ScKIN Journal
Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit
◷ 6 min leestijd In deze reeks hebben we een mooie route afgelegd. In het eerste artikel zag je dat er in je lichaam maar twee reacties zijn die vitamine B12 nodig hebben, en dat die twee wel je energiehuishouding, je zenuwen, je bloed en je DNA raken. In het tweede liepen we de bronnen op je bord langs. In het derde volgden we de route van je bord naar je cel, met alle plekken waar die route kan haperen. In dit laatste deel maak ik de stap naar het aanvullen. Want die twee actieve vormen van vitamine B12 waar het in dit hele verhaal om draait, samen met folaat en vitamine B6 die ernaast horen te staan, dat is precies wat wij bij ScKIN in Vitamin B12+ hebben gezet. Kort samengevat: om welke stoffen het gaat Drie stoffen kwamen in deze reeks steeds terug, en ze werken alle drie in dezelfde processen. Vitamine B12. Nodig voor de twee reacties uit het eerste artikel: het rondmaken van de methylkringloop, en het openzetten van de oprit naar de citroenzuurcyclus in je energiefabriekjes. Folaat. De natuurlijke vorm van foliumzuur, die de methylgroep aanlevert waar B12 vervolgens mee werkt. Zonder folaat heeft B12 in die kringloop niets om over te dragen. Vitamine B6. Draait mee in de tak waarin homocysteïne juist wordt afgevoerd, en werkt daarnaast op tientallen andere plekken in je eiwitstofwisseling. Ik zeg altijd: deze drie hoor je bij elkaar te zetten, want ze werken aan hetzelfde proces. Eén ervan losweken heeft weinig zin. Wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit Eén zuigtablet per dag bevat: 20.000 mcg vitamine B12, in twee actieve vormen: 10.000 mcg methylcobalamine en 10.000 mcg adenosylcobalamine. Dat zijn de vormen die kant en klaar zijn voor in de cel, dus zonder omzettingsstappen vooraf. 400 mcg folaat als 5-MTHF quatrefolic, de direct actieve foliumvorm. Dat is 200% van de referentie-inname. 2,8 mg vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat, oftewel P5P, ook de actieve vorm. Ook dat is 200% van de referentie-inname. Zwarte bessen extract, als onderdeel van de complete formule. Waarom twee B12-vormen naast elkaar? Omdat ze in de cel op een andere plek meedraaien. Methylcobalamine hoort thuis in de methylkringloop uit het eerste artikel, en adenosylcobalamine werkt in de mitochondriën, bij de citroenzuurcyclus. Twee reacties, twee vormen die er allebei bij horen. Zo hebben we hem opgebouwd. Waarom een zuigtablet, en hoe je hem inneemt In het derde artikel zag je dat de flessenhals bij B12 vaak in de maag zit: het maagzuur en het transporteiwit dat daar wordt aangemaakt. Een zuigtablet die onder de tong smelt, wordt opgenomen via het slijmvlies in je mond. Dat is een toedieningsvorm, geen wondermiddel, en het is precies de reden dat we voor deze vorm hebben gekozen. Belangrijk is dan wel dat je hem echt laat smelten. Wat vaak gebeurt is dat mensen hem doorslikken, en dan gaat hij alsnog de hele route door je maag en darmen. Dus: sabbelen, sabbelen, sabbelen, tot er niets meer van over is. Eén zuigtablet per dag is voldoende. Wat deze voedingsstoffen doen Dit is waar ik graag precies ben, want over vitaminen wordt van alles beweerd. Dit zijn de erkende bijdragen van de stoffen die in Vitamin B12+ zitten. Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid.1 Vitamine B12 draagt bij tot de normale werking van het zenuwstelsel en tot een normale psychologische functie.1 Vitamine B12 is goed voor het concentratievermogen en goed voor het geheugen.1 Daarnaast draagt vitamine B12 bij tot een normale vorming van rode bloedcellen, tot een normaal metabolisme van homocysteïne, tot een normale celdeling en tot de normale werking van het immuunsysteem.1 Folaat draagt bij aan normale bloedaanmaak en aan een normale celdeling.2 Folaat helpt vermoeidheid te verminderen en draagt bij aan een normaal homocysteïnemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.3 Vitamine B6 draagt daarnaast bij aan een normale psychologische functie, aan de normale regulering van de hormoonhuishouding en aan een normaal homocysteïnemetabolisme.3 Als je die drie rijtjes naast elkaar legt, zie je de overlap meteen: homocysteïne, celdeling, bloedaanmaak, zenuwstelsel, vermoeidheid. Dat is geen toeval. Dat is precies de kringloop uit het eerste artikel, waar deze drie stoffen samen in werken. Voor wie het praktisch is Uit deze reeks komt vanzelf een aantal situaties naar voren waarin het prettig kan zijn om je voeding hierin aan te vullen. Bij een plantaardig of overwegend plantaardig voedingspatroon, omdat de bronnen dan schaarser zijn. Vitamin B12+ is helemaal plantaardig, dus dat sluit mooi aan. Bij het ouder worden, vanaf een jaar of vijftig, wanneer de maagzuurproductie geleidelijk afneemt. In periodes waarin je langere tijd in de hoogste versnelling staat, want dan verbruikt je lichaam meer van allerlei vitaminen en mineralen tegelijk. En bij een vertering die om welke reden dan ook wat extra aandacht vraagt. Zie het altijd als een aanvulling naast wat je eet, niet als een vervanging ervan. Vis, eieren, vlees en zuivel blijven gewoon je basis. Een supplement is er voor het stuk dat je daarnaast wilt borgen. Bekijk ScKIN Vitamin B12+ Tot slot Wat ik hoop dat je uit deze vier artikelen meeneemt, is vooral het begrip. Dat je snapt waarom B12 zo'n omslachtige route aflegt, waarom het nooit alleen werkt, en waarom de vorm en de manier van innemen ertoe doen. Als je dat eenmaal doorhebt, ga je zelf veel betere afwegingen maken dan wanneer je alleen een advies volgt. Kom je er niet uit, vraag dan gerust advies. We helpen je heel graag verder. 1 Vitamine B12 draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid, tot de normale werking van het zenuwstelsel, tot een normale psychologische functie, tot een normale vorming van rode bloedcellen, tot een normaal metabolisme van homocysteïne, tot een normale celdeling en tot de normale werking van het immuunsysteem. Vitamine B12 is goed voor het concentratievermogen en goed voor het geheugen. Vitamine B12 (20.000 mcg totaal) per dagdosering. 2 Folaat draagt bij aan normale bloedaanmaak, aan een normale celdeling, aan een normaal homocysteïnemetabolisme en aan de normale werking van het immuunsysteem, en helpt vermoeidheid te verminderen. Folaat als 5-MTHF quatrefolic (400 mcg, 200% RI) per dagdosering. 3 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling, aan een normale psychologische functie, aan de normale regulering van de hormoonhuishouding en aan een normaal homocysteïnemetabolisme, en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (2,8 mg, 200% RI) per dagdosering. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Niet geschikt voor kinderen tot en met 3 jaar. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waar zit vitamine B12 in? Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen
LEES MEEREPA en DHA en de normale werking van je hart
◷ 6 min leestijd In deze reeks zijn we begonnen bij het werk dat je hart elke dag doet, daarna keken we naar wat de vetten uit je voeding doen in de wand van je cellen, en vervolgens naar het visadvies van de Gezondheidsraad. In dit laatste artikel maak ik het rond, want er is één punt dat in alle drie de artikelen terugkwam. Van vette vis naar twee namen Die lange omega-3 vetzuren die in vette vis kant en klaar liggen, hebben een naam. Het zijn EPA, voluit eicosapentaeenzuur, en DHA, voluit docosahexaeenzuur. Dat zijn de twee waar het in deze hele reeks over ging. We hebben gezien dat je lichaam ze maar in beperkte mate zelf kan maken uit de plantaardige, korte vorm uit lijnzaad en walnoten, omdat die omzetting over een volle lopende band moet. En we hebben gezien dat de meeste mensen minder vette vis eten dan geadviseerd wordt. Die twee dingen samen maken EPA en DHA tot vetzuren waar het de moeite waard is om bewust op te letten. Wat er over EPA en DHA is vastgesteld Voor voedingsstoffen geldt in Europa dat er alleen gezondheidsclaims gebruikt mogen worden die officieel zijn beoordeeld en goedgekeurd. Voor EPA en DHA zijn dat er een aantal, en ik zet ze er letterlijk neer. EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart.1 DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie.2 De inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen.3 Voor de hartclaim geldt een gunstig effect bij een dagelijkse inname van 250 mg EPA en DHA samen. Voor DHA en de hersenfunctie en het gezichtsvermogen geldt een gunstig effect bij 250 mg DHA per dag. Dat zijn de drempels waar die beoordelingen op rusten, en het is fijn om ze te kennen, want dan kun je zelf een etiket lezen en uitrekenen of een product er überhaupt aan komt. Waarom dat rekenen zo belangrijk is Hier zit voor mij het grootste praktische punt van dit hele verhaal. Op de voorkant van een verpakking staat vaak groot "omega-3", terwijl er achterop per capsule maar een paar honderd milligram visolie staat, waarvan dan nog een deel EPA en DHA is. Je hebt er dan vier tot zes per dag nodig om ergens te komen. Kijk daarom nooit naar de hoeveelheid visolie, maar altijd naar de hoeveelheid EPA en DHA per dagdosering. Dat is het getal waar het om draait. En kijk daarna pas naar de prijs, want anders vergelijk je appels met peren. Zuiverheid: het punt waar visolie staat of valt In het tweede artikel schreef ik over oxidatie, over die Pac-Man die een stukje weghapt bij een onverzadigd vetzuur. Bij visolie is dat geen theorie maar de kern van het kwaliteitsverhaal. Visolie zit vol van die kwetsbare vetzuren, en als de olie onderweg in aanraking komt met warmte, licht of zuurstof, wordt hij ranzig. De mate waarin dat gebeurd is, meet je aan de totoxwaarde. Hoe lager, hoe verser de olie. Veel oliën in het schap zitten daar een stuk hoger dan je zou willen, en dat proef en ruik je: een ranzige olie ruikt scherp en geeft opboeren met een vissmaak. Een verse olie ruikt helder en is prima van een lepel te nemen. Een test die je zelf thuis kunt doen: prik een softgel open boven een glas, doe hetzelfde met een ander merk, en ruik ze naast elkaar. Het verschil is vaak groter dan je verwacht. ScKIN Omega+ Om die reden hebben we bij ScKIN veel aandacht besteed aan precies deze twee punten: de hoeveelheid per dagdosering en de zuiverheid van de olie. Omega+ levert per dagdosering van twee softgels 2500 mg visolie, waarvan 1000 mg EPA en 750 mg DHA. Samen is dat 1750 mg EPA en DHA per dag, ruim boven de 250 mg waar de goedgekeurde claims op rusten. Twee softgels per dag is daarmee genoeg, in plaats van de vier tot zes die je bij veel andere producten nodig hebt. Over de kwaliteit: de olie is MSC gecertificeerd en komt van wild gevangen Alaska Pollock, ScKIN is Partner of GOED, het internationale keurmerk van de omega-3 industrie, en de totoxwaarde ligt onder de 5. De softgel is gemaakt van visgelatine, dus zonder rund- of varkensgelatine. Er zit een natuurlijke tocoferolenmix in ter bescherming van de visolie, zodat de vetzuren in de capsule blijven zoals ze bedoeld zijn. EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart.1 DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie2 en de inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen.3 Bekijk ScKIN Omega+ Hoe je het gebruikt Twee softgels per dag, bij voorkeur bij de maaltijd. Vetzuren worden namelijk beter opgenomen als er ook ander vet in je maag zit, dus bij het ontbijt met ei of bij de warme maaltijd werkt prettiger dan op een lege maag. Omega+ is het enige product in de ScKIN-lijn dat ook aanbevolen wordt bij zwangerschap en borstvoeding. De inname van DHA door de moeder draagt bij tot de normale ontwikkeling van de hersenen en tot een goede ontwikkeling van de ogen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen.4 En voor de duidelijkheid: Omega+ is gemaakt van vis en de capsule is van visgelatine, dus het is niet geschikt voor wie plantaardig eet. Gebruik je medicijnen of ben je onder behandeling, overleg dan altijd eerst met een medisch deskundige. Tot slot Een supplement is nooit een vervanging van goed eten. Vette vis op je bord blijft de mooiste route, en alles uit het eerste artikel over bewegen, ademen, slapen en rust blijft net zo hard staan. Maar lukt die vis in jouw week gewoon niet, dan is dit een manier om die twee vetzuren toch binnen te krijgen, in een hoeveelheid die ergens op slaat en in een kwaliteit waar je op kunt bouwen. 1 EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart. Goedgekeurde gezondheidsclaim. Gunstig effect bij een dagelijkse inname van 250 mg EPA en DHA. Omega+ levert 1750 mg EPA en DHA per dagdosering. 2 DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie. Goedgekeurde gezondheidsclaim. Gunstig effect bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. Omega+ levert 750 mg DHA per dagdosering. 3 De inname van DHA is goed voor het gezichtsvermogen. Goedgekeurde gezondheidsclaim. Gunstig effect bij een dagelijkse inname van 250 mg DHA. 4 De inname van DHA door de moeder draagt bij tot de normale ontwikkeling van de hersenen en tot een goede ontwikkeling van de ogen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen. Goedgekeurde gezondheidsclaim. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij ziekte of medicijngebruik altijd een medisch deskundige. Lees ook Hoe je hart dag in dag uit zijn werk doet Wat vetten uit je voeding met je bloedvaten doen Wat de Gezondheidsraad adviseert over vis eten
LEES MEERWat de Gezondheidsraad adviseert over vis eten
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen van deze reeks keken we naar het werk van je hart en naar wat de vetten uit je voeding doen in de wand van je cellen. We eindigden bij twee vetzuren die vooral kant en klaar in vette vis zitten. Tijd om te kijken wat er in Nederland eigenlijk over vis geadviseerd wordt, en hoe je dat praktisch invult. Het advies in één zin De Gezondheidsraad adviseert in de Richtlijnen goede voeding om wekelijks vis te eten, bij voorkeur vette vis. Eén keer per week is de ondergrens, niet het streven. Het is een van de weinige adviezen waarin een specifieke voedingsmiddelgroep zo duidelijk wordt genoemd, en dat zegt wel iets. Wat ik in de praktijk zie, is dat de meeste mensen daar ver onder zitten. Vis wordt vaak gezien als iets voor buiten de deur of voor het weekend, en vette vis al helemaal. Terwijl juist die vette soorten leveren waar het hier om gaat. Waarom het uitgerekend om de vette soorten gaat In het vorige artikel legde ik uit dat je lichaam de lange omega-3 vetzuren, EPA en DHA, maar in beperkte mate zelf kan maken uit de plantaardige, korte vorm. In vette vis liggen ze al klaar. De vis heeft dat werk voor je gedaan, want vis eet algen en kleinere zeedieren waarin die vetzuren zitten en slaat ze vervolgens op in zijn eigen vet. Magere vis is daarom een heel ander verhaal dan vette vis. Kabeljauw, tilapia, pangasius en schol zijn prima eiwitbronnen, maar ze leveren maar een fractie van wat een haring of een makreel levert. Als het je om de vetzuren te doen is, moet je bij de vette soorten zijn. Een blik verder terug: waarom vis bij ons hoort Binnen de kPNI kijken we graag naar waar ons lichaam vandaan komt, want dat verklaart vaak waarom bepaalde voeding zo goed past. Wat de archeologie en de antropologie laten zien, is dat de mens zich voor een belangrijk deel langs de kust heeft ontwikkeld. Schelpdieren en schaaldieren waren daar makkelijk te verzamelen, ook zonder gereedschap of vistuig, en die zaten vol DHA en jodium. Er wordt aangenomen dat juist die combinatie heeft bijgedragen aan de groei van het menselijk brein, want DHA en jodium zijn daar allebei nauw bij betrokken. Het is ook opvallend dat je in gebieden ver landinwaarts van oudsher veel vaker ziet dat jodium, ijzer, zink, vitamine A en D en omega-3 laag in het voedingspatroon zitten. Voor mij is dat geen romantisch verhaal over vroeger, maar een praktisch kompas. Als iets duizenden jaren lang vast onderdeel van het menu was en het nu grotendeels ontbreekt, is het de moeite waard om te kijken hoe je het terugbrengt. Hoeveel levert een portie eigenlijk Even wat concrete cijfers, want daar heb je meer aan dan aan een algemene aanbeveling. Grofweg, per portie van honderd gram: Makreel zit aan de bovenkant, met ruwweg 2000 tot 2500 mg EPA en DHA samen. Haring zit daar vlak onder, rond de 1500 tot 2000 mg. Zalm levert grofweg 1500 tot 2000 mg, waarbij gekweekte en wilde zalm van elkaar verschillen. Sardines uit blik komen op zo'n 1000 tot 1500 mg. Kabeljauw en andere magere vis blijven vaak onder de 300 mg. Tonijn uit blik op water zit ook laag, meestal onder de 400 mg. Wat je hier meteen aan ziet: het maakt nogal uit welke vis er op je bord ligt. Een broodje makreel en een broodje tonijnsalade lijken op elkaar, maar leveren iets heel anders. Kwik, en waarom de grootte van de vis telt Bij vis komt altijd de vraag over kwik en andere verontreinigingen langs, en die is terecht. De vuistregel is simpel: hoe hoger een vis in de voedselketen staat en hoe ouder hij wordt, hoe meer er in zijn weefsel kan ophopen. Grote roofvissen zoals zwaardvis, haai, koningsmakreel en grote tonijn staan bovenaan. Kleine vissen die laag in de keten leven en kort leven, zoals haring, sardines, ansjovis en sprot, staan er wat dat betreft veel gunstiger voor. Ze leveren bovendien veel omega-3. Voor wie zwanger is of zwanger wil worden, is dit extra de moeite waard om te weten: dan wordt aangeraden om die grote roofvissen te laten staan en juist voor de kleinere soorten te kiezen. Duurzaam kiezen zonder er een studie van te maken Vis is een eindige bron, en dat mag meewegen. Let op het MSC-keurmerk voor wildvangst en het ASC-keurmerk voor kweek. De VISwijzer is een handige site om even te checken hoe een soort ervoor staat. En ook hier geldt dat de kleinere soorten vaak de betere keuze zijn, omdat ze zich sneller herstellen dan de grote roofvissen. Zeven manieren om vis in je week te krijgen Het grootste struikelblok is meestal niet de wil maar het gedoe. Daarom een paar manieren die in de praktijk goed werken. Zet een vaste visdag. Woensdag of vrijdag, maakt niet uit, als het maar vast is. Dan hoef je er niet elke week opnieuw over na te denken. Houd blikjes in huis. Sardines, makreel en ansjovis uit blik zijn goedkoop, lang houdbaar en zo op tafel. Sardines op een geroosterde snee zuurdesem met citroen en peterselie is in vijf minuten klaar. Gebruik haring als lunch. Een haring van de kraam is een van de simpelste manieren om in één keer een flinke portie binnen te krijgen. Bak zalm of makreel in de oven. Vijftien minuten op 180 graden met citroen en wat olijfolie erover ná het bakken. Ondertussen kun je iets anders doen. Verwerk ansjovis in je dressing. Twee filets fijngeprakt door een vinaigrette geven diepte zonder dat het naar vis smaakt. Ook fijn voor wie eigenlijk geen vis lust. Koop diepvriesvis. Die wordt vaak aan boord ingevroren en is daardoor prima van kwaliteit. Bovendien heb je hem altijd op voorraad. Maak makreelsalade zelf. Gerookte makreel uit het vel, wat yoghurt, mosterd, kappertjes en peterselie. Gaat drie dagen mee in de koelkast en is meteen je lunch geregeld. En als je geen vis eet Voor wie vegetarisch of plantaardig eet, of gewoon niet van vis houdt, ligt het lastiger. Algenolie wordt vaak genoemd als alternatief, en dat klopt gedeeltelijk. Algen zijn immers de oorspronkelijke bron waar de vis het zelf ook vandaan haalt. Alleen bevatten de meeste algenoliën vooral DHA en weinig tot geen EPA. En zoals ik in het vorige artikel schreef: van EPA kan je lichaam wel DHA maken, maar de weg terug is vrijwel gesloten. Dat betekent dat een algenolie met alleen DHA geen gelijkwaardige vervanging is. Wil je die kant op, kijk dan gericht naar een product waarin ook EPA is opgenomen, en let op de hoeveelheid per dagdosering in plaats van op de tekst op de voorkant. Tot slot Wekelijks vis, en dan bij voorkeur de vette soorten. Klein in de keten, met een keurmerk, en liever vaker een blik sardines dan één keer per jaar iets ingewikkelds. Zo simpel is het advies eigenlijk. Lukt dat in jouw week niet, dan is het goed om te weten welke vorm van omega-3 je dan zoekt en waar je op let bij de kwaliteit. Daar gaat het laatste artikel van deze reeks over. Lees ook Hoe je hart dag in dag uit zijn werk doet Wat vetten uit je voeding met je bloedvaten doen EPA en DHA en de normale werking van je hart
LEES MEERWat vetten uit je voeding met je bloedvaten doen
◷ 7 min leestijd In het vorige artikel keken we naar het werk dat je hart elke dag doet en naar het leidingnet dat eraan vastzit. Ik eindigde met de vetzuren, want daar wil ik nu dieper op ingaan. Vet heeft decennialang een slechte naam gehad, en dat is jammer, want het is een van de bouwmaterialen waar je lichaam het meest mee doet. De vraag is alleen niet zozeer hoeveel vet je eet, maar welk vet. Vet is geen categorie maar een familie Als we het over vet hebben, praten we eigenlijk over een hele familie met heel verschillende leden. Verzadigde vetten zitten in roomboter, kokos, vlees en volle zuivel, en die zijn stevig en stabiel. Enkelvoudig onverzadigde vetten zitten in olijfolie, avocado en amandelen. En dan heb je de meervoudig onverzadigde vetten, en die splitsen zich weer in twee takken: de omega-6 familie en de omega-3 familie. Dat verschil zit hem in de bouw van het molecuul. Hoe meer knikken er in de keten zitten, hoe soepeler en beweeglijker het vetzuur is, en hoe kwetsbaarder ook. Verzadigd vet ligt netjes recht en stapelt makkelijk. Omega-3 vetzuren zitten vol knikken en zijn daardoor juist heel beweeglijk. Als je bedenkt dat die vetzuren in de wand van je cellen komen te zitten, snap je meteen waarom de soort ertoe doet: je bepaalt er de soepelheid van dat celjasje mee. Twee vetzuren die je lichaam niet zelf kan maken Van de meeste vetzuren geldt dat je lichaam ze zelf in elkaar kan zetten. Voor twee vetzuren lukt dat niet, en die moeten dus uit je voeding komen. Dat zijn linolzuur uit de omega-6 tak en alfa-linoleenzuur uit de omega-3 tak. Die noemen we essentiële vetzuren, en dat woord betekent hier niets anders dan: onmisbaar én niet zelf te maken. Linolzuur haal je uit zonnebloemolie, maïsolie, sojaolie, distelolie, noten en zaden. Alfa-linoleenzuur zit in lijnzaad, walnoten, chiazaad, koolzaadolie en donkergroene bladgroente. Beide families zijn nodig. Je lichaam maakt uit allebei signaalstoffen die processen op gang brengen en processen weer netjes afronden. Je hebt ze dus allebei, in verhouding tot elkaar. En juist die verhouding is verschoven Hier wordt het interessant. In het eetpatroon waar de mens duizenden jaren mee is opgegroeid, lagen die twee families ongeveer in evenwicht. In het huidige westerse eetpatroon ligt dat totaal anders: er komt vele malen meer linolzuur binnen dan omega-3. Dat komt vooral door goedkope plantaardige oliën in bewerkt voedsel, door zonnebloem-, maïs- en distelolie in de keuken, en door het voer waarmee dieren in de intensieve veehouderij worden grootgebracht. Binnen de kPNI is het terugbrengen van die aanvoer een van de vaste aandachtspunten. Niet omdat linolzuur op zichzelf slecht is, want het is een essentieel vetzuur, maar omdat de balans zoek raakt als er zoveel van binnenkomt. De lopende band waar ze allebei op moeten Waarom die verhouding uitmaakt, kun je het beste begrijpen met een beeld dat ik vaak gebruik. Stel je een lopende band voor met een aantal machines erop. Die machines, dat zijn enzymen, en zij bouwen de korte vetzuren uit je voeding om tot langere vormen die je lichaam kan gebruiken. Het punt is dat beide families dezelfde band gebruiken. Er is er maar één. Ligt er heel veel linolzuur op die band, dan komt het alfa-linoleenzuur er nauwelijks tussen. Filevorming, zeg maar. Je kunt dus keurig lijnzaad door je yoghurt doen en er toch weinig van terugzien in je cellen, simpelweg omdat de band al vol ligt met iets anders. Van plantaardige omega-3 naar de lange vormen Dat brengt me bij een misverstand dat ik veel tegenkom. Mensen denken dat lijnzaad en walnoten hetzelfde leveren als vette vis. Dat is niet zo. Lijnzaad en walnoten leveren alfa-linoleenzuur, de korte plantaardige vorm. Je lichaam moet daar zelf de lange vormen van maken, en dat zijn EPA en DHA. Die omzetting werkt, maar mondjesmaat. Er wordt maar een klein deel van het alfa-linoleenzuur omgezet naar EPA, en het stuk dat vervolgens DHA wordt is nog kleiner. Bij vrouwen loopt die omzetting doorgaans iets beter dan bij mannen, en verder speelt mee hoe vol die lopende band ligt en of de meewerkende vitaminen en mineralen aanwezig zijn. Andersom werkt het trouwens nauwelijks: van EPA kan je lichaam nog wel DHA maken, maar de weg terug van DHA naar EPA is vrijwel gesloten. Dat is een detail dat later in deze reeks nog terugkomt, want het verklaart waarom de bron waaruit je omega-3 haalt uitmaakt. Onverzadigd vet is kwetsbaar, en dat vergeten we vaak Al die knikken die een omega-3 vetzuur zo soepel maken, maken hem ook gevoelig. Zuurstof, licht en warmte kunnen die vetzuren aantasten, en dan spreken we van oxidatie. In gewone taal: het vet wordt ranzig. Ik leg dat altijd uit met het beeld van een Pac-Man. Vrije radicalen zijn onstabiele stukjes die iets missen en dat ergens vandaan willen halen. Ze happen als het ware een stukje weg bij het eerste geschikte molecuul dat ze tegenkomen, en een onverzadigd vetzuur is precies zo'n makkelijk doelwit. Het vetzuur dat daardoor zelf onstabiel wordt, gaat vervolgens verderop happen. Zo ontstaat een kettinkje. Daarom is het zo zonde als je mooie oliën verkeerd bewaart of te heet verhit. Je hebt dan wel de fles gekocht, maar niet meer het vetzuur waar je het voor deed. Antioxidanten uit je voeding, zoals vitamine E en de kleurstoffen uit groente en fruit, doen precies het tegenovergestelde: die geven vrijwillig iets af en breken zo'n kettinkje af. Acht dingen die je vanaf morgen anders kunt doen Bak niet in zonnebloemolie. Gebruik voor warm bereiden liever roomboter, ghee, kokosvet of gewone olijfolie. Die zijn stabieler bij warmte. Bewaar koudgeperste olie donker en koel. Een donkere fles in het kastje, niet naast het fornuis in de zon. Lijnzaadolie hoort zelfs gewoon in de koelkast en gaat maar kort mee na openen. Gebruik lekkere olie koud. Over je salade, over gestoomde groente na het opscheppen, door een dressing. Zo blijft het vetzuur intact. Lees het etiket op "plantaardige olie". In koekjes, sauzen, chips, kant-en-klare maaltijden en dressings zit vaak zonnebloem- of sojaolie. Daar komt de meeste linolzuur binnen zonder dat je het doorhebt. Proef je noten voor je ze eet. Ranzige noten smaken scherp en bitter en laten een vervelend laagje achter. Die horen in de afvalbak, niet in je salade. Koop ze ongebrand en bewaar ze in de koelkast. Eet elke dag iets met kleur. De kleurstoffen in groente, kruiden en fruit werken mee als antioxidant. Rode ui, verse peterselie, bosbessen, paprika, kurkuma. Kies wat vaker vlees en ei van dieren die buiten hebben gelopen. Wat een dier eet, zie je terug in het vet dat je vervolgens op je bord hebt. Voeg omega-3 toe in plaats van alleen omega-6 te schrappen. Twee eetlepels gemalen lijnzaad door je ontbijt, een handvol walnoten, en vooral: vette vis. Daar gaat het volgende artikel over. Waar dit naartoe loopt Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dan zijn dat de soort vet die je eet uiteindelijk terug te vinden is in de wand van je cellen, ook in je hartspier en in de wand van je bloedvaten. En dat de lange omega-3 vetzuren, EPA en DHA, maar in beperkte mate uit plantaardige bronnen gemaakt kunnen worden. Kant en klaar zitten die twee vooral in vette vis. Precies daarover gaat het volgende artikel: wat de Gezondheidsraad daarover adviseert, hoeveel een portie eigenlijk levert, en hoe je vis in je week krijgt zonder dat het een project wordt. Lees ook Hoe je hart dag in dag uit zijn werk doet Wat de Gezondheidsraad adviseert over vis eten EPA en DHA en de normale werking van je hart
LEES MEERHoe je hart dag in dag uit zijn werk doet
◷ 8 min leestijd Je hart is het orgaan waar je het minst bij stilstaat en dat het hardst werkt. Terwijl je dit leest klopt het door, en dat deed het vannacht ook toen je sliep. Ongeveer honderdduizend keer per dag, zonder dat jij er iets voor hoeft te doen. Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI zo mooi vind aan het hart, is dat het zo'n eerlijk orgaan is. Het doet gewoon zijn werk en vraagt daar twee dingen voor terug: brandstof en rust. In dit artikel neem ik je mee in hoe dat werk er van dichtbij uitziet, en waarom een paar heel gewone dingen in je dag daar meer mee te maken hebben dan je zou denken. De motor die nooit uitgaat Je moet je je hart voorstellen als een spier ter grootte van je vuist, die in rust ongeveer vijf liter bloed per minuut rondpompt. Tel dat op over een etmaal en je zit al gauw rond de zevenduizend liter. Ga je stevig wandelen of de trap op, dan kan die hoeveelheid oplopen tot vier of vijf keer zoveel, en zakt hij daarna weer rustig terug. Het bijzondere is dat deze spier nooit een vrije dag krijgt. Je biceps kun je een week met rust laten. Je hartspier werkt door, ook in een drukke week, ook als je griep hebt, ook als je vannacht slecht sliep. Dat maakt hem tot een van de trouwste onderdelen van je lichaam, en tegelijk tot een van de veeleisendste. Waarom je hart per gram het duurste orgaan is dat je hebt In de kPNI kijken we veel naar hoe je lichaam zijn energie verdeelt. Energie is namelijk niet oneindig, en je lichaam moet elke dag opnieuw keuzes maken: waar gaat het naartoe en wat kan even wachten. Er zit een duidelijke rangorde in. Als je kijkt naar wat elk orgaan per gram weefsel kost om te onderhouden, staat de hartspier bovenaan het lijstje. Die is in rust simpelweg de grootverbruiker. Vetweefsel staat helemaal onderaan en is juist het goedkoopste weefsel dat je met je meedraagt. Dat is trouwens meteen een van de redenen waarom afvallen voor veel mensen zo taai werkt: je lichaam onderhoudt dat weefsel voor bijna niets. Wat dit praktisch betekent, is dat je hart altijd vooraan in de rij staat. En dat als er ergens anders in je lichaam veel energie wordt opgeslokt, bijvoorbeeld in een periode waarin je afweer hard aan het werk is of tijdens weken van aanhoudende spanning, je hele systeem daar iets van merkt. Je lichaam is de hele dag aan het verdelen, en die verdeling is niet vrijblijvend. Waar je hart zijn brandstof vandaan haalt Veel mensen denken dat suiker de belangrijkste brandstof van het lichaam is. Voor je hartspier klopt dat niet. Die draait het liefst op vet. Grofweg zestig tot zeventig procent van zijn energie haalt de hartspier uit vetzuren, de rest uit glucose en melkzuur. Vet is een rustige, langzame brandstof die lang meegaat, en dat past precies bij een orgaan dat nooit stopt. Dat verbranden gebeurt in de energiefabriekjes van de cel, de mitochondriën. In een hartspiercel zitten er ontzettend veel van, veel meer dan in de meeste andere cellen, gewoon omdat de vraag zo hoog ligt. Ze zetten de brandstof samen met zuurstof om in bruikbare energie, en daar hebben ze meewerkers bij nodig: vitaminen en mineralen die als een soort cofactor in dat proces meedraaien. Ontbreekt er ergens een schakeltje, dan loopt de lopende band trager. Elke cel zit in een soepele jas Er is nog een reden waarom vet zo'n grote rol speelt rondom je hart. Elke cel in je lichaam, dus ook elke hartcel en elke cel in de wand van je bloedvaten, zit in een jas van vet. Twee lagen vetzuren tegen elkaar aan, met eiwitten die er als deurtjes en antennes in hangen. Die jas moet soepel blijven. De deurtjes moeten kunnen bewegen, signalen moeten kunnen binnenkomen, zuurstof en voedingsstoffen moeten erdoorheen kunnen. Hoe soepel die jas is, hangt af van welke vetzuren erin zitten. En welke vetzuren erin zitten, hangt voor een groot deel af van wat er de afgelopen weken op je bord lag. Ik vind dat een van de mooiste dingen om uit te leggen: je bouwt letterlijk met wat je eet. Het leidingnet eromheen Je hart is maar de helft van het verhaal. De andere helft is het net van slagaders, aders en piepkleine haarvaten dat erop is aangesloten. Bij elkaar opgeteld leg je daarmee een afstand af waar je meerdere keren de aarde mee rond zou komen. Aan de binnenkant van elk vat ligt een laag cellen die maar één cel dik is: het endotheel. Die laag doet ontzettend veel werk. Ze regelt hoe wijd of nauw een vat staat, wat er wel en niet doorheen mag, en ze houdt het oppervlak glad. Daaronder zit bindweefsel dat het vat stevigheid en veerkracht geeft, en dat bindweefsel bestaat voor een groot deel uit collageen. Er is een oud voorbeeld dat mooi laat zien hoe het zit met die bouw. De zeelieden van vroeger, die maandenlang zonder vers voedsel op zee zaten, kregen scheurbuik. Zonder vitamine C kan je lichaam collageen niet goed aanmaken, en dan verliest het bindweefsel van de vaatwand zijn stevigheid. Een extreem voorbeeld uit een extreme tijd, en toch laat het precies zien welke stoffen er in de bouw van je vaten meedraaien. Je hart luistert de hele dag naar je zenuwstelsel Je hartslag wordt bijgestuurd door twee kanten van je zenuwstelsel, en ik noem die altijd gewoon het gas en de rem. Bij inspanning en spanning gaat het gas erop en versnelt je hartslag. Kom je tot rust, dan neemt de rem het over en zakt hij weer. Hoe soepel je heen en weer beweegt tussen die twee zegt iets over de veerkracht van je systeem. Iemand die na een drukke dag binnen een half uur echt tot rust komt, staat er anders bij dan iemand die 's avonds op de bank nog met een hoge motor doordraait. Het fijne is dat je die rem zelf kunt aanzetten, en dat het je niets kost. Adem vier tellen in en zes tellen uit, en doe dat een minuut of twee. Langer uitademen dan inademen is een van de directste manieren om je systeem te laten weten dat het rustiger mag. Bij de meeste mensen zakken de schouders al binnen een halve minuut. Zeven gewone dingen die je hart elke dag helpen Ik houd het bewust praktisch, want juist de alledaagse dingen tellen hier op. Beweeg dagelijks, en dan het liefst gewoon in je dag. Een half uur wandelen, de trap in plaats van de lift, op de fiets naar de winkel. Je hart is een spier en een spier wil gebruikt worden. Doe er twee keer per week iets zwaarders bij. Een stevige heuvel op, een paar keer de trap achter elkaar, of wat kracht met je eigen lichaamsgewicht. Kort en intensief mag, het hoeft geen uur te duren. Adem een paar keer per dag bewust. Vier tellen in, zes tellen uit. Bij het wachten op de ketel, in de auto voor je uitstapt, of vlak voor het slapen. Bouw echte rustmomenten in. Even niets, zonder telefoon in je hand. Tien minuten zonder scherm is voor je systeem iets heel anders dan tien minuten scrollen. Houd je slaap regelmatig. Rond dezelfde tijd naar bed en op staan, ook in het weekend. De nacht is de tijd waarin je lichaam opruimt en herstelt. Eet niet de hele dag door. In de kPNI kijken we ook naar hoe vaak je eet. Vier of vijf uur ruimte tussen je maaltijden geeft je hele systeem rust, terwijl continu grazen het juist voortdurend aan het werk houdt. Doe iets aan aanhoudende spanning. Naar buiten, bewegen, mensen zien die je goeddoen. Spanning die blijft hangen is voor je lichaam een aanhoudende opdracht, en daar gaat energie in zitten die je elders nodig hebt. En de bouwstoffen dan Al dat werk draait op materiaal. Een deel van de vetzuren die je lichaam gebruikt kan het zelf maken uit wat je eet. Maar een paar vetzuren kan je lichaam niet zelf aanmaken, en die noemen we daarom essentieel: je moet ze uit je voeding halen. De omega-3 en omega-6 vetzuren horen daarbij. Ze zitten in de wand van elke cel en ze zijn tegelijk het uitgangsmateriaal voor allerlei signaalstoffen waarmee je lichaam processen aanzet en weer afrondt. Daarnaast doen er mineralen mee. Kalium en magnesium spelen een rol bij de prikkeloverdracht in spieren, en je hartspier is óók een spier. En vitamine C doet mee bij de vorming van collageen, het bindweefsel dat je vaten hun stevigheid geeft. Die essentiële vetzuren zijn het interessantst om verder uit te diepen, want daar is in het westerse eetpatroon het meeste veranderd. In het volgende artikel neem ik je mee in wat de vetten uit je voeding precies doen in je cellen en in de wand van je bloedvaten, en waarom de soort vet meer uitmaakt dan de hoeveelheid. Lees ook Wat vetten uit je voeding met je bloedvaten doen Wat de Gezondheidsraad adviseert over vis eten EPA en DHA en de normale werking van je hart
LEES MEERPure arganolie kiezen: waar je op let
◷ 6 min leestijd In deze reeks kwam voorbij waar arganolie vandaan komt, waar ze goed voor is en hoe je haar gebruikt. Blijft over: het kopen. En daar zit meer verschil in dan je in de winkel zou vermoeden. Twee flessen naast elkaar, allebei met arganolie op het etiket, en toch kan de inhoud fundamenteel anders zijn. Ik loop met je langs de dingen waar ik zelf op let, zodat je aan de fles en het etiket al een hoop kunt aflezen. 1. Kijk naar de ingrediëntenlijst, niet naar de voorkant Dit is de belangrijkste van allemaal. Op de voorkant van een fles mag van alles staan, maar de waarheid staat achterop in de ingrediëntenlijst. Bij een pure arganolie hoort daar precies één ding te staan: Argania Spinosa Kernel Oil. Meer niet. Zie je een rijtje van tien ingrediënten waarin arganolie ergens onderaan opduikt, dan koop je in feite een mengsel waar een scheut arganolie in zit. Dat kan een prima product zijn, maar het is iets anders dan waar je voor betaalt als je pure arganolie zoekt. En let op de volgorde: ingrediënten staan altijd van veel naar weinig. 2. Koudgeperst of niet Koudgeperst betekent dat de pitten mechanisch geperst zijn zonder toegevoegde warmte. Dat levert per kilo pitten minder olie op, en het is dus duurder, maar de olie houdt haar natuurlijke kleur, haar milde geur en alles wat er van nature in zit. Staat er niets over de perswijze op de verpakking of de productpagina, dan is dat op zichzelf al informatie. Een merk dat koud perst zet dat er namelijk bij, want het is een verkoopargument. 3. Ongeroosterd, dus de cosmetische variant In het eerste artikel kwam het al langs: er zijn twee soorten arganolie. Voor je huid en je haar wil je de olie uit ongeroosterde pitten. Ruikt een olie sterk en gebrand naar noten en is ze donker amberbruin, dan heb je de culinaire variant in handen. Die is bedoeld voor over de couscous. 4. Kleur en geur zeggen meer dan je denkt Cosmetische arganolie heeft een lichte, heldere, goudgele kleur en een milde, licht nootachtige geur die na het aanbrengen snel vervliegt. Twee dingen om alert op te zijn. Ruikt de olie helemaal nergens naar en is ze waterhelder, dan is ze vrijwel zeker geraffineerd, dus met warmte of oplosmiddelen gewonnen en daarna ontgeurd en ontkleurd. Ruikt ze juist scherp, zurig of muf, dan is de olie over haar houdbaarheid heen. Dat kan gebeuren bij olie die te lang in het licht heeft gestaan. 5. Donker glas, en het liefst een pipet Olie en licht gaan slecht samen. Een goede arganolie zit daarom in donker glas: amber of donkerblauw. Zit de olie in doorzichtig glas of in helder plastic, dan is dat geen goed teken. Een pipet is bovendien praktischer dan een schenkopening, en niet alleen voor het gemak. Je doseert er nauwkeuriger mee, en dat is precies wat je wilt bij een product waarvan twee tot drie druppels genoeg zijn. Met een pipet komt er ook minder lucht in de fles, en juist lucht laat olie op den duur verouderen. 6. Herkomst De arganboom groeit vrijwel uitsluitend in het zuidwesten van Marokko. Staat er een andere herkomst op, dan is er iets vreemds aan de hand. Een merk dat vermeldt uit welk gebied de olie komt en hoe die verwerkt is, laat zien dat het de keten kent. 7. Houd de prijs realistisch Je hebt ongeveer dertig kilo arganvruchten nodig voor één liter olie, de noten worden nog altijd met de hand gekraakt en de boom draagt maar één keer per jaar vrucht. Zet dat naast elkaar en je snapt dat pure, koudgeperste arganolie nooit een dumpprijs kan hebben. Zie je een fles die opvallend goedkoop is, kijk dan meteen even naar de ingrediëntenlijst. Negen van de tien keer vind je daar het antwoord. 8. Let op de houdbaarheid Zoek op de verpakking naar het symbool van een geopende verpakking met een getal en de letter M erin, bijvoorbeeld 12M. Dat betekent dat de olie na openen twaalf maanden goed blijft. Een fles van vijftig milliliter gebruik je bij dagelijks gebruik ruim binnen die termijn op, en dat is precies waarom een fles van dat formaat vaak praktischer is dan een grote. De simpelste test die je thuis kunt doen Heb je twee flessen naast elkaar staan en wil je weten welke de betere is, dan kun je thuis al een aardig eind komen zonder laboratorium. Doe eerst de geurtest. Ruik aan beide, maar niet direct achter elkaar: neem er even een halve minuut tussen, want je neus went sneller dan je denkt. Een goede cosmetische arganolie ruikt mild en licht nootachtig, en die geur is na het aanbrengen binnen een paar minuten weg. Doe daarna de handtest. Wrijf van elke olie één druppel op de rug van je hand en wacht vijf minuten. Voelt de ene nog steeds als een laag die erop ligt en is de andere weggetrokken en alleen zacht? Dan weet je genoeg, want arganolie hoort snel in te trekken zonder vettig gevoel. En houd de fles tot slot tegen het licht. De olie hoort helder te zijn, niet troebel en zonder bezinksel onderin. Onze arganolie Op basis van diezelfde punten hebben we onze eigen arganolie samengesteld. ScKIN Argan Oil is pure, koudgeperste arganolie uit Marokkaanse arganbomen, vegan, in een fles van 50 ml. Wat ze doet, in gewone taal: arganolie voedt en verzorgt de huid, maakt de huid soepel en zacht en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. In je haar verzorgt ze droog en beschadigd haar en maakt ze het haar glanzend en beter kambaar. En ze is geschikt voor huid, haar en nagels, dus met één fles ben je op alle drie de fronten geholpen. Wat mensen er zelf het vaakst over zeggen is dat ze zo licht aanvoelt: arganolie trekt snel in zonder vettig gevoel. Bekijk ScKIN Argan Oil Van buiten en van binnen Ik zeg altijd dat verzorging twee kanten heeft. Wat je op je huid aanbrengt werkt van buiten naar binnen, en wat je eet en drinkt werkt van binnen naar buiten. Die twee doen echt iets anders, en je hebt ze allebei nodig. Een goede olie is dus geen vervanging voor gevarieerd eten, genoeg drinken en fatsoenlijk slapen. Het is het stuk dat je aan de buitenkant doet, en dat stuk mag gewoon goed zijn. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: draai de fles om en lees de ingrediëntenlijst. Staat daar één ingrediënt, is de olie koudgeperst, zit ze in donker glas en ruikt ze mild nootachtig, dan zit je goed. En geef het daarna gewoon even de tijd. Vier tot zes weken, elke avond een paar druppels, en dan pas terugkijken. Kom je er niet uit welke olie bij jouw huid past, stel je vraag dan gerust. We denken graag met je mee. Lees ook Wat is arganolie en waar komt het vandaan? Waar is arganolie goed voor? Arganolie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het
LEES MEERArganolie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het
◷ 7 min leestijd We hebben gekeken waar arganolie vandaan komt en waar ze goed voor is. Nu het stuk waar je direct iets aan hebt: hoe je arganolie precies gebruikt. Want olie is zo'n product waarbij de manier waarop je het aanbrengt echt uitmaakt. Dezelfde fles kan geweldig bevallen of juist tegenvallen, puur door het moment en de hoeveelheid. Ik loop het met je door, eerst voor je gezicht en daarna voor je haar. Arganolie voor je gezicht Hoeveel je nodig hebt Minder dan je denkt. Twee tot drie druppels voor je hele gezicht is genoeg, en voor de meeste mensen zijn drie druppels al aan de ruime kant. Gebruik je te veel, dan blijft er een laag op je huid liggen die niet meer wegtrekt, en dan is de conclusie al snel dat olie niets voor jou is. Terwijl het probleem de dosering was. Doe de druppels in je handpalm, wrijf je handen kort tegen elkaar zodat de olie op temperatuur komt, en druk haar dan met je vlakke handen op je gezicht. Dat drukken is trouwens prettiger dan wrijven: je verdeelt de olie gelijkmatiger en je trekt niet aan je huid. Het moment maakt het verschil Dit is de tip die veruit het meeste oplevert: breng arganolie aan op een licht vochtige huid. Dus meteen na het wassen van je gezicht, als je huid nog een beetje klam is, of na je serum of gezichtswater. De olie sluit het vocht dat er dan is als het ware in. Wacht je tot je huid helemaal droog is, dan is een deel van dat vocht al verdampt en heeft de olie minder om vast te houden. De volgorde in je routine De vuistregel is: van dun naar dik. Water is dunner dan serum, serum is dunner dan olie, olie is dunner dan een rijke crème. Een praktische volgorde ziet er dus zo uit: Reiniging met lauw water en iets milds Eventueel gezichtswater of essence Je serum Arganolie, twee tot drie druppels, indrukken Als je huid droog is: nog een crème erover Heb je een normale tot droge huid, dan kun je die crème vaak overslaan en is de olie je laatste stap. Heb je een echt droge huid, dan is de combinatie olie plus crème daarboven vaak prettiger dan alleen een van de twee. 's Ochtends of 's avonds Allebei kan. 's Avonds is voor de meeste mensen het makkelijkste startpunt, omdat je dan alle tijd hebt om het te laten intrekken en je niets meer over je gezicht doet. Ben je eenmaal gewend, dan kun je 's ochtends een enkele druppel gebruiken. Wel goed laten intrekken voordat je verdergaat, want arganolie trekt snel in zonder vettig gevoel maar dat kost nog altijd een paar minuten. Gebruik je zonnebescherming, breng die dan aan nadat de olie helemaal is opgenomen. De oogcontour en je lippen De huid rond je ogen is dunner dan elders en droogt daardoor sneller uit. Een halve druppel, met je ringvinger voorzichtig deppend op het bot rond je oogkas aangebracht, is daar genoeg. Niet vlak onder je wimpers, want dan kruipt de olie naar je oog toe. Op droge lippen werkt arganolie 's nachts ook prima, gewoon een druppel uitstrijken. In combinatie met een gua sha of massage Arganolie is fijn voor een gezichtsmassage, omdat je er lekker soepel mee over de huid glijdt zonder dat het meteen weggetrokken is. Gebruik dan een druppel extra en werk rustig van het midden van je gezicht naar buiten en van beneden naar boven. Vijf minuten is genoeg. Het is vooral een prettig moment voor jezelf, en je huid voelt daarna zacht aan. Arganolie voor je haar Manier 1: als verzorging vóór het wassen Dit is voor mij de fijnste manier bij droog of beschadigd haar. Verdeel wat arganolie over de lengtes en vooral over de punten van droog haar, doe je haar losjes op, en laat het minimaal een half uur zitten. Een hele nacht mag ook, met een oude handdoek over je kussen. Was daarna gewoon je haar. Doordat de olie er al in zit, spoelt je shampoo minder van het natuurlijke vet uit je haar weg. Hoeveelheid: voor halflang haar drie tot vijf druppels, voor lang of dik haar mag het richting acht. Begin bij de punten en werk omhoog, want daar is de behoefte het grootst. Manier 2: op handdoekdroog haar na het wassen Dit is de dagelijkse variant. Na het wassen dep je je haar met een handdoek tot het niet meer druipt. Wrijf één tot twee druppels tussen je handpalmen uit en haal je handen door de onderste helft van je haar. Niet bij de aanzet beginnen, zeker niet als je hoofdhuid van zichzelf al snel vet wordt. Hierna kun je gewoon föhnen of het aan de lucht laten drogen. Dit is ook het moment waarop je merkt dat arganolie het haar glanzend en beter kambaar maakt, want de kam gaat er direct soepeler doorheen. Manier 3: overdag op de punten Pluizen je punten in de loop van de dag op, dan is één druppel tussen je vingers uitgewreven en licht door de uiteinden gehaald genoeg om ze weer glad te krijgen. Doe dit echt met één druppel, want hier is te veel meteen zichtbaar. En je hoofdhuid Een rustige hoofdhuidmassage met een paar druppels arganolie kan prettig zijn als je hoofdhuid strak of droog aanvoelt. Masseer met je vingertoppen in rustige cirkels, laat het een half uur zitten en was het daarna uit. Voelt je hoofdhuid van zichzelf al snel vet, sla deze dan gewoon over en houd het bij de lengtes. Nagelriemen, handen en de rest Arganolie is geschikt voor huid, haar en nagels, dus houd het niet bij je gezicht alleen. Een druppel per hand in je nagelriemen masseren voor het slapengaan is een van de makkelijkste gewoontes om vol te houden. Verder werkt arganolie goed op ellebogen, knieën, scheenbenen en de huid rond je hielen: allemaal plekken waar de huid dikker en droger is en waar wat extra verzorging welkom is. Hoe je je arganolie bewaart Olie houdt niet van licht, warmte en zuurstof. Dat betekent in de praktijk: Bewaar de fles op een donkere plek, dus in de kast en niet op de vensterbank. Houd de fles uit de buurt van de verwarming en van de warmte van een föhn. Draai de dop altijd goed dicht, ook al lijkt dat een kleinigheid. Kijk op de verpakking hoelang de olie na openen goed blijft. Dat staat aangegeven met een symbool van een geopende verpakking met een aantal maanden erin. Ruikt de olie scherp of zurig in plaats van mild nootachtig, dan is ze over datum en gebruik je haar niet meer op je gezicht. De vijf fouten die ik het vaakst zie Te veel gebruiken. Verreweg de meest gemaakte. Begin met twee druppels op je gezicht en één in je haarpunten en bouw pas op als je echt merkt dat het te weinig is. Op een kurkdroge huid aanbrengen. Doe het op een licht vochtige huid, dan werkt dezelfde hoeveelheid olie merkbaar beter. Bij de aanzet van je haar beginnen. Blijf bij de lengtes en de punten, tenzij je bewust je hoofdhuid masseert. Alles tegelijk veranderen. Voeg één nieuw product per keer toe, en geef het een paar weken. Anders weet je nooit wat wat deed. Te snel oordelen. Je huid vernieuwt zich in weken, je punten groeien langzaam aan. Geef het vier tot zes weken. Een simpel weekschema om mee te beginnen Als je niet weet waar je moet starten, houd dan dit aan. Elke avond twee tot drie druppels op je gezicht, meteen na het wassen op de licht vochtige huid. Elke avond één druppel per hand in je nagelriemen. Eén keer per week arganolie in je lengtes voordat je je haar wast, minimaal een half uur laten zitten. En na elke wasbeurt één tot twee druppels door je handdoekdroge lengtes. Meer heb je niet nodig om te merken of arganolie bij je past. In het laatste artikel van deze reeks kijken we naar het kopen zelf: waar je op let als je een pure arganolie zoekt, en hoe je aan de fles en het etiket al een hoop kunt zien. Lees ook Wat is arganolie en waar komt het vandaan? Waar is arganolie goed voor? Pure arganolie kiezen: waar je op let
LEES MEERWaar is arganolie goed voor?
◷ 7 min leestijd In het vorige artikel keken we naar waar arganolie vandaan komt en hoe die gemaakt wordt. Nu de vraag die daar altijd op volgt: waar is arganolie eigenlijk goed voor? Ik loop hieronder rustig langs wat arganolie op je huid, in je haar en op je nagels doet. En ik ben ook eerlijk over wat je er níet van moet verwachten, want daar heb je uiteindelijk het meest aan. Eerst even: waarom je huid überhaupt vet nodig heeft Om te snappen wat een olie doet, helpt het om te weten hoe je huid aan de buitenkant is opgebouwd. Ik gebruik daarvoor altijd het beeld van een muurtje. De bovenste laag van je huid is een muurtje van bakstenen met specie ertussen. De huidcellen zijn de stenen, en de vetten die daartussen zitten zijn de specie. Zolang die specie op peil is, gebeuren er twee prettige dingen tegelijk: je huid houdt haar vocht binnen, en van buiten komt er weinig ongewenst naar binnen. Dat muurtje wordt gedurende de dag aan de kant geduwd door heel gewone dingen. Te heet douchen, stevig schuimende reiniging, wind, droge lucht van de verwarming, hard leidingwater. Beetje bij beetje raakt de specie uitgeput, en dan voelt je huid strak, dof en gevoelig. Een verzorgende olie vult daar iets van aan, en daar zit precies de rol van arganolie. Arganolie voor je gezicht Op je huid doet arganolie een paar dingen die goed samengaan. Arganolie voedt en verzorgt de huid, maakt de huid soepel en zacht en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Dat laatste is een belangrijke: het gaat er niet om dat je er vocht bij stopt, maar dat het vocht dat er is beter blijft waar het hoort. Wat arganolie daarnaast onderscheidt van veel zwaardere oliën, is de textuur. Arganolie trekt snel in zonder vettig gevoel. Dat is de reden dat zoveel mensen die eerder afhaakten op gezichtsoliën het hier wél volhouden. Je krijgt geen laag die blijft glimmen en die op je kussensloop achterblijft, maar iets wat binnen een paar minuten weg is en alleen een zachte huid achterlaat. Praktisch betekent dat: je kunt arganolie zowel 's avonds als 's ochtends gebruiken, en zelfs onder je make-up, mits je even geduld hebt en haar goed laat intrekken. Hoe je dat precies doet, en met hoeveel druppels, leg ik in het volgende artikel stap voor stap uit. Arganolie voor je haar Je haar is een heel ander verhaal dan je huid, want haar leeft niet meer op het moment dat het uit je hoofdhuid komt. Wat je aan de lengtes en de punten ziet gebeuren, is dus geen kwestie van iets van binnenuit oplossen, maar van goed verzorgen wat er al is. En daar is arganolie sterk in. Arganolie verzorgt droog en beschadigd haar en maakt het haar glanzend en beter kambaar. Dat laatste merk je vaak als eerste, en het is geen kleinigheid: haar dat makkelijker door de kam gaat, hoef je minder hard te trekken en te borstelen, en dat scheelt weer een hoop mechanische schade aan je punten. Zo werkt het een het ander in de hand. Die glans komt doordat de olie zich rond de haarschacht legt en de schubben aan de buitenkant gladder laat liggen. Licht dat op een glad oppervlak valt, weerkaatst gelijkmatig, en dat zie je als glans. Bij pluizig of poreus haar staan die schubben juist meer omhoog, en dan oogt haar dof, hoe schoon het ook is. Waar arganolie vooral tot haar recht komt: bij lang haar, bij droge punten, bij haar dat regelmatig warmte van een föhn of stijltang te verduren krijgt, en bij krullend haar dat van nature al sneller droog aanvoelt omdat de natuurlijke vetten van je hoofdhuid door de bochten lastiger naar beneden zakken. Arganolie voor je nagels en nagelriemen Dit is het stuk dat het vaakst vergeten wordt, en zonde. Arganolie is geschikt voor huid, haar en nagels. Je nagelriemen zijn een van de plekken waar de huid het dunst is en waar je het vaakst met water, zeep en schoonmaakmiddelen in aanraking komt. Ze drogen dus snel uit en gaan scheuren. Een druppel arganolie in de nagelriemen masseren voordat je gaat slapen is een van die routines die weinig moeite kost en die je makkelijk volhoudt. En omdat het één en dezelfde olie is die je ook op je gezicht en in je haar gebruikt, hoef je er niets extra's voor in huis te halen. En op je lichaam Er zijn nog een paar plekken waar arganolie prettig werkt en die mensen zelf niet zo snel bedenken. Denk aan ellebogen en knieën, aan je scheenbenen na het douchen in de winter, aan de huid rond je hielen, en aan je handen na een dag waarop je veel gewassen hebt. Overal waar de huid droog en ruw aanvoelt, geldt hetzelfde: arganolie voedt en verzorgt de huid en maakt de huid soepel en zacht. Voor wie is arganolie minder geschikt Nu het eerlijke deel, want geen enkel product past bij iedereen. Arganolie komt uit een noot. Heb je een notenallergie, dan is voorzichtigheid op zijn plaats en overleg je dat beter even met je huisarts of behandelaar voordat je begint. En eigenlijk geldt voor iedereen: doe eerst een kleine test. Breng een druppel aan in de plooi van je elleboog of achter je oor, laat het vierentwintig uur zitten en kijk hoe je huid reageert. Dat kost je één dag en het scheelt je een vervelende verrassing op je gezicht. Heb je een huid die van zichzelf al snel glimt, dan wil dat niet zeggen dat een olie niet kan. Arganolie is juist een van de lichtere oliën. Maar begin dan wel heel zuinig, met één of twee druppels, en gebruik het eerst een tijdje alleen 's avonds. Zo geef je jezelf de ruimte om te merken hoe je huid erop reageert. Gebruik je verzorging waar sterke actieve stoffen in zitten, dan is het slim om niet alles tegelijk nieuw te beginnen. Voeg één ding per keer toe. Anders weet je achteraf nooit waar een reactie vandaan kwam. Wat arganolie niet doet Dit vind ik minstens zo belangrijk om te benoemen. Arganolie is een verzorgingsproduct, geen behandeling. Ze is er om je huid en je haar te voeden en te verzorgen, en dat doet ze goed. Ze is er niet om iets op te lossen waar een arts of huidtherapeut naar zou moeten kijken. Zit je met iets waar je je zorgen over maakt, ga dan langs iemand die met je mee kan kijken. Een olie is daar geen vervanging voor. Verwacht ook geen omslag binnen een paar dagen. Je huid vernieuwt zich in een cyclus van weken, en je haar groeit langzaam aan. Geef verzorging dus minstens vier tot zes weken voordat je een oordeel velt. En arganolie is een aanvulling op alles wat je verder doet, niet een vervanging van gevarieerd eten, genoeg drinken en fatsoenlijk slapen. Van buiten verzorgen en van binnen goed voor jezelf zorgen zijn twee sporen die naast elkaar lopen. Hoe je merkt of het bij je past Houd het simpel. Gebruik arganolie een maand lang op één vaste manier, bijvoorbeeld elke avond op je gezicht en twee keer per week in je punten. Verander in die maand verder niets aan je routine. Kijk daarna terug. Voelt je huid zachter, gaat je kam makkelijker door je haar, zien je nagelriemen er verzorgder uit? Dan weet je genoeg. In het volgende artikel wordt het helemaal praktisch: hoeveel druppels, op welk moment, in welke volgorde, en de fouten die ik het vaakst voorbij zie komen. Lees ook Wat is arganolie en waar komt het vandaan? Arganolie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het Pure arganolie kiezen: waar je op let
LEES MEERWat is arganolie en waar komt het vandaan?
◷ 6 min leestijd Arganolie is zo'n naam die je overal tegenkomt. In shampoo, in haarmaskers, in gezichtsolie, en er staat dan meestal met grote letters bij dat het uit Marokko komt. Wat het precies is, en waarom er zoveel verschil zit tussen de ene fles en de andere, blijft daarbij vaak in het midden. Ik neem je er graag even in mee. Want als je weet waar arganolie vandaan komt en hoe die gemaakt wordt, begrijp je meteen een stuk beter waarom de ene arganolie zo anders ruikt, kleurt en aanvoelt dan de andere. De boom achter de olie Arganolie komt van de arganboom, met de officiële naam Argania spinosa. Die boom groeit vrijwel uitsluitend in het zuidwesten van Marokko, in een gebied tussen ongeveer Agadir, Essaouira en Taroudant dat de Souss-vallei heet. Nergens anders ter wereld groeit hij op grote schaal, en dat is geen toeval. De arganboom is namelijk een echte overlever: hij kan enorm veel droogte hebben, zijn wortels reiken tot tientallen meters de grond in op zoek naar water, en zijn takken zitten vol doorns. Die bomen worden oud, heel oud. Honderdvijftig tot tweehonderd jaar is niet uitzonderlijk. En ze doen daar meer dan alleen vruchten geven: met hun wortelstelsel houden ze de bodem vast en remmen ze het oprukken van de woestijn af. Daarom heeft UNESCO het arganbos in 1998 aangewezen als biosfeerreservaat. Je hebt vast weleens de foto's voorbij zien komen van geiten die in die bomen klimmen om bij de vruchten te komen. Dat is precies daar. Van vrucht naar pit naar olie De vrucht van de arganboom lijkt op een kleine groengele pruim of een dikke olijf. Als die rijp is, valt hij van de boom en droogt hij in. Onder het vruchtvlees zit een noot die tot de hardste in de natuur behoort, en pas ín die noot zitten de pitten waar het allemaal om draait. Meestal een tot drie stuks, en ze zijn niet groter dan een amandel. Die pitten worden geperst, en daar komt de olie uit. Het kraken van die keiharde noten gebeurt van oudsher met de hand, tussen twee stenen, en dat werk wordt in Marokko traditioneel door vrouwen gedaan, tegenwoordig vaak georganiseerd in coöperaties. Er is nog altijd geen machine die het net zo goed doet zonder de pit te beschadigen. En je hebt er heel veel voor nodig: reken op zo'n dertig kilo vruchten voor één liter olie. Daarbij geeft de boom maar één keer per jaar vrucht. Ik vind dat wel een fijn stuk achtergrond om te weten, want het verklaart in één keer waarom arganolie nooit een goedkoop product is. Als je een fles ziet die opvallend weinig kost, dan is er ergens in dat proces iets weggelaten of aangevuld. Er bestaan twee soorten arganolie Dit is het stuk dat de meeste mensen niet weten, en het is wel belangrijk. Er zijn twee volstrekt verschillende soorten arganolie, en ze worden allebei gewoon arganolie genoemd. Cosmetische arganolie wordt geperst uit ongeroosterde pitten. Die olie is licht en helder goudgeel, ruikt heel mild en een tikje nootachtig, en is bedoeld voor op je huid en in je haar. Culinaire arganolie wordt geperst uit pitten die eerst geroosterd zijn. Die is donkerder, meer amberbruin, en ruikt en smaakt uitgesproken naar noten. In Marokko gaat die over de couscous of door amlou, een soort spread van arganolie, amandelen en honing. Je moet je voorstellen dat het verschil ongeveer zo groot is als tussen ongebrande en gebrande noten: dezelfde grondstof, een compleet andere bewerking, een compleet ander gebruik. Koop je per ongeluk de culinaire variant voor je gezicht, dan zit je met een olie die een stuk sterker ruikt en die daar simpelweg niet voor gemaakt is. Andersom net zo goed. Wat er eigenlijk in zit Als je naar de samenstelling kijkt, bestaat arganolie voor ongeveer tachtig procent uit onverzadigde vetzuren. De twee hoofdrolspelers zijn oliezuur en linolzuur, en verder zitten er onder andere vitamine E, plantensterolen en squaleen in. Die combinatie is precies wat arganolie zo prettig maakt in de verzorging: de olie is voedend, maar tegelijk licht van structuur. Om te begrijpen waarom vetten zo goed op de huid liggen, gebruik ik altijd het beeld van een muurtje. De buitenste laag van je huid is opgebouwd als een muurtje van bakstenen met specie ertussen. De huidcellen zijn de stenen, de vetten daartussen zijn de specie. Zolang die specie mooi op peil is, houdt je huid haar vocht netjes vast en voelt ze soepel. Wordt die laag dunner door hard water, veel wassen, wind of droge binnenlucht, dan voelt je huid trekkerig en gevoelig. En daar komt een verzorgende olie in beeld: arganolie voedt en verzorgt de huid, maakt de huid soepel en zacht en helpt de huid haar natuurlijke vochtbalans te behouden. Koudgeperst, geraffineerd, wat is het verschil Een term die je op elk etiket tegenkomt is koudgeperst. Dat betekent dat de pitten mechanisch worden geperst zonder dat er warmte aan te pas komt. Het rendement is daardoor lager, en dat maakt het duurder, maar de olie houdt wel haar natuurlijke kleur, haar milde geur en alles wat er van nature in zit. Daar tegenover staat geraffineerde arganolie. Die wordt met warmte of oplosmiddelen gewonnen en daarna ontkleurd en ontgeurd. Wat je overhoudt is een olie die praktisch kleurloos en reukloos is. Handig voor een fabrikant die een neutraal product wil, maar je bent onderweg wel het een en ander kwijtgeraakt. Ruikt een arganolie helemaal nergens naar en is ze waterhelder, dan is dat vrijwel altijd het teken dat ze bewerkt is. Waarom arganolie zo prettig op de huid ligt Wat mensen het vaakst opvalt als ze arganolie voor het eerst gebruiken, is hoe licht het aanvoelt. Bij olie verwacht je een vettige laag die blijft liggen, en dat gebeurt hier gewoon niet: arganolie trekt snel in zonder vettig gevoel. Daardoor kun je haar op meer plekken gebruiken dan je zou denken. Arganolie is geschikt voor huid, haar en nagels, en dat maakt van één fles meteen een veelzijdig product in je badkamer. Wat je hier uit meeneemt Arganolie is dus geen modeproduct dat ergens in een fabriek bedacht is. Het is een olie uit de pitten van een boom die alleen in een klein stuk Marokko groeit, met de hand gekraakt, en met een opbrengst die zo laag ligt dat er per fles een hoop werk in zit. Er zijn twee soorten, waarvan alleen de ongeroosterde variant voor je huid en haar bedoeld is, en het maakt echt verschil of die olie koudgeperst is of niet. In het volgende artikel ga ik in op de vraag die ik het vaakst krijg: waar is arganolie eigenlijk goed voor, en net zo belangrijk, waarvoor niet. Lees ook Waar is arganolie goed voor? Arganolie voor je gezicht en je haar: zo gebruik je het Pure arganolie kiezen: waar je op let
LEES MEER


