Doorgaan naar artikel

Back to School- doe de gratis Quiz

Door klanten als 'Uitstekend' beoordeeld ⭐️⭐️⭐️⭐️⭐️

The ScKIN Club: Join now + 25 punten

Voor 12:00 besteld = volgende werkdag in huis*

Gratis verzending vanaf 50 EUR (NL)

ScKIN Journal

Flatlay met eieren, bladgroente en gefermenteerde voeding

De rol van vitamine K2 naast vitamine D

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel keken we naar wat vitamine D in je lichaam doet, en hoe je die vitamine via je huid aanmaakt onder invloed van de zon. Nu wil ik het hebben over een vitamine die daar heel dicht tegenaan ligt, en die je vaak in één adem genoemd hoort worden: vitamine K2. Want D en K2 werken samen, en als je begrijpt hoe, snap je meteen waarom ze zo vaak samen genoemd worden. Eerst even terug naar calcium Om de rol van K2 goed te snappen, moeten we het even over calcium hebben. Calcium is de belangrijkste bouwsteen van je botten en je tanden. Vitamine D zorgt ervoor dat je die calcium goed opneemt uit je voeding, dat weten we uit het vorige artikel. Maar daarmee ben je er nog niet. Want die opgenomen calcium moet vervolgens ook nog op de juiste plek terechtkomen. En daar komt vitamine K2 in beeld. Je kunt K2 zien als een soort verkeersregelaar. K2 helpt om calcium naar de plekken te sturen waar je het wilt hebben, namelijk je botten en je gebit, en weg te houden van plekken waar je het liever niet hebt, zoals de zachte weefsels en je bloedvaten. Vitamine D en K2 hebben dus allebei een eigen taak in hetzelfde verhaal: D zorgt voor de opname, K2 wijst de weg. Waarom D, K2 en calcium een team vormen Vitamine K2, vitamine D3 en calcium werken samen als het gaat om sterke botten. Het is echt teamwork. Je kunt calcium binnenkrijgen, en je kunt vitamine D hebben om het op te nemen, maar zonder de verkeersregelaar erbij mis je een schakel in de keten. En zoals zo vaak in het lichaam geldt: een keten is zo sterk als de zwakste schakel erin. Daarom is het interessant om niet alleen naar één losse stof te kijken, maar naar hoe ze samen hun werk doen. Dat is precies de manier van kijken die ik vanuit de kPNI zo waardevol vind: het gaat om het samenspel. K1 en K2 zijn niet hetzelfde Even een klein zijstapje, want dit zorgt vaak voor verwarring. Vitamine K bestaat in twee vormen: K1 en K2. K1 haal je vooral uit groene bladgroenten, en die vorm speelt een rol bij de bloedstolling. K2 is de vorm waar we het hier over hebben, en die heeft meer met de calciumhuishouding en je botten te maken. Kom je dus ergens vitamine K tegen, dan loont het om even te kijken over welke vorm het gaat. In dit verhaal draait het steeds om K2, de verkeersregelaar voor je calcium. Het is goed om dat onderscheid te kennen, want de twee doen echt iets anders in je lichaam. K2 is vetoplosbaar, en dat heeft gevolgen Net als vitamine D is vitamine K2 een vetoplosbare vitamine. Dat betekent dat je lichaam het beter opneemt als je het samen met wat vet binnenkrijgt, bijvoorbeeld als onderdeel van een maaltijd waar wat gezonde vetten in zitten. Vetoplosbare vitamines op een lege maag nemen is dus niet zo handig. Neem je ze bij het eten, dan komt er veel meer van binnen. Dit geldt trouwens voor de hele groep vetoplosbare vitamines, A, D, E en K. Dat vetoplosbare heeft nog een andere kant. Wie heel vetarm eet, krijgt vaak ook minder van deze vitamines binnen. En mensen die bepaalde cholesterolverlagende medicijnen gebruiken, kunnen daar ook minder K2 door hebben. Gebruik je medicijnen, overleg dan altijd eerst met je arts of therapeut voordat je iets aan je voeding of aanvulling verandert. Waar zit vitamine K2 in? Het fijne van K2 is dat je het gewoon uit voeding kunt halen, en dan vooral uit een paar specifieke hoeken. Denk aan gefermenteerde producten, aan grasgevoerd vlees, aan volle zuivel en kaas, aan eidooier en aan donkergroene bladgroenten. Het zit dus in een deel van je voeding waar veel mensen vandaag de dag wat minder van eten dan vroeger, en dat is precies waarom het handig is om er even bewust bij stil te staan. Een praktische tip: probeer eens per week iets gefermenteerds op je bord te krijgen, en kies wat vaker voor volle zuivel of een stuk kaas in plaats van de magere variant. En laat die eidooier vooral zitten, want juist daar zit de K2 in. Kleine keuzes, maar over de weken opgeteld maken ze verschil in hoe gevarieerd je eet. Wat ik hierbij mooi vind om te zien, is dat je met deze voeding tegelijk aan meer dingen werkt. Grasgevoerd vlees en volle zuivel leveren behalve K2 ook goede vetten, eidooier brengt naast K2 nog een hele reeks andere voedingsstoffen mee, en groene bladgroenten geven je meteen vezels en een berg andere vitamines. Zo werkt voeding vaak: je haalt zelden één stof binnen, maar altijd een heel pakketje tegelijk. En dat is precies waarom variatie belangrijker is dan focussen op dat ene ding. Waarom je D en K2 niet altijd in één product stopt Je ziet vitamine D en K2 soms samen in één product, en soms apart. Daar zit een gedachte achter die de moeite waard is om te snappen. Vitamine D wil je namelijk, afhankelijk van je situatie en de tijd van het jaar, soms wat hoger kunnen doseren. Zit K2 in een vaste verhouding in datzelfde product, dan gaat die verhouding automatisch mee omhoog zodra je meer D neemt, en dat is niet altijd wat je wilt. Door D en K2 los van elkaar te houden, kun je met je vitamine D variëren zonder dat de rest verplicht meebeweegt, en haal je je K2 gewoon uit je voeding of uit een aparte bron. Voor de één is een combinatie prettig, voor de ander juist niet. Het hangt echt af van wat je nodig hebt, en daar kun je advies over inwinnen bij een therapeut. Wat ik je wil meegeven Vitamine K2 is de stille kracht naast vitamine D. Waar D zorgt dat je calcium opneemt, wijst K2 die calcium de weg naar je botten en je gebit. Samen met calcium vormen ze een team dat je botten sterk helpt houden. En je haalt K2 vooral uit gefermenteerde producten, grasgevoerd vlees, zuivel, eidooier en groene groenten. In het volgende artikel duiken we dieper in dat samenspel tussen calcium, vitamine D en je botten. Lees ook Wat vitamine D in je lichaam doet Calcium, vitamine D en je botten De vorm en dosering van Vitamin D+

LEES MEER
Botten en vit D

Calcium, vitamine D en je botten

◷ 6 min leestijd In de vorige twee artikelen keken we naar wat vitamine D doet en hoe vitamine K2 daarbij helpt. In dit artikel zoomen we in op je botten, en op de rol die calcium en vitamine D daarin samen spelen. Want je botten zijn veel levendiger dan je misschien denkt, en er komt meer bij kijken dan alleen een glas melk. Je botten zijn levend weefsel We denken bij botten vaak aan iets hards en onveranderlijks, een soort stellage waar de rest van je lichaam omheen hangt. Maar je botten leven. Ze worden je hele leven lang afgebroken en weer opgebouwd, een beetje als een gebouw dat continu onderhoud krijgt. Oude stukken worden weggehaald, nieuwe komen ervoor in de plaats. Voor die verbouwing heb je bouwmateriaal nodig, en het belangrijkste bouwmateriaal is calcium. Omdat dat afbreken en opbouwen je leven lang doorgaat, blijft het belangrijk om je botten goed te blijven voeden. Niet alleen als kind toen je nog groeide, maar ook daarna, als het vooral om onderhoud gaat. Je botten zijn dus nooit klaar, en dat is precies waarom dit onderwerp op elke leeftijd de moeite waard blijft. Calcium alleen is niet genoeg Hier komt een misverstand om de hoek dat ik vaak tegenkom. Veel mensen denken: als ik maar genoeg calcium binnenkrijg, dan zit ik goed voor mijn botten. Maar calcium binnenkrijgen is één ding, het ook echt opnemen en op de goede plek brengen is een tweede. En daar heb je vitamine D voor nodig. Vitamine D draagt bij aan de opname van calcium en fosfor uit je voeding, en aan een normaal calciumgehalte in je bloed. Je kunt het zien als de deuropener: zonder vitamine D blijft een deel van de calcium die je binnenkrijgt gewoon ongebruikt liggen. Vitamine D is nodig voor een goede opname van calcium voor het behoud van sterke botten, en draagt zo bij aan de instandhouding daarvan. Calcium en vitamine D horen dus bij elkaar, net zoals we in het vorige artikel zagen dat K2 daar ook nog een eigen taak in heeft. Samen vormen ze het complete verhaal. De derde factor die vaak vergeten wordt Er is nog een derde stuk dat makkelijk over het hoofd wordt gezien, en dat is beweging. Je botten reageren namelijk op belasting. Als je ze gebruikt, als je staat, loopt, tilt en beweegt, krijgen ze het signaal dat ze stevig moeten blijven. Beweging die je botten een beetje belast, zoals wandelen, traplopen of wat krachttraining, hoort daarom net zo goed bij sterke botten als goede voeding. Zo krijg je het complete plaatje: bouwmateriaal in de vorm van calcium, de opname ervan met behulp van vitamine D en met K2 als wegwijzer, en de prikkel om stevig te blijven via beweging. Drie stukken die alleen samen hun werk goed doen. Ga je er maar één aanpakken en de andere twee vergeten, dan mis je een deel van het verhaal. Fosfor speelt ook mee Als we het over botten hebben, gaat het bijna altijd meteen over calcium, maar er is nog een mineraal dat meedoet: fosfor. Samen met calcium vormt fosfor een belangrijk deel van de harde structuur van je botten. En laat vitamine D nou net ook bijdragen aan de opname van fosfor uit je voeding, naast die van calcium. Zo zie je maar weer dat vitamine D op meerdere plekken tegelijk zijn werk doet in ditzelfde verhaal. Fosfor krijg je overigens vrij makkelijk binnen via een gevarieerde voeding, dus daar hoef je je meestal minder druk om te maken dan om calcium en vitamine D. Het is vooral fijn om te weten dat het rijtje bouwstoffen voor je botten net iets langer is dan alleen calcium. Waar haal je calcium vandaan? Calcium zit in meer voeding dan je misschien denkt. Zuivel is de bekendste bron, denk aan melk, yoghurt en kaas. Maar ook donkergroene bladgroenten zoals boerenkool en broccoli leveren calcium, net als amandelen, sesamzaad, peulvruchten en kleine vis die je met graat en al eet. Wie geen of weinig zuivel gebruikt, kan dus prima uit een andere hoek putten, zolang je maar gevarieerd eet en die groene groenten niet overslaat. En waar haal je vitamine D vandaan? Voor vitamine D geldt wat we in het eerste artikel al zagen: de zon is je belangrijkste bron, maar in ons land werkt die maar een paar maanden per jaar goed. Via voeding komen vette vis en eieren erbij, al is de hoeveelheid daaruit beperkt. Voor een deel van het jaar is het dus lastig om er via zon en voeding alleen genoeg van binnen te krijgen, en dat is waarom veel mensen ervoor kiezen om vitamine D als aanvulling te nemen. Daarover gaat het laatste artikel van deze reeks. Waarom dit op elke leeftijd telt Je botten opbouwen doe je vooral als je jong bent, maar onderhouden doe je je leven lang. En dat onderhoud vraagt om aandacht, juist naarmate je ouder wordt. We zagen al dat de huid met de jaren wat minder makkelijk vitamine D aanmaakt. Daar komt bij dat er in verschillende levensfases andere dingen spelen. Voor vrouwen is dit een onderwerp dat op de langere termijn zeker de moeite waard is om in de gaten te houden. Het mooie is dat je er met alledaagse keuzes al veel aan kunt doen: gevarieerd eten, genoeg groene groenten, voldoende bewegen, en zorgen dat je vitamine D op peil blijft. Wat ik vrouwen vaak meegeef, is om dit niet als een los onderwerp te zien dat pas gaat spelen als je ouder bent, maar als iets waar je nu al rustig aan kunt bouwen. Je botten van vandaag zijn het resultaat van hoe je er de afgelopen jaren mee bent omgegaan, en dat werkt ook de andere kant op. Elke gevarieerde maaltijd, elke wandeling en elke keer dat je aan je vitamine D denkt, telt mee. Je hoeft het niet groots aan te pakken, als je het maar met een zekere regelmaat doet. Juist die regelmaat is wat op de lange termijn het verschil maakt. Wat ik je wil meegeven Sterke botten zijn geen kwestie van één stof, maar van een samenspel. Calcium is het bouwmateriaal, vitamine D opent de deur zodat je die calcium opneemt, K2 wijst de calcium de weg naar de goede plek, en beweging geeft je botten de prikkel om stevig te blijven. In het laatste artikel breng ik alles samen en kijk ik praktisch naar de vorm en de dosering van vitamine D die je als aanvulling kunt kiezen. Lees ook Wat vitamine D in je lichaam doet De rol van vitamine K2 naast vitamine D De vorm en dosering van Vitamin D+

LEES MEER
vitamine D dosering

De vorm en dosering van Vitamin D+

◷ 6 min leestijd In deze reeks bouwden we het verhaal rustig op. We keken naar wat vitamine D in je lichaam doet, naar de rol van vitamine K2 ernaast, en naar het samenspel tussen calcium, vitamine D en je botten. In dit laatste artikel breng ik het samen, en kijken we praktisch naar de vorm en de dosering van vitamine D die je als aanvulling kunt kiezen. Even samenvatten: waarom vitamine D De rode draad door deze reeks is vitamine D. Het is de zonnevitamine die je lichaam onder invloed van sterk zonlicht via je huid aanmaakt, en die in Nederland maar een paar maanden per jaar op die manier goed op peil te houden is. Vitamine D draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en een sterk gebit, aan de normale werking van je immuunsysteem, aan een normale spierwerking, en het speelt een rol bij het normale verloop van de celdeling.1 Een stof dus die op heel veel plekken in je lichaam meedraait. Omdat we in ons klimaat een groot deel van het jaar te weinig sterke zon hebben, en omdat we veel binnen zijn, kiezen veel mensen ervoor om vitamine D als aanvulling te nemen. En dan komt de vraag: welke vorm, en hoeveel? De vorm: D3, opgelost in olijfolie Vitamine D bestaat in verschillende vormen. De vorm die je lichaam zelf via je huid aanmaakt, is vitamine D3, ook wel cholecalciferol genoemd. Dat is de vorm die je lichaam goed kan gebruiken, en het is de vorm die in ScKIN Vitamin D+ zit. Vitamine D is een vetoplosbare vitamine, dus je neemt het beter op in het gezelschap van vet. Daarom is de D3 in Vitamin D+ opgelost in olijfolie: pure olijfolie, geen zonnebloemolie en geen andere draagolie. Zo zit de vitamine meteen in het juiste gezelschap en kan je lichaam er goed bij. ScKIN Vitamin D+ is opgelost in olijfolie voor een optimale biologische beschikbaarheid. De dosering: 75 microgram per capsule Eén capsule Vitamin D+ levert 75 microgram vitamine D3. Dat komt overeen met 3000 internationale eenheden, oftewel 1500% van de referentie-inname. Je neemt één capsule per dag, tijdens of vlak na de maaltijd, zodat de vitamine samen met wat vet uit je eten wordt opgenomen. Misschien schrik je van dat percentage, 1500%, maar dat valt in perspectief mee. Je eigen huid maakt op een zonnige dag met veel blote huid al een veelvoud van die hoeveelheid aan. De veilige bovengrens ligt bovendien vele malen hoger dan wat er in een dagcapsule zit. Vitamine D3 is dus een vitamine waar je met een doordachte dosering ruim binnen de veilige marge blijft. Twijfel je wat bij jou past, laat je vitamine D dan meten via je bloed en win advies in bij een therapeut of huidspecialist die daarin is getraind. Die referentie-inname waar dat percentage naar verwijst, is trouwens een basiswaarde die is bedoeld om de bevolking als geheel op peil te houden. Het zegt dus niet zoveel over wat jij persoonlijk nodig hebt. Juist omdat we in ons klimaat zo weinig zon hebben, en omdat de een veel meer buiten komt dan de ander, kiezen veel mensen en therapeuten voor een dosering die daar bovenuit gaat. Dat is precies waarom een vorm met 75 microgram per capsule een logische keuze is voor wie er het hele jaar door bewust mee bezig wil zijn. Waarom Vitamin D+ alleen D3 bevat In het artikel over vitamine K2 legde ik uit dat K2 en D3 samenwerken, en dat je K2 vooral uit voeding haalt: gefermenteerde producten, grasgevoerd vlees, zuivel, eidooier en groene groenten. In Vitamin D+ zit bewust alleen D3, en geen K2 of calcium. Daar zit een gedachte achter. Vitamine D wil je, afhankelijk van het seizoen en je situatie, soms wat hoger kunnen doseren. Zit K2 in een vaste verhouding in hetzelfde product, dan beweegt die verplicht mee omhoog, en dat is niet altijd wenselijk. Door D3 op zichzelf te houden, kun je je vitamine D afstemmen op wat jij nodig hebt, en je K2 uit je voeding of uit een aparte bron halen. Eén ingrediënt dus, helder en zuiver. Wat wel goed is om te weten: om vitamine D om te zetten naar de vorm die je cellen kunnen gebruiken, heeft je lichaam magnesium nodig als meewerker. Die magnesium haal je uit je voeding, uit groene groenten, noten, zaden en volkoren producten, of eventueel uit een aparte aanvulling. Het is fijn om dat in je achterhoofd te houden: vitamine D en magnesium horen bij elkaar. Voor wie is het interessant? Vitamine D verdient voor bijna iedereen in ons klimaat wat aandacht, maar er zijn een paar groepen voor wie het extra de moeite waard is om er bewust mee bezig te zijn. Denk aan mensen die veel binnen werken en weinig buiten komen, aan iedereen boven de vijftig, aan mensen met een wat donkerder huid, en aan vrouwen die zwanger zijn. Bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of ziekte is het altijd verstandig om eerst een deskundige te raadplegen. En Vitamin D+ is niet bedoeld voor kinderen onder de tien jaar. Hoe je het inneemt Eén capsule per dag, tijdens of vlak na een maaltijd. Simpel, en juist die eenvoud maakt het makkelijk om vol te houden. En omdat de zon in ons land maar een paar maanden per jaar goed werkt, is vitamine D typisch iets voor het hele jaar door, niet alleen in de winter. Een vaste plek naast je ontbijt of lunch en je vergeet het niet snel. Bekijk Vitamin D+ Tot slot Als je één ding uit deze reeks meeneemt, laat het dan dit zijn: vitamine D staat nooit helemaal op zichzelf. Het werkt samen met calcium, met K2 als wegwijzer, met beweging en met magnesium als meewerker. Zorg voor die brede basis, houd je vitamine D het hele jaar door in de gaten, en kies een vorm die je lichaam goed kan gebruiken. Dan doe je je botten, je gebit, je afweer en je spieren een groot plezier. 1 Vitamine D draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en aan een sterk gebit; aan de normale werking van het immuunsysteem; aan een normale spierwerking; en speelt een rol bij het normale verloop van de celdeling. Vitamine D draagt bij aan de opname van calcium en fosfor uit voeding en aan een normaal calciumgehalte in het bloed. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Niet geschikt voor kinderen onder de tien jaar. Raadpleeg bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of ziekte altijd een deskundige. Lees ook Wat vitamine D in je lichaam doet De rol van vitamine K2 naast vitamine D Calcium, vitamine D en je botten

LEES MEER
vitamine C poeder

Welke vorm vitamine C zit er in ScKIN Vitamin C+?

◷ 6 min leestijd In de eerste drie artikelen van deze reeks bouwden we het verhaal op. Vitamine C maken wij mensen zelf niet aan, we slaan het niet op in ons vetweefsel en het moet dus elke dag opnieuw van je bord komen. Het maakt de vorming van collageen mogelijk, het ondersteunt je afweer, het beschermt je cellen tegen oxidatieve schade, het speelt mee in je energiehuishouding en het helpt bij de opname van ijzer. We keken naar de bronnen, naar hoe je voorkomt dat het onderweg verdwijnt, en naar de vraag hoeveel je nodig hebt en waarom spreiden beter werkt dan stapelen. Die vitamine C, in een gebufferde vorm en in een poeder dat je zelf kunt doseren, dat is ScKIN Vitamin C+. Twee vormen in één poeder Eén dagdosering, een halve maatschep van 4,5 gram, levert 2800 mg vitamine C. Dat komt uit twee bronnen die elkaar aanvullen. Calcium-L-ascorbaat, 2200 mg vitamine C. Dit is de gebufferde vorm, waarbij de vitamine C gebonden is aan calcium. Daardoor is het poeder ontzuurd en dus milder voor de maag, precies het punt waar ik het in het vorige artikel over had. Ascorbinezuur, 600 mg vitamine C. De klassieke vorm, als aanvulling naast de gebufferde basis. Beide vormen leveren dezelfde goedgekeurde gezondheidsclaims. Het verschil zit in het comfort, niet in de werking. ScKIN Vitamine C+ is een ontzuurd, gebufferd vitamine C-poeder, goed opneembaar en maagvriendelijk. Daarnaast levert de gebufferde vorm 244 mg calcium, dat is 30,5% van de referentie-inname. Wat vitamine C doet Huid en bindweefsel. Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid, en vitamine C helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.1 Diezelfde collageenvorming is van belang voor de botten, voor het kraakbeen, voor de bloedvaten en voor de conditie van het tandvlees.1 Weerstand. Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en vitamine C zorgt mede voor een goede weerstand.2 En specifiek voor wie sport: vitamine C bevordert de weerstand tijdens en na fysieke inspanning.3 Energie. Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling en vitamine C helpt energie vrij te maken uit de voeding.4 Bescherming van je cellen. Vitamine C helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.5 IJzeropname. Vitamine C bevordert de opname van ijzer uit de voeding.6 Calcium. Calcium draagt bij aan de instandhouding van sterke botten en calcium draagt bij aan een normale spierwerking.7 Wat er verder in zit, en wat niet Naast de twee vitamine C-vormen bevat het poeder appelzuur, citroenzuur, een natuurlijk sinaasappelaroma, een beetje natriumchloride, natuurlijke zoetstof uit stevia en bètacaroteen als natuurlijke kleurstof. Het is 100% vegan, vrij van zuivel en zonder genetisch gemodificeerde ingrediënten. Wat er niet in zit is minstens zo belangrijk. Geen suikers. Dat klinkt logisch, maar in de drogisterij zit in kauw- en bruistabletten vaak sorbitol, glucose of sucrose. En zoals je in het derde artikel las, delen glucose en vitamine C dezelfde doorgang de cel in. Suiker bij je vitamine C werkt dus tegen je eigen bedoeling in. Voor wie dit interessant is In mijn werk adviseer ik vitamine C eigenlijk het hele jaar door en niet alleen in het griepseizoen, want je bindweefsel wordt continu onderhouden. Extra relevant is het voor rokers en meerokers, voor wie intensief sport, in periodes met veel spanning, tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode, en voor iedereen met weinig variatie op het bord. Ook wie overwegend plantaardig eet heeft er baat bij, om de reden die je in het eerste artikel las: vitamine C bevordert de opname van ijzer uit de voeding, en dat is bij een plantaardig eetpatroon net dat duwtje. Hoe je het gebruikt Een halve maatschep, 4,5 gram, met ongeveer 300 ml water, sap of een smoothie. Goed doorroeren en meteen opdrinken. Verdeel over de dag als je meer gebruikt. Bij een grotere behoefte kun je tijdelijk naar twee keer per dag een dosering. Twee kleinere momenten werken beter dan één grote, precies om de reden die je in het vorige artikel las. Neem het bij of vlak na een maaltijd. Milder voor de maag, en je pakt meteen de opname van ijzer uit die maaltijd mee. Zet het bijvoorbeeld naast je waterfles op je bureau, dan wordt het vanzelf een gewoonte. Altijd koud. Vitamine C is gevoelig voor hitte, dus roer het nooit door warme koffie of thee. Koud water, koud sap of een koude smoothie. Doseer naar behoefte. Het voordeel van poeder boven tabletten is dat je zelf bepaalt hoeveel je neemt. Een blik bevat 230 gram, wat neerkomt op ongeveer 51 doseringen bij drie gram vitamine C per keer. Neem je een lagere dagelijkse hoeveelheid, dan doe je er veel langer mee. Bewaar koel, droog en donker, en buiten bereik van kinderen onder de tien jaar. Combineren met de rest Vitamin C+ laat zich prima combineren. Samen met Collagen+ krijg je de bouwstenen en de cofactor voor collageenvorming in één keer, en dat is een logische combinatie voor wie met huid en bindweefsel bezig is. Ook met Omega+ en Super Greens+ gaat het gewoon samen. Roer je meerdere poeders door elkaar, doe dat dan altijd in koud water of een koude smoothie, nooit in iets warms. En blijf ondertussen gewoon eten Dat wil ik als laatste meegeven, want het is de kern van deze hele reeks. Een supplement is een aanvulling, geen vervanging. De paprika, de kiwi, de bessen, de kort gestoomde broccoli en de rauwe peterselie tellen gewoon mee, en zij leveren daarnaast van alles wat in geen enkel blik zit. Bouw de basis op je bord, en vul aan waar dat past bij jouw situatie. Bekijk ScKIN Vitamin C+ 1 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid. 2 Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem. 3 Vitamine C bevordert de weerstand tijdens en na fysieke inspanning. 4 Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling. 5 Vitamine C helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. 6 Vitamine C bevordert de opname van ijzer uit de voeding. 7 Calcium (244 mg, 30,5% RI) draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. Goedgekeurde gezondheidsclaims voor vitamine C (2800 mg per dagdosering) en calcium. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of ziekte altijd een deskundige. Lees ook Wat vitamine C in je lichaam doet Waar zit vitamine C in? De beste bronnen op je bord Hoeveel vitamine C per dag, en wat als je meer neemt?

LEES MEER
vitamine C

Hoeveel vitamine C per dag, en wat als je meer neemt?

◷ 6 min leestijd We keken naar wat vitamine C doet en waar het in zit. Blijft over de vraag die ik het vaakst krijg: hoeveel heb ik er nu eigenlijk van nodig? En wat gebeurt er als ik meer neem? Daar wil ik in dit artikel eerlijk over zijn, want er zitten twee heel verschillende antwoorden achter. De officiële referentie-inname De referentie-inname voor vitamine C ligt in Europa op 80 milligram per dag. Dat is de waarde die je op etiketten terugziet als honderd procent. Die waarde is bedoeld als ondergrens voor de bevolking: de hoeveelheid waarbij bij vrijwel iedereen de basisprocessen gewoon doorlopen. Wat ik daarbij altijd uitleg: dat is een ander soort getal dan mensen denken. Het is niet de hoeveelheid waarbij je lichaam optimaal kan werken, het is de hoeveelheid waarbij het niet vastloopt. Voor de basisaanvoer haal je die 80 milligram met twee stuks fruit en een portie groente prima. Een halve rode paprika volstaat al. Waarom er in de praktijk met meer gewerkt wordt Binnen de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI wordt met aanzienlijk hogere hoeveelheden gewerkt, en dan hebben we het over grammen in plaats van milligrammen. De gedachte daarachter is de evolutionaire vergelijking waar ik in het eerste artikel over schreef: de meeste dieren maken hun eigen vitamine C aan, en zij maken per dag veel meer dan wij via ons bord binnenkrijgen. Een geit van ongeveer zeventig kilo maakt in rust al enkele grammen per dag aan, en aanzienlijk meer wanneer er veel van het lichaam gevraagd wordt. Ik wil hier wel meteen bij zeggen: therapeutische hoeveelheden horen thuis in overleg met een arts of therapeut die je situatie kent, zeker als je medicijnen gebruikt of onder behandeling bent. Wat ik hier beschrijf is geen advies om zelf maar wat te gaan stapelen. Waar de grens ligt, en hoe je hem herkent Het praktische mooie aan vitamine C is dat je lichaam zelf aangeeft waar jouw grens ligt. Neem je in één keer meer dan je darm op dat moment kan opnemen, dan blijft het restant in je darm en trekt het vocht aan. Het gevolg is een dunnere ontlasting. Dat is geen alarmsignaal, het is gewoon informatie: dit was voor nu te veel ineens. In mijn vak noemen we dat de darmtolerantie, en het aardige is dat die grens meebeweegt. In een periode waarin er veel van je lichaam gevraagd wordt, ligt hij hoger dan in een rustige week. Merk je het, dan halveer je de volgende keer gewoon en verdeel je het over meer momenten. Waarom spreiden beter werkt dan stapelen Dit is misschien wel de belangrijkste praktische les uit dit hele artikel. Vitamine C wordt in je darm opgenomen via actieve transporters, en die transporters raken verzadigd. Neem je in één keer een grote hoeveelheid, dan wordt het deel dat er niet doorheen past gewoon niet opgenomen. En wat er wel doorheen komt maar niet meteen gebruikt wordt, verlaat je lichaam via je nieren. Eén grote portie 's ochtends geeft dus een piek en daarna een snelle daling. Drie kleinere momenten over de dag geven een veel gelijkmatiger beeld. Ik zeg altijd: doseer als een druppelaar, niet als een emmer. De vorm doet ertoe voor je maag Vitamine C in zijn pure vorm heet ascorbinezuur, en de naam zegt het al: dat is zuur. Voor de meeste mensen is dat in kleine hoeveelheden geen enkel probleem, maar bij grotere hoeveelheden kan het een branderig gevoel geven of je darm prikkelen. Daarom bestaan er gebufferde vormen, waarbij de vitamine C gebonden is aan een mineraal zoals calcium. Zo'n vorm is minder zuur, dus milder voor de maag, en wordt wat gelijkmatiger opgenomen. Voor wie langere tijd wat meer gebruikt, is dat in de praktijk een prettiger keuze. Een poeder heeft daarbij als voordeel dat je zelf kunt bepalen hoeveel je neemt, terwijl je met tabletten vastzit aan de stapjes van de fabrikant. Wanneer je behoefte groter is Er zijn periodes waarin je lichaam meer vraagt. Bij roken en meeroken is de behoefte aantoonbaar groter. Tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode ook. Verder bij intensieve sport, in periodes met veel spanning, en als je voeding weinig variatie kent. Wat ik in mijn werk vaak zie: mensen letten in de winter goed op en laten het in de zomer varen, terwijl je bindweefsel het hele jaar door onderhouden wordt en je afweer ook in mei gewoon doorwerkt. Vitamine C is wat mij betreft een jaarrond verhaal. Hoe weet je of je genoeg binnenkrijgt? Eerlijk antwoord: aan één bloedwaarde heb je niet zoveel, omdat de waarde in je bloed sterk meebeweegt met wat je die ochtend gegeten hebt. Zinvoller is om naar je bord te kijken. Tel eens een week lang hoeveel porties groente en fruit je werkelijk eet, en hoeveel daarvan rauw of kort gegaard was. Die twee getallen zeggen in de praktijk meer dan een momentopname in het lab, en je kunt er meteen iets mee. Praktisch: zo pak ik het aan Bouw de basis op je bord. Twee tot drie porties groente en twee stuks fruit per dag, met variatie in kleur en met dagelijks iets rauws. Dat is de fundering, en daar begint het altijd. Verdeel over drie momenten. Ochtend, middag en avond, in plaats van alles ineens. Dat geldt voor je voeding én voor een eventuele aanvulling. Neem het bij of vlak na een maaltijd. Dat is milder voor de maag en het helpt meteen bij de opname van ijzer uit die maaltijd. Niet samen met veel suiker. Glucose en vitamine C delen dezelfde doorgang de cel in. Een zoet ontbijt met daarnaast een vitaminepreparaat werkt elkaar tegen. Luister naar je darm. Wordt je ontlasting dunner, dan was het te veel in één keer. Halveer en spreid meer. Zo simpel is het. Bouw rustig op. Ga je meer gebruiken, doe dat dan in stapjes over een paar weken in plaats van in één keer. Je darm went eraan. Overleg als er iets speelt. Gebruik je medicijnen, ben je onder behandeling, of heb je in het verleden nierstenen gehad, bespreek een hogere inname dan altijd eerst met je arts of therapeut. In het laatste artikel In het volgende en laatste artikel kijken we naar de vormen waarin je vitamine C kunt aanvullen, waarom een gebufferde vorm in poeder daarbij praktisch is, en hoe je dat in je dag inpast. Lees ook Wat vitamine C in je lichaam doet Waar zit vitamine C in? De beste bronnen op je bord Welke vorm vitamine C zit er in ScKIN Vitamin C+?

LEES MEER
Vitamine C groente en fruit

Waar zit vitamine C in? De beste bronnen op je bord

◷ 6 min leestijd In het vorige artikel las je waarom je lichaam vitamine C elke dag opnieuw nodig heeft: we maken het zelf niet aan en we slaan het niet op. De volgende vraag is dan logisch. Waar zit het in, hoeveel levert dat, en hoe zorg je dat het niet onderweg verdwijnt? Daar gaat dit artikel over. De sinaasappel is niet de winnaar Laat ik meteen met de grootste misvatting beginnen. Als ik vraag waar vitamine C in zit, noemt vrijwel iedereen de sinaasappel. Terwijl een sinaasappel rond de vijftig milligram per honderd gram levert, en een rode paprika ongeveer het drievoudige. Zwarte bessen zitten daar nog ruim boven. De sinaasappel is prima, hij is alleen niet de kampioen waarvoor we hem houden. De bronnen op een rij Zeer rijk (ruim boven de 100 mg per 100 gram) Rozenbottel en duindoornbes, van oudsher de rijkste bronnen die hier groeien Zwarte bessen, rond de 180 mg Verse peterselie, rond de 130 mg Rode paprika, rond de 140 mg Boerenkool, rond de 120 mg Acerola, een tropische kers die veel in poedervorm wordt gebruikt Rijk (50 tot 100 mg per 100 gram) Gele en groene paprika Broccoli, rond de 90 mg Spruitjes, rond de 85 mg Kiwi, rond de 90 mg Aardbeien, rond de 60 mg Bloemkool en witte kool Papaja en mango Goede aanvulling (20 tot 50 mg per 100 gram) Sinaasappel, mandarijn, citroen en grapefruit Ananas, meloen en framboos Tomaat, doperwt, spinazie en rode kool Aardappel, en dan vooral in de schil. Omdat we er veel van eten, telt de aardappel in Nederland verrassend zwaar mee in de dagelijkse aanvoer Wat kool zo interessant maakt Ik wil hier graag even bij stilstaan, want koolsoorten zijn in ons klimaat de meest onderschatte bron. Boerenkool, spruitjes, broccoli, rode kool, bloemkool en spitskool zijn stuk voor stuk rijk aan vitamine C, ze groeien hier gewoon, ze zijn er juist in het seizoen waarin je er het meeste aan hebt, en ze zijn goedkoop. Het probleem is alleen dat we ze doorgaans doodkoken. Daar kom ik zo op terug. Zuurkool verdient een aparte vermelding. Gefermenteerde kool bevat vitamine C en werd vroeger op schepen meegenomen om de bemanning gezond te houden op lange reizen. Een paar lepels rauwe zuurkool bij de warme maaltijd is een prima gewoonte. Waar vitamine C onderweg verdwijnt Dit is minstens zo belangrijk als de vraag waar het in zit. Vitamine C is namelijk een kwetsbare stof, en er zijn vier dingen die eraan knagen. Hitte. Vitamine C breekt af bij verhitting, en hoe langer en heter, hoe meer. Twintig minuten doorkoken kost een fors deel. Water. Omdat vitamine C wateroplosbaar is, lekt het tijdens het koken je kookvocht in. Giet je dat weg, dan giet je je vitamine C weg. Licht en lucht. Een gesneden paprika of een uitgeperst sinaasappelsap dat een dag in de koelkast staat, levert minder dan hetzelfde product vers. Tijd. Hoe langer geleden geoogst, hoe minder. Groente die weken onderweg is geweest, is minder rijk dan groente van dichtbij. Praktisch: hoe je het meeste overhoudt Stoom of roerbak in plaats van koken. Stomen houdt aanzienlijk meer vitamine C in de groente dan koken in ruim water. Roerbakken werkt ook goed, mits kort en op hoog vuur. Kook je toch, gebruik dan het vocht. Maak er een saus, een soep of een jus mee. Zo pak je terug wat in het water is beland. Snijd vlak voor gebruik. Hoe langer een snijvlak aan de lucht ligt, hoe meer er verloren gaat. Snijd dus vlak voordat je gaat eten. Zet dagelijks iets rauws op tafel. Reepjes paprika, komkommer, een handvol bessen, wat verse peterselie of bieslook over je gerecht. Dit is de simpelste manier om je aanvoer op peil te houden. Diepvriesgroente is prima. Groente wordt kort na de oogst ingevroren, waardoor er verrassend veel behouden blijft. Een zak diepvriesspinazie of doperwten is dus geen noodoplossing maar een prima keuze, ook doordeweeks. Eet met de seizoenen. In de winter zijn kool, boerenkool, spruitjes en winterpeen op hun best, en dat komt goed uit. In de zomer zijn het de bessen, aardbeien, tomaten en paprika's. Denk aan de schil. Bij aardappelen en veel fruit zit een flink deel van de vitamine C in of vlak onder de schil. Goed wassen en de schil laten zitten scheelt echt. Wat een portie in de praktijk betekent Getallen per honderd gram zeggen niet zoveel als je niet weet hoe groot een portie is. Even praktisch dus. Een halve rode paprika weegt ongeveer honderd gram en levert dus in zijn eentje al ruim boven de referentie-inname. Een kiwi is goed voor zo'n zeventig milligram, een flinke portie broccoli voor rond de honderd, en een handvol aardbeien voor vijftig. Zoveel is het dus niet, mits je er dagelijks aan denkt en het niet doodkookt. Wat mij daarbij opvalt: mensen richten zich vaak op fruit, terwijl in ons klimaat juist de groenten de grootste leveranciers zijn. Paprika, kool en bladgroen doen samen meer dan de fruitschaal. De seizoenen als vanzelfsprekende leidraad Ik ben er een groot voorstander van om met de seizoenen mee te eten, en bij vitamine C komt dat toevallig prachtig uit. Precies in de maanden waarin je afweer het meest te verduren krijgt, staan de koolsoorten op hun best: boerenkool, spruitjes, rode kool, witlof en winterpeen. In het voorjaar komen spinazie, radijs en jonge bladgroenten. In de zomer bessen, aardbeien, tomaten en paprika. En in het najaar pompoen, appels en peren met daarnaast de eerste kolen weer. Volg je die lijn, dan varieer je vanzelf en hoef je nergens een lijstje voor bij te houden. Dat is het soort advies waar ik van houd, want het houdt zichzelf in stand. Een dag die vanzelf goed uitpakt Om het concreet te maken, zo ziet een gewone dag eruit die ruim voldoende levert. Bij het ontbijt yoghurt met een handvol bevroren blauwe bessen en een kiwi erdoor. Tussen de middag een salade met rauwe paprika, verse peterselie en een dressing met citroensap, en daarnaast een boterham. In de middag een mandarijn. Bij het avondeten kort gestoomde broccoli of een portie rode kool, met het kookvocht verwerkt in de saus. Meer is het niet, en je zit ruim goed. Wat mij hierbij opvalt in de praktijk: mensen denken vaak dat ze veel groente eten, terwijl het bij nader inzien vooral gekookte groente is uit één of twee vaste soorten. Variatie en bereidingswijze doen hier net zoveel als hoeveelheid. In het volgende artikel Nu je de bronnen kent, komt de vraag hoeveel je er eigenlijk van nodig hebt. De officiële referentiewaarde, wat er in de praktijk gebruikt wordt en wat er gebeurt als je meer neemt dan je lichaam op dat moment kwijt kan. Dat is het derde artikel. Lees ook Wat vitamine C in je lichaam doet Hoeveel vitamine C per dag, en wat als je meer neemt? Welke vorm vitamine C zit er in ScKIN Vitamin C+?

LEES MEER
Vitamine C-rijke voeding: sinaasappel, kiwi, aardbeien, paprika en broccoli

Wat vitamine C in je lichaam doet

◷ 6 min leestijd Vitamine C is waarschijnlijk de bekendste vitamine die er is, en tegelijk de meest onderschatte. De meeste mensen denken aan een sinaasappel als ze verkouden zijn, en daar blijft het bij. Terwijl vitamine C in je lichaam bij honderden processen betrokken is en elke dag opnieuw moet worden aangevoerd. Vandaag wil ik je meenemen in wat die stof nu eigenlijk doet. Wij maken het zelf niet aan, bijna alle dieren wel Dit vind ik zelf een van de aardigste feiten uit mijn vakgebied. De meeste zoogdieren maken hun eigen vitamine C aan, gewoon in hun lever, uit glucose. Honden, katten en muizen doen dat de hele dag door. De mens kan het niet, en een handvol andere soorten zoals cavia's en apen ook niet. Wij missen daarvoor één enzym, en dat zijn we ergens in onze geschiedenis kwijtgeraakt. Waarschijnlijk was dat destijds geen probleem, want onze voorouders aten grote hoeveelheden vers fruit en bladgroen. De aanvoer was er gewoon, dus je hoefde het niet zelf te maken. In een tijd met veel bewerkte voeding en veel prikkels ligt dat anders. De behoefte is er nog steeds, alleen komt het er niet meer vanzelf in. Wateroplosbaar, en dat betekent dagelijks Vitamine C is wateroplosbaar. Anders dan bijvoorbeeld vitamine D wordt het niet opgeslagen in je vetweefsel. Wat je lichaam op dat moment niet gebruikt, verdwijnt via je nieren. Je kunt dus geen voorraad aanleggen voor de week, en dat is precies waarom regelmaat hier belangrijker is dan hoeveelheid. Elke dag iets is beter dan één keer per week veel. Wat vitamine C doet: vijf rollen 1. Het maakt collageen mogelijk Dit is voor mij de meest bijzondere. Collageen is het eiwit dat je huid, je botten, je kraakbeen, je bloedvaten en je tandvlees stevigheid geeft. Je lichaam maakt het zelf, maar in dat proces zit een stap die alleen kan doorlopen als er vitamine C aanwezig is. Zonder die stap draaien de collageenketens niet stevig in elkaar. Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid, en diezelfde collageenvorming is ook van belang voor de botten, het kraakbeen, de bloedvaten en het tandvlees. Vandaar ook dat vitamine C bij mij nooit alleen een winterverhaal is. Je bindweefsel wordt het hele jaar door onderhouden. 2. Het ondersteunt je afweer Je witte bloedcellen bevatten opvallend veel vitamine C, en zij gebruiken het bij hun werk. Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem, en vitamine C zorgt mede voor een goede weerstand. Er is nog een tweede, minder bekende kant: vitamine C bevordert de weerstand tijdens en na fysieke inspanning. Als je stevig sport, vraagt je lichaam op dat moment meer van je afweer, en daar speelt vitamine C een rol in. Dat is dus niet alleen relevant in het griepseizoen, maar ook als je twee keer per week hardloopt of stevig traint. 3. Het is een antioxidant Ik gebruik hier graag het beeld van Pac-Man. Vrije radicalen zijn kleine happers die door je weefsel gaan en onderweg schade maken aan celwanden en aan je bindweefsel. Antioxidanten vangen die happers weg voordat ze aan het werk gaan. Vitamine C helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. Wat hierbij nog aardig is om te weten: vitamine C kan andere antioxidanten weer opknappen nadat die hun werk hebben gedaan. Het staat dus midden in een netwerk en werkt samen met de rest. 4. Het speelt mee in je energiehuishouding Vitamine C is een cofactor bij de aanmaak van carnitine, en carnitine is het transportmiddel dat vetzuren de energiefabrieken in je cellen in brengt. Zonder dat transport ligt een deel van je brandstof buiten de deur. Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling en vitamine C helpt energie vrij te maken uit de voeding. 5. Het helpt bij de opname van ijzer IJzer uit plantaardige voeding wordt van nature lastiger opgenomen dan ijzer uit dierlijke voeding. Vitamine C in dezelfde maaltijd verandert daar iets aan, want vitamine C bevordert de opname van ijzer uit de voeding. Een simpel voorbeeld: citroen over je linzen, of een paar reepjes paprika door je bonenschotel. Wie er meer van nodig heeft De behoefte aan vitamine C is niet voor iedereen gelijk. Groter is die behoefte bij rokers en meerokers, bij mensen die weinig variatie in hun voeding hebben, tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode, en in periodes met veel spanning. Ook bij intensieve sport vraagt je lichaam er meer van. Wat ik in mijn werk vaak terugzie bij mensen die weinig binnenkrijgen: trage wondgenezing, snel blauwe plekken, gevoelig tandvlees en een periode waarin het ene na het andere verkoudheidsvirus langskomt. Dat zijn signalen om eens goed naar je bord te kijken, niet meer en niet minder. Praktisch: zo krijg je er dagelijks genoeg van binnen Verdeel het over de dag. Omdat vitamine C wateroplosbaar is en vrij snel het lichaam weer verlaat, werkt het beter om er drie keer per dag iets van binnen te krijgen dan één grote portie 's ochtends. Kiwi bij het ontbijt, paprikareepjes bij de lunch, kort gestoomde broccoli bij het avondeten. Eet dagelijks iets rauws. Vitamine C is gevoelig voor hitte. Een rauwe paprika, wat verse peterselie door je salade of een handvol bessen levert meer dan hetzelfde product na twintig minuten koken. Gooi je kookvocht niet weg. Vitamine C lost op in water. Gebruik het vocht waarin je groenten hebt gekookt als basis voor je soep of saus, dan gaat er niets verloren. Let op suiker. Glucose en vitamine C maken in je lichaam gebruik van dezelfde doorgang de cel in. Zit er veel glucose in je bloed, dan komt vitamine C er lastiger langs. Een zoet ontbijt en daarna een vitaminepreparaat is dus geen slimme combinatie. Kies vers en bewaar koel en donker. Vitamine C gaat achteruit door licht, lucht en tijd. Snijd je groenten vlak voor gebruik en laat een gesneden paprika niet twee dagen in de koelkast liggen. Neem het bij de maaltijd als je gevoelig bent. Vitamine C in zuivere vorm is behoorlijk zuur. Bij of vlak na het eten is dat een stuk aangenamer, en het helpt meteen bij de opname van ijzer uit die maaltijd. In het volgende artikel Je weet nu wat vitamine C doet en waarom je het elke dag nodig hebt. In het tweede artikel kijken we naar de bronnen: waar zit het echt in, hoeveel levert het en hoe voorkom je dat het onderweg verloren gaat. Lees ook Waar zit vitamine C in? De beste bronnen op je bord Hoeveel vitamine C per dag, en wat als je meer neemt? Welke vorm vitamine C zit er in ScKIN Vitamin C+?

LEES MEER
collageen poeder

De bouwstenen in ScKIN Collagen+

◷ 6 min leestijd In de eerste drie artikelen bouwden we het plaatje op. Collageen is een dierlijk eiwit dat vooral in bindweefsel zit: in bouillon van botten, in vis met huid en graat, in vel en kraakbeen. Wat je daarvan eet, gaat niet als collageen naar je huid, want je lichaam breekt het af tot aminozuren en peptiden en bouwt daarna zijn eigen collageen. Voor die bouw heb je meer nodig dan alleen aminozuren: vitamine C om de keten stevig in elkaar te zetten, en verder koper, zink, mangaan en biotine. En we zagen wat de bouw in de weg zit: suiker, te weinig eiwit, roken, spanning, korte nachten en verhitting. Die bouwstenen en cofactoren bij elkaar, dat is precies wat er in ScKIN Collagen+ zit. Wat er in zit Collagen+ is een poeder met ruim dertig actieve ingrediënten. De basis is marien collageen uit vis, 6000 mg per dagdosering, in de vorm van Collactive, een gepatenteerd marien complex dat collageenpeptiden combineert met natuurlijke elastine. Viscollageen bestaat vooral uit type I, het type dat het meest voorkomt in huid, haar en nagels, en het heeft een lager moleculair gewicht dan rundercollageen. Belangrijk om te weten, en dat zeg ik er in mijn trainingen altijd bij: collageen als ingrediënt draagt zelf geen goedgekeurde gezondheidsclaim. Alles wat we over de werking mogen zeggen, hangt aan de vitaminen en mineralen die eromheen zitten. En dat is nu juist waar deze formule om draait, want zonder die cofactoren staat de lopende band stil. De cofactoren, en wat ze doen Vitamine C (500 mg, 625% RI). Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid.1 Diezelfde vorming van collageen is ook van belang voor de botten en voor de normale werking van de bloedvaten. Daarnaast helpt vitamine C bij de verzorging van de huid van binnenuit en helpt vitamine C de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.1 Koper (2 mg, 200% RI). Koper draagt bij tot de instandhouding van normaal bindweefsel.2 Koper draagt daarnaast bij aan de normale haarkleur en aan een normaal energiemetabolisme. Zink (25 mg, 250% RI). Zink helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit en zink is belangrijk voor de huid.3 Zink houdt het haar sterk en zink draagt bij aan een normale celdeling. Biotine (50 mcg, 100% RI). Biotine helpt een normale huid in stand houden, biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar en biotine draagt bij aan het behoud van normale nagels.4 Mangaan (2 mg, 100% RI). Mangaan draagt bij tot de normale vorming van bindweefsel en is van belang voor de normale vorming van bindweefsel in kraakbeen en botten.5 Selenium (40 mcg, 73% RI). Selenium houdt het haar sterk, selenium is goed voor nagels en selenium helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.6 Vitamine B3 (25 mg, 156% RI). Vitamine B3 draagt bij aan het behoud van een normale huid en helpt om moeheid en vermoeidheid te verminderen.7 Magnesium (300 mg, 80% RI). Magnesium draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme en heeft een positieve invloed op de werking van het zenuwstelsel.8 Vitamine D3 (25 mcg, 500% RI). Vitamine D draagt bij aan een normale celdeling en aan het behoud van sterke botten.9 Bètacaroteen (4 mg). Bètacaroteen draagt bij aan het behoud van een normale huid en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.10 Daarnaast bevat de formule onder meer de aminozuren L-glutamine, L-lysine en L-arginine, hyaluronzuur, MSM, glucosamine en chondroïtine, lactoferrine, bamboe extract, phytoceramiden, quercetine, astaxanthine, lycopeen, plantaardige enzymen en een plantenmix met curcumine, groene thee extract en resveratrol. Die staan er als ingrediënt: er zijn voor deze stoffen geen goedgekeurde gezondheidsclaims, dus ik noem ze wel, maar ik beloof er niets mee. Waarom een formule en niet alleen collageen Wat ik professionals altijd meegeef: de meeste collageenproducten op de markt bestaan uit collageen en een beetje vitamine C, en verder niets. Dat is jammer, want je lichaam heeft nu net die hele set meewerkende stoffen nodig om er iets mee te kunnen. Het verschil zit dus niet in dat er collageen in zit, het verschil zit in wat er naast staat om de bouwplaats draaiende te houden. Vanaf een jaar of vijfentwintig loopt je eigen aanmaak geleidelijk terug, en dan wordt die aanvoer van bouwstenen en cofactoren steeds meer waard. Hoe je het gebruikt Altijd koud. Dit is de belangrijkste gebruikstip en hij wordt het vaakst over het hoofd gezien. Collagen+ bevat vitamine C en mineralen, en die kunnen niet tegen verhitting. Roer het dus nooit door warme koffie of thee. Losse collageenpeptiden verdragen warmte prima, maar een formule met vitamines en mineralen erin niet. Gebruik koud water, sap, yoghurt of een koude smoothie. Een maatschep per dag. Goed roeren of shaken, en neem het bij voorkeur in de ochtend, op een lege maag of bij het ontbijt. Combineer met kleur op je bord. Een supplement vervangt je voeding niet. De vitamine C uit je paprika, kiwi en bessen telt gewoon mee, en het is de optelsom die het doet. Houd het vol. Bindweefsel vernieuwt zich langzaam. Denk in maanden, niet in weken. Zet het naast je koffiezetapparaat of bij de blender, dan wordt het vanzelf een gewoonte. Bekijk ScKIN Collagen+ 1 Vitamine C draagt bij aan de vorming van collageen wat van belang is voor de huid en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. 2 Koper draagt bij tot de instandhouding van normaal bindweefsel. 3 Zink helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit. 4 Biotine draagt bij aan het behoud van normaal haar en normale nagels. 5 Mangaan draagt bij tot de normale vorming van bindweefsel. 6 Selenium houdt het haar sterk en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. 7 Vitamine B3 draagt bij aan het behoud van een normale huid. 8 Magnesium draagt bij aan een normaal energieleverend metabolisme. 9 Vitamine D draagt bij aan een normale celdeling. 10 Bètacaroteen draagt bij aan het behoud van een normale huid. Goedgekeurde gezondheidsclaims voor de genoemde vitaminen en mineralen. Collageen als ingrediënt draagt geen goedgekeurde gezondheidsclaim. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding. Raadpleeg bij zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of ziekte altijd een deskundige. Lees ook Waar zit collageen van nature in? Welke bouwstenen je lichaam nodig heeft om collageen te maken Wat de aanmaak van collageen in de weg zit

LEES MEER
Suikers en collageen

Wat de aanmaak van collageen in de weg zit

◷ 6 min leestijd We keken in de eerste twee artikelen naar waar collageen in zit en welke bouwstenen je lichaam nodig heeft om het zelf te maken. Vandaag draaien we het om. Want ik zie in mijn werk regelmatig dat mensen van alles toevoegen aan hun voeding, terwijl er tegelijk iets is dat de boel afremt. Dan blijft het dweilen. Deze keer dus: wat zit de aanmaak van collageen in de weg? 1. Suiker, en wat er daarna gebeurt Dit is de grootste, en het mechanisme erachter vind ik zelf fascinerend. Als er veel suiker in je bloed circuleert, gaan suikermoleculen zich hechten aan de eiwitten in je weefsel. Collageen is daar bij uitstek gevoelig voor, omdat collageenvezels lang meegaan en dus veel tijd hebben om zo'n hechting op te lopen. Dat proces heet glycatie. Wat er dan ontstaat, zijn verbindingen tussen de collageendraden onderling. Je moet je voorstellen dat er kleine bruggetjes tussen de touwen worden gelegd. Het netwerk wordt daardoor stugger en breekbaarder, en het kan minder goed meebewegen. In mijn vak noemen we de stoffen die daarbij ontstaan de versuikeringsproducten, en die stapelen zich op in je bindweefsel. En er is nog een tweede laag. Glucose en vitamine C gebruiken in je lichaam dezelfde transporters om een cel binnen te komen. Zit er veel glucose in je bloed, dan bezet dat de doorgang, en komt vitamine C er minder makkelijk in. Dat is best bijzonder als je bedenkt dat vitamine C nu juist de stof is die de collageenvorming mogelijk maakt. Een zoet dieet werkt dus twee kanten op tegen je bindweefsel. Wat je kunt doen: combineer koolhydraten altijd met eiwit en vet, dan vlakt de piek af. Yoghurt met noten in plaats van een beschuit met jam. Kies fruit boven vruchtensap, want het sap gaat er zonder rem in. En let vooral op de dagelijkse gewoontes: de suiker in je koffie, het koekje bij de thee, de granola. Niet het feestje van afgelopen zaterdag maakt het verschil, maar wat je elke dag doet. 2. Onvoldoende eiwit, of te eenzijdig Zonder aminozuren geen collageen. Wat ik veel zie is een ontbijt van brood met zoet beleg, een lunch met nog een keer brood, en pas 's avonds een fatsoenlijke portie eiwit. Je lichaam bouwt de hele dag door, dus geef het ook de hele dag materiaal. Wat je kunt doen: zorg bij elke maaltijd voor een handvol eiwit. Eieren, kwark, vis, gevogelte, peulvruchten, tofu, noten. En denk bij plantaardig eten extra aan lysine, dat haal je vooral uit peulvruchten en quinoa. 3. Roken en meeroken Roken doet twee dingen tegelijk die allebei ongunstig zijn voor je bindweefsel. Het geeft een grote hoeveelheid vrije radicalen, en het vraagt zoveel vitamine C dat rokers en meerokers een aantoonbaar hogere behoefte hebben dan niet-rokers. Precies de stof die je nodig hebt om collageen te bouwen, gaat dus op aan het opruimen van de schade. 4. Zon zonder maat Zonlicht is voor van alles goed, en ik ben zeker geen voorstander van binnen blijven. Voor je vitamine D heb je de zon in het zomerhalfjaar nodig. Maar langdurig onbeschermd in de felle zon liggen is voor je bindweefsel geen goed idee, omdat UV-straling in de diepere huidlaag vrije radicalen veroorzaakt die de collageenvezels aantasten. Wat je kunt doen: zoek het midden. Kort in de zon met wat huid bloot voor je aanmaak, en bescherming zodra je er langer bent. Zoek in de zomer tussen twaalf en drie de schaduw op. 5. Langdurige spanning Bij langdurige spanning maakt je lichaam veel cortisol aan, en cortisol zet je lichaam in de afbraakstand in plaats van de opbouwstand. Er wordt dan minder geïnvesteerd in onderhoud van weefsel, en je bindweefsel hoort daarbij. Daar komt bij dat je in drukke periodes vaak ook slechter slaapt, en dat werkt door. Wat je kunt doen: ik ben altijd voor kleine, haalbare dingen. Eén moment per dag waarop je echt even niets doet. Een wandeling zonder telefoon, tien minuten rustig ademhalen, een kwartier in de tuin. Regelmaat werkt hier beter dan lengte. 6. Te weinig slaap De nacht is het moment waarop je lichaam opruimt en herstelt, en waarop je huid zich vernieuwt. Slaap je structureel kort, dan krijgt dat herstel simpelweg minder ruimte. Wat daarbij ook meespeelt: laat op de avond eten geeft een piek in je bloedsuiker en je stresshormoon tegelijk, waardoor je nachtelijke herstel later op gang komt. Wat je kunt doen: eet je laatste maaltijd bij voorkeur drie uur voor het slapen. Houd je bedtijd redelijk gelijk, ook in het weekend. En doe het laatste uur voor het slapen iets zonder scherm. 7. Alcohol Alcohol vraagt veel van je lever, en je lever is nu net het orgaan dat druk is met opruimen. Daarnaast onttrekt alcohol vocht, en een goed gehydrateerd bindweefsel werkt beter dan een uitgedroogd bindweefsel. Een paar alcoholvrije dagen per week is een van de meest onderschatte dingen die je voor je huid kunt doen. 8. Verhitting van je vitamines en mineralen Deze wordt bijna nooit genoemd en hij is zo praktisch. Vitamine C is gevoelig voor hitte. Als je je groenten lang doorkookt en het kookvocht weggooit, verdwijnt een flink deel van je vitamine C door de gootsteen. En roer je een vitaminerijk poeder door hete koffie of thee, dan geldt hetzelfde: warmte tast die vitamines aan. Wat je kunt doen: stoom je groenten kort of roerbak ze, en gebruik het kookvocht in een soep of saus. Eet dagelijks iets rauws. En roer poeders met vitamines en mineralen altijd door iets kouds: water, sap, yoghurt of een koude smoothie. 9. Crashdiëten Snel gewicht verliezen met heel weinig eiwit is voor je bindweefsel geen goed plan. Je lichaam heeft in zo'n periode weinig materiaal om mee te bouwen, terwijl er tegelijk veel gevraagd wordt. Kies liever een rustiger tempo met voldoende eiwit erbij. Waar ik zou beginnen Je hoeft dit lijstje niet in één keer af te werken. Kies er twee of drie uit die voor jou het meest spelen en houd die een maand vol. In mijn ervaring zit de meeste winst bij de eerste twee: je suikers stabiel houden en bij elke maaltijd eiwit eten. Als die twee staan, komt de rest een stuk makkelijker. En houd het perspectief erbij: je bindweefsel vernieuwt zich langzaam. Dit is geen project van twee weken, het is een manier van eten die je jaren meeneemt. In het laatste artikel In het volgende en laatste artikel van deze reeks zet ik alles op een rij: welke bouwstenen en cofactoren er nu precies toe doen, en hoe je die in één keer op je bord krijgt. Lees ook Waar zit collageen van nature in? Welke bouwstenen je lichaam nodig heeft om collageen te maken De bouwstenen in ScKIN Collagen+

LEES MEER