ScKIN Journal
Wat er gebeurt als je veel magnesium binnenkrijgt
Kan ik er te veel van nemen? Die vraag krijg ik zodra iemand begint met magnesium, en ik vind het een goede vraag. Bij mineralen is het altijd zinvol om te weten hoe je lichaam met een overschot omgaat en waar de grens ligt. In dit artikel loop ik met je langs wat er gebeurt als er veel magnesium binnenkomt, waar je lichaam zelf remt, en wanneer het verstandig is om even met je arts te overleggen. Je nieren regelen het grootste deel Laten we bij het geruststellende deel beginnen. Magnesium heeft bij mensen met een normale nierfunctie een lage toxiciteit. Wat je te veel binnenkrijgt, wordt namelijk vlot via je nieren uitgescheiden. Je lichaam heeft daar een prima regelsysteem voor, en dat systeem werkt de hele dag door. Een echt te hoge magnesiumwaarde in het bloed, hypermagnesiëmie, is dan ook zeldzaam, zeker in geïsoleerde vorm. Het komt vrijwel alleen voor als de nieren hun werk niet goed kunnen doen. Daar kom ik verderop nog op terug, want dat is wel een belangrijke uitzondering. De darm is de eerste rem Er zit nog een rem vóór je nieren, en die zit in je darm. Van alles wat je binnenkrijgt, wordt maar een deel daadwerkelijk opgenomen. Wat niet wordt opgenomen, blijft in je darm en trekt daar water aan. Het gevolg is een dunnere ontlasting. Dat klinkt vervelend, maar het is eigenlijk een handig signaal. Je lichaam geeft daarmee aan dat de aanvoer op dat moment groter is dan wat het kwijt kan, en het is geen teken van schade. Zodra je terug gaat naar een lagere hoeveelheid, is het ook weer voorbij. Op de meeste etiketten staat daarom netjes vermeld dat overmatig gebruik een laxerend effect kan hebben. Ik leg de darm in dit verband vaak uit als een douanepost. De darmbarrière bepaalt wat er naar binnen mag en wat niet. En net als bij een echte douane maakt het uit of het aanbod herkend wordt. Komt er een vorm langs die je lichaam goed kent, dan gaat dat vlot. Komt er een vorm langs die het minder goed herkent, dan blijft er meer in de darm achter. De vorm bepaalt hoeveel er binnenkomt En daarmee zijn we bij een punt dat vaak wordt overgeslagen. Magnesium komt nooit los voor, het is altijd aan iets anders gebonden. Die binding bepaalt in hoge mate hoeveel er de douanepost passeert. De anorganische vormen doen het op dat punt matig. Van magnesiumoxide wordt bijvoorbeeld maar zo'n vier procent opgenomen. Dat is dezelfde stof die turnsters op hun handen gebruiken, en je lichaam herkent hem niet goed. Het lijkt goedkoop, maar je hebt er heel veel van nodig voordat er iets van bij je cellen aankomt, en de rest blijft in je darm. De organische vormen liggen dichter bij wat je lichaam kent. Magnesiumbisglycinaat is gebonden aan het aminozuur glycine en komt in die hele vorm aan bij de darm. Het wordt daar niet als mineraal maar als aminozuur beoordeeld, en dat is een route die voorrang krijgt. Zulke vormen zijn doorgaans ook milder voor de maag. Magnesiumcitraat wordt redelijk opgenomen, maar geeft bij hogere hoeveelheden sneller een dunnere ontlasting. Magnesiumtauraat is gebonden aan taurine, magnesiummalaat aan appelzuur. Wat je hieruit meeneemt: als iemand zegt dat hij van magnesium een lopende buik krijgt, gaat dat vaak niet over de hoeveelheid maar over de vorm. Rustig opbouwen werkt beter dan hard beginnen Ga je aanvullen naast je voeding, dan is het slim om niet meteen bovenaan te beginnen. Bouw het rustig op en gebruik je eigen reactie als meter. Praktisch pak je dat zo aan. Begin met een deel van de dagdosering die op het etiket staat, bijvoorbeeld de helft, en houd dat een paar dagen aan. Voelt dat prettig en verandert er niets aan je ontlasting, dan ga je naar de volledige dagdosering. Merk je dat je ontlasting dunner wordt, dan weet je dat je darm het op dat moment niet allemaal kwijt kan. Zak dan terug naar de hoeveelheid waar je je wel prettig bij voelde, of verdeel diezelfde dagdosering over twee momenten in plaats van één. De aanbevolen dagelijkse dosering op de verpakking is daarbij je bovengrens. Wil je daar om welke reden dan ook boven gaan zitten, doe dat dan niet op eigen houtje maar in overleg met een therapeut of arts die je situatie kent. En doe het sowieso rustig: verander niet elke dag iets, want dan weet je niet waar je reactie vandaan komt. Wanneer je het even overlegt met je arts Er zijn situaties waarin je niet zelf aan de knoppen moet gaan zitten. Een verminderde nierfunctie of nierfalen. Dit is de belangrijkste. Als je nieren magnesium niet goed kunnen afvoeren, stapelt het en dan gaat dat regelsysteem waar ik hierboven over schreef niet meer op. In dat geval is voorzichtigheid met mineralen en aanvulling in het algemeen op zijn plaats, en overleg je eerst met je arts. Spierverslappende medicatie. Magnesium kan de werking van bepaalde spierverslappers versterken. Ook bij middelen zoals valeriaan is het goed om dat te weten. Medicatie voor je hart, je schildklier of je bloedsuiker. Hier speelt zowel het interval van twee uur als de vraag of de dosering van je medicatie nog passend is. Dat is bij uitstek iets voor je behandelaar. Zwangerschap en borstvoeding. Je behoefte ligt in die periodes anders, en het is prettig om dat samen met je verloskundige of arts te bekijken. Meer is niet automatisch beter Tot slot iets wat ik graag meegeef, omdat ik het regelmatig zie: mensen die enthousiast worden en er daarom flink boven gaan zitten. Je lichaam werkt niet zo. Het gaat om wat er dagelijks meedraait in al die processen, niet om een grote hoeveelheid in één keer. Een gelijkmatige dagelijkse hoeveelheid binnen de richtlijn levert je meer op dan af en toe fors uitpakken. En het begint natuurlijk bij je bord. Groene bladgroente, noten, zaden, rauwe cacao, kokos, bananen. Daar leg je de basis, en aanvulling is precies dat: een aanvulling. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. In het laatste artikel van deze reeks laat ik zien hoe dit er bij ons in de praktijk uitziet, met de vormen en de dagelijkse hoeveelheid die we daarvoor gekozen hebben. Lees ook Hoeveel magnesium heb je per dag nodig? Magnesium en de rest van je dag: waar je inname tussen past Zo neem je Triple Magnesium+ in
LEES MEERZo neem je Triple Magnesium+ in
In de eerste drie artikelen van deze reeks keken we naar hoeveel magnesium je dag eigenlijk vraagt, waar je inname het beste tussen past en wat er gebeurt als er veel binnenkomt. Twee stoffen kwamen daarbij steeds terug: magnesium zelf, en vitamine B6 die er in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen mee samenwerkt. In dit laatste artikel maak ik de brug naar hoe wij dat bij ScKIN hebben ingevuld. Die magnesium, dat is bij ons Triple Magnesium+ Toen we dit product samenstelden, wilden we precies de dingen oplossen waar ik in de vorige artikelen over schreef. De vorm bepaalt hoeveel er de douanepost van je darm passeert, dus geen magnesiumoxide. Je lichaam gebruikt magnesium op verschillende plekken tegelijk, dus niet één vorm maar drie. En het moest te verdelen zijn over je dag, dus poeder en geen tablet. Triple Magnesium+ levert tweehonderdveertig milligram magnesium per dagdosering, dat is vierenzestig procent van de dagelijkse referentie-inname. Die tweehonderdveertig milligram komt uit drie vormen, elk tachtig milligram: tauraat, malaat en bisglycinaat. Daarnaast zit er vitamine B6 in als pyridoxaal-5-fosfaat, 1,4 milligram, wat neerkomt op honderd procent van de dagelijkse referentie-inname. Verder alleen citroenzuur als zuurteregelaar en lime aroma. Een blik van 339 gram is goed voor 120 porties. Triple Magnesium+ bevat drie vormen van magnesium, tauraat, malaat en bisglycinaat, voor een brede en goed opneembare basis. Dat is een beschrijving van de formule, geen aparte belofte per vorm. Waarom drie vormen naast elkaar In het derde artikel schreef ik dat magnesium nooit los voorkomt en dat de stof waaraan het gebonden is bepaalt hoeveel er de douanepost van je darm passeert. Dat is precies de reden dat er hier drie vormen naast elkaar staan in plaats van één. Bisglycinaat is gebonden aan het aminozuur glycine en wordt daardoor via de aminozuurroute beoordeeld, wat een hoge biologische beschikbaarheid geeft en zacht is voor de maag. Tauraat is gebonden aan taurine, een zwavelhoudend aminozuur dat je lichaam zelf ook maakt. Malaat is gebonden aan appelzuur. Alle drie zijn het organische, goed opneembare vormen, en alle drie leveren ze gewoon magnesium. Wat we bewust niet gebruiken is magnesiumoxide, waarvan maar een klein deel wordt opgenomen. Dat het poeder is en geen tablet, is ook een keuze. Poeder hoeft niet eerst afgebroken te worden, je kunt het flexibel doseren en je kunt het over je dag verdelen. Dat sluit aan bij het punt uit het tweede artikel: je lichaam gebruikt magnesium de hele dag door, niet één keer op een vast moment. Wat magnesium en vitamine B6 doen De rol van magnesium in je lichaam is breed, en dat zag je in de vorige artikelen al terug in het verhaal over ATP en over de deur tussen je zenuwcellen. Dit is wat er over die rol is vastgesteld. Magnesium draagt bij aan een normale energiestofwisseling.1 Magnesium helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen.1 Magnesium draagt bij aan een normale spierwerking.1 Magnesium ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.1 Magnesium speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen (zenuw)cellen.1 Magnesium draagt bij aan de geestelijke veerkracht.1 Magnesium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten.1 Magnesium draagt bij tot een goede elektrolytenbalans.1 En de vitamine B6 die erbij zit, doet dit: Vitamine B6 ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale psychologische functie.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling.2 Vitamine B6 helpt vermoeidheid te verminderen.2 Vitamine B6 draagt bij aan de normale regulering van de hormoonhuishouding.2 Dat B6 in de actieve vorm zit, pyridoxaal-5-fosfaat, betekent simpelweg dat je lichaam hem niet meer hoeft om te zetten. Hij is meteen bruikbaar, hapklaar voor in de cel. Ook dat is een beschrijving van de kwaliteit van de formule. Zo neem je het in Het inname-advies is een halve maatschep per dag, dat is 2,8 gram, geroerd door water. De smaak is licht en citrusachtig, dus je kunt het ook prima door een smoothie doen. Verder deze punten uit de vorige artikelen, nu praktisch gemaakt: Kies een vast moment. Ochtend of avond maakt niet uit, volhouden wel. Koppel het aan iets wat je toch al doet. Verdelen mag. Omdat het poeder is, kun je de dagelijkse hoeveelheid over twee of drie momenten verdelen. Voor je spijsvertering is dat vaak comfortabeler, en het sluit aan bij hoe je lichaam er de hele dag door gebruik van maakt. Houd twee uur afstand tot medicatie. Zeker bij schildklierhormoon, bepaalde antibiotica en middelen voor de botten. Overleg bij medicijngebruik altijd met je arts of apotheker. Niet pal naast je koffie en niet bij een maaltijd die vooral uit granen bestaat. Bij een maaltijd is prima. Voor de meeste mensen is dat het praktischste moment, gewoon omdat je dan toch aan tafel zit en het zo niet vergeet. Begin rustig. Start eventueel met de helft van de dagdosering en ga na een paar dagen naar de volledige halve maatschep. De aanbevolen dagelijkse dosering is je bovengrens; wil je daarboven zitten, overleg dat dan met een therapeut of arts. Voor kinderen los je een kwart maatschep op in water of aangelengd appelsap, en houd je de leeftijdsvermelding op de verpakking aan. Bewaren doe je droog, afgesloten, op kamertemperatuur en buiten bereik van kinderen. Heb je een verminderde nierfunctie, overleg dan eerst met je arts voordat je met magnesium aanvult. Dat schreef ik in het vorige artikel al, en het is belangrijk genoeg om hier te herhalen. Bekijk Triple Magnesium+ Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: magnesium is geen mineraal dat je één keer regelt en dan afvinkt. Je lichaam gebruikt het de hele dag door, in honderden processen tegelijk, en wat je op een dag verbruikt hangt samen met hoe die dag eruitziet. Leg de basis op je bord, kijk daarna pas naar aanvulling, en geef het rustig de tijd. En zit je ergens mee of twijfel je over wat bij jou past, stel je vraag gerust. We helpen je heel graag verder. 1 Magnesium (240 mg per dagdosering, 64% referentie-inname) draagt bij aan een normale energiestofwisseling, helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen, draagt bij aan een normale spierwerking, ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel, speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen (zenuw)cellen, draagt bij aan de geestelijke veerkracht, draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en draagt bij tot een goede elektrolytenbalans. 2 Vitamine B6 als pyridoxaal-5-fosfaat (1,4 mg, 100% referentie-inname) ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel, draagt bij aan een normale psychologische functie, draagt bij aan een normale energiestofwisseling, helpt vermoeidheid te verminderen en draagt bij aan de normale regulering van de hormoonhuishouding. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde levensstijl. Overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben. Raadpleeg bij ziekte, zwangerschap of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Hoeveel magnesium heb je per dag nodig? Magnesium en de rest van je dag: waar je inname tussen past Wat er gebeurt als je veel magnesium binnenkrijgt
LEES MEERHoe je zenuwstelsel prikkels doorgeeft
Je loopt op vrijdagmiddag door de supermarkt. Muziek uit de speakers, een kind dat huilt bij de kassa, drie mensen die om je heen manoeuvreren, je telefoon die trilt in je jaszak, en ondertussen probeer je te bedenken of je nog kikkererwten in huis hebt. De ene week gaat dat helemaal prima. De andere week sta je er na vijf minuten en denk je: ik wil hier weg. Datzelfde winkelcentrum, dezelfde hoeveelheid geluid. Het verschil zit in hoe jouw zenuwstelsel die prikkels op dat moment doorgeeft. En dat is precies wat ik je in dit artikel wil laten zien, want als je eenmaal weet hoe die doorgifte werkt, snap je ook waarom het de ene keer soepel loopt en de andere keer niet. Het gesprek gebeurt in een spleet Je moet je je zenuwstelsel voorstellen als een enorm netwerk van stroomdraden dat door je hele lijf loopt. Zien, horen, denken, bewegen, voelen: alles gaat over die lijnen. Maar die draden zitten niet aan elkaar vast. Tussen twee zenuwcellen zit steeds een piepklein spleetje, en dat noemen we de synaps. Een signaal moet dus telkens over dat spleetje heen. Dat gebeurt met boodschapperstoffen: de zendende cel laat een stofje los, dat zwemt naar de overkant, en daar dokt het aan op een ontvanger in de wand van de volgende cel. Zo'n ontvanger noemen we een receptor. Klopt het stofje netjes aan bij de juiste receptor, dan gaat er iets open en reist het signaal verder. Dat gebeurt de hele dag door, miljarden keren, zonder dat jij er iets van merkt. Tot het even niet zo soepel loopt. Er is een gaspedaal en er is een rem Wat je moet weten is dat die boodschapperstoffen niet allemaal hetzelfde doen. Grofweg zijn er twee families. De eerste familie zet aan. De belangrijkste daarvan heet glutamaat, en dat is de meest voorkomende opwekkende boodschapperstof in je hersenen. Glutamaat is je gaspedaal. Zonder glutamaat leer je niets, onthoud je niets en reageer je nergens op. Je hebt het echt nodig. De tweede familie remt af. Daar zitten GABA, glycine en taurine in. Die zorgen dat een signaal ook weer stopt, dat een cel weer tot rust komt en klaar is voor het volgende bericht. Dat is de rem. Een gezond zenuwstelsel is niet een zenuwstelsel met weinig gas. Het is een zenuwstelsel waarin gas en rem allebei goed werken, en netjes op elkaar reageren. Het gaat om de afwisseling tussen die twee, precies zoals je in de auto ook allebei nodig hebt. De deur met de bewaker ervoor En nu komt het stuk waar ik in mijn trainingen altijd even bij stilsta, omdat het zo mooi laat zien hoe fijn je lichaam in elkaar zit. Een van de belangrijkste ontvangers voor glutamaat heet de NMDA-receptor. Je kunt die zien als een deur in de wand van de zenuwcel. Die deur zit normaal gesproken dicht. En wat hem dichthoudt, is een magnesium-ion dat er letterlijk in zit, als een dop in een opening. Magnesium is dus de bewaker van die deur. Zolang hij daar zit, kan er niks doorheen. Wil er een signaal doorkomen, dan moeten er twee stofjes tegelijk komen aandokken: glutamaat en glycine. Samen. Pas als die allebei op hun plek zitten én de lading rond de cel verandert, laat het magnesium-ion los en gaat de deur open. Op dat moment stroomt er calcium naar binnen, en dat calcium is het eigenlijke sein: er is een boodschap binnengekomen, doe er wat mee. Zo, en dan moet die deur ook weer dicht. Daar komen de remmers om de hoek kijken. GABA doet dat samen met glycine of taurine: die zorgen dat er chloride de cel in gaat, waardoor de lading verschuift, het calcium weer naar buiten gaat en het magnesium-ion terugklikt in de opening. Deur dicht. Cel weer klaar voor het volgende bericht. Waar het dus om draait bij die deur, is het openen én het sluiten. Magnesium heeft daar een rol in, want zonder dat het weer op zijn plek gaat zitten, blijft de deur makkelijker openstaan. Magnesium speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen, en dit is precies waar dat zit. En dan is er nog de lading over de celwand Er is een tweede laag in dit verhaal die vaak wordt overgeslagen, en die vind ik minstens zo interessant. Elke zenuwcel heeft namelijk een elektrische lading over zijn wand, een soort spanning tussen binnen en buiten. Die spanning bepaalt hoe makkelijk een cel afgaat. Die lading wordt in stand gehouden door pompjes in de celwand die natrium naar buiten pompen en kalium naar binnen. Die pomp draait op energie, en magnesium is de stof die daar mede voor zorgt dat die energie beschikbaar komt. Loopt die pomp goed, dan zit je cel op de juiste spanning en gaat hij af wanneer dat nodig is. Loopt hij minder soepel, dan schuift die spanning en reageert de cel anders dan je zou verwachten. Dat noemen we samen de elektrolytenbalans: het samenspel van natrium, kalium, calcium en magnesium. Ik zeg altijd dat je lichaam eigenlijk een heel fijn afgestelde batterij is, en dat die mineralen bepalen hoe die batterij zijn lading vasthoudt. Waar je lichaam die stoffen vandaan haalt Alles wat ik hierboven beschreef, draait op stoffen die je uit je eten haalt. Even op een rij, want dit is het praktische deel. Magnesium zit vooral in groene bladgroenten. Dat is geen toeval: magnesium zit in het midden van het bladgroen, het chlorofyl. Verder in noten, amandelen, pompoenpitten, pijnboompitten, kokos, rauwe cacao, bananen, schelpdieren en vlees. Glycine en taurine zijn aminozuren en komen uit eiwitten. Taurine haal je uit vis, schaal- en schelpdieren, gevogelte, en verder uit prei, knoflook en bieslook. Vitamine B6 is een meewerker bij het maken van boodschapperstoffen in je zenuwstelsel. Die vind je in vis, gevogelte, ei, peulvruchten, noten en groenten. Wat de opname in de weg zit Dit vind ik minstens zo belangrijk om te vertellen, want het gaat niet alleen om wat je binnenkrijgt maar ook om wat je ervan opneemt en verbruikt. Fytaat, dat in volkoren graanproducten zit, bindt zich aan magnesium en houdt het vast, waardoor je er minder van opneemt. Hetzelfde geldt voor oxalaten en fosfaten. En dan zijn er nog de grote verbruikers: koffie, thee, frisdrank, alcohol, suiker, witmeel en sterk bewerkte producten. Die vragen allemaal extra van je magnesiumvoorraad. Ik noem die groep in mijn lessen altijd de slurpers. Vijf dingen die je hier concreet mee kunt Maak groen de basis, niet de garnering. Een flinke hand spinazie of boerenkool bij je warme eten, of door een smoothie. Rauw of kort gestoomd houdt het meeste in stand, want magnesium lost op in kookwater. Kook je toch, gebruik dat vocht dan mee in een saus of soep. Zet je noten en zaden op zicht. Amandelen, pompoenpitten en pijnboompitten in een glazen pot op het aanrecht in plaats van achter in de kast. Wat je ziet, eet je. Een hand per dag door je yoghurt of salade is zo gedaan. Verschuif één koffie per dag. Niet allemaal, gewoon die ene van drie uur. Vervang hem door water of een kop kruidenthee met wat noten erbij. Dat scheelt aan de verbruikkant en levert tegelijk wat op. Zorg dat er bij elke maaltijd eiwit ligt. Vis, ei, gevogelte, peulvruchten. Daar komen glycine en taurine vandaan, en die heb je nodig aan de remkant van dit verhaal. Combineer je volkoren met groente. Volkoren is prima, maar door het fytaat wil je er niet je hele dag op bouwen. Een boterham met veel groente erbij werkt anders uit dan drie boterhammen met beleg alleen. Tot slot Wat ik zo mooi vind aan dit stuk biochemie, is dat het je iets uitlegt over jezelf. Dat je op een drukke dag niet ineens minder goed tegen geluid kunt omdat je je aanstelt, maar omdat er in dat spleetje tussen je cellen een spel van gas en rem wordt gespeeld dat op dat moment anders uitpakt. In het volgende artikel ga ik verder waar dit ophoudt: waarom een drukke periode meer van je lichaam vraagt dan een rustige, en wat er in zo'n week eigenlijk gebeurt met je voorraad aan bouwstoffen. Lees ook Waarom drukke periodes meer van je lichaam vragen Wat afwisseling tussen inspanning en herstel doet Magnesium en de normale werking van het zenuwstelsel
LEES MEERWaarom drukke periodes meer van je lichaam vragen
In het vorige artikel keken we naar hoe een signaal van de ene zenuwcel naar de andere gaat: de deur met het magnesium ervoor, glutamaat als gaspedaal, GABA en glycine en taurine als rem. Nu wil ik een laag eromheen leggen, want die deurtjes staan niet in het luchtledige. Ze staan in een lichaam dat ondertussen bezig is met een verhuizing, een deadline, een kind met koorts en een agenda die niet meer klopt. Wat ik vaak terugzie is dat mensen in zo'n periode denken dat er iets mis is omdat ze anders reageren dan normaal. Terwijl er iets heel logisch gebeurt. Laat ik je uitleggen wat. Je lichaam heeft één reactie op alles wat er van je gevraagd wordt Dit is misschien wel het belangrijkste inzicht uit de kPNI dat ik je kan meegeven. Of het nu gaat om kou, honger, een infectie, een ruzie of een presentatie: je lichaam reageert daar in de basis op dezelfde manier op. Er gaan twee systemen aan. Het eerste is het deel van je zenuwstelsel dat je in actie zet. Het tweede is de as die loopt van je hypothalamus naar je hypofyse naar je bijnieren. En wat die twee systemen samen doen, is steeds hetzelfde: ze maken water, mineralen en energierijke stoffen beschikbaar. Meer niet. Je hartslag gaat omhoog, je bloed wordt anders verdeeld, je nieren houden water en natrium vast, je lichaam maakt brandstof vrij. Alles wordt klaargezet, zodat je kunt doen wat er gedaan moet worden. Dat is een prachtig programma. Het is alleen gemaakt voor korte stukken. Je voorouders hadden zo'n reactie nodig voor een jachtpartij, een koude nacht of een vlucht. Daarna kwam er eten, warmte en rust, en werd de voorraad weer aangevuld. Wat er anders is in een drukke week In een moderne drukke periode is die piek er ook, alleen zakt hij niet meer weg. De mail komt binnen om half elf 's avonds, het licht blijft aan, de agenda schuift door, en de volgende dag begint voordat de vorige goed en wel klaar is. Het systeem dat gemaakt is voor een sprint, staat dan wekenlang op halve kracht aan. En daar zitten drie gevolgen aan die ik je wil laten zien. Je verbruikt meer bouwstoffen dan in een rustige week Elke keer dat je lichaam die reactie in gang zet, maakt het mineralen en energierijke stoffen beschikbaar. Dat is letterlijk verbruik. Je gebruikt in een volle week dus meer van je voorraad dan in een week waarin je vier keer wandelt en op tijd eet. Terwijl je in zo'n volle week meestal juist minder goed eet, omdat je overslaat, iets snels pakt of achter je bureau een boterham naar binnen werkt. Dat is de scheve verhouding waar het meestal om draait: de vraag gaat omhoog en de aanvoer gaat omlaag, precies tegelijk. De balans van je zouten verschuift In het eerste artikel schreef ik over de lading over je celwand, en over de pomp die natrium naar buiten en kalium naar binnen brengt. Als je lichaam in de actiestand staat, houdt het water en natrium vast. Dat verschuift de verhouding tussen natrium, kalium, calcium en magnesium. En omdat die verhouding bepaalt hoe je cellen hun spanning vasthouden, merk je dat in je hele lijf. In je spieren, in je hart, en dus ook in je zenuwstelsel. Het gaspedaal staat langer ingedrukt En dan het derde. In een periode waarin er veel op je afkomt, komen er ook simpelweg meer signalen langs die deurtjes uit het eerste artikel. Meer prikkels, meer glutamaat, vaker open. En dus vraagt de remkant meer van je: meer GABA, glycine en taurine, en meer magnesium dat weer op zijn plek moet gaan zitten om de boel te sluiten. Dat verklaart een hoop van wat mensen in zo'n periode ervaren. Dat je 's avonds op de bank zit en het gevoel hebt dat er nog van alles doordraait terwijl je dag toch echt klaar is. Of dat je merkt dat je gevoeliger bent voor geluid dan normaal. En dan de accu Er is nog iets wat hierbij hoort, en dat gaat over energie. Alles wat ik hierboven beschrijf, kost energie. Je lichaam slaat die energie op in een stof die ATP heet. Ik noem dat altijd de accu van je cel: je verbrandt in je energiefabriekjes wat je eet, en de energie die daarbij vrijkomt sla je op in die accu. Uit die accu haal je vervolgens de hele dag de energie voor alles wat je doet: denken, bewegen, hormonen maken, herstellen, verteren. Alleen kan die energie er niet uit zonder magnesium. Magnesium is de stof die daarbij hoort, aan de accu vast, om de lading vrij te kunnen maken. Dus in een periode waarin je lichaam meer moet doen, draait die accu vaker rond, en gaat er meer om. Ook dat is verbruik. Zeven dingen die je in een drukke periode echt kunt doen Ik houd het bewust praktisch, want in een volle week heb je niks aan een plan van tien punten. Sla het ontbijt niet over, en zet er eiwit in. Ei, kwark, vis, of een handvol noten bij je havermout. Dat legt een vloer onder je dag waardoor je minder van piek naar dip gaat. Precies in de weken dat je het overslaat, heb je het het hardst nodig. Maak van groen een vaste afspraak. Een hand spinazie door een smoothie of door de pan, elke dag. Niet omdat het spannend is, maar omdat het de makkelijkste bron is die je hebt en het in een drukke week het eerst sneuvelt. Kijk kritisch naar de vierde koffie. De eerste twee zijn prima. Het patroon dat ik terugzie is dat mensen in een drukke week koffie gaan gebruiken als vervanging van een pauze. Vervang die ene middagkoffie door een glas water en een hand pompoenpitten of amandelen. Drink verspreid over de dag. Een fles op je bureau en een glas bij elke maaltijd. Je lichaam schuift in zo'n periode met water en zouten, en dan is een gelijkmatige aanvoer prettiger dan drie glazen om vijf uur. Beweeg kort, maar wel echt. Tien minuten stevig buiten lopen tussen twee afspraken doet meer dan een uur sporten dat er toch niet van komt. Beweging is de manier waarop je die actiestand een uitweg geeft in plaats van dat hij blijft hangen. Zet een streep aan het eind van je dag. Een vast moment waarop de laptop dicht gaat en het felle licht uit. Je lichaam heeft een signaal nodig dat de dag klaar is, anders blijft dat systeem gewoon doorlopen. Plan één leeg blok per week. Geen invulling, geen scherm. Dit is de tip die het vaakst wordt weggelachen en die het meeste doet. Zet hem in je agenda als een afspraak, want anders wint alles wat er wel in staat. Tot slot Wat ik je vooral mee wil geven: een drukke periode vraagt meer van je lichaam, en dat is geen zwakte maar rekenwerk. Er gaat meer om, dus er is meer aanvoer nodig. Dat is de hele som. In het volgende artikel gaan we naar de andere kant van dit verhaal, en dat is misschien wel de belangrijkste. Want het gaat niet alleen om minder belasting. Het gaat om de afwisseling tussen inspanning en herstel, en waarom je lichaam die afwisseling nodig heeft om sterk te blijven. Lees ook Hoe je zenuwstelsel prikkels doorgeeft Wat afwisseling tussen inspanning en herstel doet Magnesium en de normale werking van het zenuwstelsel
LEES MEERWat afwisseling tussen inspanning en herstel doet
Als ik met mensen praat over drukte, gaat het gesprek al snel over rust. Meer rust, minder doen, kalmer aan. En daar zit iets in, maar het is niet het hele verhaal. Want een lichaam dat alleen maar rust krijgt, wordt niet sterker. Het wordt juist minder goed in het opvangen van wat er op een dag langskomt. Wat je lichaam nodig heeft, is afwisseling. Een prikkel, en dan herstel. Inspanning, en dan rust. Dat is het principe waar ik dit artikel over wil hebben, want als je dat eenmaal doorhebt, ga je anders naar je week kijken. Waarom een prikkel je sterker maakt Er is een mooi woord voor dit principe: hormese. Dat betekent dat een matige prikkel, gevolgd door herstel, je robuuster maakt. Je lichaam reageert namelijk niet alleen op de prikkel zelf, het compenseert er ook op door. Het bouwt net iets meer capaciteit dan er nodig was, zodat je de volgende keer beter bent voorbereid. Je kent dat van je spieren. Je traint, je spierweefsel krijgt een prikkel, en in de dagen erna bouwt je lichaam sterker weefsel terug dan er stond. Maar hetzelfde principe geldt veel breder: voor je afweer, voor je stofwisseling, voor je bloedvaten en ook voor de manier waarop je zenuwstelsel prikkels verwerkt. De voorwaarde is wel steeds hetzelfde. Er moet een prikkel zijn, en er moet daarna herstel zijn. Zonder herstel is er geen overcompensatie, en dan blijft er alleen belasting over. Waar dat vandaan komt Om te begrijpen waarom je lichaam zo werkt, moet je even terug in de tijd. Onze voorouders leefden in cycli. Er was een periode van overvloed na een geslaagde jacht, en daarna een periode van schaarste. Er waren dagen van zware inspanning en dagen van niks. Er was kou en er was warmte. Er was zo nu en dan een infectie, en af en toe een verwonding. Die afwisseling was niet incidenteel, dat was het patroon. En daar zijn onze genen op afgesteld geraakt. De programma's die je in je lichaam hebt zitten, gaan ervan uit dat er pieken en dalen zijn, en dat het na een piek weer stil wordt. Kijk nu naar een gemiddelde dinsdag. Het is binnen altijd twintig graden. Er is altijd eten, op elk moment, in elke hoeveelheid. Het licht gaat pas uit als jij het uitdoet. Je bent altijd bereikbaar. De inspanning is meestal mentaal en zit de hele dag op hetzelfde niveau, zonder echte piek en zonder echt dal. Wat er dan gebeurt, is dat de systemen die zijn gemaakt voor afwisseling, hun ritme kwijtraken. Die assen in je lichaam hebben een patroon van afwisselend actief en inactief zijn, en dat patroon vervaagt als de prikkel constant en middelmatig is. In mijn vakgebied zeggen we het zo: if you don't use it, you lose it. Wat je niet aanspreekt, wordt minder goed. Wat dit met je zenuwstelsel doet Kom ik weer even terug bij het eerste artikel, bij die deuren tussen je zenuwcellen. Ik zei daar: een gezond zenuwstelsel is niet een zenuwstelsel met weinig gas, maar een waarin gas en rem allebei goed werken. De rem train je door hem te gebruiken. En je gebruikt hem door na een prikkel echt terug te zakken. Een korte, stevige inspanning gevolgd door een half uur waarin je niks hoeft, is voor dat systeem iets heel anders dan een dag die van negen tot elf op hetzelfde niveau doorkabbelt. In het eerste geval oefen je de overgang. In het tweede geval oefen je alleen het aanstaan. Dat is waarom ik altijd zeg dat het niet gaat om minder doen. Het gaat om duidelijker doen: als je aanstaat, sta dan echt aan, en als je klaar bent, wees dan ook echt klaar. Zeven manieren om afwisseling terug te brengen Nu praktisch, want dat is waar je iets aan hebt. Kies er twee of drie uit en houd die een maand vol, in plaats van dat je alles tegelijk probeert. Ga binnen een uur na het opstaan tien minuten naar buiten. Zonder zonnebril, ook als het bewolkt is. Ochtendlicht is het sterkste signaal dat je lichaam krijgt om te weten dat de dag begonnen is. Het is de goedkoopste ingreep die er is en hij zet de rest van je ritme neer. Bouw twee of drie keer per week een echte piek in. Kort mag: tien minuten waarin je buiten adem raakt telt volledig mee. Traplopen, een stuk hardlopen, een set squats. Het gaat om de intensiteit, niet om de duur. Sta elk uur even op. Een minuut lopen, even rekken, een glas water halen. Zes uur onafgebroken zitten is precies dat vlakke patroon waar je lichaam niks mee kan. Eindig je douche dertig seconden koud. Dit is een prikkel in het klein, en hij werkt precies zo: even aan, dan weer af. Begin met tien seconden als het je te veel is. Bouw het op. Laat je eetmomenten niet de hele dag doorlopen. Drie momenten met echte pauzes ertussen geeft je spijsvertering iets van rust en brengt ritme terug in je dag. Constant kleine dingen eten houdt alles op hetzelfde niveau, precies wat je niet wilt. Neem één pauze per dag zonder scherm. Vijftien minuten. Naar buiten, of gewoon uit het raam kijken. Een pauze waarin je scrollt is voor je zenuwstelsel geen pauze, want de prikkels blijven binnenkomen. Houd je bedtijd en je opstatijd redelijk vast, ook in het weekend. Je lichaam werkt met verwachtingen. Als het ongeveer weet wanneer het rustiger wordt, kan het daarop vooruitlopen. Wat je lichaam nodig heeft om die afwisseling aan te kunnen Nog één ding, want afwisseling vraagt iets. Elke keer dat je van aan naar uit gaat en terug, doen je spieren, je zenuwstelsel en je energiehuishouding mee. Dat kost bouwstoffen. Voor de prikkelgeleiding en de spierwerking zijn mineralen nodig, met magnesium als een van de belangrijkste. Voor het vrijmaken van energie uit je accu is dat mineraal ook nodig. En voor het maken van de boodschapperstoffen aan de remkant heb je eiwitten nodig, plus vitamine B6 als meewerker. Dus als je meer gaat afwisselen, zorg dan dat de aanvoer meebeweegt: groene bladgroenten, noten en pitten, goed eiwit bij elke maaltijd, en genoeg water over de dag verdeeld. Anders vraag je meer van een systeem zonder dat je het iets meegeeft. Tot slot Het mooie aan dit principe is dat het je iets teruggeeft. Je hoeft je leven niet leeg te maken. Je mag best een volle week hebben, als er maar echte dalen in zitten. Dat is wat je lichaam herkent en waar het sterker van wordt. In het laatste artikel van deze reeks zet ik alles op een rij, en kijken we naar het mineraal dat in alle drie de verhalen terugkwam: bij de deur tussen je zenuwcellen, bij de drukke week en bij het herstel. Lees ook Hoe je zenuwstelsel prikkels doorgeeft Waarom drukke periodes meer van je lichaam vragen Magnesium en de normale werking van het zenuwstelsel
LEES MEERMagnesium en de normale werking van het zenuwstelsel
We hebben in deze reeks drie stappen gezet. In het eerste artikel keken we naar de deur tussen twee zenuwcellen, met glutamaat als gaspedaal en GABA, glycine en taurine als rem. In het tweede artikel zagen we dat een drukke periode meer bouwstoffen vraagt, omdat je lichaam bij alles wat er van je gevraagd wordt mineralen en energierijke stoffen beschikbaar maakt. En in het derde ging het over afwisseling: dat je lichaam sterker wordt van een prikkel gevolgd door echt herstel. Er was één stof die in alle drie de verhalen terugkwam. Bij de deur, want daar zit magnesium als bewaker in de opening. Bij de pomp die de lading over je celwand op peil houdt. En bij de accu waar je energie uit vrijmaakt. Dat is magnesium, en daar gaat dit laatste artikel over. Wat magnesium in je lichaam doet Magnesium is betrokken bij meer dan driehonderd enzymen in je lichaam. Dat betekent dat het als meewerker naast heel veel processen staat en zorgt dat ze kunnen lopen. Ik gebruik daar vaak het woord cofactor voor: niet de hoofdrolspeler, wel het schakeltje zonder welke de rest niet doorloopt. Een aantal van die rollen is wetenschappelijk vastgesteld, en die mag ik je letterlijk zo geven: Magnesium ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.1 Magnesium speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen (zenuw)cellen.1 Magnesium draagt bij aan de geestelijke veerkracht.1 Magnesium draagt bij aan een normale mentale performance en is goed voor het concentratievermogen.1 Magnesium draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt energie vrij te maken uit de voeding.1 Magnesium helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen.1 Magnesium draagt bij aan een normale spierwerking.1 Magnesium draagt bij tot een goede elektrolytenbalans.1 Magnesium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en een sterk gebit.1 Als je dat rijtje zo ziet, snap je waarom ik magnesium in mijn lessen zo vaak noem. Het raakt aan bijna alles wat we in deze reeks hebben besproken. Hoeveel heb je nodig, en waar zit het in Voor vrouwen wordt doorgaans zo'n 310 tot 320 mg per dag aangehouden, voor mannen 400 tot 420 mg. Een andere manier om ernaar te kijken is ongeveer 10 mg per kilo lichaamsgewicht. Maar dat is een gemiddelde, en hoeveel jij gebruikt hangt af van je week: hoeveel je sport, hoeveel er van je gevraagd wordt, en hoe je eet. Uit voeding haal je magnesium vooral uit groene bladgroenten, noten, amandelen, pompoenpitten, pijnboompitten, kokos, rauwe cacao, bananen, schelpdieren en vlees. Alleen is het in de praktijk lastiger dan het lijkt om daar dagelijks aan te komen. Fytaat uit volkoren graanproducten bindt magnesium en houdt het vast, en oxalaten en fosfaten doen hetzelfde. Daarnaast zijn koffie, thee, frisdrank, suiker, witmeel, sterk bewerkte producten en alcohol grote verbruikers. Dus je kunt prima eten en toch merken dat je in bepaalde periodes meer gebruikt dan je binnenkrijgt. Dat is precies het moment waarop een aanvulling praktisch wordt. Waarom de vorm uitmaakt Iets wat veel mensen niet weten: magnesium bestaat nooit los. Het is altijd gebonden aan een andere stof, en die verbinding bepaalt hoe je lichaam het opneemt en hoe prettig het valt. Er zijn goedkope verbindingen die weinig opnemen en er zijn organische verbindingen die je lichaam beter herkent. Daarom werken we bij ScKIN niet met één vorm maar met drie. Dat is een keuze over de opbouw van de formule, niet over wat een losse vorm zou doen. ScKIN Triple Magnesium+ Triple Magnesium+ levert 240 mg magnesium per dagdosering, dat is een halve maatschep van 2,8 gram. Die 240 mg komt uit drie vormen tegelijk: magnesiumtauraat, magnesiummalaat en magnesiumbisglycinaat, elk 80 mg. Zo krijg je een brede, goed opneembare basis in plaats van alles uit één hoek. Er zit geen magnesiumoxide in. Daarnaast is er vitamine B6 toegevoegd in de actieve vorm, pyridoxaal-5-fosfaat, 1,4 mg per dagdosering en daarmee 100% van de dagelijkse referentie-inname. Die B6 hoort hier thuis, want: Vitamine B6 ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale psychologische functie.2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt vermoeidheid te verminderen.2 Vitamine B6 draagt bij aan de normale regulering van de hormoonhuishouding.2 Het is een poeder met een lichte, neutrale citrussmaak, dus je roert het door water of door een smoothie. Eén blik van 339 gram bevat 120 porties. Bekijk Triple Magnesium+ Hoe ik het zelf gebruik Twee dingen die ik altijd doorgeef, omdat ze in de praktijk het beste werken. Het eerste: wij nemen het onder kantooruren in, in plaats van weer een koffie. Rond een uur of drie doen we hier allemaal even magnesium in plaats van nog een kop koffie, en dan werken we gewoon prettiger door. Dat is een klein verschil in gewoonte dat je zo doorvoert. Het tweede: als ik een dag op cursus ga, of een dag met veel indrukken voor de boeg heb, gaat het mee in mijn tas. Dat scheelt me het gevoel dat ik er aan het eind van zo'n dag helemaal doorheen zit. En verder gewoon: één keer per dag een halve maatschep in wat water. Op een vast moment, zodat je het niet vergeet. Dat is de hele routine. Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan zijn dat je zenuwstelsel niet iets is wat je overkomt. Het is een systeem dat gas geeft en remt, dat bouwstoffen gebruikt en dat sterker wordt van afwisseling. Je kunt er dus iets aan doen: met wat er op je bord ligt, met ritme in je week, en met een brede basis eronder. Heb je een vraag over wat bij jou past, stel hem gerust. We helpen je heel graag verder. 1 Magnesium ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel, speelt een rol in de prikkeloverdracht tussen (zenuw)cellen, draagt bij aan de geestelijke veerkracht, aan een normale mentale performance, aan het concentratievermogen, aan een normale energiestofwisseling, helpt energie vrij te maken uit de voeding, helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen, draagt bij aan een normale spierwerking, aan een goede elektrolytenbalans en aan de instandhouding van sterke botten en een sterk gebit. Goedgekeurde gezondheidsclaims voor magnesium. 2 Vitamine B6 ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel, draagt bij aan een normale psychologische functie, aan een normale energiestofwisseling, helpt vermoeidheid te verminderen en draagt bij aan de normale regulering van de hormoonhuishouding. Goedgekeurde gezondheidsclaims voor vitamine B6. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij ziekte, zwangerschap of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Hoe je zenuwstelsel prikkels doorgeeft Waarom drukke periodes meer van je lichaam vragen Wat afwisseling tussen inspanning en herstel doet
LEES MEERDe twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet
◷ 6 min leestijd Vandaag wil ik je meenemen in iets wat mij binnen mijn vak altijd is blijven fascineren. Vitamine B12 staat bekend als de vitamine voor energie, en dat klopt ook. Maar als je kijkt naar wat er in de cel gebeurt, dan zie je iets opvallends: er zijn in het hele menselijk lichaam maar twee reacties die vitamine B12 nodig hebben. Twee. Voor een vitamine die zo'n grote naam heeft, is dat een verrassend klein aantal. En juist omdat het er maar twee zijn, is het zo interessant om te weten welke twee dat zijn. Want die twee reacties raken vervolgens ontzettend veel: je energiehuishouding, je zenuwen, je bloedaanmaak, je DNA en de manier waarop je hoofd werkt. In dit artikel loop ik ze met je langs, in gewone taal. Eerst even: waarom het pas telt in de cel Vitamine B12 maak je niet zelf aan. Je haalt het uit wat je eet, en daarna legt het nog een hele route af. Het moet worden losgemaakt van het eiwit waar het in je voeding aan vastzit, het moet worden opgenomen, vervoerd, en op celniveau in de juiste vorm komen. Pas als het in de cel is, kan je lichaam er iets mee. Dat vind ik zelf altijd het beste beeld: B12 op je bord is nog geen B12 in je cel. Wat we zien is dat er onderweg van alles kan meespelen, en daar ga ik in het derde artikel van deze reeks dieper op in. Voor nu doen we alsof de reis geslaagd is en het in de cel is aangekomen. Wat gebeurt daar dan? Reactie één: de methylkringloop De eerste reactie waar B12 voor nodig is, hoort thuis in wat we methylering noemen. Dat klinkt als een woord uit een leerboek, en dat is het ook, maar het idee erachter is simpel. Je moet je voorstellen dat je lichaam kleine schakelaars gebruikt om dingen aan en uit te zetten. Zo'n schakelaar is een methylgroep, een piepklein bouwsteentje van één koolstof met drie waterstoffen eraan. Door zo'n groep ergens op te plakken of er juist af te halen, wordt een celfunctie geactiveerd of stilgezet. Dat gebeurt op je DNA, op de eiwitten waar je DNA omheen zit gewikkeld, en op je neurotransmitters, de boodschapperstoffen in je zenuwstelsel. Er is één stof die al die schakelaars uitdeelt. Die heet S-adenosylmethionine, en in mijn vak noemen we hem gewoon de universele methyldonor. Hij geeft zijn methylgroep weg, en houdt daarna een stof over die homocysteïne heet. En dan komt het mooie: om die homocysteïne weer om te bouwen tot methionine, zodat de kringloop opnieuw kan beginnen, is er een enzym nodig dat vitamine B12 als hulpstuk met zich meedraagt. Zonder B12 doet dat enzym niets. Dat is reactie één. Ik zeg altijd: B12 is hier het schakeltje in de keten. Het is niet de motor, het is niet de brandstof, maar zonder dat ene schakeltje staat de hele kringloop stil en hoopt homocysteïne zich op. B12 werkt hier nooit alleen Wat me hierbij belangrijk lijkt om te noemen: die methylgroep die op homocysteïne wordt gezet, komt niet uit de lucht vallen. Die wordt aangeleverd door folaat, de natuurlijke vorm van foliumzuur. En folaat heeft op zijn beurt weer een omzettingsstap nodig voordat het die methylgroep kan afgeven. Daarnaast draait vitamine B6 mee in de tak van de kringloop waarin homocysteïne juist wordt afgevoerd in plaats van hergebruikt. En verderop in het verhaal zitten nog zink, magnesium, vitamine B2, choline en betaïne, allemaal stoffen die aan hetzelfde proces meewerken. In mijn vak noemen we die meewerkers cofactoren. Ze doen niet het werk zelf, ze maken het werk mogelijk. Dat is precies waarom ik er in de praktijk nooit één stof uit trek. Je kunt van één schakel nog zo veel hebben, als de schakel ernaast ontbreekt gaat het proces alsnog niet lopen. Ik vergelijk het weleens met een gatenkaas: het is niet de hoeveelheid kaas die telt, het is waar de gaten zitten. Reactie twee: de bocht naar je energiefabriekjes De tweede reactie speelt zich af in je mitochondriën. Dat zijn de energiefabriekjes in je cellen, en daar wordt uit je voeding de energie gemaakt waar je de hele dag op draait. Die energie heet ATP, en dat is de universele stroom van je lichaam. Om je een idee te geven van de schaal: iemand van rond de zeventig kilo maakt en verbruikt per dag ongeveer vijfenzestig kilo aan ATP. Dat molecuul wordt de hele dag door opnieuw opgeladen. In die fabriekjes draait een kringloop die de citroenzuurcyclus heet. Daar worden koolhydraten, vetten en eiwitten stap voor stap afgebroken, en bij elke stap komt er energie vrij die wordt opgevangen. Twee rondjes van die cyclus leveren uit één molecuul glucose zesendertig eenheden ATP op. Uit een vetzuur haal je er nog veel meer. En hier komt B12 om de hoek kijken. Als je lichaam bepaalde vetzuren en eiwitten wil verbranden, ontstaat er onderweg een tussenproduct dat methylmalonyl-CoA heet. Dat kan de cyclus nog niet in. Het moet eerst worden omgebouwd tot succinyl-CoA, en pas dan mag het instappen. Die ombouw is reactie twee, en die heeft vitamine B12 nodig. Zie het als een oprit naar de snelweg. De cyclus draait, en die brandstof staat ernaast te wachten. B12 is degene die de slagboom omhoog doet, zodat het mee kan draaien in de fabriek. Gaat die slagboom niet omhoog, dan blijft er brandstof staan die je niet gebruikt. Wat ik hier graag bij vertel: ATP heeft magnesium nodig om biologisch actief te worden. Zonder magnesium kan ATP zijn energie niet afgeven. Dus ook op deze plek is het weer een team, en niet één held. Waarom die twee reacties zo veel raken Twee reacties, en toch komt B12 in zo veel verhalen terug. Dat komt doordat allebei die reacties heel hoog in de keten zitten. Je ziet ze terug bij: Je energie. Via de citroenzuurcyclus in je mitochondriën, waar de energie uit je voeding wordt vrijgemaakt. Je zenuwstelsel. Om je zenuwen zit een vettige isolatielaag, de myelineschede. Je moet je een zenuw voorstellen als een stroomdraad, en om een stroomdraad hoort een rubberen omhulsel. Dat omhulsel wordt onderhouden met behulp van de methylkringloop. Ligt de stroomdraad bloot, dan raakt een zenuw sneller overprikkeld. Je hoofd. Neurotransmitters worden gemaakt en weer afgebroken via methylering. Diezelfde kringloop dus. Je bloed. Rode bloedcellen worden voortdurend nieuw aangemaakt, en daar zijn B12, folaat en B6 alle drie bij betrokken. Je DNA. Elke keer dat een cel zich deelt, moet het DNA netjes worden gekopieerd en van de juiste schakelaars voorzien. Ook dat loopt via methylering. Wat ik je hiervan graag wil meegeven Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dan zijn dat B12 een teamspeler is. Het doet twee dingen, en het doet die twee dingen alleen samen met folaat, met B6 en met een reeks mineralen die eromheen staan. Daarom kijk ik in mijn werk nooit naar één vitamine op zichzelf, maar naar het geheel van wat er op je bord ligt. En daarmee komen we bij de logische volgende vraag: waar zit die B12 dan in, en hoeveel haal je uit een gewone dag eten? Dat is precies waar het tweede artikel over gaat. Lees ook Waar zit vitamine B12 in? Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit
LEES MEERWaar zit vitamine B12 in?
◷ 6 min leestijd In het vorige artikel liepen we langs de twee reacties waar vitamine B12 in je lichaam voor nodig is. Nu de praktische vraag die daarop volgt en die ik ook het vaakst krijg: waar zit het in? Want je maakt B12 niet zelf aan, dus alles wat je ervan hebt komt van je bord. In dit artikel loop ik de bronnen met je langs, van rijk naar minder rijk, met wat je er in een gewone week praktisch mee kunt. Ik ga ook in op de plantaardige kant, want daar zit een addertje onder het gras dat veel mensen niet kennen. Waar B12 vandaan komt Iets wat weinig mensen weten: geen enkele plant en geen enkel dier maakt vitamine B12 zelf aan. Het wordt gemaakt door bacteriën. Koeien, schapen en ander herkauwend vee hebben een spijsverteringsstelsel waarin die bacteriën huizen, en het B12 dat daar wordt gemaakt hoopt zich vervolgens op in hun weefsel. Zo komt het in vlees, in orgaanvlees, in melk en in eieren terecht. Vissen krijgen het binnen via het voedsel in het water, en slaan het op in hun spierweefsel en lever. Schelpdieren filteren de hele dag water en verzamelen zo veel van de bacteriën die het maken. Daarom zijn juist schelpdieren zo rijk. Als je dat weet, snap je meteen waarom de lijst met bronnen eruitziet zoals hij eruitziet, en waarom plantaardige voeding hier een ander verhaal is. De rijkste bronnen op een rij Ik zet ze in volgorde, van de allerrijkste naar de dagelijkse basis. Orgaanvlees Lever staat met afstand bovenaan. Een kleine portie levert een veelvoud van wat je op een dag nodig hebt. Ik weet dat lever niet bij iedereen op het menu staat, en dat hoeft ook niet. Maar mocht je het lekker vinden: één keer in de twee weken een portie doet in dit verhaal al ontzettend veel. Schelp- en schaaldieren Mosselen, oesters, kokkels en venusschelpen zitten er vol mee, om de reden die ik hierboven noemde. Een pan mosselen is in dit opzicht een uitschieter. Garnalen en krab zitten er ook goed in, iets lager dan mosselen. Vette vis Makreel, haring, zalm, sardines en tonijn zijn stevige bronnen. Een portie makreel of haring dekt de dagelijkse hoeveelheid ruimschoots. Het mooie van vette vis is dat je er tegelijk je omega 3-vetzuren mee binnenhaalt, dus je slaat twee vliegen in één klap. Twee keer per week vis is een gewoonte die op meer plekken in je lichaam terugkomt dan alleen hier. Vlees en gevogelte Rundvlees, lamsvlees en wild zitten er duidelijk hoger in dan kip en varkensvlees, maar ook die laatste leveren gewoon een bijdrage. Wild is een categorie die vaak vergeten wordt en die van nature rijk is. Eieren Een ei levert een bescheiden hoeveelheid, en de B12 zit vooral in de dooier. Twee eieren bij het ontbijt is geen uitschieter, maar wel een prima dagelijkse basis. Ik vind eieren daarom praktisch: ze zijn makkelijk, ze zijn goedkoop en je kunt ze overal kwijt. Zuivel Melk, yoghurt, kwark en kaas leveren allemaal een deel. Een schaal yoghurt met een portie kaas erbij op een dag telt gewoon mee. Zuivel is misschien niet de rijkste bron, maar wel de bron die bij veel mensen elke dag terugkomt, en dat maakt hem in de praktijk waardevol. Hoeveel heb je er per dag van nodig? De dagelijkse referentie-inname voor volwassenen is klein, we praten over enkele microgrammen. Een microgram is een miljoenste gram, dus dat is werkelijk een minuscule hoeveelheid. Dat lijkt geruststellend, en tegelijk is het precies waarom de opname zo bepalend is: als er van zo'n kleine hoeveelheid onderweg iets verloren gaat, tikt dat door. Ik geef in de praktijk liever een ritme mee dan een rekensom. Twee keer per week vis, een paar keer per week vlees of eieren, dagelijks wat zuivel, en af en toe iets uit de rijkere hoek zoals mosselen of lever. Dan zit je op je bord goed. De plantaardige kant, en het addertje Hier wordt het interessant. Op internet kom je lijstjes tegen waarop zeewier, algen zoals spirulina, tempé, paddenstoelen en gefermenteerde producten worden genoemd als plantaardige bron. Dat klopt niet helemaal, en het is goed om te weten waarom. In die producten zitten stoffen die op vitamine B12 lijken. We noemen ze analogen, of pseudo-B12. Ze passen wel op de plek waar B12 hoort, maar ze doen het werk niet dat B12 doet. Sterker nog, ze kunnen die plek bezet houden. Op een laboratoriummeting kunnen ze zelfs meetellen, waardoor een uitslag hoger uitvalt dan wat er werkelijk bruikbaar is. Wat wél een echte plantaardige route is: verrijkte producten. Denk aan plantaardige dranken waar B12 aan is toegevoegd, sommige vleesvervangers, en voedingsgist in de verrijkte variant. Daar is dus echte B12 aan toegevoegd. Lees het etiket, want niet elk merk doet dit, en het verschilt ook per smaakvariant binnen hetzelfde merk. Dat is een controle die zo gedaan is en die veel scheelt. Bereiden en bewaren Vitamine B12 is wateroplosbaar, en dat heeft twee gevolgen die je in de keuken kunt gebruiken. Het eerste: een deel lost op in het vocht. Als je vis pocheert of vlees stooft, verdwijnt er iets in het kookvocht. Verwerk dat vocht dus in je saus of je soep in plaats van het weg te gooien. Zo simpel, en het scheelt gewoon. Het tweede: lang en fel verhitten kost een deel van de vitamine. Kort bakken of stomen houdt meer over dan een uur laten sudderen of iets langdurig in de magnetron opwarmen. Ik ben er zelf niet dogmatisch in, want een stoofpot hoort er ook gewoon bij. Maar als je vaak alles heel lang verhit, is het goed om dit te weten. En over bewaren: B12 is redelijk stabiel in de koelkast en in de vriezer. Daar hoef je je dus niet druk om te maken. De voorraad in je lever Nog iets wat B12 bijzonder maakt: je lichaam legt er een voorraad van aan, vooral in je lever. Bij de meeste wateroplosbare vitaminen gebeurt dat nauwelijks, die plas je gewoon uit. Bij B12 gaat die voorraad juist langere tijd mee. Dat is fijn, want het maakt je systeem robuust. Het heeft ook een andere kant: als je aanvoer via je voeding terugloopt, merk je dat pas laat, want je teert eerst rustig op je reserve. Wat ik daarom vaak zeg: kijk niet alleen naar hoe je vandaag eet, maar naar wat je maandenlang gewend bent te eten. Dat patroon is wat telt. En dan de vraag die hierop volgt Je kunt het allemaal keurig op je bord hebben liggen en toch weinig van die B12 in je cellen krijgen. Want tussen je bord en je cel zit een route waarop van alles gebeurt, en die route is bij B12 uitgebreider dan bij welke andere vitamine ook. Daar gaat het derde artikel over. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit
LEES MEERWaarom vitamine B12 uit voeding niet altijd goed wordt opgenomen
◷ 6 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar wat vitamine B12 in je lichaam doet en waar het in zit. Nu het stuk dat er in de praktijk vaak het meeste toe doet: de route van je bord naar je cel. Want B12 heeft van alle vitaminen misschien wel de meest omslachtige route, met de meeste plekken waar het kan haperen. Ik loop die route met je langs, stap voor stap, en geef je onderweg de dingen mee die je er zelf aan kunt doen. De route in vijf stappen Vereenvoudigd gaat het zo: In je voeding zit B12 vastgeplakt aan eiwit. Het moet daar eerst van los. Dat losmaken gebeurt in je maag, met behulp van maagzuur en verteringsenzymen. In diezelfde maag wordt een transporteiwit aangemaakt dat de intrinsic factor heet. Dat pakt de B12 op. Dat duo reist door naar het laatste stuk van je dunne darm. Alleen daar, op die specifieke plek, wordt B12 opgenomen. Vanaf daar gaat het via je bloedbaan naar je cellen, waar het pas kan worden gebruikt. Vijf stappen, en op elk van die stappen kan iets minder soepel lopen. Daarom is dit een verhaal waarin niet alleen telt wat je eet, maar ook hoe je vertering ervoor staat. Stap één en twee: je maagzuur Je maagzuur moet echt zuur zijn. We praten over een zuurgraad van ongeveer twee tot drie. Dat klinkt streng en dat is het ook, want dat zuur heeft meerdere taken tegelijk: het maakt eiwitten toegankelijk, het activeert verteringsenzymen, het maakt B12 los van het eiwit waar het aan zit, en het houdt bacteriën tegen die verderop niet thuishoren. Is dat maagsap minder zuur, dan gaat dat losmaken minder goed. En hier zit iets waar veel mensen zich in vergissen: de signalen van te weinig maagzuur en die van te veel maagzuur lijken sterk op elkaar. Een vol, opgeblazen gevoel na het eten wordt vaak uitgelegd als te veel zuur, terwijl het net zo goed het omgekeerde kan zijn. Wat de zuurgraad van je maagsap beïnvloedt Ouder worden. Vanaf een jaar of vijftig neemt de aanmaak van maagzuur bij veel mensen geleidelijk af. Dat gaat zo langzaam dat je het niet merkt gebeuren. Stress. Je vertering staat onder leiding van je nervus vagus, de zenuw die je lichaam in de ruststand zet. Bij langdurige spanning wordt die zenuw geremd, en dan kan de aanmaak van verteringssappen fors teruglopen. Eten terwijl je gehaast of gespannen bent is dus letterlijk minder goed verteren. Maagzuurremmers. Die doen precies wat de naam zegt. Als je ze gebruikt, is het goed om te weten dat dit meespeelt in dit verhaal. Een bacterie in de maag, Helicobacter pylori, die de maagwand kan irriteren en de zuurproductie beïnvloedt. Een maagverkleining of een bypass, waarbij een deel van de maag niet meer meedoet. Wat je hier zelf aan kunt doen Een paar dingen die ik in mijn werk vaak meegeef, en die je gewoon kunt uitproberen: Eet in de ruststand. Ga zitten, leg je telefoon weg, en neem drie rustige ademhalingen voordat je begint. Dit klinkt zweverig en het is het niet: je zet er je vertering letterlijk mee aan. Kauw langer dan je gewend bent. Je vertering begint in je mond, en wat daar goed wordt fijngemaakt hoeft je maag niet meer te doen. Een scheutje appelazijn of wat citroensap in water, vlak voor de maaltijd. Dit werkt alleen als je het regelmatig doet, dus als vast gewoontetje voor het eten, niet één keer. Bittere smaken vooraf. Denk aan witlof, rucola, radicchio of een paar blaadjes andijvie. Bitter zet je vertering in gang, en dat is precies waarom een aperitief van oorsprong bitter was. Drink niet te veel tijdens het eten. Een glas is prima, een liter verdunt je maagsap. Verteringsenzymen kunnen bij een tragere vertering fijn zijn, zeker als je ouder wordt. Gebruik je maagzuurremmers, stop daar dan nooit zomaar mee. Dat is echt iets om samen met je arts te bekijken, eventueel met een orthomoleculair therapeut ernaast die met je meedenkt over de aanpak. Stap drie: de intrinsic factor Dit is het stukje dat B12 uniek maakt. Er is geen andere vitamine die een eigen transporteiwit nodig heeft om te worden opgenomen. Die intrinsic factor wordt aangemaakt door dezelfde cellen in je maagwand die ook het maagzuur maken. En dat verklaart waarom de twee vaak samen oplopen: gaat de zuurproductie omlaag, dan gaat de aanmaak van dat transporteiwit meestal mee. Je kunt dus keurig B12 op je bord hebben en er weinig van meekrijgen, simpelweg omdat het busje ontbreekt dat het moet vervoeren. Dat is voor mij altijd het duidelijkste voorbeeld van iets wat ik vaak zeg: het gaat niet om wat je binnenkrijgt, het gaat om wat je opneemt. Stap vier: je darm De opname gebeurt op één specifieke plek, helemaal aan het einde van je dunne darm. Dat is een klein stukje, en het moet in goede conditie zijn. Wat daar meespeelt: De conditie van je darmwand. Een geïrriteerde darm neemt minder goed op dan een rustige. Je darmflora. Een gunstige samenstelling helpt bij de opname. Vezels uit groente, fruit, peulvruchten en volkoren producten zijn wat die bacteriën voeden, en gefermenteerde producten zoals yoghurt, kefir en zuurkool dragen bij aan de variatie. Bacteriën op de verkeerde plek. Als de maag minder zuur is, glippen er bacteriën door die normaal tegengehouden zouden worden. Die nestelen zich hogerop in de dunne darm, waar ze niet horen, en gaan daar meedoen aan de vertering. Je merkt dat aan gas en een opgezette buik na het eten. Wat daarbij extra vervelend is: die bacteriën verbruiken zelf ook B12. Een reeks antibioticakuren. Hoe meer kuren, hoe langer het duurt voordat het darmmilieu weer op orde is. De rekensom die je moet kennen Er is nog iets wat de route beperkt. Je lichaam kan per keer maar een klein deel van de aangeboden B12 via die intrinsic-factor-route opnemen. Van wat er in één keer voorbijkomt, gaat het om een paar procent. Dat betekent twee dingen. Ten eerste: verdelen over de dag levert meer op dan alles in één maaltijd proppen. Ten tweede: bij grotere hoeveelheden speelt er nog een tweede route mee. Een klein percentage van B12 kan namelijk ook zonder transporteiwit direct door de slijmvliezen worden opgenomen. Die tweede route is inefficiënt, maar hij is er, en hij is precies de reden dat bepaalde vormen van aanvullen zo hoog gedoseerd zijn. Wanneer de route meer aandacht vraagt Er zijn situaties waarin deze route van nature wat meer aandacht vraagt. Bij het ouder worden, omdat de maagzuurproductie afneemt. Bij langdurige spanning, want dan verbruikt je lichaam meer van allerlei vitaminen en mineralen, waaronder B12 en magnesium. Bij een plantaardig voedingspatroon, omdat de bronnen dan simpelweg schaarser zijn. En bij een maagoperatie of een darmaandoening, omdat er dan een schakel in de route ontbreekt. Herken je jezelf hierin, ga er dan eens goed voor zitten met iemand die met je meekijkt. Dat is geen luxe, dat is gewoon slim. Wat dit betekent voor de manier waarop je aanvult Als de flessenhals in de maag zit, dan is het logisch om te kijken naar een route die de maag omzeilt. Dat kan door B12 via het mondslijmvlies op te nemen, met een zuigtablet die je onder je tong laat smelten. Wat me daarbij belangrijk lijkt: dan moet je hem ook echt laten smelten en niet doorslikken. Sabbelen dus, tot er niets meer van over is. In het laatste artikel van deze reeks breng ik alles samen: welke vorm je dan kiest, waarom folaat en vitamine B6 daarbij horen te staan, en hoe je dat praktisch aanpakt. Lees ook De twee plekken in je lichaam waar vitamine B12 het werk doet Waar zit vitamine B12 in? Vitamine B12 aanvullen naast je voeding: wat er in ScKIN Vitamin B12+ zit
LEES MEER


