◷ 6 min leestijd
In de eerste twee artikelen keken we naar wat vitamine D allemaal doet en hoe je er zelf voor kunt zorgen dat je genoeg binnenkrijgt. Nu gaan we een laag dieper, want dit is waar het vak van de kPNI over gaat: niet naar losse stukjes kijken, maar naar hoe alles in je lichaam samenwerkt. En bij vitamine D is dat samenspel echt de moeite waard om te begrijpen.
Van zonlicht tot bouwstof
Het begint in je huid. Onder invloed van zonlicht zet je huid een afgeleide van cholesterol om in een voorloper van vitamine D, en daaruit ontstaat vervolgens vitamine D3. Interessant genoeg is dat nog niet de vorm die je cellen kunnen gebruiken. Wat je huid maakt is een soort grondstof die wordt opgeslagen in je vetweefsel, klaar om verder bewerkt te worden. Je kunt het vergelijken met meel: het is de basis voor het brood, maar je kunt er nog niet in happen.
En hier speelt al meteen iets mee wat lang niet iedereen weet: hoe vlot je huid die grondstof maakt, verschilt sterk van persoon tot persoon en van seizoen tot seizoen. Heb je een getinte of donkere huid, dan doe je er in ons klimaat langer over om dezelfde hoeveelheid aan te maken. Word je ouder, dan wordt je huid dunner en gaat de aanmaak trager. En in de wintermaanden staat de zon simpelweg te laag om de eerste stap überhaupt op gang te brengen. Dat betekent dat de rest van de lopende band soms met weinig grondstof moet werken.
Twee stappen voordat het klaar is voor de cel
Om van die grondstof naar een bruikbare vorm te komen, gaat vitamine D langs twee stations, een soort lopende band met twee bewerkingen. De eerste bewerking gebeurt in je lever. Daar wordt de grondstof omgezet naar de opslagvorm, en dit is precies de vorm die de huisarts meet als je je bloed laat prikken. Handig voor een overzicht, maar het zegt nog niet alles, want het is nog steeds niet de werkende vorm.
De tweede bewerking vindt plaats in je nieren. Daar wordt de opslagvorm omgezet naar de actieve vorm, de hormoonvorm van vitamine D. Pas die actieve vorm is, zoals ik het graag noem, hapklaar voor in de cel. Nu kan vitamine D zich melden bij die aanmeldpunten waar ik het eerder over had en daadwerkelijk iets in gang zetten. Twee stations dus, en pas na allebei is het werk klaar.
Waarom magnesium onmisbaar is
En hier komt het stuk dat in de reguliere uitleg vaak ontbreekt. Beide bewerkingen, zowel in je lever als in je nieren, hebben magnesium nodig om te kunnen verlopen. Magnesium is de cofactor, de stille meewerker zonder wie de lopende band stil komt te staan. Heb je te weinig magnesium op voorraad, dan kun je nog zoveel vitamine D binnenkrijgen, maar dan blijft een deel gewoon liggen in de grondstoffase.
Dat verklaart waarom ik vitamine D en magnesium eigenlijk altijd als een setje bekijk. Zeker omdat we in een druk, vol leven veel magnesium verbruiken. Onder spanning gaat er extra magnesium doorheen, en dat is precies de situatie waarin je je vitamine D juist goed wilt kunnen benutten. Twee stoffen die elkaar nodig hebben, dat is voor mij typisch een kPNI-verhaal.
Meten is niet hetzelfde als weten
Dit onderscheid tussen de opslagvorm en de actieve vorm verklaart iets wat in de praktijk vaak voor verwarring zorgt. Als de huisarts je bloed prikt, wordt de opslagvorm gemeten. Dat geeft een prima beeld van je voorraad, maar het zegt nog niet of je die voorraad ook goed omzet en gebruikt in de cel. Iemand kan dus een nette voorraad hebben en er in het dagelijks functioneren toch weinig van terugzien, simpelweg omdat er in de omzetting of de herkenning iets stroever loopt. Daarom kijk ik nooit alleen naar een los getal, maar altijd naar het hele plaatje eromheen: hoe iemand leeft, hoeveel rust er is, en of de meewerkers zoals magnesium wel op voorraad zijn.
De sleutel en het slot
Stel dat je genoeg vitamine D hebt en dat het netjes is omgezet naar de actieve vorm. Dan ben je er nog niet helemaal, want die actieve vorm moet ook nog wórden herkend door de cel. Ik gebruik daar graag het beeld van een sleutel en een slot voor. De actieve vitamine D is de sleutel, en het aanmeldpunt op de cel is het slot. Passen ze op elkaar, dan gaat de deur open en komt de cel in beweging.
Nu het interessante: langdurige spanning gooit hier roet in het eten. Bij chronische stress maakt je lichaam veel van het stresshormoon cortisol aan, en dat cortisol vervormt als het ware het slot. De sleutel is er dan wel, maar hij past niet lekker meer, en de deur blijft dicht. Zo kan het gebeuren dat iemand op papier prima vitamine D-waarden heeft, maar er in de cel toch te weinig van merkt. Ik noem dat weleens laag functioneren bij normale waarden, en het laat zien waarom rust en stresshantering ook in dit verhaal meetellen.
Waarom optimaal iets ruimer ligt dan het minimum
Nog een puzzelstukje. Als je kijkt naar mensen die dicht bij de evenaar wonen en veel in de zon zijn, dan zie je dat hun vitamine D-waarden van nature een stuk hoger liggen dan wat wij in Nederland gemiddeld halen. Dat is het niveau waar ons lichaam eigenlijk op gebouwd is. In de reguliere zorg geldt een lagere ondergrens als voldoende, en dat is prima als vertrekpunt. Vanuit een orthomoleculaire blik kijken we vaak graag naar wat ruimere waarden, altijd afgestemd op de persoon. Belangrijk daarbij: hoger is niet automatisch beter, en juist bij vitamine D is persoonlijk advies op zijn plek.
Wat dit voor jou betekent
Als je deze drie stappen bij elkaar legt, zie je waarom vitamine D zo'n fijn maar ook precies verhaal is. Er moet genoeg grondstof zijn, die moet netjes worden omgezet met behulp van magnesium, en de cel moet de actieve vorm kunnen herkennen zonder dat stress het slot vervormt. Aanmaak, activatie en herkenning, alle drie tellen ze mee. In het laatste artikel breng ik het praktisch bij elkaar: waar je vitamine D vandaan haalt over het hele jaar, uit zon, uit voeding en waar nodig uit een aanvulling.




