zink (15 mg, 150% RI) helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit, ondersteunt het herstellend vermogen van de huid, ondersteunt het immuunsysteem, zorgt mede voor een goede weerstand, draagt bij aan een normale celdeling, draagt bij aan een normale hormoonhuishouding, houdt het haar sterk en draagt bij aan een normale concentratie en aan de normale weerstand tegen stress. 2 Vitamine A (400 mcg, 50% RI) helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en draagt bij aan het behoud van normale slijmvliezen. 3 Vitamine C (150 mg, 188% RI) draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. 4 Vitamine D3 (25 mcg, 500% RI) draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem. 5 Selenium (150 mcg totaal) helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade en draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem. 6 Vitamine B5 (20 mg, 333% RI) draagt bij aan de normale weerstand tegen stress. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Wat zink in je lichaam doet Waar zit zink in? De bronnen op je bord Wat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt
Learn moreWat de opname van zink uit je eten helpt of tegenwerkt
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat zink doet en waar het in zit. Nu het stuk dat in mijn ervaring het meeste verschil maakt en waar het minst over wordt gesproken: wat er tussen je bord en je cellen gebeurt. Want je kunt op papier prima eten en er toch minder uithalen dan je denkt. Zink is namelijk een mineraal dat zich makkelijk laat binden. Het reist niet zomaar je lichaam in. Er zijn stoffen die het meenemen en stoffen die het onderweg vastpakken en weer afvoeren. Fytinezuur: de grote remmer Laten we beginnen met de belangrijkste. In granen, peulvruchten, noten en zaden zit fytinezuur, ook wel fytaat genoemd. Voor de plant is dat handig: het is de opslagvorm van fosfor in het zaad. Voor ons is het wat lastiger, want fytinezuur bindt zich graag aan mineralen. Aan zink, maar ook aan ijzer, calcium en magnesium. Je moet je dat voorstellen als een klem. Zodra het fytinezuur zich aan het zink heeft vastgeklemd, kan je darm er niet meer bij en verlaat het geheel je lichaam weer. Het zink stond wel op de verpakking, maar het is nooit aangekomen. Dit is ook de reden dat de zinkopname uit plantaardige voeding lager ligt dan uit dierlijke voeding. Juist die plantaardige bronnen die het rijkst zijn aan zink, dus de granen, peulvruchten, noten en zaden, zitten ook vol fytinezuur. Dat klinkt als een probleem, maar er is goed nieuws: je kunt er van alles aan doen. Weken, kiemen en fermenteren Onze grootmoeders deden dit al, alleen noemden ze het geen wetenschap. Er zijn drie eenvoudige technieken die het fytinezuur voor een flink deel afbreken. Weken. Zet je linzen, kikkererwten of bonen een nacht in ruim water, giet dat water weg en kook ze in vers water. Dat is een handeling van tien seconden aan het begin van de avond en het scheelt echt. Hetzelfde geldt voor noten en amandelen: een paar uur weken maakt ze bovendien lichter verteerbaar. Havermout kun je 's avonds al met wat water of yoghurt aanzetten, dan heb je 's ochtends meteen je ontbijt klaar. Kiemen. Als een zaadje gaat ontkiemen, breekt de plant zijn eigen fytinezuur af omdat hij de mineralen zelf nodig heeft. Gekiemde linzen of gekiemde zaden zijn daardoor een betere mineralenbron dan dezelfde zaden ongekiemd. Het kost een paar dagen op het aanrecht en verder niets. Fermenteren. Dit is mijn favoriet, want het is het lekkerst. Zuurdesembrood is een mooi voorbeeld: door het lange rijzen met een desemcultuur wordt een groot deel van het fytinezuur afgebroken. Daarom levert zuurdesem je meer mineralen op dan gewoon brood met bakkersgist, ook als het dezelfde bloem is. Tempeh is het peulvruchtenequivalent: gefermenteerde sojabonen waaruit je de mineralen beter opneemt dan uit gewone gekookte sojabonen. Als je hier één ding uit meeneemt: kies zuurdesem in plaats van standaardbrood, en week je peulvruchten. Dat zijn twee gewoontes die je de rest van je leven meeneemt. Wat de opname juist helpt Niet alles werkt tegen. Er zijn ook dingen die zink een handje helpen. Eiwit bij de maaltijd. Dit is de belangrijkste. Aminozuren uit eiwit binden zink op een manier die je darm juist goed kan opnemen. Een maaltijd met vlees, vis, ei, zuivel of peulvruchten levert daardoor niet alleen zelf zink, maar helpt ook de opname van het zink uit de rest van het bord. Een bord pasta met alleen tomatensaus is in dat opzicht een gemiste kans; datzelfde bord met wat kaas, kip of linzen erbij is een heel ander verhaal. Voldoende maagzuur. Mineralen moeten in je maag worden losgemaakt uit je eten, en daar is een goed zuur milieu voor nodig. Als je snel en gehaast eet, nauwelijks kauwt en je maaltijd wegspoelt met een grote hoeveelheid drinken, maak je dat werk moeilijker. Rustig eten en goed kauwen klinkt als een open deur, maar het is de eerste stap in je hele vertering. Gefermenteerde groenten. Zuurkool, kimchi en dat soort dingen passen hier mooi bij, omdat ze zuur meebrengen. Wat de opname tegenwerkt En dan de andere kant. Deze lijst is nuttig om te kennen, niet om bang van te worden. Koper en ijzer in hoge doseringen. Zink, koper en ijzer gebruiken deels dezelfde opnameroute in de darm. Ze staan dus in dezelfde rij te wachten. Neem je een hoge dosering van één van deze mineralen apart, dan gaat dat ten koste van de opname van de andere. Uit gewone voeding is dat geen punt, daar zitten ze in verhoudingen die je lichaam prima aankan. Het speelt vooral bij losse, hooggedoseerde mineralen. Fosfaten uit frisdrank. In veel frisdranken, en zeker in de donkere varianten, zit fosforzuur. Fosfaten binden mineralen, waaronder zink. Drink je dagelijks meerdere glazen frisdrank, dan werkt dat je mineralenhuishouding tegen. Naast alles wat de suiker al doet. Koffie en thee rond de maaltijd. De looistoffen daarin binden mineralen. Dat betekent niet dat je moet stoppen met koffie. Het betekent vooral: drink je koffie liever niet precies bij je mineralenrijkste maaltijd, maar een half uur ervoor of erna. Cadmium uit sigarettenrook. Cadmium lijkt chemisch genoeg op zink om dezelfde plekken in te nemen. Daardoor blijft er minder zink beschikbaar voor het werk dat het eigenlijk moet doen. Het stuk waar ik het vaakst over praat: spanning En dan is er nog een mechanisme dat niets met je bord te maken heeft en waar ik in de praktijk veel over vertel. Bij langdurige spanning maakt je lichaam meer cortisol aan. De grondstof daarvoor deelt het met andere hormonen, waaronder progesteron. Als er veel cortisol nodig is, gaat er dus meer progesteron die kant op en blijft er minder over voor de rest van het werk dat progesteron doet, waaronder het mee helpen reguleren van je zinkstatus. Daar komt bij dat een drukke periode vaak samengaat met slechter eten, meer koffie, meer snelle happen en minder rust om te verteren. Zo stapelt het. Wat ik daarom altijd zeg: je vertering is geen losstaand systeem. Hij werkt het best als je lichaam even niet in de hoogste versnelling staat. Vijf minuten rustig zitten voor je gaat eten, je telefoon wegleggen, echt kauwen. Dat is geen zweverig advies, dat is gewoon hoe je vertering is ontworpen. De voedingsstoffen die hierbij horen Zink werkt in je lichaam nooit alleen; het doet zijn werk samen met andere stoffen. Een aantal daarvan heeft een erkende rol als het om je huid en je afweer gaat. Zo helpt zink bij de verzorging van de huid van binnenuit en ondersteunt het het herstellend vermogen van de huid.1 Zink ondersteunt daarnaast het immuunsysteem en draagt bij aan een normale celdeling.1 Vitamine A helpt eveneens bij de verzorging van de huid van binnenuit, en vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid.2,3 Dat rijtje laat precies zien waarom ik zelden naar één stof kijk. Ze grijpen op elkaar in. Samengevat Week je peulvruchten, kies vaker zuurdesem, zorg dat er bij elke maaltijd eiwit op je bord ligt, drink je koffie niet precies bij je rijkste maaltijd en geef je vertering de rust die ze nodig heeft. Dat zijn vijf gewoontes die weinig kosten en die bij elkaar meer doen dan een extra handje noten. 1 Zink helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit, ondersteunt het herstellend vermogen van de huid, ondersteunt het immuunsysteem en draagt bij aan een normale celdeling. 2 Vitamine A helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. 3 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat zink in je lichaam doet Waar zit zink in? De bronnen op je bord Zink aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn moreHoeveel magnesium levert een gewoon dagmenu?
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel liep ik met je langs de voeding waar magnesium van nature in zit. Een logische vervolgvraag die ik dan vaak krijg is: leuk en aardig, maar hoeveel levert een gewone dag me nu eigenlijk op? En krijg ik dan genoeg binnen? Daar kijken we in dit artikel naar. Ik doe dat aan de hand van een paar voorbeelddagen, want dat maakt het een stuk concreter dan losse getallen. Waar we ongeveer naartoe willen Voor volwassenen ligt de dagelijkse hoeveelheid magnesium waar we naar streven grofweg tussen de driehonderd en vierhonderd milligram. Dat is geen exact getal dat elke dag tot op de milligram moet kloppen, maar het geeft je wel een richting. Zie het als een orde van grootte om je eigen dag tegen af te zetten. Wat ik daar meteen bij wil zeggen, en dat kom ik in mijn werk voortdurend tegen: bij een druk, vol en stressvol leven verbruikt je lichaam méér magnesium. Je vraag ligt dan dus aan de bovenkant van die richtlijn, terwijl je op zulke dagen vaak juist minder tijd hebt om goed te eten. Dat is precies de combinatie waar het bij veel mensen gaat schuiven. Een gewone doordeweekse dag Laten we beginnen met een dag zoals die er bij veel mensen doordeweeks uitziet, zonder er heel bewust mee bezig te zijn. Ontbijt: twee witte boterhammen met zoet beleg en een kop koffie. Levert weinig magnesium, want wit brood is grotendeels ontdaan van de mineralen. Lunch: opnieuw witte boterhammen met kaas, of een broodje van de zaak. Ook hier komt er weinig bij. Tussendoor: een koekje bij de koffie, misschien een stuk fruit. Diner: pasta van witte bloem met een saus, een klein beetje groente erdoor. Als je zo'n dag optelt, kom je een heel eind onder die richtlijn uit. Niet omdat er iets ergs gebeurt, maar simpelweg omdat de bronnen ontbreken. Er zit weinig groen, weinig noten, weinig peulvruchten en weinig volkoren in. Dit is voor veel mensen een herkenbare dag, en het laat mooi zien hoe je met een op zich normaal eetpatroon toch aan de lage kant blijft. Dezelfde dag, een paar slimme keuzes verder Nu draaien we aan een paar knoppen, zonder dat het een heel project wordt. Ontbijt: een kom havermout met een handje pompoenpitten en wat blauwe bessen. Havermout en pitten leveren allebei magnesium, dus dit is meteen een sterke start. Lunch: volkorenbrood in plaats van wit, met bijvoorbeeld hummus van kikkererwten en wat groente erbij. Volkoren en kikkererwten tellen allebei mee. Tussendoor: een klein handje amandelen, en eventueel een paar stukjes pure chocolade. Diner: zilvervliesrijst met een flinke portie spinazie of boerenkool en wat zalm. Deze dag zit qua magnesium een stuk ruimer, en het bijzondere is dat het bijna dezelfde maaltijden zijn. Je hebt geen exotische ingrediënten nodig en ook geen ingewikkelde recepten. Je hebt vooral wit vervangen door volkoren, en op een paar plekken groente, noten of peulvruchten toegevoegd. Dat is het hele verschil. Waarom het in de praktijk toch vaak schuift Als je het zo op een rij ziet, denk je misschien: dat is toch makkelijk te doen? En dat klopt ook, op een goede dag. Het lastige is de dagelijkse praktijk. Op drukke dagen grijp je sneller naar wat er ligt, sla je een verse maaltijd over, en eet je meer bewerkte producten waar de mineralen grotendeels uit zijn. En laat dat nu net de dagen zijn waarop je lichaam er meer van vraagt. Daar komt bij dat de manier waarop je voeding wordt klaargemaakt ook meespeelt. Groente die je heel lang in ruim water kookt, verliest een deel van de mineralen aan het kookwater. Daar ga ik in het volgende artikel dieper op in, want de hoeveelheid op je bord is één ding, maar hoeveel je er daadwerkelijk van opneemt is een verhaal apart. En een weekend dag dan? In het weekend zie ik bij veel mensen twee kanten. Aan de ene kant is er meer tijd om rustig te koken, een uitgebreide brunch met ei, avocado en volkoren, of een pan soep met peulvruchten en groente. Dat zijn dagen waarop je zonder moeite ruim zit. Aan de andere kant zijn er de weekenden met veel uit eten, borrelen en snelle happen, en dan gaat het net als op een drukke doordeweekse dag de andere kant op. Het aardige is dat je in het weekend vaak wel de ruimte hebt om er iets moois van te maken. Een grote salade met noten en pitten erbij, een handvol groente extra, zilvervliesrijst in plaats van wit. Kleine keuzes, en je proeft het verschil nauwelijks terwijl je binnenkant er wel iets aan heeft. Waar het me vooral om gaat: kijk niet naar één losse dag, maar naar je week als geheel. De ene dag zal wat lager uitvallen en de andere wat hoger, en dat is helemaal prima. Het is het gemiddelde over de week dat telt. Zolang de meeste dagen redelijk op orde zijn, vangen die de mindere dagen ruimschoots op. Hoe je zelf een gevoel krijgt bij je eigen dag Je hoeft echt niet te gaan rekenen. Wat veel praktischer werkt, is jezelf een paar simpele vragen stellen aan het einde van de dag. Heb ik vandaag iets groens en donkers gegeten? Zat er een handje noten of pitten bij? Heb ik voor volkoren gekozen of voor wit? Kwamen er peulvruchten voorbij? Hoe vaker je op die vragen ja kunt zeggen, hoe beter je zit. En merk je dat je op de meeste dagen op de meeste vragen nee zegt, en heb je bovendien een druk en veeleisend leven, dan is dat goed om te weten. Want dan weet je waar je aan kunt draaien, en dat is precies waar dit soort inzicht voor bedoeld is: niet om je zorgen te maken, maar om te weten waar je invloed op hebt. In het volgende artikel kijken we naar de opname: wat ervoor zorgt dat je lichaam de magnesium uit je voeding ook echt goed kan gebruiken, en welke dingen dat in de weg zitten. Lees ook Waar zit magnesium van nature in? Wat de opname van magnesium uit voeding beïnvloedt Magnesium aanvullen naast je voeding: waar je op let
Learn more


