ScKIN Journal
Hoe je botten zich een leven lang vernieuwen
◷ 6 min leestijd Als je aan je botten denkt, denk je waarschijnlijk aan iets wat af is. Een skelet, een frame, de stellage waar de rest van je lichaam omheen hangt. Iets wat er gewoon is en verder weinig doet. Dat beeld klopt eigenlijk helemaal niet, en dat vind ik zelf een van de mooiste dingen om uit te leggen. Je botten zijn levend weefsel waar dag en nacht aan gewerkt wordt. Er wordt afgebroken, er wordt opgebouwd, en dat gaat door zolang je leeft. Je voelt er niets van, en toch is het skelet dat je nu hebt niet hetzelfde skelet als een jaar of tien geleden. In dit artikel neem ik je mee in hoe die verbouwing werkt, wie het werk doet, en waarom het ritme van je dag daar meer mee te maken heeft dan je zou denken. Twee ploegen die elkaar de hele tijd afwisselen In je bot werken twee soorten cellen die elkaars werk ongedaan maken, en dat is precies de bedoeling. De ene groep is de sloopploeg. Die cellen hechten zich aan een deel van het botoppervlak, sluiten zich daar min of meer op af, en lossen het oude bot op. Ze laten een ondiepe kuil achter. Dan komt de bouwploeg. Die cellen vullen die kuil weer op, en dat doen ze in twee stappen. Eerst leggen ze een netwerk van eiwitvezels neer, een soort wapening. Daarna wordt in dat netwerk mineraal afgezet, en pas dan wordt het hard. Je kunt het vergelijken met wegwerkzaamheden: eerst wordt het oude asfalt eruit gefreesd, dan gaat de wapening erin, en dan pas de nieuwe laag. Wat mensen vaak verrast: je kunt geen nieuw bot maken zonder eerst oud bot weg te halen. Bot wordt niet bijgevuld zoals je een glas bijvult. Het wordt vervangen. Afbraak is dus geen fout in het systeem, het is stap één van de opbouw. Dat verandert nogal hoe je ernaar kijkt. Waarom je lichaam dat eigenlijk doet Er zijn twee redenen waarom je lichaam de moeite neemt om je skelet voortdurend te vervangen. De eerste is onderhoud. Bot krijgt elke dag kleine microscheuren van gewoon gebruik. Lopen, tillen, van de stoep stappen. Als die scheuren zich zouden opstapelen, zou je bot na verloop van tijd broos worden. Door het stuk voor stuk te vervangen blijft het materiaal jong, ook al ben jij dat niet meer. De tweede reden is dat je skelet niet alleen constructie is, maar ook voorraad. Verreweg het meeste calcium in je lichaam zit in je botten opgeslagen. En calcium is niet zomaar iets: de hoeveelheid die in je bloed zweeft moet binnen een heel nauwe marge blijven, want je hartslag, je zenuwgeleiding en je spiersamentrekking hangen ervan af. Die marge is zo strak dat je lichaam hem nooit laat wegzakken. Dus wat gebeurt er als er via je voeding op een dag minder binnenkomt dan er nodig is? Dan haalt je lichaam het verschil uit de voorraad. Je skelet functioneert op zulke momenten als een spaarrekening waar even van wordt opgenomen. Eén keer is dat niets. Maar als het jarenlang vaker opnemen dan storten wordt, zie je dat uiteindelijk terug in de dichtheid van je bot. Dat is meteen de kern van waarom dit onderwerp op elke leeftijd de moeite waard blijft. Je botten hebben een dag- en een nachtdienst En nu komt het deel dat ik vanuit de kPNI het interessantst vind, omdat het zo weinig bekend is. Die afbraak en die opbouw gebeuren niet willekeurig door de dag heen. Ze volgen een ritme. Overdag staat je autonome zenuwstelsel in de actieve stand. Je bent wakker, je beweegt, je doet dingen, je reageert op wat er op je afkomt. In die stand heeft de afbraakkant de overhand. 's Nachts, als dat systeem tot rust komt, verschuift de balans naar de opbouwkant. Je bouwt je bot dus voor een belangrijk deel op in de uren dat je niets doet. Daar zit een praktische boodschap in die verder gaat dan voeding alleen. Een lichaam dat structureel in de hoogste versnelling blijft staan, ook 's avonds en ook in het weekend, geeft de bouwploeg minder ruimte om zijn werk te doen. Rust is in dit verhaal geen luxe die er ook nog bij mag, het is een van de voorwaarden. Dat is voor veel mensen een ongemakkelijke, maar wel nuttige gedachte. Je bot praat terug Nog zoiets. Lange tijd dachten we dat bot puur passief was: het ontvangt signalen en voert uit. Inmiddels weten we dat de bouwcellen in je bot zelf een boodschapperstof afgeven die de bloedbaan in gaat en elders in je lichaam meepraat, onder andere in je suikerstofwisseling. Dat betekent dat je skelet meedoet in het gesprek tussen je organen. Het is geen los onderdeel maar een weefsel dat signalen ontvangt en verstuurt, net als je lever of je vetweefsel. Precies zo kijken we binnen de kPNI naar het lichaam: niet als een verzameling losse onderdelen, maar als systemen die de hele dag met elkaar overleggen. Wat je voor je botten doet, doe je dus zelden alleen voor je botten. Hoe lang zoiets duurt Even over tempo, want dat helpt om verwachtingen realistisch te houden. Eén ronde verbouwen op één plek duurt maanden, en de sloopkant gaat daarbij sneller dan de bouwkant. Slopen is in een paar weken gebeurd, opbouwen kost er een stuk meer. Over je hele skelet gerekend wordt er per jaar een deel vernieuwd, en na een jaar of tien is er ontzettend veel van vervangen. Dat is goed nieuws en het vraagt geduld tegelijk. Goed nieuws, omdat je nooit te laat bent: er is altijd een volgende ronde. Geduld, omdat je in weken niets merkt en de winst in dit weefsel zich in jaren opstapelt. Wat er met de jaren verschuift In je jonge jaren wint de bouwploeg het ruim van de sloopploeg, want je groeit. Ergens rond je dertigste heb je de meeste botmassa die je ooit zult hebben, en daarna gaat het over in onderhoud. De twee ploegen houden elkaar dan ongeveer in evenwicht. Bij vrouwen verschuift die balans rond de overgang opnieuw, omdat oestrogeen een remmende invloed heeft op de sloopkant en dat hormoon in die jaren daalt. Dat is een normale, voorspelbare verschuiving en geen reden voor zorg. Wel is het een reden om er in die fase bewust iets tegenover te zetten, en dat is precies waar het derde artikel van deze reeks over gaat. Wat je hiervan mee kunt nemen Drie dingen, denk ik. Ten eerste: je botten zijn geen afgerond product maar een weefsel in aanbouw, en dat blijft zo. Ten tweede: ze zijn ook je voorraadkast, dus wat er dagelijks binnenkomt via je voeding doet er echt toe. En ten derde: de opbouwkant zit vooral in je rustige uren, waardoor slaap en ontspanning gewoon onderdeel van dit verhaal zijn. In het volgende artikel ga ik een laag dieper. Want dat netwerk van eiwitvezels waar de bouwploeg mee begint, voordat er ook maar één mineraal wordt afgezet, is bindweefsel. En dat weefsel zit niet alleen in je botten, dat zit werkelijk overal in je lichaam. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine D, magnesium en vitamine C: de bundel Sterke Botten & Bindweefsel, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat bindweefsel is en waarom je het overal hebt Bewegen en voeding voor sterke botten, op elke leeftijd Vitamine D, magnesium en vitamine C: de bundel Sterke Botten & Bindweefsel
LEES MEERHoe daglicht en het seizoen je energie beinvloeden
◷ 7 min leestijd In het vorige artikel keken we naar hoe je lichaam energie maakt: de accu in je cellen, de lopende band in je mitochondriën en alle meewerkers die daarbij nodig zijn. Er is alleen nog een laag die daar overheen ligt, en die wordt in ons land vaak overgeslagen. Je lichaam kijkt namelijk voortdurend naar het licht om te bepalen wat het moet doen, en hoe laat het is. Dat klinkt misschien wat zweverig, en het is juist heel concreet. Ik neem je mee langs twee dingen die licht met je doet: het gelijkzetten van je interne klok, en het aanmaken van vitamine D in je huid. Je hebt een klok in je hoofd, en licht zet hem gelijk Midden in je hersenen, in de hypothalamus, zit een klein gebied dat de centrale klok van je lichaam vormt. Vanuit daar wordt geregeld dat allerlei processen op vaste momenten van de dag aan en uit gaan: je hormoonafgifte, je lichaamstemperatuur, je bloeddruk, je spijsvertering, je waakzaamheid. Het mooie is dat het daar niet bij blijft. Vrijwel elk orgaan in je lichaam heeft daarnaast zijn eigen klok. Je lever, je darm, je hart, je huid: ze houden allemaal een eigen ritme bij, en de centrale klok zorgt dat al die klokken met elkaar in de pas blijven lopen. Je kunt het zien als een orkest waarin iedereen zijn eigen partij speelt, met een dirigent die de maat aangeeft. En die dirigent kijkt naar buiten. Licht is namelijk de belangrijkste tijdgever voor je centrale klok, veel belangrijker dan het tijdstip op je telefoon of wanneer je wekker gaat. Krijgt je klok geen duidelijk signaal, dan gaat dat orkest langzaam uit de maat lopen. Je merkt dat niet als een alarm, je merkt het als vaag gedoe: moeilijk op gang komen, traag in de ochtend, klaarwakker op het verkeerde moment, en een middag die zwaarder aanvoelt dan hij zou moeten zijn. Waarom licht van buiten iets anders is dan licht uit je lamp Hier zit een misverstand dat ik vaak tegenkom. Mensen zeggen dat ze overdag echt wel licht krijgen, want het is licht in huis en op kantoor branden de lampen. Alleen is het verschil tussen binnen en buiten veel groter dan je ogen je laten geloven. Je ogen passen zich namelijk zo goed aan dat binnen en buiten allebei gewoon als licht aanvoelen, terwijl er buiten vele malen meer licht is, ook op een bewolkte dag in november. Voor je klok is dat verschil precies wat telt. Een halfuur onder een grijze hemel geeft een veel duidelijker signaal dan een hele dag onder kantoorverlichting. Dat geldt de andere kant op trouwens net zo goed. Fel licht in de avond, en dan vooral van schermen dicht bij je gezicht, vertelt je klok dat de dag nog bezig is. Je lichaam stelt daar zijn voorbereiding op de nacht op af, want de aanmaak van melatonine, het hormoon dat je nachtritme inluidt, komt pas op gang als het donkerder wordt. Interessant detail uit mijn vakgebied: bij die aanmaak in de pijnappelklier spelen omzettingsproducten van omega-3-vetzuren een rol. Ook daar zie je weer dat voeding en ritme met elkaar verweven zijn. Wat licht op je huid doet: de route van vitamine D Dan het tweede deel, en dit vind ik een van de mooiste voorbeelden van hoe slim je lichaam in elkaar zit. Vitamine D is namelijk de enige vitamine die je onder de juiste omstandigheden zelf kunt maken, en daar heb je licht op je huid voor nodig. Het begint met een stof in je huid die afkomstig is van cholesterol, 7-dehydrocholesterol. Als daar UV-B-straling op valt, wordt die stof omgezet in provitamine D en vervolgens in cholecalciferol, wat we vitamine D3 noemen. In die vorm is het nog niet werkzaam. Het wordt opgeslagen in je vetweefsel en moet daarna nog twee keer worden omgebouwd: een eerste stap in je lever, waarbij de opslagvorm ontstaat, en een tweede stap in je nieren, waarbij de actieve vorm gemaakt wordt die daadwerkelijk in je cellen aan het werk kan. En nu komt het punt waar ik in mijn trainingen altijd even bij stilsta: beide omzettingsstappen zijn afhankelijk van magnesium. Magnesium is ook nodig voor de opname en voor de werking van de ontvangstplek in de cel. Licht levert dus de grondstof, en magnesium zet de schakelaars om. Die twee horen bij elkaar, en dat is ook precies waarom ik vitamine D en magnesium in mijn adviezen zelden los van elkaar zie. Waarom het seizoen hier zoveel uitmaakt Nederland ligt nu eenmaal ver van de evenaar, en dat heeft gevolgen. Van ongeveer mei tot september staat de zon hier hoog genoeg om voldoende UV-B door de atmosfeer te laten komen, en dan kan je huid aan de slag. Van november tot maart staat de zon daarvoor te laag. Je kunt dan een hele middag buiten zijn en er heerlijk van genieten, terwijl er op dat punt niets gebeurt in je huid. Daar komt bij dat we ook in de zomer minder binnenhalen dan je zou denken. We werken binnen, we zitten in de auto, glas laat de UV-B niet door, we gaan bedekt naar buiten en we smeren ons in. Allemaal begrijpelijk en vaak verstandig, en tegelijk heeft alles wat tussen de straling en je huid in zit direct invloed op wat je huid kan maken. Er zijn nog een paar dingen die meespelen. Wie een donkere huid heeft, doet er ongeveer tien keer zo lang over om dezelfde hoeveelheid te maken als iemand met een lichte huid. En naarmate we ouder worden, wordt de huid dunner en maakt hij minder makkelijk aan. Dat zijn geen problemen, het is gewoon hoe het werkt, en het is fijn om te weten zodat je er rekening mee kunt houden. Wat je hier praktisch mee kunt Dit is het deel waar je vandaag iets mee kunt, en het zijn eerlijk gezegd vrij eenvoudige dingen. Ga in het eerste uur na het opstaan naar buiten. Tien tot twintig minuten is genoeg. Zonder zonnebril, want je ogen zijn de plek waar dat signaal binnenkomt. Doe het met je koffie in de hand, breng de kinderen lopend weg, of loop een blokje om voordat je de laptop opent. Ga in je lunchpauze echt naar buiten. Ook als het grijs is, en juist als het grijs is. Dit is de meest onderschatte gewoonte van het hele rijtje, en hij kost je niets extra's aan tijd als je toch pauze hebt. Zet je werkplek bij een raam. Het vervangt het naar buiten gaan niet, het vult het aan. Een bureau dwars voor het raam scheelt de hele dag door. Maak je avond donkerder. Dim de lampen na het eten, zet je schermen op een warmere stand en houd ze wat verder van je gezicht. Je hoeft geen kaarsen aan te steken, een paar staande lampen in plaats van de grote plafondlamp doet al veel. Houd vaste tijden aan, ook in het weekend. Je klok houdt van regelmaat. Twee uur later opstaan op zondag voelt voor je lichaam ongeveer zoals een vlucht naar een andere tijdzone. Denk in de donkere maanden aan je bord. Vitamine D zit in vette vis zoals haring, makreel en zalm, en in eidooier. Uit voeding alleen kom je op onze breedtegraad niet ver, dus veel mensen kiezen in het winterhalfjaar voor een aanvulling. Daar ga ik in het laatste deel van deze reeks verder op in. Tot slot Licht is gratis, het kost je geen extra tijd als je het aan bestaande momenten koppelt, en het stuurt een verrassend groot deel van hoe je je voelt. Als je uit dit artikel één ding meeneemt, laat het dan het ochtendrondje zijn. In het volgende artikel zet ik alles wat we tot nu toe hebben besproken om in een dag. Van het moment dat je wakker wordt tot het moment dat je het licht uitdoet. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar je energie eigenlijk vandaan komt Zo bouw je een dag die je energie geeft Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit
LEES MEERWaar je energie eigenlijk vandaan komt
◷ 8 min leestijd Je hebt goed geslapen, je hebt normaal gegeten, en toch zak je rond een uur of drie weg. Dat hoor ik in mijn werk ontzettend vaak, en meestal gaan mensen dan zoeken in hun agenda of in hun nachten. Terwijl er onder die vermoeidheid een heel proces ligt dat we zelden uitleggen: hoe je lichaam energie maakt, en wat het daarvoor nodig heeft. Ik wil je daar in dit artikel in meenemen. Je hoeft er geen scheikunde voor te kennen, en het verklaart een hoop zodra je het eenmaal ziet. En omdat je er daarna ook veel gerichter iets aan kunt doen. Energie is iets wat je maakt, niet iets wat je hebt We praten over energie alsof het een voorraad is. Je hebt een volle tank of een lege tank, en slapen is tanken. Zo werkt het alleen niet. Je lichaam heeft geen voorraad energie klaarstaan, het maakt de energie die het nodig heeft op het moment zelf, de hele dag door, in vrijwel elke cel die je hebt. Dat betekent dat energie eigenlijk een productieproces is. En bij elk productieproces geldt hetzelfde: er moet grondstof binnenkomen, de machine moet draaien, en alle meewerkers moeten op hun post staan. Gaat er ergens in die keten iets stroever, dan merk je dat aan de andere kant als traagheid. Je nacht kan dan prima geweest zijn, terwijl de productie zelf minder soepel loopt. De accu van je cellen heet ATP Het middelpunt van dat proces is een stof die ATP heet, voluit adenosinetrifosfaat. Ik leg het altijd uit als een accu. Kleine oplaadbare accu's, in elke cel van je lichaam, die energie vasthouden tot het moment dat je cel er iets mee wil doen. Het opladen gebeurt in de mitochondriën, de energiecentrales binnenin je cellen. Daar worden de glucose en de vetten uit je voeding verbrand, en de energie die daarbij vrijkomt wordt opgeslagen in ATP. Vervolgens wordt die energie de hele dag weer vrijgemaakt voor van alles: denken, bewegen, celdeling, het aanmaken van hormonen en verteringsenzymen, het samentrekken van je spieren, het opbouwen van eiwitten, herstel van weefsel. Alles wat je lichaam doet, loopt langs ATP. En hier komt het punt dat mensen meestal nog nooit gehoord hebben: die energie komt niet vanzelf uit ATP. Daar is magnesium voor nodig, als geladen deeltje. Zonder magnesium blijft de accu vol en gebeurt er niets. Je kunt dus prima gegeten hebben en toch merken dat het stroef loopt, simpelweg omdat de overdracht ergens hapert. De lopende band en de meewerkers Ik gebruik graag het beeld van een lopende band. De verbranding in je mitochondriën is geen enkele handeling, het is een reeks stations achter elkaar, waarbij elk station een stukje werk doet en het resultaat doorgeeft aan het volgende. Bij elke stap staat een meewerker klaar die ervoor zorgt dat die specifieke handeling kan plaatsvinden. Zo'n meewerker noemen we een cofactor. Cofactoren zijn vitamines en mineralen. Ze worden zelf niet verbruikt als brandstof, ze maken het werk mogelijk. Staat er bij een station niemand klaar, dan stokt de band daar, ongeacht hoeveel grondstof je er aan de voorkant in gooit. Dat is precies waarom meer eten je niet automatisch meer energie geeft, en waarom een extra kop koffie het gevoel wel even verzet maar de band zelf niet sneller laat lopen. Wie er zoal meedraait aan die band Een paar namen kom je steeds tegen, en ik zet ze even op een rij zodat je ze herkent. Magnesium is de bekendste van het stel. Het is betrokken bij meer dan driehonderd enzymen in je lichaam, en het speelt dus op talloze plekken mee. In dit verhaal is magnesium vooral belangrijk omdat het meedoet in de energiestofwisseling en omdat het nodig is om de energie uit ATP daadwerkelijk vrij te maken. Je vindt magnesium in donkergroene bladgroenten, noten, zaden, peulvruchten en pure cacao. Dan de B-vitamines. Die zijn eigenlijk de vaste bezetting van de band. Uit vitamine B3 maakt je lichaam een stof die NAD heet, en NAD is bij zowat elke stap in de energieproductie betrokken als elektronendrager. Vitamine B6 doet mee in de energiestofwisseling en in de werking van je zenuwstelsel, en vitamine B12 speelt mee bij de omzetting van je voeding naar bruikbare energie. B-vitamines zitten in vlees, vis, eieren, volkorenproducten, peulvruchten en groene groenten. Vitamine C hoort in dit rijtje ook thuis. Die kennen de meeste mensen van weerstand, maar vitamine C draagt daarnaast bij aan een normale energiestofwisseling en helpt energie vrij te maken uit de voeding. Bovendien helpt vitamine C de cellen beschermen tegen oxidatieve schade, en dat is relevant omdat verbranding nu eenmaal afvalstoffen oplevert. Paprika, kool, kiwi, citrus en zwarte bessen zijn goede bronnen. En tot slot ijzer en zuurstof. De rustige, efficiënte verbranding waar het hierna over gaat, kan alleen met zuurstof erbij. Zuurstof haal je binnen met je ademhaling, en het wordt door je bloed naar je cellen gebracht, waarbij ijzer het transport verzorgt. Vitamine C helpt trouwens bij de opname van ijzer uit je voeding, dus die twee werken mooi samen. Twee routes: de rustige en de snelle Je lichaam heeft twee manieren om aan energie te komen, en dat onderscheid vind ik het meest verhelderende deel van dit hele verhaal. De eerste route is de rustige, met zuurstof erbij, in de mitochondriën. Die route is traag om op gang te komen maar levert enorm veel op. Om je een idee te geven: uit één gewoon vetzuur haalt je lichaam via deze route ruim honderd ATP. Het is de route waarop je lichaam het liefst draait, en je schildklierhormoon is degene die daar de regie over voert. De tweede route is de snelle. Die gebruikt suiker zonder zuurstof, komt vrijwel meteen op gang, maar levert per eenheid brandstof maar een fractie op. Je lichaam schakelt daarop over als er acuut iets moet gebeuren. Dat is een prachtig systeem: bij gevaar heb je geen tijd om rustig op te starten, dus alles wat op dat moment niet nodig is voor overleven gaat op een laag pitje. Wat er onder langdurige druk gebeurt, is dat je lichaam die omschakeling langer aanhoudt dan bedoeld. Cortisol zorgt er namelijk voor dat het schildklierhormoon minder goed zijn werk kan doen bij de cellen, doordat er een variant wordt gemaakt die de ontvangstplek bezet houdt. Handig voor even, want overleven gaat voor. Houdt die situatie langer aan, dan draai je dus voor een deel op de zuinigste stand terwijl je het gevoel hebt dat je juist harder werkt. Dat verklaart een hoop van dat merkwaardige moe-en-toch-aan gevoel. Wat je hier praktisch mee kunt Als energie een productieproces is, dan zijn dit de dingen die het proces het meest helpen. Begin je dag met echte bouwstoffen. Een ontbijt van alleen snelle koolhydraten zet de snelle route in gang en daarna zak je weer weg. Combineer koolhydraten met eiwit en vet, dus yoghurt met noten en zaden, volkorenbrood met ei, of havermout met een lepel notenpasta. Beweeg, ook in kleine porties. Beweging is een van de weinige dingen waarvan we weten dat het de activiteit van je mitochondriën aanjaagt. Je hoeft niet naar de sportschool: elk uur even opstaan, een stuk lopen na het eten en een keer per week iets waarbij je buiten adem raakt, doet al veel. Eet kleurrijk en gevarieerd. Al die cofactoren zitten verspreid over verschillende soorten voeding. Hoe breder je eet, hoe completer de bezetting van je lopende band. Let eens bewust op kleur bij je groenten: groen, rood, oranje, paars. Geef je lichaam pauzes tussen de maaltijden. Voortdurend eten houdt je stofwisseling continu bezig met verwerken. Drie momenten op een dag, met rust ertussen, geeft je lichaam ruimte om ook aan andere dingen toe te komen. Neem de druk serieus. Zolang je systeem in de hoogste versnelling staat, maak je het je energieproductie moeilijk. Een korte wandeling zonder telefoon, een paar minuten rustig ademhalen, een avond zonder plannen: het klinkt te simpel, en het is precies wat dat schakelpunt weer laat bewegen. Tot slot Wat ik je vooral mee wil geven, is dat vermoeidheid zelden aan één ding ligt. Het is een keten, en een keten is zo sterk als de zwakste schakel daarin. Zodra je zo naar energie kijkt, wordt het ook een stuk minder persoonlijk en een stuk praktischer. In het volgende artikel gaan we naar iets waar we in Nederland verrassend weinig bij stilstaan, en wat toch enorm veel invloed heeft op hoe je je voelt: licht, en het seizoen waarin je zit. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Hoe daglicht en het seizoen je energie beinvloeden Zo bouw je een dag die je energie geeft Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit
LEES MEERVitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit
◷ 8 min leestijd In deze reeks liepen we drie dingen langs. Hoe je lichaam energie maakt en welke meewerkers daarbij nodig zijn, wat licht en het seizoen met je ritme doen, en hoe je dat allemaal in een gewone dag zet. In dit laatste deel breng ik het samen en kijken we naar de stoffen zelf, en naar wat je kunt doen als je voeding en je gewoontes op orde zijn en je toch een bredere basis wilt. Welke stoffen er in deze reeks steeds terugkwamen Drie namen kwamen telkens voorbij, en dat is niet toevallig. Magnesium is de eerste. Het is betrokken bij meer dan driehonderd enzymen, het doet mee in je energiestofwisseling, en het is nodig om de energie uit ATP daadwerkelijk vrij te maken. Daarnaast speelt magnesium mee bij je spieren en je zenuwstelsel. En je zag in het tweede artikel dat de omzetting van vitamine D in lever en nier ook magnesium-afhankelijk is. Vitamine C is de tweede. Anders dan de meeste zoogdieren maken wij mensen vitamine C niet zelf aan, dus die moet uit je voeding komen. Omdat vitamine C wateroplosbaar is, slaat je lichaam hem bovendien niet op: wat je vandaag niet gebruikt, verlaat je lichaam weer. Elke dag opnieuw dus. Vitamine C doet mee in de energiestofwisseling en helpt je cellen beschermen tegen oxidatieve schade. Vitamine D is de derde, en die werkt precies omgekeerd. Die maak je zelf aan in je huid onder invloed van UV-B, en hij wordt opgeslagen in je vetweefsel. Alleen staat de zon hier van november tot maart te laag om dat mogelijk te maken, en ook in de zomer valt de aanmaak vaak tegen doordat we veel binnen zijn en bedekt naar buiten gaan. Wat daar erkend over gezegd mag worden Voor deze stoffen is de rol in je lichaam wetenschappelijk vastgesteld en officieel goedgekeurd. Ik zet die bijdragen op een rij, in gewone taal. Magnesium draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt energie vrij te maken uit de voeding.1 Magnesium helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen.1 Magnesium draagt bij aan een normale spierwerking en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel.1 Magnesium draagt bij aan de geestelijke veerkracht en is goed voor het concentratievermogen.1 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt vermoeidheid te verminderen.2 Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt energie vrij te maken uit de voeding.3 Vitamine C helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.3 Vitamine C draagt bij tot een verbetering van ijzeropname.3 Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem.4 Vitamine D draagt bij aan een normale spierwerking en aan de instandhouding van sterke botten.4 Calcium draagt bij aan een normale energiestofwisseling en aan een normale prikkeloverdracht in de zenuwen.5 Wat me aan dat rijtje altijd opvalt, is hoe breed het is. Het gaat niet over één plek in je lichaam, het gaat over je stofwisseling, je spieren, je zenuwstelsel en je afweer tegelijk. Dat past precies bij het beeld van die lopende band: dezelfde meewerkers staan op heel veel verschillende stations. Waarom deze drie samen logisch zijn Ik word niet snel enthousiast van losse stoffen, want je lichaam werkt nu eenmaal in ketens. Bij deze drie is de samenhang wel erg mooi. Magnesium is de stof die de energie uit je accu's beschikbaar maakt en die daarnaast nodig is om vitamine D om te zetten naar de vorm waarin hij kan werken. Vitamine D is de stof die je op onze breedtegraad een halfjaar lang niet zelf kunt aanmaken. En vitamine C is de stof die je elke dag opnieuw binnen moet krijgen omdat je hem niet opslaat, en die precies in diezelfde energiestofwisseling meedraait. Dat is ook waarom ik vitamine D en magnesium in mijn adviezen zelden los van elkaar noem. Licht levert de grondstof, magnesium zet de schakelaars om. De bundel Energie & Vitaliteit Daarom hebben we bij ScKIN de bundel Energie & Vitaliteit samengesteld: de drie stoffen uit deze reeks bij elkaar, in doseringen en vormen waar ik zelf achter sta. Het magnesium zit erin als poeder met 240 mg magnesium per dagdosering, opgebouwd uit drie vormen naast elkaar, namelijk tauraat, malaat en bisglycinaat, voor een brede en goed opneembare basis. Er is geen magnesiumoxide in verwerkt. Daarnaast is vitamine B6 toegevoegd in de actieve vorm pyridoxaal-5-fosfaat, 1,4 mg per dagdosering, wat neerkomt op 100 procent van de referentie-inname. Magnesium draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen, en vitamine B6 doet in beide opzichten mee.1,2 De vitamine C zit erin als gebufferd, ontzuurd poeder dat mild is voor de maag, met 2800 mg per dagdosering in twee vormen: calcium-L-ascorbaat en ascorbinezuur. Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.3 Doordat de gebufferde vorm calcium bevat, levert een dagdosering ook 244 mg calcium, ruim 30 procent van de referentie-inname.5 Het poeder is vegan, zuivelvrij en vrij van gemodificeerde ingrediënten. De vitamine D zit erin als één capsule per dag met 75 mcg, oftewel 3000 internationale eenheden, opgelost in olijfolie omdat vitamine D vetoplosbaar is en zo goed wordt opgenomen. Verder zit er niets in. Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en aan een normale spierwerking, en draagt bij aan de instandhouding van sterke botten.4 Zie het als een brede basis onder je dag, naast alles wat je met licht, ritme, beweging en je bord doet. Het is geen vervanging van goed eten, wel een manier om je basis op peil te houden in de periodes waarin dat met voeding en zonlicht alleen lastig lukt. Bekijk de bundel Energie & Vitaliteit In deze bundel zitten Triple Magnesium+, Vitamin C+ en Vitamin D+. Je kunt ze ook los bekijken. Hoe ik het zelf zou aanpakken Als je hiermee begint, zou ik het simpel en vast houden, want een vast moment onthoud je nu eenmaal beter dan een goed voornemen. De vitamine D neem je bij of vlak na een maaltijd. Hij is vetoplosbaar en heeft dus wat vet nodig om goed mee te liften, en de olijfolie in de capsule helpt daar al bij. De vitamine C los je op in een groot glas water, sap of een smoothie. Kom je hoger uit, verdeel het dan gerust over de dag; wateroplosbare stoffen blijven immers niet hangen. De smaak is mild door de sinaasappelaroma en de stevia. Het magnesium neem je als een halve maatschep, opgelost in water. Ik neem het zelf graag ergens in de middag in plaats van nog een koffie, en als ik een lange cursusdag heb, gaat het mee in mijn tas. Ben je zwanger, geef je borstvoeding, gebruik je medicijnen of sta je onder behandeling? Overleg dan altijd eerst met je arts of een deskundige. Tot slot Als je één ding meeneemt uit deze hele reeks, laat het dan dit zijn: energie is geen voorraad die je opmaakt, het is een proces dat je kunt voeden. Licht in de ochtend, ritme in je dag, beweging in kleine porties, kleur op je bord, en een basis die breed genoeg is om al dat werk mogelijk te maken. Dat is minder spannend dan een snelle oplossing, en het is wel hoe je lichaam in elkaar zit. 1 Magnesium draagt bij aan een normale energiestofwisseling, helpt energie vrij te maken uit de voeding, helpt om vermoeidheid en moeheid te verminderen, draagt bij aan een normale spierwerking, ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel, draagt bij aan de geestelijke veerkracht en is goed voor het concentratievermogen. Magnesium 240 mg per dagdosering, 64 procent van de referentie-inname. 2 Vitamine B6 draagt bij aan een normale energiestofwisseling, helpt vermoeidheid te verminderen en ondersteunt de normale werking van het zenuwstelsel. Vitamine B6 1,4 mg per dagdosering, 100 procent van de referentie-inname. 3 Vitamine C draagt bij aan een normale energiestofwisseling, helpt energie vrij te maken uit de voeding, helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade en draagt bij tot een verbetering van ijzeropname. Vitamine C 2800 mg per dagdosering. 4 Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem, draagt bij aan een normale spierwerking en aan de instandhouding van sterke botten. Vitamine D3 75 mcg (3000 IE) per dagdosering. 5 Calcium draagt bij aan een normale energiestofwisseling en aan een normale prikkeloverdracht in de zenuwen. Calcium 244 mg per dagdosering, 30,5 procent van de referentie-inname. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij zwangerschap, borstvoeding, ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Waar je energie eigenlijk vandaan komt Hoe daglicht en het seizoen je energie beinvloeden Zo bouw je een dag die je energie geeft
LEES MEERZo bouw je een dag die je energie geeft
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar hoe je lichaam energie maakt en naar de rol die licht en het seizoen daarbij spelen. Dit deel is het praktische deel. Ik loop met je door een dag heen en laat zien waar je de meeste winst haalt, zodat je niet je hele leven hoeft om te gooien om verschil te merken. Doe vooral niet alles tegelijk. Kies er twee of drie uit, houd die een paar weken aan, en voeg pas daarna iets toe. Dat werkt beter, en je weet achteraf ook welke verandering je iets bracht. Het eerste uur bepaalt een hoop Je lichaam wil in de ochtend graag weten dat de dag begonnen is. Dat signaal komt van licht, van beweging en van eten, in die volgorde. Licht eerst. Gordijnen open zodra je opstaat, en probeer binnen een uur even naar buiten te gaan. Tien minuten is al waardevol. Loop een blokje om, hang de was buiten, drink je eerste glas water op de stoep. Hoe eerder dat signaal binnenkomt, hoe strakker je ritme de rest van de dag loopt. Dan je ontbijt. Ik zou geen dag beginnen met alleen snelle koolhydraten, dus niet alleen een beschuit, een croissant of een schaal cornflakes. Je zet daarmee de snelle route in gang, en na een uur of twee sta je weer met lege handen. Zorg dat er eiwit en vet bij zit. Denk aan volle yoghurt of kwark met noten en zaden, twee eieren, volkorenbrood met avocado, of havermout gekookt in melk met een lepel notenpasta erdoor. Koffie erbij, niet ervoor. Koffie op een lege maag geeft bij veel mensen eerst een golf en daarna een dip. Bij het ontbijt in plaats van ervoor is een kleine aanpassing die vaak meteen merkbaar is. De ochtend is je beste blok Voor de meeste mensen is de concentratie in de eerste uren van de werkdag het hoogst. Zonde dus om die uren op te maken aan mail en berichten. Zet het werk waar je echt je hoofd bij nodig hebt zoveel mogelijk in de ochtend, en plan de dingen die minder van je vragen na de lunch. Wat ook helpt: sta elk uur even op. Twee minuten staan of lopen, een keer de trap op, iets halen uit een andere ruimte. Beweging is een van de weinige dingen waarvan we weten dat het de activiteit van je energiecentrales aanjaagt, en in kleine porties verspreid over de dag werkt dat prima. De lunch: naar buiten en niet te zwaar Twee dingen maken hier het verschil. Het eerste is dat je naar buiten gaat. Midden op de dag is het licht buiten sterker dan op welk ander moment ook, en dat is precies wat je klok graag heeft. Een kwartier lopen na het eten telt bovendien dubbel, omdat beweging na een maaltijd je bloedsuiker gelijkmatiger houdt. Het tweede is wat er op je bord ligt. Een lunch die vooral uit brood of pasta bestaat, is de meest voorkomende oorzaak van de dip die er daarna volgt. Bouw je lunch op rond groente en eiwit: een grote salade met ei, kip, tonijn of peulvruchten, een kom soep met een boterham erbij in plaats van vier sneetjes, of restjes van de avond ervoor. Die dip van drie uur Een kleine terugval in de middag is normaal en hoort bij je ritme, dus je hoeft er niet tegen te vechten. Wat je wel kunt doen, is er anders mee omgaan dan met een derde kop koffie, want koffie op dat tijdstip kan je avond nog gaan hinderen. Wat in de praktijk goed werkt: loop tien minuten naar buiten, ook al is het maar rond het gebouw. Drink een groot glas water, want een lichte vochtachterstand voelt verdacht veel als vermoeidheid. En als je iets wilt eten, neem dan een handvol noten of wat groente met hummus in plaats van iets zoets. Ik zeg zelf altijd: vervang bij dat soort momenten je koffie eens door iets met magnesium erin. Wij doen dat op kantoor ook, en wat mij opvalt is dat het werken daarna rustiger verloopt dan na weer een cafeïnestoot. Bewegen: liever vaak dan lang Voor je energiehuishouding is de frequentie belangrijker dan de duur. Drie keer per week een half uur stevig wandelen brengt je verder dan één keer per week anderhalf uur afzien en daarna twee dagen op de bank. Een opzet die voor veel mensen werkt: elke dag een wandeling van twintig tot dertig minuten, twee keer per week iets waarbij je spieren echt aan het werk gaan, en één keer per week een korte inspanning waarbij je buiten adem raakt. Dat laatste hoeft niet lang te duren, een paar keer een helling op fietsen of een sprintje trekken is genoeg. De avond: afbouwen in plaats van afkappen Je lichaam heeft aanlooptijd nodig om over te schakelen naar de nacht, en dat lukt slecht als je tot het laatste moment op volle sterkte doorgaat. Eet niet te laat en niet te zwaar. Twee tot drie uur tussen je laatste hap en het moment dat je gaat liggen is voor de meeste mensen prettig. Probeer ook eens om tussen je avondeten en je ontbijt ongeveer twaalf uur te laten zitten. Dat is minder streng dan het klinkt: om zeven uur eten en om zeven uur ontbijten zit er al. Maak het donkerder. Dim na het eten de verlichting, gebruik liever wat losse lampen dan het grote licht, en houd schermen op afstand van je gezicht. Bouw een vast afrondmoment in. Tien minuten waarin je de dag wegzet: even opruimen, de volgende dag op papier zetten, douchen, lezen. Je hersenen gaan dat moment herkennen als het teken dat het werk klaar is. Let op alcohol. Een glas wijn voelt ontspannend, en tegelijk verstoort alcohol de opbouw van je nacht. Als je merkt dat je ochtenden zwaar zijn, is dit vaak de eerste plek om te kijken. Wat je op je bord zet De stoffen waar het in deze reeks over ging, haal je in de eerste plaats uit je voeding. Even concreet waar ze zitten. Magnesium vind je in donkergroene bladgroenten zoals spinazie en boerenkool, in noten en zaden, in peulvruchten, in volkorenproducten en in pure chocolade. Een handvol amandelen of pompoenpitten per dag is een makkelijke gewoonte. Vitamine C zit vooral in rauwe of kort gegaarde groente en fruit: paprika, broccoli, spruiten, kool, kiwi, citrus en zwarte bessen. Vitamine C is gevoelig voor hitte en voor water, dus kort stomen levert meer op dan lang koken. Handig om te weten: vitamine C helpt bij de opname van ijzer uit je voeding, dus wat paprika of citroen bij je plantaardige maaltijd is een slimme combinatie. Vitamine D komt vooral van licht op je huid, en in je voeding vind je het in vette vis zoals haring, makreel, zalm en sardines, en in eidooier. In het winterhalfjaar is dat op onze breedtegraad een lastige opgave. De B-vitamines haal je uit vlees, vis, eieren, zuivel, peulvruchten, volkorenproducten en groene groenten. Eet je plantaardig, houd dan vitamine B12 in het oog, want die komt vrijwel alleen uit dierlijke bronnen. Een week om mee te beginnen Als je niet weet waar je moet starten, zou ik dit doen. Week één: elke ochtend naar buiten en een ontbijt met eiwit erin. Week twee: daar de lunchwandeling bij. Week drie: de avond dimmen en vaste tijden aanhouden. Meer niet. Geef het de tijd. Je ritme verzet zich niet in één dag, en het herstelt zich ook niet in één dag. Wat ik in de praktijk zie is dat mensen vooral merken dat de dag gelijkmatiger verloopt, met minder uitschieters naar boven en naar beneden. In het laatste deel van deze reeks zet ik de stoffen uit deze artikelen op een rij, en laat ik zien welke aanvulling erbij past voor de periodes waarin het met voeding en licht alleen niet lukt. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Waar je energie eigenlijk vandaan komt Hoe daglicht en het seizoen je energie beinvloeden Vitamine C, vitamine D en magnesium: de bundel Energie & Vitaliteit
LEES MEERVan ochtendlicht tot nachtrust: dagelijkse gewoontes voor je weerstand
◷ 7 min leestijd In de eerste twee artikelen keken we naar hoe je afweer dag en nacht werkt, en wat spanning, slaap en het seizoen met dat ritme doen. Nu het praktische deel, want daar heb je uiteindelijk het meest aan. Ik loop met je langs een gewone dag, van het eerste licht tot het moment dat je in bed ligt. Je hoeft dit echt niet allemaal tegelijk te doen; kies er twee of drie uit en houd die vol. De ochtend: geef je klok een duidelijk startsein Het belangrijkste moment van je hele dag zit in het eerste uur. Je hoofdklok wordt gelijkgezet door licht, en hoe helderder het signaal, hoe scherper je ritme staat. Ga daarom in de ochtend naar buiten, ook al is het bewolkt en ook al is het maar tien minuten. Buiten is het op een grijze dag nog altijd vele malen lichter dan binnen bij de lamp, en dat verschil is precies waar je klok op reageert. Twee praktische manieren om dat vol te houden: koppel het aan iets wat je toch al doet, zoals je eerste koffie buiten drinken of de eerste tien minuten van je woon-werkroute lopend of fietsend afleggen. En zet in de winter je bureau of je ontbijtplek zo dicht mogelijk bij een raam. Beweeg liever in de ochtend dan laat op de avond Bewegen geeft een stijging van cortisol, en dat past goed bij de dagdienst. In de ochtend of ergens overdag werkt sporten daarom prettiger voor je ritme dan vlak voor het slapengaan. Train je toch graag in de avond, plan het dan liever vroeg op de avond en bouw daarna echt af met rustiger licht en rustiger activiteiten. Zet iets van eiwit bij je ontbijt Een ontbijt van alleen snelle koolhydraten geeft een piek en daarna een dip, en dat patroon zet zich de rest van de dag voort. Combineer je koolhydraten met wat eiwit en vezels en je houdt een veel gelijkmatiger lijn: yoghurt met noten en zaden, volkorenbrood met ei, havermout met een lepel notenpasta. Je eiwitten leveren bovendien de bouwstoffen waarvan je lichaam in de loop van de dag en de nacht van alles maakt. Overdag: kleur op je bord en beweging tussendoor Overdag draait het vooral om twee dingen: wat er binnenkomt, en of je in beweging blijft. Voor wat er binnenkomt heb ik één simpele vuistregel die beter werkt dan welke lijst ook: let op kleur. Groen, rood, oranje, paars, en elke dag iets anders dan gisteren. Verschillende kleuren staan voor verschillende voedingsstoffen, dus door op kleur te variëren krijg je vanzelf een breder aanbod binnen zonder dat je ergens iets voor hoeft op te zoeken. Vitamine C zit bijvoorbeeld ruim in paprika, kool, broccoli, kiwi en citrusfruit. Vitamine A haal je uit oranje en donkergroene groenten. Zink zit onder andere in noten, zaden, peulvruchten en vlees. Vitamine D zit maar in weinig voeding, vooral in vette vis zoals haring en zalm, in eidooier en in paddenstoelen. Kook je vitamine C-rijke groenten kort en niet in veel water, want vitamine C is wateroplosbaar en verdwijnt deels in het kookvocht. Stomen, roerbakken of kort blancheren houdt er meer van over dan een kwartier zachtjes koken. En dan bewegen. Niet als prestatie, maar als onderbreking. Elke keer dat je opstaat en een paar minuten loopt, geef je je systeem een kleine prikkel en houd je je energie gelijkmatiger. Een telefoongesprek lopend voeren of na de lunch een rondje om het blok doet meer dan je zou denken. Drink verspreid over de dag Water klinkt saai, maar je slijmvliezen zijn afhankelijk van vocht om soepel te blijven, en dat zijn precies die grensposten waar het meeste werk gebeurt. Een fles op je bureau en een glas bij elke maaltijd is de eenvoudigste manier om daar zonder nadenken op te blijven zitten. De avond: bouw het licht af Vanaf een uur of acht 's avonds begint het deel van de dag dat de meeste mensen overslaan, en waar in mijn ervaring de meeste winst zit. Je lichaam begint melatonine te maken als het om je heen donkerder wordt. Fel licht, en dan vooral blauwachtig licht van schermen en ledlampen, houdt dat tegen. Praktisch: dim de verlichting in huis, zet je schermen op een warmere stand, en probeer het laatste halfuur voor bed zonder scherm te doen. Een schemerlamp in plaats van het plafondlicht doet echt iets, hoe simpel het ook klinkt. Wees ook voorzichtig met alcohol in de avond. Het voelt ontspannend, maar het breekt melatonine juist af, en daarmee haal je het signaal weg waar je hele nachtprogramma op start. Je valt er misschien sneller van in slaap, maar de nacht zelf levert minder op. Geef je spijsvertering 's nachts vrij Je lichaam doet zijn onderhoudswerk het liefst op een moment dat er verder weinig te verteren valt. Als je erin slaagt om tussen je laatste hap 's avonds en je eerste hap de volgende ochtend een ruime periode te laten zitten, geef je dat werk de ruimte. Voor de meeste mensen komt dat er praktisch op neer dat je om een uur of acht klaar bent met eten en de volgende ochtend gewoon op je normale tijd ontbijt. Doe dit op je eigen manier en forceer niets; het gaat om de rust, niet om de klok. De nacht: regelmaat boven lengte Voor je nachtrust is regelmaat belangrijker dan het exacte aantal uren. Ga rond dezelfde tijd naar bed en sta rond dezelfde tijd op, ook in het weekend. Een uitschieter af en toe is prima, maar een structureel verschil van twee of drie uur tussen doordeweeks en weekend zet je klok elke week opnieuw op scherp. Je begint de maandag dan eigenlijk met een lichte vorm van jetlag. Verder helpt een koele, donkere slaapkamer. Je lichaamstemperatuur hoort 's nachts te dalen, en een warme kamer werkt dat tegen. Zet de verwarming laag, houd het donker, en houd de telefoon uit de slaapkamer als dat lukt. Verzorg je grenzen Tot slot de douaneposten uit het eerste artikel. Hoe beter de conditie daarvan, hoe minder er verderop nodig is. Adem door je neus. Je neus verwarmt, bevochtigt en filtert de lucht voordat die verder gaat. Door je mond ademen slaat dat allemaal over. Was je handen op logische momenten. Bij thuiskomen en voor het eten, dat is genoeg. Hoe vaker en heter je wast, hoe meer je de beschermende vetlaag van je handen wegneemt. Wees mild voor je huid. Lauw water in plaats van heet, een milde reiniging, en verzorging aanbrengen op een licht vochtige huid. Lucht je huis. Droge binnenlucht van de verwarming maakt je slijmvliezen droger. Tien minuten ramen open per dag, en een bak water bij de radiator als je vloerverwarming hebt. Hoe je dit volhoudt Kies er twee of drie uit. Echt, niet meer. Mijn suggestie als je niet weet waar je moet beginnen: het ochtendlicht, de vaste bedtijd en de kleur op je bord. Dat zijn de drie die het meeste dragen en die het minst van je vragen. Houd die een aantal weken vol voordat je iets nieuws toevoegt. Je lichaam werkt in ritmes van dagen en weken, dus geef het die tijd. En verwacht geen omslag van het ene op het andere moment; het gaat om een lijn die de goede kant op loopt. In het laatste artikel van deze reeks kijk ik naar het stuk van binnenuit: welke voedingsstoffen hierbij een erkende rol spelen, en hoe je daar praktisch voor zorgt in de maanden waarin het lastiger is om alles uit je voeding te halen. Dit is deel 3 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Hoe je immuunsysteem dag en nacht voor je werkt Wat stress, slaap en seizoen met je weerstand doen Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle
LEES MEERWat stress, slaap en seizoen met je weerstand doen
◷ 7 min leestijd In het vorige artikel nam ik je mee in het ritme van je afweer: overdag hebben je hersenen voorrang, 's nachts krijgt je immuunsysteem de ruimte. Nu kijken we naar wat dat ritme uit balans kan brengen. Drie dingen komen daarbij steeds terug, en ze grijpen ook nog eens op elkaar in: spanning, slaap en het seizoen. Wat stress eigenlijk is Laat ik beginnen met wat we in mijn vak onder stress verstaan, want dat is breder dan hoe we het woord in het dagelijks leven gebruiken. Stress is elke situatie waarin het evenwicht in je lichaam onder druk komt te staan. Dat kan van binnenuit komen of van buitenaf, en het kan net zo goed lichamelijk zijn als psychisch. Een deadline, een verhuizing, een slechte nacht, een intensieve training, kou, of een infectie: voor je lichaam zijn dat allemaal verstoringen van hetzelfde evenwicht, en het reageert er in de kern hetzelfde op. Er komen twee golven Wat er dan gebeurt, gaat in twee golven. De eerste golf is snel. Je zenuwstelsel schakelt om en er komt adrenaline en noradrenaline vrij. Je hart gaat sneller, je ademhaling gaat sneller, je bloeddruk gaat omhoog, je aandacht versmalt naar wat er nú toe doet. Tegelijk zet je lichaam alles stil wat op de lange termijn gericht is, want dat kan wachten. Dat is de reden dat je in een hectische periode geen zin hebt om aan grote projecten te beginnen: je systeem staat op de korte termijn afgesteld. De tweede golf komt daar wat later achteraan en loopt via je hormonen. Via een cascade vanuit je hersenen komt uiteindelijk cortisol vrij uit je bijnieren. Die tweede golf zorgt ervoor dat je het langer volhoudt, onder andere door er suiker beschikbaar te maken voor je spieren en je hoofd. Zowel cortisol als adrenaline hebben een remmende werking op je afweer. Dat is geen ontwerpfout. Op het moment dat je moet handelen, is het handig dat je immuunsysteem even een toontje lager zingt. Zodra de situatie voorbij is, gaat alles keurig terug naar de uitgangsstand, en pakt je afweer de draad weer op. Het verschil tussen kort en lang Dat terugveren is precies waar het om draait. Bij een korte, heftige situatie schiet je systeem omhoog en zakt het daarna weer netjes terug. Dat kan je lichaam uitstekend hebben, en je wordt er eigenlijk sterker van. Anders wordt het als de spanning blijft. Dan blijven die systemen aan staan, ook als de aanleiding allang weg is, of als er steeds een nieuwe aanleiding overheen komt. En dan gebeurt er iets wat ik heel graag uitleg, omdat het zoveel verklaart. Je zenuwstelsel gaat bij aanhoudende spanning steeds gevoeliger reageren: steeds kleinere aanleidingen geven steeds sneller een reactie. Je hormonale kant doet ondertussen precies het omgekeerde en gaat juist doffer reageren. Die twee lopen daardoor uit de pas. Waar ze normaal netjes samenwerken, raken ze ontkoppeld. Je herkent dat vaak aan het gevoel dat je tegelijk opgejaagd én moe bent. Alert op alles, en toch geen energie. Dat is niet raar, dat is precies wat er gebeurt als die twee systemen niet meer gelijk lopen. En wat doet dat met de nachtdienst Hier komt het ritme uit het vorige artikel weer terug. Normaal gesproken loopt cortisol in een duidelijke golf: een piek vlak na het wakker worden, dalend door de dag heen, en de laagste waarden in de eerste helft van de nacht. Melatonine doet precies het tegenovergestelde, en die twee lossen elkaar netjes af. Bij aanhoudende spanning wordt die golf vlakker, of hij verschuift. En dan gaan de twee curves elkaar overlappen in plaats van afwisselen. Op het moment dat je lichaam eigenlijk de nachtdienst wil starten, staat de dagdienst er nog. Dat is waarom mensen in drukke periodes vaak moeilijk tot rust komen terwijl ze bekaf zijn, en waarom die nachten ook minder opleveren. Slaap is de werkplaats Daarmee zijn we bij slaap. Ik zeg altijd: slaap is geen pauze, slaap is de werkplaats. Het herstelwerk in je hersenen en het onderhoud in de rest van je lichaam gebeuren juist in de diepe slaap, en daar kun je niet omheen. Je kunt het ook niet inhalen door in het weekend twee keer zo lang te liggen, want dan schuift je hele ritme mee en begin je maandag met een klok die niet meer klopt. Wat daarbij helpt om te weten: die diepe slaap zit vooral in het eerste deel van de nacht. Op tijd beginnen levert je daarom meer op dan later beginnen en later opstaan. En rust in je lichaam betekent ook echt rust: een lange periode waarin je spijsvertering niets hoeft te doen, geeft je systeem ruimte om aan onderhoud toe te komen. En dan het seizoen Dan het laatste stuk, en dat is in Nederland een verhaal apart. Vitamine D maak je zelf aan in je huid, maar alleen als de zon hoog genoeg staat. In de zomermaanden, grofweg van mei tot september, staat de zon zo boven ons land dat dat lukt, mits je ook daadwerkelijk buiten bent met een stuk blote huid. Van november tot maart staat de zon te laag en gebeurt dat vrijwel niet, hoe helder de dag ook is. Wat mensen vaak verrast: ook in de zomer valt het soms tegen. We werken binnen, we gaan bedekt naar buiten, en veel van onze buitentijd zit in de vroege ochtend of de late avond wanneer de zon daar te laag voor staat. Daar komt bij dat iemand met een donkere huid er ongeveer tien keer zo lang over doet om dezelfde hoeveelheid aan te maken als iemand met een lichte huid. En bij het ouder worden wordt de huid dunner, waardoor die aanmaak ook minder vlot gaat. Wat er in de donkere maanden nog meer verandert, is het licht zelf. Je hoofdklok wordt gelijkgezet door licht, en in de winter krijgt die veel minder duidelijke signalen: het is 's ochtends laat licht en 's avonds vroeg donker, en binnen brandt er van alles. Je ritme wordt daardoor vager, precies in de periode dat er sowieso meer van je afweer wordt gevraagd. Welke stoffen in zulke periodes harder meedraaien In periodes van veel spanning zie je de behoefte aan een aantal stoffen oplopen, simpelweg omdat ze meer worden verbruikt. Magnesium is daar een duidelijk voorbeeld van: uit onderzoek is gebleken dat mensen onder spanning er vier keer zoveel van uitscheiden via de urine als normaal, en dat geldt net zo goed voor lichamelijke belasting zoals zwaar werk of intensief sporten. Vitamine C is een tweede. Dat wordt niet opgeslagen, dus wat er vandaag binnenkomt is wat je vandaag hebt, en het verbruik ligt in belastende periodes hoger. Verder draaien de B-vitamines mee in het vrijmaken van energie uit je voeding, en spelen zink en vitamine A een rol bij de conditie van je huid en je slijmvliezen, die douaneposten van je lichaam. Wat ik hier belangrijk vind om bij te zeggen: dit is geen reden om in de stress te schieten over stoffen. Het is vooral een reden om te snappen dat je lichaam in een drukke maand simpelweg meer verbruikt dan in een rustige maand, en dat het dan logisch is om je basis wat breder te houden. Waar dit naartoe gaat Spanning, slaap en seizoen grijpen dus alle drie aan op hetzelfde punt: het ritme waarin je lichaam zijn werk verdeelt. Het mooie is dat je aan alle drie iets kunt doen, en vaak met kleinere aanpassingen dan je denkt. In het volgende artikel loop ik met je langs je dag, van het eerste licht in de ochtend tot het moment dat je gaat slapen, en laat ik zien waar je de meeste winst haalt. Dit is deel 2 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Hoe je immuunsysteem dag en nacht voor je werkt Van ochtendlicht tot nachtrust: dagelijkse gewoontes voor je weerstand Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle
LEES MEERHoe je immuunsysteem dag en nacht voor je werkt
◷ 8 min leestijd Je kent dat wel, zo'n week waarin alles net iets te vol zit. Je gaat later naar bed dan je wilde, je eet wat er voorhanden is, en aan het eind van die week voel je je gewoon minder fit dan normaal. En dan denk je: hoe kan dat, ik heb toch niks geks gedaan? Wat ik vanuit mijn achtergrond in de orthomoleculaire geneeskunde en de kPNI zo interessant vind, is dat je afweer in zo'n week eigenlijk gewoon zijn werk heeft gedaan, alleen onder lastigere omstandigheden. Want je immuunsysteem is geen alarm dat pas afgaat als er iets binnenkomt. Het is de hele dag en de hele nacht bezig, alleen op heel verschillende manieren. In dit artikel neem ik je mee in dat ritme, want als je dat eenmaal ziet, ga je een heleboel dingen anders begrijpen. Je afweer is nooit klaar Laten we beginnen bij wat je afweer eigenlijk doet. We denken bij het immuunsysteem vaak aan ziek worden, aan een virus dat langskomt en een lichaam dat terugvecht. Dat is één onderdeel. Het grootste deel van het werk is veel alledaagser: opruimen, herstellen, en de hele tijd beoordelen wat er voorbijkomt en of dat erbij hoort of niet. Dat beoordelen gebeurt vooral op de plekken waar je lichaam contact maakt met de buitenwereld. Je huid, je luchtwegen, je ogen, en de hele binnenkant van je spijsvertering. Ik noem dat altijd de douaneposten van je lichaam. Daar staat de bewaking, daar wordt gekeken wat er binnen mag en wat niet, en daar wordt het meeste werk verzet. Je merkt daar in gezonde omstandigheden helemaal niets van, en dat is precies de bedoeling. Wat wel meespeelt: hoe steviger die grenzen zijn, hoe rustiger de bewaking kan werken. Een huid die goed in conditie is en slijmvliezen die soepel en vochtig blijven, doen al een enorm deel van het werk voordat er ook maar één afweercel aan te pas komt. Twee systemen die allebei veel vragen Hier wordt het interessant. Binnen de kPNI kijken we heel vaak naar energie, want uiteindelijk draait bijna alles daarop. Je lichaam heeft namelijk een soort rangorde in wie er als eerste energie krijgt, en je hersenen staan daarin standaard bovenaan. Die zijn duur in onderhoud en die geven hun plek niet zomaar op. Je immuunsysteem is in rust juist opvallend goedkoop. Zolang er niets aan de hand is, kost het relatief weinig. Maar zodra het echt aan de slag moet, verandert dat radicaal: dan kan je afweer een enorm deel van alle beschikbare energie naar zich toe trekken. Je voelt dat zelf ook, want als je lichaam ergens mee bezig is, ben je moe, heb je weinig trek en wil je vooral liggen. Dat is geen zwakte, dat is je lichaam dat de energie verlegt naar waar die op dat moment het hardst nodig is. En daar zit meteen het probleem: twee systemen die allebei veel kunnen vragen, kunnen niet tegelijk vol aan. Dan ontstaat er een conflict. De oplossing die je lichaam daarvoor heeft gevonden, is eigenlijk heel elegant. Daarom werkt je lichaam in ploegendienst Je lichaam heeft dat conflict opgelost met een ploegendienst. Overdag hebben je hersenen voorrang. Cortisol en adrenaline, de stoffen die je overdag alert en actief houden, zetten je afweer wat zachter. Dat is geen sabotage, dat is verdeling: je moet overdag kunnen denken, werken, reageren en bewegen, en dan is het handig als je lichaam niet tegelijk een grote verbouwing aan het draaien is. En dan valt het donker, je gaat slapen, en de dienst wisselt. Kort nadat je in slaap valt, komen er stoffen vrij die precies het omgekeerde doen. Groeihormoon, prolactine en melatonine geven je afweer juist ruimte om aan het werk te gaan. De nacht is dus niet de tijd waarin er niets gebeurt, het is de tijd waarin het andere werk gebeurt: herstellen, opruimen, vernieuwen. Ik vind dit zo'n mooi beeld, omdat het meteen duidelijk maakt waarom een structureel korte nacht zoveel doet. Je haalt dan niet alleen uren slaap weg, je haalt werktijd weg bij de ploeg die 's nachts aan de beurt is. Waarom dat ritme op zichzelf al belangrijk is En dan iets wat vaak wordt overgeslagen. Het gaat niet alleen om hoevéél van een stof er is, het gaat ook om het op en neer gaan ervan. In je lichaam wisselt bijna alles in een ritme van ongeveer vierentwintig uur: hormonen, neurotransmitters, je temperatuur, je bloeddruk. Elke stof heeft daarin zijn eigen moment. Dat op en neer gaan heeft een functie. Op het moment dat er weinig van een stof aanwezig is, staan de ontvangers in je cellen juist heel gevoelig afgesteld, en op het moment dat er veel is, zijn er minder ontvangers actief. Zo houdt je lichaam zichzelf scherp. Ligt een stof daarentegen de hele dag op hetzelfde niveau, dan gebeurt er één van twee dingen: je systeem gaat er steeds sterker op reageren, of het gaat er juist steeds minder op reageren. Allebei kosten je flexibiliteit, en flexibiliteit is precies waar gezondheid op drijft. Dus als ik zeg dat ritme belangrijk is, bedoel ik niet alleen dat je op tijd naar bed moet. Ik bedoel dat het wisselen zélf, die golf van hoog naar laag en terug, onderdeel is van hoe je lichaam werkt. Licht is de belangrijkste tijdgever Wie houdt dat allemaal bij? Er zit een soort hoofdklok in je hersenen, in een klein gebied in de hypothalamus. Die hoofdklok stuurt de rest aan. En het bijzondere is dat vrijwel elk orgaan daarnaast ook nog zijn eigen klok heeft: je lever, je nieren, je darm, je afweercellen. Die lopen normaal gesproken netjes gelijk met de hoofdklok. Wat die hoofdklok gelijkzet, is vooral licht. Licht is verreweg de sterkste tijdgever die we kennen. Daarom doet het er zoveel toe dat je in de ochtend echt daglicht ziet en dat het 's avonds om je heen rustiger en donkerder wordt. Je geeft je lichaam daarmee de informatie waarop het zijn hele planning baseert. Andere dingen praten mee, zoals wanneer je eet en wanneer je beweegt, maar licht is de baas. En waar komen voedingsstoffen dan binnen Al dat werk, zowel de dagdienst als de nachtdienst, draait op bouwstoffen. Vitamines en mineralen zijn in je lichaam een soort meewerkers: ze maken processen mogelijk zonder dat ze zelf opgaan in het eindproduct. In mijn vak noemen we die meewerkers cofactoren. Ontbreekt er ergens een schakel in de keten, dan stokt het proces, hoeveel je van al het andere ook hebt. Een paar daarvan zijn in dit verhaal extra de moeite waard om te kennen. Vitamine C bijvoorbeeld kan de mens, anders dan de meeste zoogdieren, niet zelf aanmaken. Wij missen daar een enzym voor, dus we zijn volledig afhankelijk van wat er op ons bord ligt. En omdat vitamine C wateroplosbaar is, wordt het niet opgeslagen in je vetweefsel; wat je vandaag niet gebruikt, gaat er gewoon weer uit. Dat maakt dat het elke dag opnieuw moet binnenkomen. Vitamine D werkt precies andersom. Die maak je zelf aan in je huid onder invloed van zonlicht, en je slaat hem op in je vetweefsel. Daarna moet hij nog geactiveerd worden, en dat gebeurt in je lever en je nieren, met magnesium als meewerker in meerdere stappen. Een stof die dus een hele route aflegt voordat hij kan doen wat hij moet doen. Verder spelen zink en vitamine A hier mee, allebei stoffen die te maken hebben met de conditie van je huid en je slijmvliezen, precies die douaneposten van daarnet. En de B-vitamines draaien overal mee in het vrijmaken van energie uit je voeding, wat weer nodig is voor élk van die processen. Wat ik je hieruit mee wil geven Als je één ding onthoudt van dit artikel, laat het dan zijn dat je afweer geen knop is die aan of uit staat, maar een ploegendienst die dag en nacht doorloopt. De dagdienst en de nachtdienst hebben allebei hun eigen werk, en ze hebben allebei ruimte nodig. Dat betekent ook dat de dingen die dat ritme in de war sturen, meer doen dan alleen je vermoeid maken. In het volgende artikel kijk ik naar de drie die in mijn ervaring het vaakst meespelen: spanning, slaap en het seizoen waarin we leven. Juist in Nederland is dat laatste een verhaal apart. Dit is deel 1 van een reeks van 4. In het laatste deel, Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle, lees je welke producten hierbij passen. Lees ook Wat stress, slaap en seizoen met je weerstand doen Van ochtendlicht tot nachtrust: dagelijkse gewoontes voor je weerstand Vitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle
LEES MEERVitamine C, vitamine D en 89 ingrediënten: de Weerstand Bundle
◷ 7 min leestijd In deze reeks liepen we drie dingen langs. Hoe je afweer dag en nacht in een soort ploegendienst werkt, wat spanning, slaap en het seizoen met dat ritme doen, en wat je daar in je dagelijkse gewoontes aan kunt doen. In dit laatste artikel gaat het over de bouwstoffen, en over de vraag hoe je daar praktisch voor zorgt. Welke stoffen we onderweg zijn tegengekomen Drie namen kwamen in deze reeks steeds terug, en dat is niet toevallig. Vitamine C is de eerste. Die kunnen wij mensen, anders dan de meeste zoogdieren, niet zelf aanmaken, dus hij moet uit voeding komen. En omdat vitamine C wateroplosbaar is, slaat je lichaam hem niet op in het vetweefsel: wat je vandaag niet gebruikt, verlaat je lichaam gewoon weer. Elke dag opnieuw dus. Vitamine D is de tweede, en die werkt precies omgekeerd. Die maak je zelf aan in je huid onder invloed van zonlicht, en hij wordt opgeslagen in je vetweefsel. Alleen staat de zon in Nederland van november tot maart te laag om dat mogelijk te maken, en ook in de zomer valt het vaak tegen doordat we veel binnen zijn en bedekt naar buiten gaan. En als derde de hele breedte: zink, vitamine A, de B-vitamines, koper, en alles wat verder meedraait als meewerker in je stofwisseling. Geen enkele van die stoffen doet het werk alleen. Ze werken in ketens, en een keten is precies zo sterk als zijn zwakste schakel. Wat daar erkend over gezegd mag worden Voor een aantal van deze stoffen is de rol voor je afweer wetenschappelijk vastgesteld en officieel goedgekeurd. Ik zet ze op een rij, in gewone taal. Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand.1 Vitamine C draagt bij aan het behoud van een goede weerstand tijdens en na fysieke inspanning.1 Vitamine C helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade en draagt bij aan een normale energiestofwisseling.1 Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand.2 Vitamine D draagt bij aan een normale spierwerking en aan de instandhouding van sterke botten.2 Zink ondersteunt het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand.3 Vitamine A helpt de normale werking van het immuunsysteem en draagt bij aan het behoud van normale slijmvliezen.4 Vitamine B6 en vitamine B12 ondersteunen het immuunsysteem.5 Foliumzuur draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem.6 Koper ondersteunt het immuunsysteem en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade.7 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress.8 Als je dat rijtje zo ziet, valt vooral op hoe breed het is. Het zijn stoffen uit heel verschillende hoeken van je voeding: fruit en paprika, vette vis en eidooier, noten en zaden, donkergroene en oranje groenten, volkorenproducten. Eén product dekt dat nooit, en dat is ook precies waarom ik altijd begin bij het bord. Waarom de basis breed moet zijn In de praktijk zie ik vaak dat mensen heel gericht op één stof gaan zitten omdat ze daar iets over gelezen hebben. Dat kan zinvol zijn, maar meestal is het praktischer om de hele basis breed te houden. Je lichaam werkt namelijk niet met losse stoffen, maar met processen waarin er van alles tegelijk meedoet. Ontbreekt er ergens een schakel, dan stokt het proces, hoeveel je van dat ene ook neemt. Die brede basis leg je in de eerste plaats met je voeding: gevarieerd, kleurrijk, met genoeg groente, en vette vis als je die eet. Merk je dat dat er in drukke periodes of in de donkere maanden bij inschiet, dan kan een aanvulling praktisch zijn. De Weerstand Bundle van ScKIN Daarvoor hebben we bij ScKIN de Weerstand Bundle samengesteld: de twee stoffen die in dit verhaal apart staan, plus de brede basis eromheen. De vitamine C zit erin als een gebufferd poeder dat mild is voor de maag, met 2800 mg per dagdosering in twee vormen. Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand.1 Sport je, dan is die tweede erkende bijdrage interessant: vitamine C draagt bij aan het behoud van een goede weerstand tijdens en na fysieke inspanning.1 De vitamine D zit erin als één capsule per dag met 75 mcg (3000 IE), opgelost in olijfolie omdat vitamine D vetoplosbaar is en zo goed opgenomen wordt. Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand, en draagt daarnaast bij aan een normale spierwerking en aan de instandhouding van sterke botten.2 Juist in de maanden waarin de zon hier te laag staat, is dat een logische aanvulling. En de brede basis komt uit één maatschep met 89 ingrediënten: het volledige B-complex, het vitaminespectrum van A tot en met K2, mineralen zoals zink, magnesium, koper, jodium en chroom, plus een uitgebreide mix van groenten, algen, planten en kruiden. De erkende bijdragen komen van de vitaminen en mineralen daarin. Zo ondersteunt zink het immuunsysteem, helpt vitamine A de normale werking van het immuunsysteem, ondersteunen vitamine B6 en B12 het immuunsysteem, en draagt vitamine B5 bij aan de normale weerstand tegen stress.3,4,5,8 De plantenmix zien we als onderdeel van de formule. Zie het als een brede basis onder je dag, naast alles wat je met licht, ritme, rust en je bord doet. Het is geen vervanging van goed eten, wel een manier om je basis breed te houden in de periodes waarin dat lastiger lukt. Bekijk de Weerstand Bundle In deze bundel zitten Super Greens+, Vitamin C+ en Vitamin D+. Je kunt ze ook los bekijken. Hoe ik het zelf zou aanpakken Als je hiermee begint, zou ik het simpel houden. De vitamine D neem je bij of vlak na een maaltijd, want hij is vetoplosbaar en heeft wat vet nodig om goed mee te liften. De vitamine C los je op in een groot glas water, sap of een smoothie, en doe dat gerust verdeeld over de dag als je wat hoger uitkomt; wateroplosbare stoffen blijven immers niet hangen. En de maatschep met de brede basis past prima bij je ontbijt, zodat het een vast moment wordt dat je niet hoeft te onthouden. Zwanger, borstvoeding, medicijngebruik of onder behandeling? Overleg dan altijd eerst met je arts of een deskundige. Dat geldt ook voor vitamine K2, dat in de brede formule zit en meespeelt bij de bloedstolling: gebruik je antistollingsmiddelen, leg het dan even voor aan je arts. Tot slot Als je één ding meeneemt uit deze hele reeks, laat het dan dit zijn: je afweer werkt in een ritme, en dat ritme heeft ruimte nodig. Licht in de ochtend, rust in de avond, kleur op je bord, en een basis die breed genoeg is om al dat werk mogelijk te maken. Dat is minder spannend dan een snelle oplossing, maar het is wel hoe je lichaam in elkaar zit. 1 Vitamine C draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem, zorgt mede voor een goede weerstand, draagt bij aan het behoud van een goede weerstand tijdens en na fysieke inspanning, helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade en draagt bij aan een normale energiestofwisseling. 2 Vitamine D draagt bij aan het normale functioneren van het immuunsysteem, zorgt mede voor een goede weerstand, draagt bij aan een normale spierwerking en aan de instandhouding van sterke botten. 3 Zink ondersteunt het immuunsysteem en zorgt mede voor een goede weerstand. 4 Vitamine A helpt de normale werking van het immuunsysteem en draagt bij aan het behoud van normale slijmvliezen. 5 Vitamine B6 en vitamine B12 ondersteunen het immuunsysteem. 6 Foliumzuur draagt bij aan de normale werking van het immuunsysteem. 7 Koper ondersteunt het immuunsysteem en helpt de cellen beschermen tegen oxidatieve schade. 8 Vitamine B5 draagt bij aan de normale weerstand tegen stress. Voedingssupplementen zijn geen vervanging van een gevarieerde voeding en een gezonde leefstijl. Raadpleeg bij zwangerschap, borstvoeding, ziekte of medicijngebruik altijd een deskundige. Lees ook Hoe je immuunsysteem dag en nacht voor je werkt Wat stress, slaap en seizoen met je weerstand doen Van ochtendlicht tot nachtrust: dagelijkse gewoontes voor je weerstand
LEES MEER


