◷ 6 min leestijd
In de eerste twee artikelen keken we naar de vormen van B12 en naar de omzettingsstappen die je lichaam moet zetten voordat het er iets mee kan. In dit derde deel gaat het over de route: hoe komt B12 eigenlijk je lichaam binnen, en waarom maakt het zoveel uit of dat via je spijsvertering gaat, onder je tong smelt, of via een injectie binnenkomt. Elke route heeft zijn eigen verhaal, met voordelen en aandachtspunten.
De klassieke route: via de spijsvertering
Als je B12 uit je voeding haalt, of als je een gewone capsule of tablet doorslikt, dan legt die B12 een flinke reis af. Het gaat via je slokdarm naar je maag, van je maag naar je darmen, en pas daarna, als alles goed gaat, komt het in je bloedbaan terecht en uiteindelijk in je cel. Onderweg gebeurt er van alles.
In je maag heb je bijvoorbeeld een stofje nodig dat intrinsic factor heet. Dat werkt een beetje als een transportwagentje: het koppelt zich aan de B12 en neemt hem mee op reis richting je darmen, waar hij op de juiste plek weer wordt losgelaten. Voor dat hele proces heb je goed maagzuur nodig. Je maagzuur moet echt zuur genoeg zijn, met een pH rond de twee, anders komt dat transportsysteem moeizamer op gang.
En daar zit nou net de kwetsbaarheid, want er zijn allerlei alledaagse dingen die maken dat je maagzuur wat minder op sterkte is. Denk aan het gebruik van maagzuurremmers, aan drukte en spanning, of gewoon aan ouder worden, want naarmate we ouder worden neemt onze maagzuurproductie vanzelf wat af. Ook als je darmen niet helemaal in balans zijn, kan de opname stroever lopen. Het gevolg is dat er via deze route vaak maar een klein deel van de B12 daadwerkelijk wordt opgenomen.
Er speelt nog iets mee. Sommige medicijnen kunnen de opname van B12 beïnvloeden, en ook bepaalde ingrepen aan de maag horen daarbij. Ik noem dit niet om je bezorgd te maken, maar om te laten zien hoeveel schakels er meedoen op deze route. Juist omdat het er zoveel zijn, is het zo interessant dat er ook routes bestaan die een deel van dat traject overslaan. Daar kijken we hierna naar.
De route onder de tong: de zuigtablet
Nu wordt het interessant, want er is een manier om een groot deel van die reis over te slaan: de zuigtablet, ook wel sublinguaal genoemd. Bij een zuigtablet laat je de tablet langzaam smelten onder je tong, zodat de B12 wordt opgenomen via je mondslijmvlies. Van daaruit komt hij vrij direct in je bloedbaan, zonder eerst die hele tocht door maag en darmen te maken.
Belangrijk daarbij, en dit is een tip die ik echt aan iedereen meegeef: je moet zo'n zuigtablet niet doorslikken. Dat gaat automatisch als je niet oplet, en dan stuur je de B12 alsnog de lange route op. De bedoeling is dat je hem laat smelten. Ik zeg altijd: sabbelen, sabbelen, sabbelen, totdat er niets meer van over is. Zo geef je je mondslijmvlies de tijd om het op te nemen.
Combineer je die opname via het mondslijmvlies met een actieve vorm van B12, dan slaat je lichaam twee soorten werk tegelijk over. Je omzeilt een groot deel van de spijsvertering, en de B12 hoeft ook niet meer omgezet te worden omdat hij al hapklaar is voor in de cel. Dat maakt de zuigtablet een prettige, praktische vorm, zeker voor mensen bij wie de opname via de maag of darmen wat lastiger loopt.
De directe route: de injectie
Dan de injectie, die je via de huisarts of een andere zorgverlener krijgt. Een injectie brengt de B12 rechtstreeks in je lichaam, dus ook die omzeilt de spijsvertering. Er zitten wel een paar aandachtspunten aan.
Bij injecties wordt vaak hydroxocobalamine gebruikt, en dat is, zoals je in het eerste artikel las, een vorm die nog drie omzettingsstappen nodig heeft voordat hij bruikbaar is in de cel. Er bestaan ook injecties met methylcobalamine, die dan wel al in de actieve vorm zit. Verder zitten er in de ampullen van een injectie doorgaans wat toevoegingen, onder andere om het geheel houdbaar te maken. En je bent voor elke prik afhankelijk van een afspraak bij je zorgverlener, wat tijd en planning vraagt.
Wat ik daarnaast in de praktijk terugzie, is dat een injectie een vrij grote hoeveelheid in één keer geeft. Sommige mensen voelen zich daar na zo'n prik heel opgejaagd door, terwijl ze op een ander moment juist wat vlak aanvoelen. Dat wisselende ritme van hoog en laag hoort een beetje bij de manier waarop een injectie werkt.
Zuigtablet of injectie: hoe kies je
Er is geen route die voor iedereen de beste is, en dat is precies waarom ik het fijn vind om de verschillen naast elkaar te zetten. Wat ik zelf prettig vind aan een zuigtablet, is dat je een constante inname hebt van een vaste hoeveelheid, elke dag hetzelfde, gewoon thuis. Je hoeft niets door te slikken, het smelt weg onder je tong, en het komt vrij direct in je bloedbaan. Voor wie liever niet steeds naar een zorgverlener gaat, is dat een groot pluspunt.
De injectie heeft dan weer als voordeel dat hij rechtstreeks binnenkomt en in bepaalde situaties, bijvoorbeeld op medisch advies, juist de aangewezen weg is. Het een sluit het ander ook niet uit. Waar het mij om gaat, is dat je begrijpt wat er bij elke route gebeurt, zodat je samen met een deskundige een keuze kunt maken die bij jou past.
Nog een praktisch punt dat voor elke route geldt: drink voldoende. Zes tot acht glazen water per dag is sowieso een goede gewoonte, en het helpt je lichaam om alles rustig zijn werk te laten doen.
Wat je hiervan meeneemt
De route waarlangs B12 je lichaam bereikt, maakt echt uit. Via de spijsvertering is het een lange reis met veel afhankelijkheden, van intrinsic factor tot maagzuur. De zuigtablet omzeilt een groot deel van die reis via je mondslijmvlies, zeker in combinatie met een actieve vorm. De injectie brengt B12 rechtstreeks binnen, met eigen voor- en nadelen en altijd via een zorgverlener.
In het laatste artikel van deze reeks breng ik alles samen, en laat ik zien hoe wij bij ScKIN deze inzichten hebben vertaald naar onze eigen B12.




