Skip to content

Back to School- doe de gratis Quiz

Door klanten als 'Uitstekend' beoordeeld ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

The ScKIN Club: Join now + 25 punten

Voor 12:00 besteld = volgende werkdag in huis*

Gratis verzending vanaf 50 EUR (NL)

ScKIN Journal

Vrouw bij een raam in een licht, rustig interieur

De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet

◷ 6 min leestijd Vandaag wil ik je meenemen in iets wat mij binnen mijn vak altijd is blijven fascineren. Vitamine B12 staat bekend als de vitamine voor energie, en dat klopt ook. Maar als je kijkt naar wat er in de cel gebeurt, dan zie je iets opvallends: er zijn in het hele menselijk lichaam maar twee reacties die vitamine B12 nodig hebben. Twee. Voor een vitamine die zo'n grote naam heeft, is dat een verrassend klein aantal. En juist omdat het er maar twee zijn, is het zo interessant om te weten welke twee dat zijn. Want die twee reacties raken vervolgens ontzettend veel: je energiehuishouding, je zenuwen, je bloedaanmaak, je DNA en de manier waarop je hoofd werkt. In dit artikel loop ik ze met je langs, in gewone taal. Eerst even: waarom het pas telt in de cel Vitamine B12 maak je niet zelf aan. Je haalt het uit wat je eet, en daarna legt het nog een hele route af. Het moet worden losgemaakt van het eiwit waar het in je voeding aan vastzit, het moet worden opgenomen, vervoerd, en op celniveau in de juiste vorm komen. Pas als het in de cel is, kan je lichaam er iets mee. Dat vind ik zelf altijd het beste beeld: B12 op je bord is nog geen B12 in je cel. Wat we zien is dat er onderweg van alles kan meespelen, en daar ga ik in het derde artikel van deze reeks dieper op in. Voor nu doen we alsof de reis geslaagd is en het in de cel is aangekomen. Wat gebeurt daar dan? Reactie één: de methylkringloop De eerste reactie waar B12 voor nodig is, hoort thuis in wat we methylering noemen. Dat klinkt als een woord uit een leerboek, en dat is het ook, maar het idee erachter is simpel. Je moet je voorstellen dat je lichaam kleine schakelaars gebruikt om dingen aan en uit te zetten. Zo'n schakelaar is een methylgroep, een piepklein bouwsteentje van één koolstof met drie waterstoffen eraan. Door zo'n groep ergens op te plakken of er juist af te halen, wordt een celfunctie geactiveerd of stilgezet. Dat gebeurt op je DNA, op de eiwitten waar je DNA omheen zit gewikkeld, en op je neurotransmitters, de boodschapperstoffen in je zenuwstelsel. Er is één stof die al die schakelaars uitdeelt. Die heet S-adenosylmethionine, en in mijn vak noemen we hem gewoon de universele methyldonor. Hij geeft zijn methylgroep weg, en houdt daarna een stof over die homocysteïne heet. En dan komt het mooie: om die homocysteïne weer om te bouwen tot methionine, zodat de kringloop opnieuw kan beginnen, is er een enzym nodig dat vitamine B12 als hulpstuk met zich meedraagt. Zonder B12 doet dat enzym niets. Dat is reactie één. Ik zeg altijd: B12 is hier het schakeltje in de keten. Het is niet de motor, het is niet de brandstof, maar zonder dat ene schakeltje staat de hele kringloop stil en hoopt homocysteïne zich op. B12 werkt hier nooit alleen Wat me hierbij belangrijk lijkt om te noemen: die methylgroep die op homocysteïne wordt gezet, komt niet uit de lucht vallen. Die wordt aangeleverd door folaat, de natuurlijke vorm van foliumzuur. En folaat heeft op zijn beurt weer een omzettingsstap nodig voordat het die methylgroep kan afgeven. Daarnaast draait vitamine B6 mee in de tak van de kringloop waarin homocysteïne juist wordt afgevoerd in plaats van hergebruikt. En verderop in het verhaal zitten nog zink, magnesium, vitamine B2, choline en betaïne, allemaal stoffen die aan hetzelfde proces meewerken. In mijn vak noemen we die meewerkers cofactoren. Ze doen niet het werk zelf, ze maken het werk mogelijk. Dat is precies waarom ik er in de praktijk nooit één stof uit trek. Je kunt van één schakel nog zo veel hebben, als de schakel ernaast ontbreekt gaat het proces alsnog niet lopen. Ik vergelijk het weleens met een gatenkaas: het is niet de hoeveelheid kaas die telt, het is waar de gaten zitten. Reactie twee: de bocht naar je energiefabriekjes De tweede reactie speelt zich af in je mitochondriën. Dat zijn de energiefabriekjes in je cellen, en daar wordt uit je voeding de energie gemaakt waar je de hele dag op draait. Die energie heet ATP, en dat is de universele stroom van je lichaam. Om je een idee te geven van de schaal: iemand van rond de zeventig kilo maakt en verbruikt per dag ongeveer vijfenzestig kilo aan ATP. Dat molecuul wordt de hele dag door opnieuw opgeladen. In die fabriekjes draait een kringloop die de citroenzuurcyclus heet. Daar worden koolhydraten, vetten en eiwitten stap voor stap afgebroken, en bij elke stap komt er energie vrij die wordt opgevangen. Twee rondjes van die cyclus leveren uit één molecuul glucose zesendertig eenheden ATP op. Uit een vetzuur haal je er nog veel meer. En hier komt B12 om de hoek kijken. Als je lichaam bepaalde vetzuren en eiwitten wil verbranden, ontstaat er onderweg een tussenproduct dat methylmalonyl-CoA heet. Dat kan de cyclus nog niet in. Het moet eerst worden omgebouwd tot succinyl-CoA, en pas dan mag het instappen. Die ombouw is reactie twee, en die heeft vitamine B12 nodig. Zie het als een oprit naar de snelweg. De cyclus draait, en die brandstof staat ernaast te wachten. B12 is degene die de slagboom omhoog doet, zodat het mee kan draaien in de fabriek. Gaat die slagboom niet omhoog, dan blijft er brandstof staan die je niet gebruikt. Wat ik hier graag bij vertel: ATP heeft magnesium nodig om biologisch actief te worden. Zonder magnesium kan ATP zijn energie niet afgeven. Dus ook op deze plek is het weer een team, en niet één held. Waarom die twee reacties zo veel raken Twee reacties, en toch komt B12 in zo veel verhalen terug. Dat komt doordat allebei die reacties heel hoog in de keten zitten. Je ziet ze terug bij: Je energie. Via de citroenzuurcyclus in je mitochondriën, waar de energie uit je voeding wordt vrijgemaakt. Je zenuwstelsel. Om je zenuwen zit een vettige isolatielaag, de myelineschede. Je moet je een zenuw voorstellen als een stroomdraad, en om een stroomdraad hoort een rubberen omhulsel. Dat omhulsel wordt onderhouden met behulp van de methylkringloop. Ligt de stroomdraad bloot, dan raakt een zenuw sneller overprikkeld. Je hoofd. Neurotransmitters worden gemaakt en weer afgebroken via methylering. Diezelfde kringloop dus. Je bloed. Rode bloedcellen worden voortdurend nieuw aangemaakt, en daar zijn B12, folaat en B6 alle drie bij betrokken. Je DNA. Elke keer dat een cel zich deelt, moet het DNA netjes worden gekopieerd en van de juiste schakelaars voorzien. Ook dat loopt via methylering. Wat ik je hiervan graag wil meegeven Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dan zijn dat B12 een teamspeler is. Het doet twee dingen, en het doet die twee dingen alleen samen met folaat, met B6 en met een reeks mineralen die eromheen staan. Daarom kijk ik in mijn werk nooit naar één vitamine op zichzelf, maar naar het geheel van wat er op je bord ligt. En daarmee komen we bij de logische volgende vraag: waar zit die B12 dan in, en hoeveel haal je uit een gewone dag eten? Dat is precies waar het tweede artikel over gaat. Lees ook Waar zit vitamine B12 in? Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit

Learn more
Flatlay met makreel, eieren, kaas, yoghurt en rundvlees

Waar zit vitamine B12 in?

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel liepen we langs de twee reacties waar vitamine B12 in je lichaam voor nodig is. Nu de praktische vraag die daarop volgt en die ik ook het vaakst krijg: waar zit het in? Want je maakt B12 niet zelf aan, dus alles wat je ervan hebt komt van je bord. In dit artikel loop ik de bronnen met je langs, van rijk naar minder rijk, met wat je er in een gewone week praktisch mee kunt. Ik ga ook in op de plantaardige kant, want daar zit een addertje onder het gras dat veel mensen niet kennen. Waar B12 vandaan komt Iets wat weinig mensen weten: geen enkele plant en geen enkel dier maakt vitamine B12 zelf aan. Het wordt gemaakt door bacteriën. Koeien, schapen en ander herkauwend vee hebben een spijsverteringsstelsel waarin die bacteriën huizen, en het B12 dat daar wordt gemaakt hoopt zich vervolgens op in hun weefsel. Zo komt het in vlees, in orgaanvlees, in melk en in eieren terecht. Vissen krijgen het binnen via het voedsel in het water, en slaan het op in hun spierweefsel en lever. Schelpdieren filteren de hele dag water en verzamelen zo veel van de bacteriën die het maken. Daarom zijn juist schelpdieren zo rijk. Als je dat weet, snap je meteen waarom de lijst met bronnen eruitziet zoals hij eruitziet, en waarom plantaardige voeding hier een ander verhaal is. De rijkste bronnen op een rij Ik zet ze in volgorde, van de allerrijkste naar de dagelijkse basis. Orgaanvlees Lever staat met afstand bovenaan. Een kleine portie levert een veelvoud van wat je op een dag nodig hebt. Ik weet dat lever niet bij iedereen op het menu staat, en dat hoeft ook niet. Maar mocht je het lekker vinden: één keer in de twee weken een portie doet in dit verhaal al ontzettend veel. Schelp- en schaaldieren Mosselen, oesters, kokkels en venusschelpen zitten er vol mee, om de reden die ik hierboven noemde. Een pan mosselen is in dit opzicht een uitschieter. Garnalen en krab zitten er ook goed in, iets lager dan mosselen. Vette vis Makreel, haring, zalm, sardines en tonijn zijn stevige bronnen. Een portie makreel of haring dekt de dagelijkse hoeveelheid ruimschoots. Het mooie van vette vis is dat je er tegelijk je omega 3-vetzuren mee binnenhaalt, dus je slaat twee vliegen in één klap. Twee keer per week vis is een gewoonte die op meer plekken in je lichaam terugkomt dan alleen hier. Vlees en gevogelte Rundvlees, lamsvlees en wild zitten er duidelijk hoger in dan kip en varkensvlees, maar ook die laatste leveren gewoon een bijdrage. Wild is een categorie die vaak vergeten wordt en die van nature rijk is. Eieren Een ei levert een bescheiden hoeveelheid, en de B12 zit vooral in de dooier. Twee eieren bij het ontbijt is geen uitschieter, maar wel een prima dagelijkse basis. Ik vind eieren daarom praktisch: ze zijn makkelijk, ze zijn goedkoop en je kunt ze overal kwijt. Zuivel Melk, yoghurt, kwark en kaas leveren allemaal een deel. Een schaal yoghurt met een portie kaas erbij op een dag telt gewoon mee. Zuivel is misschien niet de rijkste bron, maar wel de bron die bij veel mensen elke dag terugkomt, en dat maakt hem in de praktijk waardevol. Hoeveel heb je er per dag van nodig? De dagelijkse referentie-inname voor volwassenen is klein, we praten over enkele microgrammen. Een microgram is een miljoenste gram, dus dat is werkelijk een minuscule hoeveelheid. Dat lijkt geruststellend, en tegelijk is het precies waarom de opname zo bepalend is: als er van zo'n kleine hoeveelheid onderweg iets verloren gaat, tikt dat door. Ik geef in de praktijk liever een ritme mee dan een rekensom. Twee keer per week vis, een paar keer per week vlees of eieren, dagelijks wat zuivel, en af en toe iets uit de rijkere hoek zoals mosselen of lever. Dan zit je op je bord goed. De plantaardige kant, en het addertje Hier wordt het interessant. Op internet kom je lijstjes tegen waarop zeewier, algen zoals spirulina, tempé, paddenstoelen en gefermenteerde producten worden genoemd als plantaardige bron. Dat klopt niet helemaal, en het is goed om te weten waarom. In die producten zitten stoffen die op vitamine B12 lijken. We noemen ze analogen, of pseudo-B12. Ze passen wel op de plek waar B12 hoort, maar ze doen het werk niet dat B12 doet. Sterker nog, ze kunnen die plek bezet houden. Op een laboratoriummeting kunnen ze zelfs meetellen, waardoor een uitslag hoger uitvalt dan wat er werkelijk bruikbaar is. Wat wél een echte plantaardige route is: verrijkte producten. Denk aan plantaardige dranken waar B12 aan is toegevoegd, sommige vleesvervangers, en voedingsgist in de verrijkte variant. Daar is dus echte B12 aan toegevoegd. Lees het etiket, want niet elk merk doet dit, en het verschilt ook per smaakvariant binnen hetzelfde merk. Dat is een controle die zo gedaan is en die veel scheelt. Bereiden en bewaren Vitamine B12 is wateroplosbaar, en dat heeft twee gevolgen die je in de keuken kunt gebruiken. Het eerste: een deel lost op in het vocht. Als je vis pocheert of vlees stooft, verdwijnt er iets in het kookvocht. Verwerk dat vocht dus in je saus of je soep in plaats van het weg te gooien. Zo simpel, en het scheelt gewoon. Het tweede: lang en fel verhitten kost een deel van de vitamine. Kort bakken of stomen houdt meer over dan een uur laten sudderen of iets langdurig in de magnetron opwarmen. Ik ben er zelf niet dogmatisch in, want een stoofpot hoort er ook gewoon bij. Maar als je vaak alles heel lang verhit, is het goed om dit te weten. En over bewaren: B12 is redelijk stabiel in de koelkast en in de vriezer. Daar hoef je je dus niet druk om te maken. De voorraad in je lever Nog iets wat B12 bijzonder maakt: je lichaam legt er een voorraad van aan, vooral in je lever. Bij de meeste wateroplosbare vitaminen gebeurt dat nauwelijks, die plas je gewoon uit. Bij B12 gaat die voorraad juist langere tijd mee. Dat is fijn, want het maakt je systeem robuust. Het heeft ook een andere kant: als je aanvoer via je voeding terugloopt, merk je dat pas laat, want je teert eerst rustig op je reserve. Wat ik daarom vaak zeg: kijk niet alleen naar hoe je vandaag eet, maar naar wat je maandenlang gewend bent te eten. Dat patroon is wat telt. En dan de vraag die hierop volgt Je kunt het allemaal keurig op je bord hebben liggen en toch weinig van die B12 in je cellen krijgen. Want tussen je bord en je cel zit een route waarop van alles gebeurt, en die route is bij B12 uitgebreider dan bij welke andere vitamine ook. Daar gaat het derde artikel over. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit

Learn more
Glas water met citroen op een licht aanrechtblad

Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen

◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat vitamine B12 in je lichaam doet en waar het in zit. Nu het stuk dat er in de praktijk vaak het meeste toe doet: de route van je bord naar je cel. Want B12 heeft van alle vitaminen misschien wel de meest omslachtige route, met de meeste plekken waar het kan haperen. Ik loop die route met je langs, stap voor stap, en geef je onderweg de dingen mee die je er zelf aan kunt doen. De route in vijf stappen Vereenvoudigd gaat het zo: In je voeding zit B12 vastgeplakt aan eiwit. Het moet daar eerst van los. Dat losmaken gebeurt in je maag, met behulp van maagzuur en verteringsenzymen. In diezelfde maag wordt een transporteiwit aangemaakt dat de intrinsic factor heet. Dat pakt de B12 op. Dat duo reist door naar het laatste stuk van je dunne darm. Alleen daar, op die specifieke plek, wordt B12 opgenomen. Vanaf daar gaat het via je bloedbaan naar je cellen, waar het pas kan worden gebruikt. Vijf stappen, en op elk van die stappen kan iets minder soepel lopen. Daarom is dit een verhaal waarin niet alleen telt wat je eet, maar ook hoe je vertering ervoor staat. Stap één en twee: je maagzuur Je maagzuur moet echt zuur zijn. We praten over een zuurgraad van ongeveer twee tot drie. Dat klinkt streng en dat is het ook, want dat zuur heeft meerdere taken tegelijk: het maakt eiwitten toegankelijk, het activeert verteringsenzymen, het maakt B12 los van het eiwit waar het aan zit, en het houdt bacteriën tegen die verderop niet thuishoren. Is dat maagsap minder zuur, dan gaat dat losmaken minder goed. En hier zit iets waar veel mensen zich in vergissen: de signalen van te weinig maagzuur en die van te veel maagzuur lijken sterk op elkaar. Een vol, opgeblazen gevoel na het eten wordt vaak uitgelegd als te veel zuur, terwijl het net zo goed het omgekeerde kan zijn. Wat de zuurgraad van je maagsap beïnvloedt Ouder worden. Vanaf een jaar of vijftig neemt de aanmaak van maagzuur bij veel mensen geleidelijk af. Dat gaat zo langzaam dat je het niet merkt gebeuren. Stress. Je vertering staat onder leiding van je nervus vagus, de zenuw die je lichaam in de ruststand zet. Bij langdurige spanning wordt die zenuw geremd, en dan kan de aanmaak van verteringssappen fors teruglopen. Eten terwijl je gehaast of gespannen bent is dus letterlijk minder goed verteren. Maagzuurremmers. Die doen precies wat de naam zegt. Als je ze gebruikt, is het goed om te weten dat dit meespeelt in dit verhaal. Een bacterie in de maag, Helicobacter pylori, die de maagwand kan irriteren en de zuurproductie beïnvloedt. Een maagverkleining of een bypass, waarbij een deel van de maag niet meer meedoet. Wat je hier zelf aan kunt doen Een paar dingen die ik in mijn werk vaak meegeef, en die je gewoon kunt uitproberen: Eet in de ruststand. Ga zitten, leg je telefoon weg, en neem drie rustige ademhalingen voordat je begint. Dit klinkt zweverig en het is het niet: je zet er je vertering letterlijk mee aan. Kauw langer dan je gewend bent. Je vertering begint in je mond, en wat daar goed wordt fijngemaakt hoeft je maag niet meer te doen. Een scheutje appelazijn of wat citroensap in water, vlak voor de maaltijd. Dit werkt alleen als je het regelmatig doet, dus als vast gewoontetje voor het eten, niet één keer. Bittere smaken vooraf. Denk aan witlof, rucola, radicchio of een paar blaadjes andijvie. Bitter zet je vertering in gang, en dat is precies waarom een aperitief van oorsprong bitter was. Drink niet te veel tijdens het eten. Een glas is prima, een liter verdunt je maagsap. Verteringsenzymen kunnen bij een tragere vertering fijn zijn, zeker als je ouder wordt. Gebruik je maagzuurremmers, stop daar dan nooit zomaar mee. Dat is echt iets om samen met je arts te bekijken, eventueel met een orthomoleculair therapeut ernaast die met je meedenkt over de aanpak. Stap drie: de intrinsic factor Dit is het stukje dat B12 uniek maakt. Er is geen andere vitamine die een eigen transporteiwit nodig heeft om te worden opgenomen. Die intrinsic factor wordt aangemaakt door dezelfde cellen in je maagwand die ook het maagzuur maken. En dat verklaart waarom de twee vaak samen oplopen: gaat de zuurproductie omlaag, dan gaat de aanmaak van dat transporteiwit meestal mee. Je kunt dus keurig B12 op je bord hebben en er weinig van meekrijgen, simpelweg omdat het busje ontbreekt dat het moet vervoeren. Dat is voor mij altijd het duidelijkste voorbeeld van iets wat ik vaak zeg: het gaat niet om wat je binnenkrijgt, het gaat om wat je opneemt. Stap vier: je darm De opname gebeurt op één specifieke plek, helemaal aan het einde van je dunne darm. Dat is een klein stukje, en het moet in goede conditie zijn. Wat daar meespeelt: De conditie van je darmwand. Een geïrriteerde darm neemt minder goed op dan een rustige. Je darmflora. Een gunstige samenstelling helpt bij de opname. Vezels uit groente, fruit, peulvruchten en volkoren producten zijn wat die bacteriën voeden, en gefermenteerde producten zoals yoghurt, kefir en zuurkool dragen bij aan de variatie. Bacteriën op de verkeerde plek. Als de maag minder zuur is, glippen er bacteriën door die normaal tegengehouden zouden worden. Die nestelen zich hogerop in de dunne darm, waar ze niet horen, en gaan daar meedoen aan de vertering. Je merkt dat aan gas en een opgezette buik na het eten. Wat daarbij extra vervelend is: die bacteriën verbruiken zelf ook B12. Een reeks antibioticakuren. Hoe meer kuren, hoe langer het duurt voordat het darmmilieu weer op orde is. De rekensom die je moet kennen Er is nog iets wat de route beperkt. Je lichaam kan per keer maar een klein deel van de aangeboden B12 via die intrinsic-factor-route opnemen. Van wat er in één keer voorbijkomt, gaat het om een paar procent. Dat betekent twee dingen. Ten eerste: verdelen over de dag levert meer op dan alles in één maaltijd proppen. Ten tweede: bij grotere hoeveelheden speelt er nog een tweede route mee. Een klein percentage van B12 kan namelijk ook zonder transporteiwit direct door de slijmvliezen worden opgenomen. Die tweede route is inefficiënt, maar hij is er, en hij is precies de reden dat bepaalde vormen van aanvullen zo hoog gedoseerd zijn. Wanneer de route meer aandacht vraagt Er zijn situaties waarin deze route van nature wat meer aandacht vraagt. Bij het ouder worden, omdat de maagzuurproductie afneemt. Bij langdurige spanning, want dan verbruikt je lichaam meer van allerlei vitaminen en mineralen, waaronder B12 en magnesium. Bij een plantaardig voedingspatroon, omdat de bronnen dan simpelweg schaarser zijn. En bij een maagoperatie of een darmaandoening, omdat er dan een schakel in de route ontbreekt. Herken je jezelf hierin, ga er dan eens goed voor zitten met iemand die met je meekijkt. Dat is geen luxe, dat is gewoon slim. Wat dit betekent voor de manier waarop je aanvult Als de flessenhals in de maag zit, dan is het logisch om te kijken naar een route die de maag omzeilt. Dat kan door B12 via het mondslijmvlies op te nemen, met een zuigtablet die je onder je tong laat smelten. Wat me daarbij belangrijk lijkt: dan moet je hem ook echt laten smelten en niet doorslikken. Sabbelen dus, tot er niets meer van over is. In het laatste artikel van deze reeks breng ik alles samen: welke vorm je dan kiest, waarom folaat en vitamine B6 daarbij horen te staan, en hoe je dat praktisch aanpakt. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waar zit vitamine B12 in? Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit

Learn more
Vitamine B12

Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit

◷ 6 min leestijd In deze reeks hebben we een mooie route afgelegd. In het eerste artikel zag je dat er in je lichaam maar twee reacties zijn die vitamine B12 nodig hebben, en dat die twee wel je energiehuishouding, je zenuwen, je bloed en je DNA raken. In het tweede liepen we de bronnen op je bord langs. In het derde volgden we de route van je bord naar je cel, met alle plekken waar die route kan haperen. In dit laatste deel maak ik de stap naar het aanvullen. Want die twee actieve vormen van vitamine B12 waar het in dit hele verhaal om draait, samen met folaat en vitamine B6 die ernaast horen te staan, dat is precies wat wij bij ScKIN in Vitamin B12+ hebben gezet. Kort samengevat: om welke stoffen het gaat Drie stoffen kwamen in deze reeks steeds terug, en ze werken alle drie in dezelfde processen. Vitamine B12. Nodig voor de twee reacties uit het eerste artikel: het rondmaken van de methylkringloop, en het openzetten van de oprit naar de citroenzuurcyclus in je energiefabriekjes. Folaat. De natuurlijke vorm van foliumzuur, die de methylgroep aanlevert waar B12 vervolgens mee werkt. Zonder folaat heeft B12 in die kringloop niets om over te dragen. Vitamine B6. Draait mee in de tak waarin homocysteïne juist wordt afgevoerd, en werkt daarnaast op tientallen andere plekken in je eiwitstofwisseling. Ik zeg altijd: deze drie hoor je bij elkaar te zetten, want ze werken aan hetzelfde proces. Eén ervan losweken heeft weinig zin. Wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit Eén zuigtablet per dag bevat: 20.000 mcg vitamine B12, in twee actieve vormen: 10.000 mcg methylcobalamine en 10.000 mcg adenosylcobalamine. Dat zijn de vormen die kant en klaar zijn voor in de cel, dus zonder omzettingsstappen vooraf. 400 mcg folaat als 5-MTHF quatrefolic, de direct actieve foliumvorm. Dat is 200% van de referentie-inname. 2,8 mg vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat, oftewel P5P, ook de actieve vorm. Ook dat is 200% van de referentie-inname. Zwarte bessen extract, als onderdeel van de complete formule. Waarom twee B12-vormen naast elkaar? Omdat ze in de cel op een andere plek meedraaien. Methylcobalamine hoort thuis in de methylkringloop uit het eerste artikel, en adenosylcobalamine werkt in de mitochondriën, bij de citroenzuurcyclus. Twee reacties, twee vormen die er allebei bij horen. Zo hebben we hem opgebouwd. Waarom een zuigtablet, en hoe je hem inneemt In het derde artikel zag je dat de flessenhals bij B12 vaak in de maag zit: het maagzuur en het transporteiwit dat daar wordt aangemaakt. Een zuigtablet die onder de tong smelt, wordt opgenomen via het slijmvlies in je mond. Dat is een toedieningsvorm, geen wondermiddel, en het is precies de reden dat we voor deze vorm hebben gekozen. Belangrijk is dan wel dat je hem echt laat smelten. Wat vaak gebeurt is dat mensen hem doorslikken, en dan gaat hij alsnog de hele route door je maag en darmen. Dus: sabbelen, sabbelen, sabbelen, tot er niets meer van over is. Eén zuigtablet per dag is voldoende. Wat deze voedingsstoffen doen Dit is waar ik graag precies ben, want over vitaminen wordt van alles beweerd. Dit zijn de erkende bijdragen van de stoffen die in Vitamin B12+ zitten. Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid.1 Vitamine B12 draagt bij tot de normale werking van het zenuwstelsel en tot een normale psychologische functie.1 Vitamine B12 is goed voor het concentratievermogen en goed voor het geheugen.1 Daarnaast draagt vitamine B12 bij tot een normale vorming van rode bloedcellen, tot een normaal metabolisme van homocysteïne, tot een normale celdeling en tot de normale werking van het immuunsysteem.1 Folaat draagt bij aan normale bloedaanmaak en aan een normale celdeling.2 Folaat helpt vermoeidheid te verminderen en draagt bij aan een normaal homocysteïnemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.3 Vitamine B6 draagt daarnaast bij aan een normale psychologische functie, aan de normale regulering van de hormoonhuishouding en aan een normaal homocysteïnemetabolisme.3 Als je die drie rijtjes naast elkaar legt, zie je de overlap meteen: homocysteïne, celdeling, bloedaanmaak, zenuwstelsel, vermoeidheid. Dat is geen toeval. Dat is precies de kringloop uit het eerste artikel, waar deze drie stoffen samen in werken. Voor wie het praktisch is Uit deze reeks komt vanzelf een aantal situaties naar voren waarin het prettig kan zijn om je voeding hierin aan te vullen. Bij een plantaardig of overwegend plantaardig voedingspatroon, omdat de bronnen dan schaarser zijn. Vitamin B12+ is helemaal plantaardig, dus dat sluit mooi aan. Bij het ouder worden, vanaf een jaar of vijftig, wanneer de maagzuurproductie geleidelijk afneemt. In periodes waarin je langere tijd in de hoogste versnelling staat, want dan verbruikt je lichaam meer van allerlei vitaminen en mineralen tegelijk. En bij een vertering die om welke reden dan ook wat extra aandacht vraagt. Zie het altijd als een aanvulling naast wat je eet, niet als een vervanging ervan. Vis, eieren, vlees en zuivel blijven gewoon je basis. Een supplement is er voor het stuk dat je daarnaast wilt borgen. Bekijk ScKIN Vitamin B12+ Tot slot Wat ik hoop dat je uit deze vier artikelen meeneemt, is vooral het begrip. Dat je snapt waarom B12 zo'n omslachtige route aflegt, waarom het nooit alleen werkt, en waarom de vorm en de manier van innemen ertoe doen. Als je dat eenmaal doorhebt, ga je zelf veel betere afwegingen maken dan wanneer je alleen een advies volgt. Kom je er niet uit, vraag dan gerust advies. We helpen je heel graag verder. 1 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid, tot de normale werking van het zenuwstelsel, tot een normale psychologische functie, tot een normale vorming van rode bloedcellen, tot een normaal metabolisme van homocysteïne, tot een normale celdeling en tot de normale werking van het immuunsysteem. Vitamine B12 is goed voor het concentratievermogen en goed voor het geheugen. Vitamine B12 (20.000 mcg totaal) per dagdosering. 2 Folaat draagt bij aan normale bloedaanmaak, aan een normale celdeling, aan een normaal homocysteïnemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem, en helpt vermoeidheid te verminderen. Folaat als 5-MTHF quatrefolic (400 mcg, 200% RI) per dagdosering. 3 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling, aan een normale psychologische functie, aan de normale regulering van de hormoonhuishouding en aan een normaal homocysteïnemetabolisme, en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg, 200% RI) per dagdosering. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Niet geschikt voor kinderen tot en met 3 jaar. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waar zit vitamine B12 in? Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen

Learn more
Flatlay met verse voeding rijk aan vitamine B12

Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12

◷ 7 min leestijd Vitamine B12 is zo'n vitamine waar iedereen wel eens van gehoord heeft, maar waar veel mensen eigenlijk niet zo goed van weten wat het nou precies doet. En wat nog minder bekend is: er bestaan meerdere vormen van B12, en die vormen verschillen best wel van elkaar. In dit artikel neem ik je mee in die verschillende vormen, want als je begrijpt hoe ze van elkaar verschillen, snap je ook waarom het ene supplement iets heel anders is dan het andere. Ik doe dit vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI, waar we altijd kijken naar hoe je lichaam met een stof aan de slag gaat. Niet alleen wat je binnenkrijgt, maar wat je lichaam ermee kan. En juist bij B12 is dat een heel mooi voorbeeld, want daar zit het grote verschil. Even kort: wat is vitamine B12 eigenlijk Vitamine B12 is een in water oplosbare vitamine die je lichaam nodig heeft voor een hele reeks processen. Het speelt onder andere een rol bij je energiehuishouding, bij je zenuwen, bij de aanmaak van rode bloedcellen en bij de opbouw van je DNA. Je lichaam maakt B12 niet zelf aan, dus je bent voor je B12 afhankelijk van wat je binnenkrijgt. Van nature zit het vooral in dierlijke producten zoals vlees, vis, ei en zuivel. Tot zover is het een gewone vitamine. Maar dan komt het interessante deel, want B12 komt in verschillende chemische jasjes voor, en dat jasje bepaalt hoeveel werk je lichaam nog moet verzetten voordat het er iets mee kan. De vormen op een rij Je moet je voorstellen dat je lichaam pas echt iets aan B12 heeft op het moment dat het in de cel zit, in een vorm die daar meteen bruikbaar is. Ik noem dat altijd hapklaar voor in de cel. Sommige vormen van B12 zijn dat al vanaf het begin, en andere vormen moeten eerst nog een aantal keer omgezet worden voordat ze zover zijn. Cyanocobalamine Cyanocobalamine is de synthetische vorm. Je komt hem veel tegen in gewone multivitamines, en in een lage dosering is dat op zich prima. Er is ook veel onderzoek naar gedaan. Alleen heeft deze vorm nog vier omzettingsstappen nodig in je lichaam voordat hij bruikbaar is in de cel. Vier keer moet je lichaam er dus nog iets mee doen, en bij elk van die stappen kan het wat soepeler of wat stroever lopen, afhankelijk van hoe je lichaam ervoor staat. Hydroxocobalamine Hydroxocobalamine is wel een natuurlijke vorm, en je ziet hem vaak terug bij injecties. Deze vorm heeft nog drie omzettingsstappen nodig voordat je cel ermee aan de slag kan. Ook hier geldt weer: elke stap is een moment waarop het proces kan haperen. Methylcobalamine En dan komen we bij de vormen waar mijn eigen voorkeur naar uitgaat: de actieve vormen. Methylcobalamine is er daar een van. Deze vorm is natuurlijk en hoeft nul keer omgezet te worden. Hij is meteen hapklaar voor in de cel. Methylcobalamine is vooral belangrijk voor je DNA, voor je hersenen en voor je zenuwen. Het woord methyl zit er niet voor niets in: het verwijst naar methylering, een proces dat ik in het tweede artikel wat verder uitleg en dat in vrijwel je hele lichaam meespeelt. Voor je zenuwen gebruik ik graag het beeld van een stroomdraad. Om een stroomdraad zit altijd een rubberen omhulsel, zodat de stroom netjes op zijn plek blijft en niet alle kanten op schiet. Rondom je zenuwen zit ook zo'n beschermend laagje, de myelineschede. Methylcobalamine speelt een rol bij dat hele verhaal van zenuwoverdracht, en die vettige structuren zitten trouwens ook in je hersenen. Vandaar dat B12 wel eens de brain vitamin genoemd wordt. Adenosylcobalamine De tweede actieve vorm is adenosylcobalamine. Ook natuurlijk, ook nul omzettingsstappen, dus ook meteen bruikbaar in de cel. Waar methylcobalamine vooral in het DNA- en zenuwverhaal actief is, werkt adenosylcobalamine met name in je energiehuishouding. Het is actief in je mitochondriën, en die noem ik altijd de energiefabriekjes van je cellen. Daar wordt je energie gemaakt, en adenosylcobalamine draait daar middenin mee. Wat ik zo mooi vind aan deze twee actieve vormen samen, is dat ze elkaar aanvullen. De een zit meer op het spoor van je zenuwen en je DNA, de ander meer op het spoor van je energie. Samen dekken ze een breed veld af. Waar B12 van nature vandaan komt Voordat we naar de vorm in supplementen kijken, is het goed om te weten waar B12 van nature zit. Dat is vooral in dierlijke producten: vlees, vis, ei en zuivel. Planten bevatten er nauwelijks tot geen bruikbare B12. Dat verklaart waarom mensen die plantaardig eten er vaak bewust voor kiezen om B12 aan te vullen, want die hoek van de voeding valt bij hen simpelweg weg. Hetzelfde geldt in mindere mate naarmate we ouder worden, omdat ons lichaam de B12 uit voeding dan wat minder makkelijk oppakt. Dat is geen alarm, gewoon iets om te weten, en het maakt het extra interessant om te snappen in welke vorm je B12 dan het beste aanvult. Actief betekent: klaar voor gebruik Ik gebruik het woord actief steeds, dus laat ik het nog even scherp neerzetten. Een actieve vorm is een vorm die je lichaam niet meer hoeft te bewerken. Hij ligt als het ware al in het goede jasje klaar om zijn werk in de cel te doen. Een niet-actieve vorm is niet slecht, maar hij staat nog een paar stations van de eindstreep af. Bij methylcobalamine en adenosylcobalamine sla je die stations over. Dat is de reden dat mijn eigen voorkeur naar die twee uitgaat: niet omdat de rest niet deugt, maar omdat je met de actieve vorm minder afhankelijk bent van hoe je lichaam er die dag voor staat. Waarom dit onderscheid ertoe doet Je zou kunnen denken: B12 is B12, wat maakt het uit welke vorm er in mijn supplement zit. Maar zoals je nu ziet, zit het verschil hem in het aantal stappen dat je lichaam nog moet zetten. Een vorm met vier omzettingsstappen vraagt meer van je lichaam dan een vorm die al meteen klaarligt voor de cel. En bij ieder van die stappen speelt mee hoe jouw lichaam er op dat moment voor staat: hoe je spijsvertering loopt, of je veel op je bord hebt, of je lekker in je vel zit. In de praktijk merk ik dat dit onderscheid mensen echt helpt om bewustere keuzes te maken. Niet omdat de ene vorm per se moet, maar omdat het fijn is om te snappen wat je binnenkrijgt en wat je lichaam er nog mee moet doen. Wat je hiervan meeneemt De kern van dit eerste artikel: B12 bestaat in meerdere vormen, en die verschillen in hoeveel bewerking je lichaam nog moet uitvoeren. Cyanocobalamine en hydroxocobalamine hebben nog respectievelijk vier en drie omzettingsstappen nodig. Methylcobalamine en adenosylcobalamine zijn de actieve vormen die meteen hapklaar zijn voor in de cel, waarbij de een vooral in het zenuw- en DNA-verhaal meedraait en de ander in je energiehuishouding. In het volgende artikel ga ik dieper in op de opname: waarom die omzettingsstappen zo bepalend zijn, en wat er in je lichaam gebeurt tussen het moment dat je B12 binnenkrijgt en het moment dat je cel er iets mee kan. Lees ook Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+

Learn more
Vitamine B12 opname

Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname

◷ 6 min leestijd In het eerste artikel zag je dat B12 in verschillende vormen bestaat, en dat die vormen verschillen in het aantal omzettingsstappen dat je lichaam nog moet zetten. In dit tweede deel gaan we een laag dieper. Want die stappen klinken misschien abstract, en ik wil je laten voelen waarom ze in de praktijk zoveel uitmaken voor wat er uiteindelijk in je cellen terechtkomt. Een stof binnenkrijgen is niet hetzelfde als hem gebruiken Dit is eigenlijk het hart van hoe wij binnen de kPNI naar voeding kijken. Wat er op het etiket staat, is wat je binnenkrijgt. Maar wat je lichaam er daadwerkelijk mee kan, is een ander verhaal. Tussen die twee zit een heel traject van omzetten, vervoeren en activeren, en op elk punt in dat traject kan het soepel of stroef lopen. Ik gebruik daar graag het beeld van een lopende band voor. Stel je een lopende band voor waar een product langskomt en bij elk station een bewerking krijgt. Loopt die band lekker door, dan komt er aan het eind een keurig eindproduct uit. Maar hapert er ergens een station, dan stokt de hele band en blijft er van alles liggen. Zo werkt het ook met de omzetting van een vitamine: elke omzettingsstap is een station, en elk station moet zijn werk kunnen doen. Waarom die omzettingsstappen kwetsbaar zijn Elke omzettingsstap in je lichaam heeft hulpstoffen nodig om te kunnen draaien. Dat zijn vaak andere vitamines en mineralen, die we cofactoren noemen. Zie een cofactor als een meewerker die nodig is om een stap uit te voeren. Is zo'n meewerker even niet goed op zijn plek, dan komt die ene stap moeizamer op gang. Nu snap je waarom het uitmaakt of een vorm nog vier stappen te gaan heeft of nul. Bij cyanocobalamine, de synthetische vorm, staan er nog vier van die stations op de band. Bij hydroxocobalamine nog drie. Elk station is een plek waar het kan haperen. Bij de actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine, is de band als het ware al doorlopen: die stof is al hapklaar voor in de cel en hoeft niet meer omgezet te worden. Daarmee ben je een stuk minder afhankelijk van of al die tussenstappen op dat moment goed lopen. En hoe soepel die band draait, verschilt echt per persoon en per periode. Spanning, hoe je spijsvertering loopt, wat er op je bord ligt, hoe je slaapt: het speelt allemaal mee in hoe vlot je lichaam die omzettingen doet. In een drukke, hectische tijd verbruik je bovendien meer van allerlei vitamines en mineralen, dus dan vraagt je lichaam ook wat meer. Dat is precies waarom een vorm die al klaarligt in zulke periodes zo prettig kan zijn: je bent dan minder afhankelijk van of net alle stations lekker meedraaien. Methylering: het proces achter de vorm Ik beloofde je in het vorige artikel wat meer uitleg over dat woord methyl in methylcobalamine, en dat wil ik hier geven, want het is echt de moeite waard. Methylering is een proces waarbij je lichaam een klein bouwsteentje, een methylgroep, aan van alles vastmaakt: aan je DNA, aan bepaalde stoffen, aan boodschapperstofjes in je hoofd. Je kunt die methylgroepjes zien als een soort schakelaars. Door zo'n groepje aan of af te koppelen, zet je lichaam bepaalde functies aan of juist uit. Dat gebeurt de hele dag door, op ontelbaar veel plekken in je lichaam, en het speelt een rol in bijna alle lichaamsfuncties. B12 is een van de stoffen die dit methyleringsproces mee mogelijk maken, samen met onder andere folaat en vitamine B6. Die drie werken vaak als een klein team samen. En dat verklaart meteen waarom je in goede supplementen niet alleen de actieve vorm van B12 tegenkomt, maar ook de actieve vormen van die andere twee. Folaat en B6 kennen ook een actieve vorm Precies hetzelfde principe van omzetting geldt namelijk voor folaat en vitamine B6. Ook die vitamines bestaan in een vorm die je lichaam eerst nog moet bewerken, en in een actieve vorm die al klaarligt. Bij folaat heet die actieve vorm 5-MTHF, ook wel de gemethyleerde vorm van folaat. Die is meteen bruikbaar, zonder dat je lichaam hem eerst hoeft om te zetten. Bij vitamine B6 is de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat, vaak afgekort tot P5P. Ook die ligt hapklaar. Kies je voor de actieve vormen van deze drie samen, dan geef je je lichaam een team dat meteen aan de slag kan, zonder eerst nog een rij omzettingsstappen te hoeven doorlopen. Het is geen alles of niets Ik wil hier wel iets belangrijks bij zeggen, want ik houd van eerlijk. Het is niet zo dat de niet-actieve vormen waardeloos zijn. Cyanocobalamine in een multivitamine doet gewoon zijn werk voor heel veel mensen, en er is veel onderzoek naar gedaan. Het punt is genuanceerder: hoe meer omzettingsstappen een vorm nog te gaan heeft, hoe meer je afhankelijk bent van of al die stappen bij jou soepel lopen. En dat kan per persoon en per periode verschillen. Voor wie daar meer zekerheid in wil, zijn de actieve vormen een prettige keuze, omdat je die tussenstappen simpelweg overslaat. Wat dit praktisch voor je keuze betekent Als je een B12 uitzoekt, loont het dus om verder te kijken dan alleen het getal op de verpakking. Een hoog aantal microgrammen zegt iets over hoeveel erin zit, maar niet in welke vorm en dus niet over hoeveel werk je lichaam er nog mee heeft. Kijk daarom op het etiket welke vorm er wordt gebruikt. Zie je methylcobalamine en adenosylcobalamine staan, dan weet je dat je de actieve vormen in handen hebt. Zie je bij folaat de aanduiding 5-MTHF en bij B6 de P5P-vorm, dan geldt hetzelfde voor die twee. Ik zeg altijd: het gaat niet om zoveel mogelijk, het gaat om zo bruikbaar mogelijk. Een vorm die je lichaam meteen kan gebruiken, heb je in verhouding minder van nodig om hetzelfde effect te bereiken, simpelweg omdat er onderweg niets verloren gaat aan omzetting. Dat is een prettiger uitgangspunt dan een grote hoeveelheid van een vorm die nog een hele band moet doorlopen. Wat je hiervan meeneemt Een stof binnenkrijgen en een stof kunnen gebruiken zijn twee verschillende dingen. Tussen die twee zit een lopende band van omzettingsstappen, en elke stap heeft cofactoren nodig om te draaien. Hoe minder stappen een vorm nog te gaan heeft, hoe minder er onderweg kan haperen. De actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine voor B12, plus 5-MTHF voor folaat en P5P voor B6, zijn al hapklaar voor in de cel. In het laatste inhoudelijke artikel van deze reeks kijken we naar de route zelf: hoe B12 je lichaam binnenkomt, en waarom het nogal uitmaakt of dat via je spijsvertering gaat, via een zuigtablet onder je tong, of via een injectie. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+

Learn more
Vitamine B12 van ScKIN Nutrition

De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+

◷ 6 min leestijd In deze reeks hebben we een mooie route afgelegd. In het eerste artikel keken we naar de verschillende vormen van B12 en het verschil tussen de niet-actieve en de actieve vormen. In het tweede zag je waarom die omzettingsstappen zo bepalend zijn, en hoe methylcobalamine, adenosylcobalamine, folaat en B6 samen een team vormen. In het derde artikel liepen we de routes langs waarlangs B12 je lichaam bereikt. In dit laatste deel breng ik alles samen en laat ik zien hoe wij deze inzichten bij ScKIN hebben vertaald naar een eigen B12. Kort samengevat wat we hebben gezien De vorm van B12 bepaalt hoeveel werk je lichaam nog moet verzetten. De synthetische vorm heeft nog vier omzettingsstappen te gaan, hydroxocobalamine nog drie. De twee actieve vormen, methylcobalamine en adenosylcobalamine, zijn meteen hapklaar voor in de cel: de een draait vooral mee in het zenuw- en DNA-verhaal, de ander in je energiehuishouding. En de manier van innemen maakt uit: een zuigtablet onder de tong omzeilt een groot deel van de spijsvertering. Als je die twee dingen combineert, de actieve vorm en de opname via het mondslijmvlies, dan sla je een hoop tussenstappen in één keer over. En dat is precies het idee achter onze eigen B12. ScKIN Vitamin B12+ Onze Vitamin B12+ combineert de twee actieve B12-vormen die in deze reeks steeds terugkwamen: methylcobalamine en adenosylcobalamine, samen goed voor 20.000 mcg per dagdosering. Beide vormen liggen hapklaar voor in de cel, zonder dat je lichaam ze eerst hoeft om te zetten. Daarnaast hebben we bewust ook de andere twee teamleden in de actieve vorm toegevoegd. Folaat zit erin als 5-MTHF, de direct bruikbare vorm, met 400 mcg per dagdosering. En vitamine B6 zit erin als pyridoxaal-5-fosfaat, de P5P-vorm, met 2,8 mg. Zo krijg je het hele team in de vorm die meteen aan de slag kan. Aangevuld met zwarte bessen extract, als onderdeel van de complete formule. En het formaat is een zuigtablet, precies om de reden die je in het derde artikel las. Je laat hem smelten onder je tong, zodat de opname via je mondslijmvlies verloopt en een groot deel van de spijsvertering wordt omzeild. Denk aan die tip: sabbelen, sabbelen, sabbelen, totdat er niets meer van over is, en niet doorslikken. Zuiver en plantaardig Nog iets waar we bewust op hebben gelet: de zuiverheid. Er zijn best veel zuigtabletten die suiker bevatten om ze lekker weg te laten smelten, soms zelfs als er zonder suiker op de verpakking staat, dus het loont altijd om het etiket goed te lezen. Onze Vitamin B12+ is suikervrij en helemaal plantaardig. Dat laatste is fijn om te weten voor wie plantaardig eet, want juist bij die manier van eten valt de natuurlijke B12 uit dierlijke producten weg en kan een zuivere, vegan aanvulling prettig zijn. De frisse smaak komt van kersenaroma en het zwarte bessen extract, zonder dat daar suiker voor nodig is. Waar deze vitamines aan bijdragen Nu de vorm en de route helder zijn, is het goed om te benoemen waar de vitamines in deze formule aan bijdragen. Deze bijdragen horen bij de stoffen zelf, dus bij vitamine B12, folaat en vitamine B6. Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en tot de normale werking van het zenuwstelsel.1 Vitamine B12 draagt daarnaast bij tot een normale psychologische functie en is goed voor het concentratievermogen.1 Ook draagt vitamine B12 bij tot een normale vorming van rode bloedcellen en tot de normale werking van het immuunsysteem.1 Folaat draagt bij aan een normale celdeling en helpt vermoeidheid te verminderen.2 En vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.3 Zo zie je dat de drie teamleden elkaar ook in hun bijdragen mooi aanvullen, rond dezelfde thema's: energie, zenuwen en een heldere geest. Bekijk Vitamin B12+ Voor wie dit prettig kan zijn Ik krijg vaak de vraag voor wie zo'n B12 nou fijn is. In de praktijk zie ik dat het aansluit bij mensen die plantaardig eten, omdat B12 van nature vooral in dierlijke producten zit. Ook mensen die wat ouder worden noem ik hier bewust, want de maagzuurproductie neemt met de jaren vanzelf wat af, waardoor de opname via de spijsvertering wat minder vlot verloopt. En verder is het gewoon prettig voor iedereen die zeker wil weten dat wat er binnenkomt ook meteen bruikbaar is. Geen van die groepen heeft iets bijzonders nodig, het is vooral fijn om te weten in welke situaties de actieve vorm en de sublinguale route hun voordeel laten zien. Praktisch in gebruik Je neemt een keer per dag een zuigtablet en laat die smelten onder je tong. Voor kinderen of bij een lichtere behoefte kun je de tablet breken en een halve of een kwart nemen, want de dosering leent zich daar goed voor. Zo doe je met een verpakking ook langer, wat prettig meegenomen is. En zoals bij elke route: drink er de dag door voldoende water bij, zes tot acht glazen is een prettige gewoonte. Zie deze B12 als een brede basis onder je dag, in de vorm die meteen bruikbaar is en via de route die een groot deel van de spijsvertering omzeilt. Geen vervanging van goede voeding, wel een manier om die basis breed te houden. Tot slot Als je een ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: bij B12 gaat het niet alleen om hoeveel er in zit, maar vooral om in welke vorm en via welke route. Snap je dat verschil, dan kun je veel bewuster kiezen wat bij jou past. En kom je er zelf niet helemaal uit, vraag dan gerust advies, we denken graag met je mee. 1 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid, tot de normale werking van het zenuwstelsel, tot een normale psychologische functie, is goed voor het concentratievermogen, draagt bij tot een normale vorming van rode bloedcellen en tot de normale werking van het immuunsysteem. Vitamine B12 (20.000 mcg totaal) per dagdosering. 2 Folaat draagt bij aan een normale celdeling en helpt vermoeidheid te verminderen. Folaat als 5-MTHF (400 mcg, 200% RI) per dagdosering. 3 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg, 200% RI) per dagdosering. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Niet geschikt voor kinderen tot en met 3 jaar. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt

Learn more
Vrouw met een glas water in een licht interieur

Zuigtablet, capsule of injectie: hoe B12 het lichaam bereikt

◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar de vormen van B12 en naar de omzettingsstappen die je lichaam moet zetten voordat het er iets mee kan. In dit derde deel gaat het over de route: hoe komt B12 eigenlijk je lichaam binnen, en waarom maakt het zoveel uit of dat via je spijsvertering gaat, onder je tong smelt, of via een injectie binnenkomt. Elke route heeft zijn eigen verhaal, met voordelen en aandachtspunten. De klassieke route: via de spijsvertering Als je B12 uit je voeding haalt, of als je een gewone capsule of tablet doorslikt, dan legt die B12 een flinke reis af. Het gaat via je slokdarm naar je maag, van je maag naar je darmen, en pas daarna, als alles goed gaat, komt het in je bloedbaan terecht en uiteindelijk in je cel. Onderweg gebeurt er van alles. In je maag heb je bijvoorbeeld een stofje nodig dat intrinsic factor heet. Dat werkt een beetje als een transportwagentje: het koppelt zich aan de B12 en neemt hem mee op reis richting je darmen, waar hij op de juiste plek weer wordt losgelaten. Voor dat hele proces heb je goed maagzuur nodig. Je maagzuur moet echt zuur genoeg zijn, met een pH rond de twee, anders komt dat transportsysteem moeizamer op gang. En daar zit nou net de kwetsbaarheid, want er zijn allerlei alledaagse dingen die maken dat je maagzuur wat minder op sterkte is. Denk aan het gebruik van maagzuurremmers, aan drukte en spanning, of gewoon aan ouder worden, want naarmate we ouder worden neemt onze maagzuurproductie vanzelf wat af. Ook als je darmen niet helemaal in balans zijn, kan de opname stroever lopen. Het gevolg is dat er via deze route vaak maar een klein deel van de B12 daadwerkelijk wordt opgenomen. Er speelt nog iets mee. Sommige medicijnen kunnen de opname van B12 beïnvloeden, en ook bepaalde ingrepen aan de maag horen daarbij. Ik noem dit niet om je bezorgd te maken, maar om te laten zien hoeveel schakels er meedoen op deze route. Juist omdat het er zoveel zijn, is het zo interessant dat er ook routes bestaan die een deel van dat traject overslaan. Daar kijken we hierna naar. De route onder de tong: de zuigtablet Nu wordt het interessant, want er is een manier om een groot deel van die reis over te slaan: de zuigtablet, ook wel sublinguaal genoemd. Bij een zuigtablet laat je de tablet langzaam smelten onder je tong, zodat de B12 wordt opgenomen via je mondslijmvlies. Van daaruit komt hij vrij direct in je bloedbaan, zonder eerst die hele tocht door maag en darmen te maken. Belangrijk daarbij, en dit is een tip die ik echt aan iedereen meegeef: je moet zo'n zuigtablet niet doorslikken. Dat gaat automatisch als je niet oplet, en dan stuur je de B12 alsnog de lange route op. De bedoeling is dat je hem laat smelten. Ik zeg altijd: sabbelen, sabbelen, sabbelen, totdat er niets meer van over is. Zo geef je je mondslijmvlies de tijd om het op te nemen. Combineer je die opname via het mondslijmvlies met een actieve vorm van B12, dan slaat je lichaam twee soorten werk tegelijk over. Je omzeilt een groot deel van de spijsvertering, en de B12 hoeft ook niet meer omgezet te worden omdat hij al hapklaar is voor in de cel. Dat maakt de zuigtablet een prettige, praktische vorm, zeker voor mensen bij wie de opname via de maag of darmen wat lastiger loopt. De directe route: de injectie Dan de injectie, die je via de huisarts of een andere zorgverlener krijgt. Een injectie brengt de B12 rechtstreeks in je lichaam, dus ook die omzeilt de spijsvertering. Er zitten wel een paar aandachtspunten aan. Bij injecties wordt vaak hydroxocobalamine gebruikt, en dat is, zoals je in het eerste artikel las, een vorm die nog drie omzettingsstappen nodig heeft voordat hij bruikbaar is in de cel. Er bestaan ook injecties met methylcobalamine, die dan wel al in de actieve vorm zit. Verder zitten er in de ampullen van een injectie doorgaans wat toevoegingen, onder andere om het geheel houdbaar te maken. En je bent voor elke prik afhankelijk van een afspraak bij je zorgverlener, wat tijd en planning vraagt. Wat ik daarnaast in de praktijk terugzie, is dat een injectie een vrij grote hoeveelheid in één keer geeft. Sommige mensen voelen zich daar na zo'n prik heel opgejaagd door, terwijl ze op een ander moment juist wat vlak aanvoelen. Dat wisselende ritme van hoog en laag hoort een beetje bij de manier waarop een injectie werkt. Zuigtablet of injectie: hoe kies je Er is geen route die voor iedereen de beste is, en dat is precies waarom ik het fijn vind om de verschillen naast elkaar te zetten. Wat ik zelf prettig vind aan een zuigtablet, is dat je een constante inname hebt van een vaste hoeveelheid, elke dag hetzelfde, gewoon thuis. Je hoeft niets door te slikken, het smelt weg onder je tong, en het komt vrij direct in je bloedbaan. Voor wie liever niet steeds naar een zorgverlener gaat, is dat een groot pluspunt. De injectie heeft dan weer als voordeel dat hij rechtstreeks binnenkomt en in bepaalde situaties, bijvoorbeeld op medisch advies, juist de aangewezen weg is. Het een sluit het ander ook niet uit. Waar het mij om gaat, is dat je begrijpt wat er bij elke route gebeurt, zodat je samen met een deskundige een keuze kunt maken die bij jou past. Nog een praktisch punt dat voor elke route geldt: drink voldoende. Zes tot acht glazen water per dag is sowieso een goede gewoonte, en het helpt je lichaam om alles rustig zijn werk te laten doen. Wat je hiervan meeneemt De route waarlangs B12 je lichaam bereikt, maakt echt uit. Via de spijsvertering is het een lange reis met veel afhankelijkheden, van intrinsic factor tot maagzuur. De zuigtablet omzeilt een groot deel van die reis via je mondslijmvlies, zeker in combinatie met een actieve vorm. De injectie brengt B12 rechtstreeks binnen, met eigen voor- en nadelen en altijd via een zorgverlener. In het laatste artikel van deze reeks breng ik alles samen, en laat ik zien hoe wij bij ScKIN deze inzichten hebben vertaald naar onze eigen B12. Lees ook Methylcobalamine, adenosylcobalamine en cyanocobalamine: de vormen van B12 Waarom de vorm van B12 uitmaakt voor de opname De B12-vorm in ScKIN Vitamin B12+

Learn more
Oog beeldverwerking

Hoe je ogen van licht een beeld maken

◷ 6 min leestijd Sta er eens bij stil hoe knap het is dat je dit kunt lezen. Er valt licht op deze letters, dat licht kaatst je ogen in, en binnen een fractie van een seconde weet je brein precies wat er staat. We doen het de hele dag zonder erbij na te denken, en toch gebeurt er onder de motorkap iets bijzonders. Ik wil je meenemen in hoe je ogen van los licht een scherp beeld maken. Als je dat eenmaal doorhebt, ga je vanzelf wat zorgvuldiger met je ogen om. Je oog werkt als een levende camera Je moet je een oog voorstellen als een camera van vlees en bloed. Vooraan zit het hoornvlies, een helder venstertje waar het licht als eerste doorheen gaat. Daarachter zit de pupil, dat zwarte rondje dat groter en kleiner wordt. Bij fel licht knijpt het samen zodat er minder binnenkomt, in een schemerige kamer gaat het juist wijd open om zo veel mogelijk licht op te vangen. Dat regelt je oog helemaal vanzelf, je hoeft er niets voor te doen. Vlak achter de pupil zit de lens. Die buigt het binnenvallende licht en stelt scherp, net zoals je met een camera scherpstelt. Kijk je naar iets vlakbij, dan wordt de lens boller. Kijk je in de verte, dan wordt hij platter. Kleine spiertjes rondom trekken en ontspannen de hele dag door om die scherpstelling voor elkaar te krijgen. Bij dichtbij werken staan die spiertjes langere tijd aangespannen, en dat is een van de redenen dat je ogen na een dag turen best vermoeid kunnen aanvoelen. Het netvlies: waar licht een signaal wordt Al dat gebogen licht valt uiteindelijk achterin je oog op een flinterdun laagje: het netvlies. En dit is het stukje waar het echt begint te fascineren. Het netvlies is bekleed met miljoenen lichtgevoelige cellen. Zodra er licht op valt, gebeurt er in die cellen een chemische omslag, en die omslag zet een signaal in gang. Je kunt het zien als een stroomdraad die onder spanning komt te staan zodra de schakelaar wordt omgezet. Licht is hier letterlijk de schakelaar. Er zijn twee soorten van die lichtcellen. De ene soort, de staafjes, is heel gevoelig en werkt vooral in de schemer en het donker. Zij zorgen dat je in een halfdonkere kamer nog vormen en beweging ziet, al is het in grijstinten. De andere soort, de kegeltjes, heb je nodig voor kleur en voor scherpe details, en die doen hun werk juist bij goed licht. Precies in het midden van je netvlies zitten die kegeltjes dicht op elkaar gepakt, op de plek waar je het scherpst ziet. Als je nu deze woorden fixeert, gebruik je vooral dat kleine centrale gebiedje. Van je oog naar je brein Wat mij vanuit mijn achtergrond in de kPNI zo boeit, is dat het beeld niet in je oog ontstaat, maar in je brein. Je oog vangt het licht en maakt er signalen van, maar het echte samenstellen van het plaatje gebeurt verderop. Alle signalen van je lichtcellen worden gebundeld in de oogzenuw, en die loopt als een dikke kabel van je oog naar achteren in je hoofd. Daar, in het achterste deel van je hersenen, worden de losse signalen samengevoegd tot een compleet beeld. Je brein draait het plaatje ook nog even om, want op je netvlies valt het eigenlijk ondersteboven binnen. En je brein doet nog meer dan alleen samenvoegen. Het combineert het beeld van je linkeroog en je rechteroog tot één geheel, en juist het kleine verschil tussen die twee beelden geeft je diepte, waardoor je afstand kunt inschatten. Ook vult je brein voortdurend kleine gaten op. Op de plek waar de oogzenuw je oog verlaat, zitten namelijk geen lichtcellen, een soort blinde vlek, en toch merk je daar niets van omdat je brein dat stukje netjes invult met wat eromheen zit. Zo krijg je een vloeiend, compleet beeld, terwijl je oog eigenlijk losse brokstukken aanlevert. Dat je ogen en je hersenen zo nauw samenwerken, is geen toeval. Het netvlies is namelijk geen los onderdeel, het is in de kern gewoon zenuwweefsel. In feite is het een uitloper van je brein die naar voren is gegroeid, tot vlak achter dat heldere venster vooraan je oog. Vandaar dat alles wat voor je zenuwweefsel geldt, ook opgaat voor het weefsel achterin je oog. Dat is een gedachte die in het volgende artikel nog belangrijk wordt. Waarom je ogen zoveel bouwstof vragen Die lichtgevoelige cellen achterin je oog staan de hele dag aan. Ze vangen licht, sturen signalen, en vernieuwen zichzelf voortdurend. Een deel van zo'n lichtcel wordt zelfs continu ververst, alsof er aan een lopende band steeds nieuw materiaal wordt aangemaakt en oud materiaal wordt opgeruimd. Dat vraagt om bouwstof, en die bouwstof komt uit wat je eet. Om te begrijpen wélke bouwstof, helpt het om te weten waar zo'n cel van gemaakt is. Elke cel in je lichaam is omgeven door een dun, flexibel wandje: het celmembraan. Je kunt dat zien als het muurtje om de cel heen, met specie ertussen die het soepel houdt. Juist in de lichtcellen van je netvlies zitten heel veel van die membranen, laagje op laagje gestapeld, want daar speelt het opvangen van licht zich af. En die membranen zijn voor een groot deel opgebouwd uit vetten. Hier komt een belangrijk woord om de hoek kijken: essentiële vetzuren. Sommige vetten kan je lichaam prima zelf maken. Een aantal andere vetzuren kan je lichaam niet zelf aanmaken, en die moeten dus uit je voeding komen. Precies daarom heten ze essentieel. Ze zijn niet optioneel, je lichaam is voor de aanvoer afhankelijk van je bord. En laat een van die essentiële vetzuren net een bouwsteen zijn die veel voorkomt in zenuwweefsel, en dus ook achterin je oog. Wat dit betekent voor jou Als je onthoudt dat je ogen levend, hardwerkend weefsel zijn dat zichzelf voortdurend opnieuw opbouwt, ga je er anders naar kijken. Goed zien is niet alleen een kwestie van je bril of je lenzen. Het gaat ook over rust, over licht, en over wat je eet, want dat levert de bouwstof aan waarmee je oog zichzelf onderhoudt. In het volgende artikel zoom ik in op één specifieke bouwsteen die in verrassend hoge hoeveelheden precies daar zit, achterin je oog. Ik neem je mee in waarom uitgerekend dat vetzuur zo'n opvallende rol speelt in je netvlies, en waar het vandaan komt. Lees ook Waarom er zoveel DHA in je netvlies zit Beeldschermwerk en je ogen: wat je zelf kunt doen DHA en het normale gezichtsvermogen

Learn more