◷ 7 min leestijd
In het vorige artikel liep ik met je langs wat er in je lichaam gebeurt als er iets van je gevraagd wordt: een snelle golf via je zenuwstelsel, en daarachteraan een langzamere golf via je hormonen. Wat ik toen kort aanstipte wil ik nu uitwerken, want het is het praktische deel van dit thema.
Elke stap in die keten is namelijk gewoon scheikunde. Een stof wordt omgezet in een andere stof, een signaal wordt gelezen, energie wordt vrijgemaakt. En voor al die omzettingen heeft je lichaam meewerkers nodig. Wij noemen die cofactoren: vitamines en mineralen die zelf geen brandstof zijn, maar zonder wie het proces niet doorloopt. In een drukke periode draaien die omzettingen vaker per dag, en dan loopt je verbruik dus op.
Hieronder loop ik de stoffen langs die daarbij het vaakst in beeld komen, en vooral: waar ze in zitten.
Magnesium
Magnesium is betrokken bij meer dan driehonderd enzymreacties in je lichaam, en dat alleen al zegt iets over hoe breed het meedoet. Twee dingen wil ik eruit lichten.
Het eerste is de aanmaak van ATP, de vorm waarin je cellen energie bij zich dragen. Magnesium doet daar direct aan mee. Het tweede is de prikkeloverdracht tussen je zenuwcellen. Bij de ontvangende cel zit een doorgang die bepaalt hoe makkelijk een signaal doorgegeven wordt, en magnesium zit daar als een soort demper voor. Zonder voldoende magnesium gaat die doorgang gemakkelijker open, en komen prikkels harder binnen.
Je verbruik loopt op bij zweten en sporten, want magnesium verlaat je lichaam via je zweet. Ook koffie, alcohol en veel suiker in je voeding zorgen ervoor dat je er meer van uitscheidt. In een drukke week zitten die drie er vaak juist wat vaker in.
Waar het in zit: groene bladgroente is de klassieker, want magnesium zit in het bladgroen zelf. Verder pompoenpitten, amandelen, cashewnoten, peulvruchten, havermout, pure cacao en volkoren producten.
Vitamine B5, oftewel pantotheenzuur
Deze vind ik zelf een van de meest onderschatte. De naam komt van het Griekse woord pantos, dat overal betekent, en dat is precies waarom die naam gekozen is: het zit in vrijwel alle levende cellen. Je zou dus denken dat het vanzelf goed zit, maar er gaat veel van verloren bij het bewerken en bewaren van voedsel.
Wat doet het? Vitamine B5 is de bouwsteen van co-enzym A, en co-enzym A is een meewerker in meer dan zeventig stofwisselingsroutes. De belangrijkste daarvan gaan over het verbranden van vetten, koolhydraten en aminozuren voor energie. Ik leg dat vaak uit als de lopende band in je cel: co-enzym A is het karretje dat de brandstof aan de band aanlevert. Zonder karretjes staat de band stil, hoeveel brandstof je er ook naast neerzet.
Daarnaast doet co-enzym A mee bij de aanmaak van acetylcholine, de stof die je gebruikt bij aandacht, leren en geheugen. En het speelt een rol bij de aanmaak van de hormonen uit je bijnierschors, precies de hormonen die in die tweede golf uit het vorige artikel het werk doen. Dat is ook de reden dat vitamine B5 in mijn vak bijna altijd ter sprake komt zodra het over spanning gaat.
Waar het in zit: ei, lever, avocado, champignons, zonnebloempitten, volkoren graanproducten, peulvruchten en broccoli.
Zink
Zink is een meewerker in honderden enzymen, en het doet vooral mee daar waar je lichaam iets moet lezen of bouwen. Het is betrokken bij de aanmaak van eiwitten, bij celdeling, bij de omzetting van neurotransmitters, en het speelt een rol in hoe hormoonsignalen binnen in de cel worden opgepikt. Ook bij de verwerking van suiker doet zink mee: hoe meer insuline je lichaam op een dag nodig heeft, hoe meer zink daarbij gebruikt wordt.
Wat ik in mijn werk vaak terugzie: mensen die veel sporten, mensen die vooral plantaardig eten en mensen die de dag vullen met snelle happen hebben een hogere zinkbehoefte dan ze zelf denken. Plantaardige zinkbronnen bevatten namelijk ook fytaten, en die binden zink zodat er minder van overblijft voor jou.
Waar het in zit: oesters en schaaldieren zijn met afstand de rijkste bronnen, daarna rundvlees, kaas, pompoenpitten, cashewnoten, peulvruchten en havermout. Een praktische tip: peulvruchten en granen een nacht weken of kiezen voor zuurdesembrood breekt een deel van die fytaten af, waardoor je meer van het zink overhoudt.
Vitamine C
Er is één weefsel in je lichaam met een opvallend hoge concentratie vitamine C, en dat is de bijnierschors: precies de plek waar de hormonen van die tweede golf gemaakt worden. Daarnaast is vitamine C een van je belangrijkste antioxidanten. Ik leg dat altijd uit met het beeld van Pac-Man: vrije radicalen gaan happend door je weefsel, en antioxidanten vangen ze af voordat ze schade aanrichten.
Vitamine C is gevoelig voor warmte en lost op in water, dus er gaat veel verloren bij lang koken. Kort garen, stomen of gewoon rauw eten scheelt echt.
Waar het in zit: rode paprika staat bovenaan, verder koolsoorten zoals broccoli en spruiten, kiwi, citrusfruit, bessen, en verse kruiden zoals peterselie.
Vitamine B6
B6 is de meewerker bij uitstek in je eiwitstofwisseling en bij de aanmaak van neurotransmitters, de stoffen waarmee je zenuwcellen met elkaar praten. Wil je uit een aminozuur een boodschapperstof maken, dan heb je B6 nodig om die omzetting rond te krijgen. De biologisch actieve vorm heet pyridoxaal-5-fosfaat, en die vorm kan je lichaam meteen gebruiken zonder hem eerst zelf om te bouwen.
Waar het in zit: vis, gevogelte, aardappel, banaan, pistachenoten, zonnebloempitten en spinazie.
Omega 3 vetzuren
Hier komen we terug bij het punt waar ik het vorige artikel mee afsloot. De ontvangers voor hormonen zitten in het membraan van je cellen, en dat membraan wordt opgebouwd uit de vetzuren die jij eet. Omega 3 vetzuren maken dat membraan soepel, en een soepel membraan laat een ontvanger goed meebewegen en het signaal netjes lezen.
Je lichaam maakt deze vetzuren niet zelf, dus ze moeten uit je voeding komen. Dat is precies wat we bedoelen met essentieel.
Waar het in zit: vette vis zoals zalm, makreel, haring en sardines levert de vormen die je direct kunt gebruiken. Lijnzaad, walnoten en chiazaad leveren de plantaardige voorloper, die je lichaam nog moet omzetten, en dat gaat maar beperkt.
En eiwit, als grondstof
Tot slot iets wat geen vitamine of mineraal is maar wel de basis vormt. De boodschapperstoffen in je hersenen worden gemaakt uit aminozuren, dus uit eiwit. Tryptofaan is de grondstof voor serotonine, tyrosine is de grondstof voor dopamine en noradrenaline. Eet je een dag lang vooral snelle koolhydraten, dan ontbreekt simpelweg het materiaal.
Waar het in zit: ei, vis, gevogelte, vlees, peulvruchten, noten en zaden. Mijn meest praktische tip hierbij: zorg dat er ook bij je ontbijt eiwit zit, want dat is de maaltijd waarbij het er bij de meeste mensen bij inschiet.
De rode draad
Wat opvalt als je dit rijtje overziet: het is geen exotisch lijstje. Groene bladgroente, noten en zaden, ei, vis, peulvruchten, kleurige groente. Dat is het grotendeels. Het lastige zit hem niet in de kennis maar in de timing, want juist in de weken waarin je verbruik oploopt, loopt de kwaliteit van wat je eet vaak terug. Dan wordt het brood, koffie en iets snels tussendoor.
Daarom gaat het volgende artikel over de andere kant: welke kleine gewoontes je in een volle week overeind houden, zodat je lichaam de ruimte krijgt om terug te schakelen.
Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine B5, zink en magnesium: de bundel Stressbestendig, lees je welke producten hierbij passen.




