◷ 6 min leestijd
In het vorige artikel keken we naar de route die vitamine B12 door je lichaam aflegt en naar de drie dingen die het daar doet: je zenuwstelsel, je energiehuishouding en de methylering. Nu het praktische deel waar het bij plantaardig eten op aankomt: waar zit B12 in, hoeveel levert dat op, en wat is er waar van de verhalen over algen en gefermenteerde producten.
De bronnen, en waarom het lijstje zo kort is
Ik zal er niet omheen draaien, want dat helpt niemand. Vitamine B12 komt in bruikbare vorm uitsluitend uit dierlijke voeding. Dat is niet een kwestie van meer of minder, het is een kwestie van wel of niet. En de reden is precies wat ik in het eerste artikel uitlegde: B12 wordt gemaakt door bacteriën, niet door planten, en via dieren komt het in de voedselketen terecht.
Zo ziet het rijtje eruit, van rijk naar bescheiden:
- Orgaanvlees, en dan vooral lever. Kippenlever is de rijkste bron die er is, met een gehalte dat ver boven alle andere uitkomt. Een onmodieus voedingsmiddel dat qua dichtheid aan voedingsstoffen nog altijd in een klasse apart staat.
- Vis en schaaldieren. Mosselen, oesters, makreel, zalm, haring, sardines.
- Vlees. Grasgevoerd lam en rundvlees leveren meer dan wit vlees.
- Eieren. De B12 zit vooral in de dooier.
- Zuivel. Melk, kefir, kaas, yoghurt. Rauwe zuivelproducten en kefir noem ik hier apart omdat daar naast de B12 ook een levende bacteriecultuur in zit.
Dat is het. Er is geen plantaardig voedingsmiddel dat in dit rijtje thuishoort.
Algen en zeewier: hier gaat het vaak mis
En dan het punt waar ik in de praktijk het vaakst verwarring over tegenkwam, en waar het echt belangrijk is om het precies te weten. In algen en zeewier zit een stof die op vitamine B12 lijkt. Ze lijken zo sterk op elkaar dat een gewone laboratoriumtest ze niet goed van elkaar onderscheidt, en daarom staat er op zo'n verpakking soms een mooi getal.
Alleen heeft die stof geen vitaminewerking. Hij doet in je lichaam niet wat B12 doet. Erger nog: hij kan de plek bezetten waar echte B12 zijn werk zou doen. Dat geldt voor spirulina en voor diverse zeewieren.
Dus als je een product tegenkomt dat zich op algen of zeewier beroept als B12-bron, weet dan dat het getal op de verpakking iets anders meet dan wat je nodig hebt. Dit is in mijn ogen het belangrijkste praktische punt uit dit hele artikel, want hier gaan mensen met de beste bedoelingen de mist in.
Paddenstoelen vormen trouwens een uitzondering in de plantaardige hoek, want sommige soorten herbergen bacteriën die echte B12 maken. De hoeveelheden zijn wisselend en te klein om er iets op te bouwen, maar het is wel waar.
Wat de verrijkte producten opleveren
In de supermarkt staan plantaardige producten waaraan B12 is toegevoegd, en die zijn er niet voor niets. Het gaat vooral om:
- Plantaardige dranken, zoals soja-, amandel-, haver- en rijstdrank. Let op: niet alle merken voegen B12 toe, en de biologische varianten vaak juist niet. Dat staat op de zijkant van het pak.
- Vleesvervangers op basis van soja of tarwe, waar het soms in zit.
- Gistextract, zoals Marmite. Hier is een getal het vermelden waard: honderd gram gistextract levert nog niet de helft van wat een volwassene op een dag nodig heeft. En honderd gram gistextract is een hoeveelheid die niemand eet, want het is een hartige smeerpasta waarvan je een paar gram op je brood doet.
- Voedingsgist in vlokken, als die verrijkt is. Ook hier: lees het etiket, want onverrijkte voedingsgist levert geen B12.
Die verrijkte producten zijn dus echt een bijdrage en geen oplossing in hun eentje. Het is goed om te weten hoe de verhoudingen liggen, want dan kun je zelf wegen wat er in jouw week aan de orde is.
Wat er nog meespeelt: de keten moet kloppen
Hier komt het eerste artikel terug. Het gaat bij B12 niet alleen om de hoeveelheid op je bord, maar ook om de tien stappen daarna. Wat we zien is dat de behoefte in bepaalde omstandigheden groter is, en dat is zinvol om te weten omdat het je helpt je eigen situatie te plaatsen:
- Langdurige spanning. Een lichaam dat lang in de hoogste versnelling staat, gebruikt meer B12.
- De maagzuurproductie. Die bepaalt mede de aanmaak van intrinsieke factor, en daalt bij veel mensen met het ouder worden.
- Bepaalde medicijnen. Maagzuurremmers, metformine en langdurig antibioticagebruik grijpen aan op deze keten.
- Erfelijke variaties in de methylering. Sommige mensen hebben een variant van het MTHFR-gen waardoor de omzetting van folaat anders verloopt, en folaat werkt in dit proces samen met B12.
- Zwangerschap. In die periode is de behoefte aan zowel B12 als folaat groter.
De twee stoffen die ernaast horen
Omdat B12, folaat en vitamine B6 in de methylering als één team werken, is het logisch om naar alle drie te kijken en niet naar één.
Folaat is er bij plantaardig eten juist in overvloed: donkergroene bladgroenten, en de naam zegt het al, folium is Latijn voor blad. Verder peulvruchten, linzen, kikkererwten, asperges, broccoli, spruitjes, bieten en avocado. Wie plantaardig eet, zit hier doorgaans goed.
Vitamine B6 zit in volkoren producten, bananen, aardappelen, noten, zaden, peulvruchten en groene groenten. Ook goed te halen uit plantaardige hoek.
Dat is eigenlijk een mooie constatering: van het team van drie zijn er twee ruim beschikbaar op een plantaardig bord, en is er één die er niet op voorkomt. Daarmee weet je precies waar je aandacht naartoe gaat.
Wat ik je zou meegeven
Lees de zijkant van je plantaardige drankpak en kies een variant waar B12 in is toegevoegd, want dat is een keuze die je één keer maakt en daarna elke dag meeneemt. Eet royaal groen blad en peulvruchten voor je folaat. En houd in je achterhoofd dat algen en zeewier in dit dossier niet meetellen, hoe mooi het getal op de verpakking ook is.
In het volgende artikel gaan we naar de praktijk: hoe je dit concreet regelt, wat de slimste momenten zijn, en waar je op kunt letten als je het een keer wilt laten meten.
Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, B12 bij plantaardig eten: waar je op let bij een brede basis, lees je welke producten hierbij passen.




